Afstudeerprijs Villamedia 2019

— woensdag 19 juni 2019, 13:30 | 10 reacties, praat mee

Frits van Exter over Bas van Hout, de NVJ en het risico van willekeur

Post van de Nederlandse Vereniging van Journalisten (NVJ). Ik ben welkom op de algemene ledenvergadering zaterdag 22 juni in Hilversum. Naast de gebruikelijke zaken prijkt op de agenda ook punt 9a.: 'De kwestie Van Hout en de NVJ'.

Het lid Robert Dulmers eist, mede namens enkele andere collega’s, het royement van journalist Bas van Hout omdat hij in de Volkskrant heeft toegegeven dat hij informant is geweest van de inlichtingendienst AIVD. Daarmee geeft Dulmers gevolg aan de eerdere oproep van de zelfbenoemde ‘journalist van het volk’, Arnold Karskens, om Van Hout het lidmaatschap te ontnemen wegens ‘grove schending van het beroepsgeheim’.

Uit bijgevoegde notitie blijkt dat het NVJ-bestuur er vooralsnog niet voor voelt. Het meent dat het al ver is gegaan door Van Hout publiekelijk te verwijten dat hij ‘de journalistieke erecode (...) op zeer ernstige wijze heeft geschonden’ met de vrees voor een schadelijk effect op de beroepsgroep. Het wil voordat er gesproken wordt over het concrete voorstel een lid uit te stoten, eerst van de leden horen hoe de NVJ ‘met dit soort integriteitskwesties van collega’s hoort om te gaan’.

Ik weet niet of het de bedoeling is dat dat een oeverloze discussie wordt, maar de kans is groot en dat is misschien maar goed ook. Wie op een achternamiddag tot royement besluit, zet de deur open naar willekeur.

Ik ga er natuurlijk niet over, althans niet meer dan andere NVJ-leden, maar omdat deze rubriek ‘De mores’ heet, voel ik me vrij bij te dragen aan de discussie over de ethiek van het journalistieke verenigingsleven. Met de kanttekening dat ik Bas van Hout niet ken en ook de wereld niet waarin hij en andere misdaadverslaggevers, soms in onderlinge naijver, hun werk doen.

Voorop staat dat een journalist geen informant van een inlichtingendienst moet zijn. Daarmee speel je dubbel spel met je bronnen. Het schaadt de integriteit van de beroepsgroep en kan het werk van collega’s zo niet gevaarlijker dan toch lastiger maken.

Het is geen verrassing dat diensten journalisten benaderen, maar het is onbekend hoeveel collega’s ook echt meewerken. Bas van Hout raadt het nu zelf overigens dringend af: ‘Ga nooit, ik herhaal nooit, samenwerken met de AIVD. De overheid is geen betrouwbare partner voor me gebleken. Ingaan op hun verzoek bleek levensgevaarlijk en is de grootste fout uit mijn leven.’

Van Hout zegt ook dat het contact (hij voerde van 1997 tot 2002 een reeks gesprekken) hem weinig waardevolle informatie heeft opgeleverd. Op zijn beurt zou hij de dienst alleen hebben getipt over op handen zijnde liquidaties. Hij meende dat dat zijn burgerplicht was. Dat kan voor journalisten een dilemma zijn. Maar er zijn ook andere manieren om Justitie te waarschuwen dat iemands leven op het spel staat. Bovendien: waar trek je de grens: moet het per se moord zijn, is de dreiging van bijvoorbeeld lichamelijk geweld geen reden om aan de bel te trekken?

Hoezeer je zijn gedrag ook afkeurt, een voorstel tot royement vraagt om meer zorgvuldigheid. Er zou tenminste eigen onderzoek aan vooraf moeten gaan. Daarin zou naar goed journalistiek gebruik ook sprake moeten zijn van hoor en wederhoor.

Het lastige is dat de reglementen van de NVJ daar weinig houvast bij bieden. Op grond van welke procedure en criteria kun je overgaan tot uitsluiting? Hoe voorkom je willekeur?

Een precedent is het royement van Micha Kat in 2011, nadat een rechtbank hem had veroordeeld wegens een doodsbedreiging aan het adres van Telegraaf-journalist Bart Mos. Maar dat lijkt me van een andere orde dan schending van het beroepsgeheim.

De NVJ wil meer zijn dan een vakbond. Zij wil volgens de statuten ook ‘de naleving van journalistieke gedragsregels’ en ‘bezinning op de geestelijke ethische aspecten van de journalistiek’ bevorderen. Mooi, maar dat is nog iets anders dan het voorschrijven van beroepscodes waaraan de leden zich dienen te houden op straffe van royement.

