— dinsdag 23 oktober 2018, 14:00 | 0 reacties, praat mee

Frits van Exter over de vraag of bronbescherming ook tot iets verplicht

© Truus van Gog

Is het recht op bronbescherming voor ‘journalisten en publicisten’ werkelijk zo onbegrensd? Justitie verwacht wel iets terug.

Het was een serieuze, maar ook feestelijke bijeenkomst, woensdag 17 oktober in Den Haag. De top van Justitie en de journalistiek feliciteerden elkaar met het bereiken van een mijlpaal: de verankering van het recht op bronbescherming in het strafrecht.

Hoewel het voor sommige voorgangers minder vanzelfsprekend was, noemde minister van Justitie, Ferdinand Grapperhaus (VVD) in zijn toespraak ‘bronbescherming een sine qua non voor een vrije pers als dienaar van onze democratie’. De aanwezige vertegenwoordigers van NVJ en het Genootschap van Hoofdredacteuren hadden het niet beter kunnen zeggen.

Wie de minister hoorde spreken, kon zich moeilijk voorstellen dat het verschoningsrecht zo moeizaam tot stand is gekomen. Grapperhaus: ‘Een journalist die zijn bronnen niet kan beschermen, dreigt daarmee ook zijn toegang tot die bronnen te verliezen en is niet langer in staat om zijn werk goed te doen.’ En de hoogste baas van het Openbaar Ministerie, Gerrit van der Burg, noemde bronbescherming ‘deel van de vitale uitrusting van de journalistiek’.

Dat het grote goed van de persvrijheid nog niet is doorgedrongen tot alle geledingen van Justitie, moge blijken uit berichten over de recente inzet van dwangmiddelen tegen journalisten: afluisteren van gesprekken, opvragen van telefoongegevens en vorderen van journalistiek materiaal. Grapperhaus en Van der Burg beloofden plechtig beterschap.

De toekomst moet uitwijzen waar de grenzen van bronbescherming liggen. De rechter-commissaris kan immers bepalen dat door geheimhouding van een bron ‘een onevenredig grote schade zou worden toegebracht aan een zwaarder wegend maatschappelijk belang’. Wat is dat belang? Een zaak van leven of dood? Een gevaar voor de staatsveiligheid? En is dat laatste bijvoorbeeld al in het geding als er gelekt wordt uit de vertrouwenscommissie voor de benoeming van een burgemeester? We gaan het meemaken.

Een tweede vraag is wie er uiteindelijk recht heeft op bronbescherming. De journalistieke organisaties zijn blij dat is gekozen voor een ruime en bewust vage omschrijving: ‘journalisten en publicisten’. Dat strookt met de opvatting dat persvrijheid betekent dat de journalistiek zich niet laat reguleren.

De wetgever heeft zich daarbij weinig aangetrokken van het advies van de Raad van State, die ‘een zodanig ruime bescherming ongewenst’ vond. We kunnen ons voorstellen dat de scheidend vice-voorzitter van de Raad van State, Piet Hein Donner, knarsetandend heeft vastgesteld dat de journalist nu een privilege wordt gegund, zonder ook maar enige tegenprestatie. De vraag van de Raad ‘aan welke eisen van beroepsethiek journalisten zich gebonden achten en op welke wijze de naleving daarvan gewaarborgd kan worden’, blijft onbeantwoord.

Het was dezelfde Donner, die in 2004 als voorganger van Grapperhaus, de pers een gering verantwoordelijkheidsbesef verweet: ‘Bij iedere andere tak van bedrijvigheid waar de producten zo belangrijk zijn voor de samenleving en het gevaar van verlies van kwaliteit zo groot, zou de wetgever al lang hebben ingegrepen. Persvrijheid verzet zich daartegen’, zei de CDA-minister kennelijk met spijt.

De politiek heeft er de vingers niet aan willen branden, maar het is de vraag of het onbegrensde stand houdt en er in de juridische praktijk toch niet een onderscheid komt tussen meer of minder ‘echte’ journalisten en publicisten.

Grapperhaus maakte vorige week duidelijk dat ook hij vindt dat het recht op bronbescherming vraagt om journalistieke verantwoordelijkheid. Wie ‘zorgvuldig en integer’ is kan, wat de minister betreft, ‘op volledig begrip over anonimiteit van bronnen (…) rekenen’. Het omgekeerde zal dus in zijn ogen ook waar zijn: er kan minder begrip zijn voor degene die zich weinig gelegen laat liggen aan journalistieke mores. Ik ben benieuwd hoe deze ‘aanwijzing’ uitpakt.

Frits van Exter is voorzitter van de Raad voor de Journalistiek. Hij heeft geen stem in de beoordeling van klachten en verwoordt hier zijn persoonlijke mening.

Tips

- Wil je, om misverstanden bij de rechter-commissaris te voorkomen, ‘zorgvuldig en integer’ te werk gaan? Denk dan bijvoorbeeld aan de leidraad van de Raad voor de Journalistiek.
- Het is mooi dat de journalist bronbescherming geniet, maar de journalist is in de eerste plaats zelf verantwoordelijk voor de bescherming van zijn bronnen. Lees de tips uit een vorige aflevering van De Mores.

Praat mee

Colofon

Villamedia is een uitgave van Villamedia Uitgeverij BV

Postadres

Villamedia Uitgeverij BV
Postbus 75997
1070 AZ Amsterdam

Bezoekadres

Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Contact

redactie@villamedia.nl
020-30 39 750

Redactie (tips?)

Dolf Rogmans
Hoofdredacteur, 020-30 39 751

Marjolein Slats
Adjunct-hoofdredacteur, 020-30 39 752

Linda Nab
Redacteur, 020-30 39 758

Lars Pasveer
Redacteur, 020-30 39 755

Trudy Brandenburg-Van de Ven
Redacteur, 020-30 39 757

Anneke de Bruin
Vormgever, 020-30 39 753

Marc Willemsen
Webontwikkelaar, 020-30 39 754

Vacatures & advertenties

Karen Bais
020-30 39 756

Sofia van Wijk
020-30 39 711

Bereik

Villamedia trekt maandelijks gemiddeld 120.000 unieke bezoekers. De bezoekers genereren momenteel zo’n 800.000 pageviews.

Rechten

Villamedia heeft zich ingespannen om alle rechthebbenden van beelden en teksten te achterhalen. Meen je rechten te kunnen doen gelden, dan kun je je bij ons melden.