— dinsdag 10 augustus 2021, 15:04 | 0 reacties, praat mee

Ton Verlind: ‘Benoem een journalist in de top van de NPO’

© Bram Delmee

Oud-KRO journalist Ton Verlind meent dat er journalistieke betonrot is ontstaan bij de publieke omroep. Tijd om een journalistiek zwaargewicht te benoemen in de Raad van Bestuur van de NPO om affaires, zoals recent die rond Jort Kelder en de Kaag-documentaire, in de toekomst te voorkomen. Dat bepleit hij in een essay dat hij schreef voor stichting KIM, het forum voor reflectie en journalistiek.

Journalisten van de NTR, de NOS en Nieuwsuur hebben zich tot bestuursvoorzitter Shula Rijxman van de NPO gewend met de vraag positie te kiezen in de discussie rond AVROTROS-presentator Jort Kelder en de VPRO-documentaire over minister en D66-fractieleider Sigrid Kaag. Op1-presentator Kelder kwam in opspraak, omdat hij een redacteur betaalde die van dat geld campagnevideo’s maakte voor Forum voor Democratie.

De VPRO is nog maar nauwelijks bekomen van het tumult rond de documentaire over Kaag, waar haar spindoctors zich meer mee bemoeiden dan goed was. De storm leek geluwd, maar de journalisten van NTR en NOS blijven boos en vinden dat de top van de NPO zich in de discussie moet mengen, een opvallende actie omdat het vragen om ‘ingrijpen’ van hogerhand, een nogal onjournalistiek fenomeen is.

Opmerkelijk
Ik zie rond deze gebeurtenis een aantal opmerkelijke feiten. Allereerst de reactie van AVROTROS op de actie van Kelder. Als een van de beeldbepalende presentatoren van het opiniërende Op1, moet hij zich kritisch en onpartijdig opstellen. Het is ongelukkig dat door zijn betrokkenheid bij een politieke partij de schijn van belangenverstrengeling is ontstaan. Kelder deed het voorval luchthartig af, de directie van zijn omroep reageerde té onverschillig door erop te wijzen dat Kelder freelancer is en het de omroep niet aangaat wat hij in zijn vrije tijd verder nog doet.

Het is een argument dat geen hout snijdt en een zwakte zichtbaar maakt in de werkwijze van de publieke omroep waar steeds vaker gebruik wordt gemaakt van freelance presentatoren op beeldbepalende posities. Ze zijn de directeur van hun eigen bedrijf en voor hun opdrachten afhankelijk van de marktwaarde die ze hebben. Het kan niet anders of dit heeft invloed op de manier waarop ze zich manifesteren. Een perverse prikkel, waardoor de kijker er niet meer zeker van is dat deze journalistieke functies (nog) in onafhankelijkheid worden vervuld. De discussie binnen de publieke omroep zou zich op dit bredere feit moeten richten, niet alleen op het incident rond Kelder.

In werkelijkheid gaat de bemoeienis van de NPO veel verder

VPRO
De kritiek op de VPRO is van een andere orde. De omroep wordt aangevallen op een documentaire waar veel op viel aan te merken. Weinig kritisch, ogenschijnlijk vooringenomen, minstens gemakzuchtig en van een geringe informatieve waarde.  De VPRO evenwel is een onafhankelijke omroep met een missie en is niet - zoals dat voor de journalisten van NTR, NOS en Nieuwsuur wél geldt - gebonden aan neutraliteit. De VPRO mag dus uitgaan van een vooringenomen standpunt: het omroepbestel is er ooit voor opgericht. Dat er discussie ontstaat over de manier waarop de VPRO invulling geeft aan zijn taak laat zien dat het omroepbestel zich in een crisis bevindt. Steeds meer verdwijnt uit het zicht dat omroepen autonome organisaties zijn, die over hun eigen inhoud gaan en de NPO slechts over de plaatsing van programma’s. In werkelijkheid gaat de bemoeienis van de NPO veel verder.