Wie dat wil veranderen, moet rekening houden met voortdurende twisten over de vraag wie deugt en wie niet deugt, wie mag blijven en wie niet.  Het kunnen misschien opwindende vergaderingen worden (‘Wat? Werk jij niet mee met de Raad voor de Journalistiek? Eruit!’) maar het lijkt me op gespannen voet te staan met het uitgangspunt dat het journalisten binnen de wet vrij staat hun eigen mores te voeren.

Overigens, een detail: het lidmaatschap van de NVJ staat ook open voor voorlichters, inclusief van de AIVD.

Tenslotte, is het kies om iemand te royeren op het moment dat hij, door grove nalatigheid van de inlichtingendienst, mogelijk ernstig gevaar loopt? Zou een vereniging, in plaats van uitsluiten, dan niet eerder de gelederen rondom hem moeten sluiten? Wat hem ook valt te verwijten, je blijft met je poten van onze collega af.

Frits van Exter is voorzitter van de Raad voor de Journalistiek (en lid van de NVJ), maar heeft geen stem in de beoordeling van klachten. Hij verwoordt slechts zijn eigen mening.

Praat mee

10 reacties

Kees Jan Dellebeke, 19 juni 2019, 22:32

Als oud-AIVD’er volg ik deze discussie in de beroepsgroep journalisten over hun ‘relatie’ met inlichtingendiensten uiteraard met meer dan gemiddelde belangstelling. Uit eerdere ervaringen (deze kwestie is niet nieuw) weet ik dat er ook door inlichtingendiensten - zeker bij voorlichters, al dan niet NVJ-leden- soortgelijke discussies plaatsvinden.
Na al die jaren in dit veld te hebben gewerkt, weet ik een ding zeker; relaties tussen inlichtingendiensten en individuele journalisten bestaan al decennia en zullen blijven bestaan. Stiekem vinden wij - medewerkers inlichtingendiensten en journalisten - elkaars werk enorm interessant en blijven vanwege raakvlakken daarin wederzijdse werkwijzen bijzonder interessant. Ergo…

[NB: Van Hout zou de dienst alleen hebben ‘getipt’ over op handen zijnde liquidaties.]

robert dulmers, 20 juni 2019, 13:03

Ook ik ken Van Hout niet.  Voor de goede orde, ik heb met mijn verzoek tot royement van collega NVJ-lid Bas van Hout geen gevolg gegeven aan een ‘eerdere oproep’ van collega - en vriend - Arnold Karskens. Reeds voor het geschreven worden van het artikel van Karskens, heb ik persoonlijk contact opgenomen met NVJ secretaris Thomas Bruning met het verzoek Van Hout te royeren. Dit verzoek wordt ondersteund door enkele - prominente - oorlogsverslaggevers die, net als ik, van tijd tot tijd in gevaarlijke gebieden ons tegen verdenkingen van spionage moeten verweren - Teun Voeten, Frederike Geerdink, Arnold Karskens en nog enkele anderen. Van Hout heeft de journalistieke erecode - en de mores van het beroep op de meest flagrante wijze geschonden, en daarmee zijn collega’s in een kwaad daglicht gesteld. Hij heeft, strikt gesproken, wanneer ik, zoals de afgelopen jaren vier keer voorgekomen in Syrië en Noord Korea, at gunpoint weer eens moet verantwoorden geen spion, de positie waaruit ik als NVJ-lid kan spreken (‘Het NJV lidmaatschap is onverenigbaar met het geven van inlichtingen aan derde partijen’) ernstig ondermijnd. Het royement dat ik op de aanstaande ledenvergadering zal eisen - en waar, hulde! een brede discussie tussen NVJ-leden aan vooraf zal gaan - is geenszins bedoeld als een straf voor Van Hout. Ik wens lid te zijn van een vereniging die - voor zover mogelijk en haar bekend - van smetten vrij wil zijn. Als de NVJ het willens en wetens samenwerken met of verstrekken van informatie aan binnen- of buitenlandse inlichtingendiensten of veiligheidsdiensten niet sanctioneert met royement, ergo: informanten toestaat het lidmaatschap te behouden - kan IK in Doboj, Pyongyang en Damascus niet met de hand op mijn hard beloven dat wij, journalisten, slechts willen zijn die we zeggen te zijn, volstrekt onafhankelijk, niemands meester, niemands knecht. Er is, in een vereniging waar ik al vijfentwintig jaar lid van ben, geen plaats voor informanten. Van Hout heeft zelf verklaard jarenlang vrijwillig informant te zijn geweest van de BVD - en openlijk daartoe zijn redenen toegelicht. Dankzij deze vrij volledige verklaring is veel nader onderzoek niet nodig - de feiten worden immers niet betwist - en wederhoor is aan Van Hout reeds gegeven.  Iedere nadere toelichting van zijn zijde is welkome - ik zie hem daartoe graag verschijnen op de Algemene Ledenvergadering aanstaande zaterdag, maar doet aan de reeds naar voren gekomen feiten niks af. Voorlichters van de AIVD zijn lid van de NVJ in hun hoedanigheid van voorlichters van de AIVD - daar zit niks oneigenlijks aan.  Ik ben, in de 39 jaar dat ik nu journalist ben, altijd voorstander geweest van het zo min mogelijk opleggen van regels.  Bij het op zeer ernstige wijze schenden van de journalistieke erecode - de eigen statuten van de NVJ en de code van Bordeaux - is een grens gepasseerd.  Het lidmaatschap van de NVJ dient onverenigbaar te zijn met het willens en wetens samenwerken met inlichtingen en veiligheidsdiensten. Ik zie een diepgaande discussie met U alleen zaterdag met verlangen tegemoet. Met collegiale groet! robert dulmers

