website over journalistiek

x

Villamedia heeft een app

 

Staat van onafhankelijke onderzoeksjournalistiek in Nederland: Deel II

Lars Pasveer — Geplaatst in onderzoek op dinsdag 10 juli 2018, 08:30

Filterbubbels en nepnieuws vervormen je blik op de wereld | Joep Bertrams

Filterbubbels en nepnieuws vervormen je blik op de wereld | Joep Bertrams

Nieuws Eind vorige maand is een aantal onderzoeken naar de staat van onafhankelijke onderzoeksjournalistiek in Nederland gepubliceerd, uitgevoerd in opdracht van het ministerie van Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media. De onderzoeken dienen als basis voor gesprekken met de mediasector over toekomstig beleid.

We lazen het (Engelstalige) rapport Beyond the filter bubble: concepts, myths, evidence and issues for future debates [.pdf] en Inventarisatie methodes om ‘nepnieuws’ tegen te gaan [.pdf], die beiden werden uitgevoerd door de Universiteit van Amsterdam (UvA).

Beyond the filter bubble
Van een filter bubble is sprake wanneer mensen zich al dan niet bewust enkel omringen met mensen en media die eenzelfde mening uitdragen. Afwijkende (of misconcepties corrigerende) meningen dringen niet meer door, waarmee effectief een bubbel wordt gecreëerd.

Onderzoekers Judith Möller en Natali Helberger van de UvA wijzen in dat kader ook op de risico van algoritmes die op basis van eerder getoonde interesses nieuws aanprijzen. Dat kan, in potentie, polarisatie in de maatschappij aanwakkeren, het publieke discours versplinteren, nieuwe tweedelingen in de maatschappij veroorzaken en nieuwe (economische) afhankelijkheden creëren.

Genoeg reden dus om als maatschappij te waken voor bubbels. Voor wat betreft de situatie in Nederland is er reden tot optimisme: op dit moment is voldoende empirisch bewijs om te concluderen dat maar een kleine groep Nederlanders het risico op een filterbubbel loopt, stellen Möller en Helberger.

Positieve geluiden
Op basis van eigen data en gegevens uit het zogeheten Reuters Digital News Survey van afgelopen juni (waarin ook gewag werd gemaakt van een bescheiden risico op bubbels en nepnieuws in ons land, red.) stellen de onderzoekers dat er weinig bewijs is van polarisatie in Nederland: “Er kan geconcludeerd worden dat op dit moment het overgrote deel van de Nederlandse nieuwsconsumenten niet verdeeld is langs ideologische lijnen van links of rechts.”

Wat bovendien helpt is dat de nieuwsconsument in Nederland de voorkeur geeft aan oude ‘traditionele’ media om nieuws te halen. Ruim de helft (53 procent) krijgt zijn nieuws via klassieke nieuwsbronnen en slechts 17 procent haalt het nieuws exclusief online. Online media in Nederland zijn bovendien terughoudend met algoritmen om ander nieuws aan te prijzen.

Verder heeft de Nederlander een relatief groot vertrouwen in de nieuwsmerken, constateerde het Reuters Institute. Amerikaans onderzoek naar de impact van nepnieuws en filterbubbels laten zich nauwelijks naar Nederland vertalen, aldus de onderzoekers. De publieke zenders - uniek voor Nederland - drukken daarbij een dominante stempel op het nieuwslandschap.

Ook ontbreekt het volgens de onderzoekers op sommige punten nog aan gericht onderzoek - en daarmee data voor harde conclusies. Welke impact zoekmachines hebben op personalisatie van het nieuws is bijvoorbeeld nog nauwelijks onderzocht. Jongere generaties, voor wie lineair kijken en traditionele nieuwsconsumptie steeds minder gebruikelijk is, zullen deze ‘publieke sociale ruimte’ mogelijk minder delen.

Zorg
Het is nog te vroeg om de vlag uit te steken, aldus Möller en Helberger. Europa en Nederland staan nog aan het begin van wat technisch kan met algoritmen om nieuws aan te prijzen. Ook is er weinig wetenschappelijk onderbouwd onderzoek dat zich op filterbubbels in Europa richt.