Steeds meer partijen mengen zich in de discussie
Een ander opmerkelijk feit bestaat eruit dat ook het Commissariaat voor de Media de neiging ontwikkelt om zich een inhoudelijk oordeel te vormen over de onafhankelijkheid van omroepjournalistiek. Daarnaast is er de Ombudsman van de NPO. Dat steeds meer instanties zich bezighouden met het controleren van journalisten, raakt óók aan de journalistieke onafhankelijkheid en is daarom niet per definitie een goede ontwikkeling. Het is een typisch Nederlandse reflex: problemen aanpakken door regels te bedenken, die niet werken, waarna er nog meer regels komen. Laat die ontwikkeling aan journalisten voorbijgaan.

Omgekeerde wereld
Dat journalisten van NTR, NOS en Nieuwsuur aan bestuursvoorzitter Rijxman vragen om zich met de discussie te bemoeien mag worden gezien als een opmerkelijke actie. Is dat niet de omgekeerde wereld? 

Bovendien is het de vraag of de crisis die nu in de omroepjournalistiek aan het licht komt, niet ook en vooral mede wordt veroorzaakt door ontwikkelingen binnen het omroepbestel zelf. Het bestel is ooit opgericht om burgers die zich organiseerden rond een ideaal, de gelegenheid te geven hun maatschappijvisie via radio en televisie onder de aandacht te brengen. Aan die programma’s worden de eisen gesteld dat ze zich richten op een algemeen publiek, van professionele kwaliteit zijn én ze moeten een maatschappelijke stroming vertegenwoordigen. Deze variëteit aan journalistieke visies bepaalt het unieke karakter van het bestel.

Ik zie een tendens naar neutrale journalistiek als norm voor de publieke omroep in zijn geheel, waardoor een grijze, algemene waarheid ontstaat met een sterke focus op het mainstream-denken. Meningen die buiten de gangbare bandbreedte vallen hebben moeite om radio en televisie nog te bereiken. Daardoor dreigt het avontuur uit het inhoudelijke debat te verdwijnen. Dat de VPRO fel wordt aangevallen op zijn keuzes rond de Kaag-documentaire laat zien dat de publieke omroep steeds verder afdrijft van het oorspronkelijke ideaal.

Een discussie over het beleid van afzonderlijke omroepen is legitiem, maar hoort niet bij het centrale apparaat van de NPO. Bemoeienis met die ene journalistieke keuze vandaag, treft morgen een ander en dat legt de bijl aan de wortel van de journalistieke onafhankelijkheid.

Systeemfout
De sturing van het omroepbestel is in de loop van de jaren meer en meer verlegd van de omroepen naar de NPO. De NPO heeft - anders dan de omroepverenigingen - geen directe worteling in de samenleving en ademt in de ogen van zijn critici de geur van gevestigde belangen. Van een organisatie met sterke betrokkenheid van burgers en programmamakers (civil society) heeft de publieke omroep zich ontwikkeld tot een gouvernementele organisatie, waarin managers grote invloed hebben op de programmering. In praktijk beschikt de NPO over veel formele en informele, dus onzichtbare, sturingsmechanismen die direct de inhoud raken.

Zo zijn hoge kijkcijferdoelstellingen een instrument waarmee inhoudelijke keuzes worden beïnvloed. Maar ook het toewijzen van geld. Denk aan het grote aantal potjes waaruit programmamakers kunnen putten met als nadeel dat elke subsidiënt invloed uitoefent op inhoudelijke keuzes. Ook de sterke gerichtheid op succes heeft een negatieve invloed op de veelzijdigheid van de publieke omroep. Succes werkt verslavend en wordt gekopieerd. Dat leidt tot een herhaling van hetzelfde.

Ik noem hier de talkshows Op 1 met name, omdat daarin het duidelijkst de erosie van de journalistieke ambitie zichtbaar is. Ooit begonnen als opiniërend ankerpunt op de avond, kregen deze programma’s meer en meer een amusementair karakter en hebben ze zich in de ogen van een toenemend aantal critici ontwikkeld tot journalistiek theater. Sommige meningen zijn hierdoor oververtegenwoordigd, afwijkende standpunten zijn ondervertegenwoordigd. Daardoor voelt een groeiende groep zich onvoldoende gerepresenteerd en die is de NPO gaan zien als vertegenwoordiger van de macht. Het is een fout die in het systeem is ingebakken omdat de omroepen sterk aan autonomie hebben ingeboet.