Taco Slagter, 20 juni 2019, 18:33

De discussie a.s. zaterdag in Hilversum of de journalist Bas van Hout al dan niet geroyeerd moet worden als lid van de NVJ, moet naar mijn oordeel niet ontaarden in gemeier over ‘niet houvast biedende regels binnen de vereniging, zorgvuldigheid, hoor en wederhoor’ en al helemaal niet over de suggestie van Frits van Exter dan we met z’n allen de gelederen om deze zielenpoot moeten sluiten. Van Hout verdient geen medelijden, noch zalvende teksten dat hij ‘er één van ons´ is.
Collega Dulmers slaat de spijker op zijn kop door te stellen dat als leden zonder consequenties voor het lidmaatschap van de NVJ informanten van inlichtingen- en veiligheidsdiensten kunnen zijn, de NVJ de onafhankelijkheid van journalisten zeer ernstig in diskrediet brengt. Wie kan dan als (oorlogs)verslaggever, op reportagereizen in wrede dictaturen als Noord-Korea of als correspondent in de politieke en militaire chaos van het Midden Oosten dat onwrikbare adagium van geloofwaardigheid, onpartijdigheid en onafhankelijkheid nog blijven volhouden?
Een journalist dient zich verre te houden van spionagediensten. Het kan je echter overkomen dat een geheim agent met je aanpapt. Als correspondent M.O liep ik in de jaren tachtig eens tegen een agent van de Israëlische militaire inlichtingendienst aan. Ik probeerde in Tel Aviv op de zwarte markt dollars tegen sjekels te wisselen. In een morsig portiek zag ik een man staan die ik tot mijn grote verbazing meteen herkende. Was dat niet die Zwitser die tijdens de Libanonoorlog (1982) in een ‘’journalistenhotel’’ in Beiroet zich als vertegenwoordiger van een groot bouwconsortium in Genève had voorgesteld en vertelde de aan puin gebombardeerde binnenstad in kaart te willen brengen om later de wederopbouw snel te kunnen realiseren.
Ik stapte op hem af en sprak hem in het Duits aan. U bent toch……..Hij draaide zijn hoofd af en deed net alsof hij mij niet begreep. Ik herhaalde mijn vraag in het Hebreeuws. Een glimlach verraadde meteen wat ik al dacht.
Bij een bak koffie vertelde hij dat hij voor ‘’Aman’’ (de geheime dienst van het leger)werkte. Meer niet. We wisselde dollars voor sjekels en bij het afscheid zei hij: noem mij maar Danny en gaf op een strookje papier zijn telefoonnummer. Bel me maar eens, zei hij en liep weg.
Dezelfde dag vertelde ik dat verhaal aan Salomon Bouman, correspondent van de NRC. Stoïcijns hoorde hij mij aan en vroeg me dat telefoonnummer te laten zien. Ik gaf dat papiertje en Bouman versnipperde het voor mijn ogen. ‘Danny ga jij nooit bellen’, chawer (vriend). Ik snapte de boodschap maar al te goed.
In het Midden Oosten wemelt het van de geheime diensten die speciaal daartoe opgeleide agenten hebben die proberen informanten te rekruteren, ook onder journalisten. De CIA is de spin in dat web. In de jaren tachtig was het onder Nederlandse correspondent een gedeelde geheime veronderstelling dat een freelance journalist van Amerikaanse afkomst die werkzaam was o.a. voor de GPD en Tros Aktua, door de Amerikaanse inlichtingendienst was gerekruteerd. Hij leidde een lux leventje en had huizen in Jeruzalem en Athene.
Tijdens de Golfoorlog kwam ik hem in Dubai weer tegen waar hij als enige van de honderden oorlogsverslaggevers aan boord mocht van een Amerikaans oorlogsschip en meevoer over de Golf. Later snoefde hij daar tegenover ons over. Wij dachten het onze ervan.
Nationaal en internationaal collaborerende collega’s met geheime diensten is niets nieuws. Maar je weet er zelden van. Daarom is het zo belangrijk dat we ons zaterdag niet alleen uitspreken over Van Hout maar ook over het fenomeen zelf.
Het is evident dat Van Hout op zeer ernstige wijze de journalistieke erecode - de eigen statuten van de NVJ en de code van Bordeaux – ernstig heeft geschonden.  Een onderzoek, hoor en wederhoor is, zoals Dulmers stelt, al een gepasseerd station. Van Hout kwam er zelf mee, tot in de details, in de publiciteit en verschafte zichzelf hoor en wederhoor.
Dat volgens Exter de journalistiek gedragsregels van de NVJ niet afdoende zouden zijn om hem te royeren, lijkt mij op basis van de regel ‘het NJV lidmaatschap is onverenigbaar met het geven van inlichtingen aan derde partijen’ een onjuiste stellingname. Bovendien biedt de Code van Bordeaux nog meerdere regels die Van Hout flagrant heeft geschonden, waaronder het beroepsgeheim en het vrijwel zeker aanvaarden van steekpenningen (van de AIVD zal door hem zeker een tegenprestatie voor zijn informatie zijn geëist en geleverd, dat hoeft geen geld te zijn geweest).
Al wil Exter deugdzaamheid in deze casus als ethisch aspect zaterdag op de ALV ter discussie stellen, en huldigt hij het uitgangspunt ‘dat het journalisten binnen de wet vrij staat hun eigen mores te voeren’, wie als journalist zich uitlevert aan inlichtingen- en veiligheidsdiensten, deugt niet.
De NVJ dient van die smetten vrij te zijn: voor informanten is geen plaats binnen onze vereniging.
Kortom, royement is een terechte sanctie.

