Onderzoeksjournalist Huub Jaspers: ‘Journalisten zijn een gewilde prooi voor inlichtingendiensten’
Huub Jaspers (67), oud-redacteur van radioprogramma Argos, heeft spraakmakende onthullingen op zijn naam staan, die, zo blijkt, ook de aandacht trokken van de inlichtingendienst AIVD. De documenten die hij kreeg na zijn inzageverzoek zijn slechts het topje van de ijsberg. Jaspers vecht voor meer informatie van de inlichtingendiensten en is naar de rechter gestapt.
Dit artikel wordt met je gedeeld door NVJ-lid Marjolein Slats. Ook lid worden?
Jaspers heeft tientallen items gemaakt over inlichtingendiensten en geheime operaties, onder andere voor Argos en geldt als expert op dit gebied. Hij begint dit interview aan de keukentafel van zijn huis in Nijmegen met een waarschuwing aan zijn collega’s: journalisten zijn een gewilde prooi voor inlichtingendiensten. ‘Het werk van een onderzoeksjournalist lijkt heel erg op dat van een politierechercheur of een analist van een inlichtingendienst. Als wij als verslaggever naar China gaan komen wij op plekken waar een AIVD-medewerker met z’n AIVD-pasje nooit zou binnenkomen. Als journalist misschien wel.
Je kunt informant zijn zonder dat je het zelf weet. Je praat bijvoorbeeld met iemand van de Nederlandse ambassade in Turkije en je weet niet dat hij of zij daar vervolgens een verslag van maakt voor de AIVD. Dat gebeurt natuurlijk. Op veel ambassades zitten medewerkers van de inlichtingendiensten.’ Daarvan moeten we ons bewust zijn, zegt Jaspers. ‘Voor journalisten kan dit levensgevaarlijk zijn, bijvoorbeeld in oorlogssituaties. Bovendien drogen onze bronnen op als die vermoeden dat journalisten samenwerken met inlichtingendiensten. Bronnen moeten erop kunnen vertrouwen dat dit niet het geval is.’
Bijzondere bevoegdheden
In de jaren 80 was Jaspers activist en toen al geïnteresseerd in de wereld van inlichtingendiensten. Zo was hij bestuurslid van de Vereniging Voorkom Vernietiging (VVV), die was opgericht om te voorkomen dat BVD-dossiers (voorloper van de AIVD, red.) na de val van de Berlijnse Muur zouden worden vernietigd.
Midden jaren 90 vroeg hij zijn dossier op bij de BVD. Dat resulteerde in een vijftal documenten. Heel mimimaal, constateerde hij toen al.
In mei 2023 besloot hij opnieuw zijn persoonsdossiers op te vragen. Hij vroeg zich af welke informatie over hem door de AIVD en MIVD was verzameld. En hij had méér vragen: ‘Hebben ze mij gevolgd tijdens mijn journalistieke werk? En hebben ze daarbij bijzondere bevoegdheden ingezet, zoals telefoon aftappen, post openen, een observatieteam achter me aan zetten? Meermaals ben ik erop gestuit dat een dienst mijn bronnen probeerde te achterhalen.’
Via dit formulier kun je achterhalen of je in het vizier van de AIVD en haar voorloper de BVD bent (geweest).
Officiële klacht
Jaspers bereidde zijn aanvraag goed voor met hulp van juridisch adviseur Roger Vleugels. Bij de AIVD vroeg hij over meer dan honderd onderwerpen dossiers op. Bij de MIVD ging het om zo’n zeventig onderwerpen. Het gaat onder meer om diverse oorlogen, vredesoperaties, inlichtingendiensten, kindermisbruik en de Eritrese gemeenschap.
Van de AIVD ontving hij na de eerste ‘zoekslag’ een overzicht met 98 documenten en na een aangevraagde hoorzitting in het kader van de bezwaarprocedure in maart van dit jaar nog eens 57 documenten. Daarbij gaat het om 15 onderwerpen waar Jaspers zich als journalist mee bezig heeft gehouden. De MIVD verstrekte hem slechts 3 documenten.
‘De MIVD heeft mijn verzoek om inzage schandalig slecht behandeld. De dienst stuurde het besluit op bezwaar pas op nadat de termijn waarbinnen ik beroep bij de rechtbank kon aantekenen al was verstreken. Ik ga daarover een officiële klacht indienen bij de minister van Defensie.’ Wat betreft de AIVD is hij al in beroep gegaan bij de rechtbank. Hij wacht nu op een zitting.
Weggewerkt, onzichtbaar gemaakt
Alleen al bij de AIVD gaat het om vele honderden pagina’s. Dat klinkt indrukwekkend, maar is een fractie van wat Jaspers had verwacht. De AIVD heeft documenten over zijn activistische tijd vrijgegeven, waaronder over de VVV, maar ook over zijn journalistieke werk. Wat opvalt is dat er heel veel documenten zijn waar 95 procent van de tekst is weggelaten. Lege pagina’s met daarin alleen een sliertje letters: ‘Huub Jaspers…’. Veel is weggewerkt, onzichtbaar gemaakt onder het motto ‘werkwijze’ (die geheim moet blijven) of ‘bronbescherming’. Slechts een klein deel is ongecensureerd.