Belangenverstrengeling
Er is nog een ander fenomeen. Steeds meer journalisten bij de publieke omroep zijn zelfstandige ondernemers, die er naast hun professie andere activiteiten op na houden. Het runnen van een productiebedrijf, het geven van workshops, het uitvoeren van commerciële opdrachten; activiteiten die kunnen leiden tot loyaliteitsconflicten en de opiniering kleuren zonder dat we het weten. Dan zijn er nog al die flex-contracten, waardoor redacties in een afhankelijke positie verkeren en ontmoedigd worden om zich kritisch te roeren. De crisis in Hilversum is dus dieper dan de faux pas van Kelder en de verwarring rond de VPRO-documentaire.

Journalist in de top
Wat is de oplossing? Om te beginnen een fundamentele discussie over de journalistieke rol die de publieke omroep voor zichzelf ziet en hoe daaraan inhoud wordt gegeven. Het introduceren van een ruimhartiger beleid jegens dwarsdenkers als PowNed dat een nuttige functie vervulde in het doorbreken van een journalistieke routine, bijvoorbeeld in de omgang met politici, die normaal leek (ons kent ons), maar het niet was. PowNed is het voorbeeld van een organisatie die in de wasstraat van de publieke omroep veel kleur heeft verloren.

Het doel van deze bezinning: terugbrengen van de pluriformiteit zodat meer Nederlanders zich gerepresenteerd voelen. Dat vraagt om een grotere betrokkenheid van de top van de NPO bij de informatieve taak van de publieke omroep. De lethargie kan doorbroken worden door bij de komende bestuurswisseling in de Raad van Bestuur van de NPO niet de zoveelste manager of oud-politicus te benoemen maar een journalist, met de opdracht om het journalistieke klimaat bij de publieke omroep (aanmerkelijk) te verbeteren.

In de serie essay voor KIM, het forum voor reflectie en journalistiek, verschenen eerder de volgende bijdrages:

Josse de Voogd: ‘De media worden geplaagd door institutioneel Randstadisme’

Lise Witteman over de besluitvorming in Brussel: misschien wel het grootste taboe van Den Haag

 

Ton Verlind begon zijn journalistieke loopbaan in 1969 bij een krant en werkte tot 1974 als verslaggever bij dagblad De Stem. Daarna stapte hij over naar de publieke omroep waar hij in verschillende functies en bij verschillende omroepen actief was:

1974-1979 politiek en sociaal-economisch verslaggever TROS
1979-1992 verslaggever, presentator, eindredacteur Brandpunt
1992-1995 hoofd informatie programma’s KRO TV
1995-2007 mediadirecteur KRO

Van zijn hand kwam onlangs een boek uit onder de titel ‘Een schitterende slangenkuil’, een verslag van zijn persoonlijke reis door 50 jaar journalistiek. In dat boek is hij kritisch op ontwikkelingen zoals die zich binnen de publieke omroep voltrekken.

Praat mee

Colofon

Villamedia is een uitgave van Villamedia Uitgeverij BV

Postadres

Villamedia Uitgeverij BV
Postbus 75997
1070 AZ Amsterdam

Bezoekadres

Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Contact

redactie@villamedia.nl

Redactie (tips?)

Dolf Rogmans
Hoofdredacteur

Marjolein Slats
Adjunct-hoofdredacteur

Linda Nab
Redacteur

Lars Pasveer
Redacteur

Trudy Brandenburg-Van de Ven
Redacteur

Anneke de Bruin
Vormgever

Marc Willemsen
Webontwikkelaar

Vacatures & advertenties

redactie@villamedia.nl

Bereik

Villamedia trekt maandelijks gemiddeld 120.000 unieke bezoekers. De bezoekers genereren momenteel zo’n 800.000 pageviews.

Rechten

Villamedia heeft zich ingespannen om alle rechthebbenden van beelden en teksten te achterhalen. Meen je rechten te kunnen doen gelden, dan kun je je bij ons melden.