Het is dus zaak de digitale nieuwsmarkten kritisch te volgen. De vitaliteit van het Europese medialandschap is van belang om het risico van filterbubbels goed in te kunnen schatten. Het Nederlandse medialandschap is divers, met een sterke, maar vergrijzende publieke omroep. Nederlanders waarderen echter diversiteit en hun toegang tot meerdere nieuwsbronnen.

Inventarisatie methodes om ‘nepnieuws’ tegen te gaan
Het Instituut voor Informatierecht (IViR) van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de UvA boog zich over het fenomeen nepnieuws en wat daartegen te doen is.

In het 88-pagina’s tellende rapport worden veel thema’s herhaald die ook bij Villamedia de afgelopen jaren uitgebreid zijn behandeld.

Het nepnieuws of desinformatie is er in een aantal verschijningsvormen: soms opzettelijk gelogen om personen te treffen en soms inhoudelijk wel incorrect maar niet met kwaadaardige bedoelingen samengesteld. En er is opzettelijk samengestelde desinformatie dat waarheidsgetrouwe elementen gebruikt om mensen, organisaties of landen te beschadigen.

Maatregelen
Met de vormen van nepnieuws gedefinieerd is het de vraag hoe het kan worden bestreden zonder dat de vrijheid van meningsuiting in het gedrang komt.

Volgens de onderzoekers zijn dit de voornaamste opties:

Preventieve maatregelen, waarbij bijvoorbeeld via onderwijs de mediawijsheid wordt vergroot. Wie nepnieuws kan herkennen, is er beter tegen gewapend. Mediastartup DROG lanceerde vorig jaar bijvoorbeeld het interactieve spel ‘Slecht Nieuws’, mede gefinancierd door het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek.

“Het hanteren van niet-regelgevende maatregelen, zoals het gebruik van geloofwaardigheidsscores, lijkt in Nederland passend. Net als bij de ‘contextualisering’ van nepnieuws, dragen geloofwaardigheidsscores bij aan mediageletterdheid, omdat het gebruikers leert kritisch om te gaan met nepnieuws-artikelen”, stellen de onderzoekers.

Ze vervolgen: “Het gemak waarmee onjuiste content kan worden gegenereerd of authentieke content kan worden gemanipuleerd om onjuiste of vertekende berichten en indrukken over te brengen is zeer verontrustend. Het roept op tot meer waakzaamheid dan ooit van de kant van publieke waakhonden en gewone individuen.”

Verder kunnen ‘identificatie- en monitoringmaatregelen’ worden genomen. Dat betekent bijvoorbeeld de inzet van factcheckers (bij Facebook inmiddels al gebruikelijk) of het Google Factcheck-label voor zoekresultaten en de eigen Google News-dienst. Er zijn verder technische hulpmiddelen die nepnieuws kunnen identifceren of notoire bronnen van desinformatie kunnen blacklisten. Dat laatste is bepaald niet oncontroversieel, gezien de rel tussen het desinfo-bureau van de Europese Unie en diverse Nederlandse media, die als verspreiders van nepnieuws waren aangemerkt.

In die lijn vallen ook ‘beperkings- of correctiemaatregelen’, die bij desinformatie andere, corrigerende bronnen plaatst of aangeeft dat de inhoud van materiaal omstreden is. Uit onderzoek zou blijken dat mensen nieuws met een kritische noot over de geloofwaardigheid minder snel delen.

Verder zijn er regelgevende en niet-regelgevende tegenmaatregelen te nemen tegen nepnieuws, bijvoorbeeld door platforms en gebruikers juridisch verantwoordelijk te stellen voor het actief verspreiden van nepnieuws. Deze strafbaarstelling staat wel op gespannen voet met de vrijheid van meningsuiting. Toch is er in Duitsland al zulke wetgeving van kracht en werken ook andere Europese landen aan zulke regelgeving.

In deze serie verscheen eerder:

Staat van onafhankelijke journalistiek in Nederland: Deel I

Nog geen reacties

Om te reageren moet je een Villamedia Account hebben en moet je eerst ingelogd zijn.

Mag Inspiration Day