Bronnen achterhalen
Jaspers is dan ook ontevreden over het resultaat. Zo mist hij informatie over Maximator, een afluistergenootschap waar Nederland met nog vier landen deel van uitmaakte. Dit samenwerkingsverband was gerelateerd aan operatie Rubicon. Kort samengevat: in 1970 kocht de Duitse inlichtingendienst BND samen met de Amerikaanse CIA in het diepste geheim het Zwitserse bedrijf Crypto AG op, destijds dé wereldmarktleider voor encryptie-apparatuur. Deze overname maakte het mogelijk dat de BND en de CIA gedurende twintig jaar de meest geheime informatie van meer dan 130 regeringen konden afluisteren.
Jaspers: ‘Ik heb dit in 2020 voor Argos onthuld, samen met hoogleraar Bart Jacobs en in samenwerking met de ZDF en The Washington Post. Via allerlei contacten hoorde ik dat tijdens ons onderzoek onder andere de CIA probeerde te achterhalen hoe wij aan de informatie kwamen over deze ultrageheime operaties. In de stukken die de AIVD me nu over deze affaire gestuurd heeft zit een lang document dat bijna helemaal witgelakt is.’
Interne communicatie
Jaspers kreeg ook Wob-verzoeken (tegenwoordig Woo, red.) toegestuurd door de AIVD. Hij geeft een voorbeeld: ‘Samen met Pieter Klein van toen nog RTL Nieuws en Joost Oranje van toen nog NRC heb ik een Wob-verzoek gedaan aan het ministerie van Binnenlandse Zaken om alle onderliggende stukken van de Commissie Davids over de Nederlandse politieke steun aan de Irak-oorlog te krijgen. Dit Wob-verzoek zit in het AIVD-dossier dat ik ontvangen heb. Soms zitten er nog dingen in waaruit blijkt dat er interne communicatie is geweest over een Wob-verzoek, maar die zijn dan juist weggelakt. Er staat bijvoorbeeld op een pagina: “Het was wel een reden voor Huub….” En verder staat er niks. Op die hele pagina is verder alles witgelakt. Ze sturen mijn eigen verzoeken terug, maar niks over hoe zij daar intern over gecommuniceerd hebben. Maar juist daarin ben ik natuurlijk geïnteresseerd. Mijn eigen Wob-verzoek ken ik wel.’
Monitor Journalistiek en Inlichtingendiensten
Sinds april dit jaar is Jaspers, samen met Joep Dohmen (NRC), adviseur bij de Monitor Journalistiek en Inlichtingendiensten, een initiatief van onderzoeksjournalist Stella Braam die zelf een inzage-dossier van meer dan 300 pagina’s van de AIVD heeft ontvangen en hierover een klacht heeft ingediend bij de CTIVD, de onafhankelijke toezichtcommissie. Er wordt onderzoek gedaan, gefinancierd door Stichting Muckraker, naar de relatie tussen de journalistiek en inlichtingendiensten.
Jaspers pleit voor een verzamelpunt voor kennis over dit onderwerp. ‘Dit is ook belangrijk voor het aanzien van de journalistiek, dat we echt onafhankelijk zijn en ons niet voor het karretje van een overheidsdienst laten spannen’, stelt hij. ‘Ik vind dat wij vanuit onze eigen beroepsgroep het maximale moeten doen om dit soort risico’s zo klein mogelijk te maken. We moeten hierover nadenken, ervan leren, misschien richtlijnen over opstellen en journalisten trainen.’ Jaspers werkt samen met Braam aan het opzetten van een training over het beschermen van bronnen en zo veilig mogelijk werken.
Astrid van Unen doet samen met initiatiefnemer Stella Braam onderzoek naar de relatie tussen inlichtingendiensten en de journalistiek.


Praat mee
3 reacties
Dellebeke, 17 juli 2025, 19:38
Het werk van een onderzoeksjournalist lijkt heel erg op dat van een politierechercheur of een analist van een inlichtingendienst.
Dit is een ridicule opmerking omdat het werk van een politierechercheur niet is te vergelijken met dat van een analist van een inlichtingendienst.
Even lachwekkend is de veronderstelling dat een AIVD-medewerker met z’n AIVD-pasje naar een buiteland zou reizen om gegevens te verzamelen. Er zijn meer wegen. U bent, misschien terecht, slecht op de hoogte van de uitvoering van het werk van inlichtingendiensten.
Hoopvol wanneer u vindt dat u en collega’s over relatie media en inlichtingendiensten moet nadenken, ervan leren, misschien richtlijnen over opstellen en journalisten trainen.’
Bij de opzet van een training door Jaspers en Stella Braam over het beschermen van bronnen en zo veilig mogelijk werken, kan ihkv objectiviteit en evenwichtigheid gedacht worden aan input door of gesprekken met (oud-) medewerkers(s) van een of beide diensten.
Tenzij eenzijdige belichting het doel is natuurlijk.
