Rechtbank Amsterdam herroept €1-dwangsom in Woo-procedure na verzet FTM
De Rechtbank Amsterdam heeft een eerdere beslissing om een dwangsom van één euro per dag op te leggen in een Woo-procedure herroepen na verzet van Follow The Money (FTM). Het bedrag dat het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) moet betalen als ze dit keer de beslissingstermijn niet halen, gaat weer omhoog.
Het onderzoeksplatform probeert al ruim twee jaar in twee zaken via Woo-verzoeken informatie te krijgen over de beruchte mondkapjesdeal van het ministerie van Volksgezondheid. Het gaat om de communicatie tussen bewindslieden en het onderzoek van Deloitte naar de deal.
Bij een derde treffen voor de rechter, voor beide zaken, vorig jaar augustus, legde de rechter in één zaak slechts een symbolische dwangsom op voor het uitblijven van een eindbesluit op een Woo-verzoek.
Hogere bedragen vormden volgens de rechter toch geen prikkel voor VWS.
FTM was ‘not amused’. Het platform schreef: “Dat VWS meerdere gerechtelijke oordelen naast zich neerlegt, is kennelijk een argument om de hoogte van de dwangsom te beperken. De rechter ruilt daarmee een bot geworden wapen in voor een speelgoedwapen.”
FTM verzette zich dus tegen deze uitspraak, omdat het de rechtsbescherming ondermijnde en het ministerie onvoldoende tot actie aanspoorde. De rechtbank heeft nu het verzet tegen de dwangsom van één euro gegrond verklaard. De rechter oordeelde dat de zaak niet zonder zitting had mogen worden afgedaan en dat de eerdere uitspraak daarmee vervalt.
VWS is nu opgedragen uiterlijk 31 maart 2025 volledig te beslissen over het Woo-verzoek. Indien deze termijn niet wordt gehaald, moet het ministerie een dwangsom van 250 euro per dag betalen, met een maximum van 37.500 euro.
Reactie FTM
FTM is tevreden dat de rechtbank het verzet tegen de symbolische dwangsom van €1,00 in de Woo-procedure gegrond heeft verklaard. “Met het opleggen van een hoge dwangsom heeft de rechtbank gewaarborgd dat het ministerie van VWS niet zomaar het eindbesluit op ons Woo-verzoek kan blijven oprekken. Dit is een belangrijke uitspraak voor de rechtsbescherming.”


Praat mee