Plasterk: ‘Afluisteren niet uit te sluiten’
De Nederlandse overheid kan niet uitsluiten dat journalisten in ons land worden afgeluisterd. Dat schrijft minister van Binnenlandse Zaken Ronald Plasterk in een reactie op vragen van de Kamerleden Gerard Schouw (D66) en Ronald van Raak (SP). Plasterk stelt in zijn antwoord dat inlichtingen- en veiligheidsdiensten op grond van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (Wiv 2002) bijzondere bevoegdheden kan inzetten tegen journalisten en dat niemand daarvan is uitgezonderd. “Dat zou zich niet met de goede taakuitvoering van de diensten verdragen. De diensten kunnen in het kader van hun wettelijke taakuitoefening slechts onder strikte voorwaarden overgaan tot het uitoefenen van bijzondere bevoegdheden jegens journalisten.”
Plasterk haalt in zijn reactie ook een uitspraak van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) aan, waarin gesteld wordt dat de Wiv 2002 ten onrechte geen onafhankelijke toets bevat die moet bepalen of de wet mag worden ingezet om journalistieke bronnen te achterhalen. “Daartoe is een wetswijziging aanhangig gemaakt, die er in voorziet dat in de Wiv 2002 een bepaling wordt opgenomen, waardoor de rechter toestemming moet verlenen voor de inzet van bijzondere bevoegdheden tegen journalisten, gericht op het achterhalen van hun bronnen. In afwachting van de wetswijziging wordt in de praktijk gewerkt in overeenstemming met de uitspraak van het EHRM.”


Praat mee
1 reactie
Vincent Verweij, 7 februari 2015, 12:08
Als je de dubbele ontkenning uit de eerste zin van dit bericht haalt, staat er: “De Nederlandse overheid kan uitsluiten dat journalisten in ons land worden afgeluisterd.”
Maar dat schrijft Plasterk niet. Journalisten kunnen wél worden afgeluisterd, dus die eerste zin bevat een ontkenning te veel en is daarmee onterecht geruststellend.