Huub Jaspers, 5 augustus 2025, 15:57
Bij dezen mijn - vanwege vakantie verlate - reactie op de kanttekening van oud-AIVDer Kees Jan Dellebeke.
SOMS lijkt het werk van een journalist op dat van een politierechercheur en SOMS op dat van een inlichtingenanalist. Ik besef heel goed dat dit twee vakken zijn die grote verschillen hebben. Waar het in mijn betoog in de kern om ging is dat journalisten – meer dan zij vaak doorhebben – gewilde prooi zijn voor inlichtingendiensten. Daarover hebben wij in de loop der jaren een hele reeks van Argos-uitzendingen gemaakt. Het blijkt uit onderzoek in de aan het Nationaal Archief overgedragen BVD-dossiers - door vooral NRC, maar ook door Het Parool en Argos.
Dit is overigens ook beschreven in de vakliteratuur over inlichtingendiensten. Zie bijvoorbeeld het met tal van voorbeelden gedocumenteerde boek ‘Geheimdienst, Politik und Medien’ van de Duitse BND-expert Erich Schmidt-Eenboom. Of neem de memoires van de Berlijnse politieman Wilhelm Stieber, die in 1863 van Reichskanzler Otto von Bismarck de opdracht kreeg om de eerste Duitse inlichtingendienst op te zetten. Stieber richtte bij de werving van medewerkers zijn vizier in eerste instantie op journalisten. In zijn memoires legde hij uit waarom (de vertaling van het citaat uit het Duits is van mij, H.J.):
“Omdat journalisten altijd en overal het recht hebben om vragen te stellen, vormen zij onverdacht personeel voor een geheime observatiedienst, temeer omdat zij het vermogen hebben om vraagstukken op begrijpelijke wijze uiteen te zetten en feiten te onderscheiden van geruchten. Zelfs de meest geheime economische of militaire onderwerpen kunnen vertegenwoordigers van de pers volstrekt ongehinderd behandelen. Ja, ze kennen vaak hoge politici en militairen zo vriendschappelijk, dat dezen in aanwezigheid van de betreffende journalist geen geheim maken van hun kennis… Ik adviseer derhalve dat mijn ‘Residenten’ (dat zijn bij de BND de leidinggevenden die bij de CIA ‘station chiefs’ heten – H.J.), als het niet zelf al mannen van de pers zijn, journalisten werven - op zijn minst als informanten, zonder dat zij per se in de gaten hebben wat er gebeurt met de door hen geleverde informatie. Samenvattend: men kan voor een geheime inlichtingendienst geen misleidender masker uitvinden dan een het hele land omvattend systeem van vermeende pers-verslaggevers. Want de privileges die zelfs de minste onder hen heeft, alleen al de benaming ‘verslaggever van de krant’, blijken een waar ‘Sesam open u’ te zijn, ook op plekken waar de gewone sterveling nooit binnen gelaten zou worden.”
Dellebeke, 20 augustus 2025, 14:05
“Journalisten zijn gewilde prooi voor inlichtingendiensten”
Prooi is de buit van een roofdier
De journalist is een ‘slachtoffer’? Hiermee doet u uw collega’s tekort.
Door een overheidsorgaan als ‘roofdier’ te bestempelen ontkent u de beperkingen van een inlichtingendienst in de huidige democratie, onder andere door de aanwezigheid van media.
Media-onderzoek van BVD-persoonsdossiers - vaker een verzameling van door anderen opgestelde, al dan niet officiële papieren of zelfs krantenknipsels (mediaproducten) - vertoont dikwijls een eenzijdig beeld waarbij onevenredig weinig aandacht wordt besteed aan de logische, verwachte en zelfs opgedragen wettelijke taken van een veiligheidsdienst. Hieruit is meermaals een lacune in de kennis van media over de werkwijzen van de diensten gebleken. Zelf heb ik enige malen (on- en off-the-record) aan journalisten kunnen uitleggen volgens welke werkwijzen en werkmethoden de dossiervorming (persoonsdossiers) tot stand kwam, waarna deze nuancering in de media niet was terug te vinden. Iedereen kan toeschrijven naar een van te voren bedachte en gewilde conclusie, maar dat vind ik geen eerlijke journalistiek.
Welke overeenkomsten hebben niet nader genoemde voorbeelden uit ‘Geheimdienst, Politik und Medien’ van de Duitse BND-expert Erich Schmidt-Eenboom, noch memoires van Wilhelm Stieber, die in 1863 opdracht kreeg om de eerste Duitse inlichtingendienst op te zetten, met de actuele werkwijzen en methoden van de huidige Nederlandse inlichtingendiensten. Waarom citeert u over een situatie in een geschiedschrijving van meer dan honderdzestig jaar (!!) geleden die plaatsvond in een tijd van realpolitik waarbij vaak onconventionele middelen werden ingezet in een buitenland een complex andere geopolitiek wereldsituatie dan de huidige? Achterhaald en niet realistisch!
Dit geldt mijns inziens evenzo voor de rest van uw citaat over “een geheime inlichtingendienst” die misleidend gebruik maakt van een “heel land omvattend systeem van ‘vermeende persverslaggevers’” Dat is onzin, zoals u zelf ook weet.