Van Exter, 20 juni 2019, 21:00

Beste Robert en Taco,

Dank dat jullie de moeite hebben genomen te reageren op mijn bijdrage aan de discussie.
Ik neem er nota van dat Robert niet in navolging van Arnold Karskens maar op eigen initiatief het voorstel tot royement van Bas van Hout heeft gedaan. Ik begrijp wel dat hij zijn standpunt geheel deelt.
Jullie brengen allebei jullie ervaring als oorlogsverslaggever in stelling. Ik weet niet hoe relevant dat is. Ik kan proberen me voor te stellen hoe het is om je je in Syrië of Noord-Korea ‘at gun point’ te moeten verantwoorden dat je geen spion bent – het lijkt me geen pretje -  maar ik denk dat betrokkenen niet per se overtuigd zullen zijn van jullie goede trouw als je kunt aantonen dat je lid bent van een Nederlandse vakbond die geen informanten in zijn midden duldt. In mijn bescheiden ervaring is er meer, of iets anders, nodig om het wantrouwen, dat westerse journalisten in conflictgebieden ontmoeten, weg te nemen.
Ik heb twee bezwaren tegen het initiatief tot royement. Het eerste is dat zo’n besluit meer zorgvuldigheid vereist dan jullie kennelijk nodig achten. Ik begrijp dat formeel het bestuur een lid kan royeren en dat de betrokkene daartegen in beroep kan gaan bij de ledenvergadering. Waarom willen jullie die weg niet bewandelen? Jullie zeggen dat de feiten niet betwist worden, maar het gaat niet alleen om de feiten maar ook om de afweging. Bas van Hout was tussen 1997 en 2002 informant van de AIVD, hij heeft de samenwerking dus 17 jaar geleden beëindigd, opening van zaken gegeven en spijt betuigd. Moet je dat niet meewegen? En moet je er ook niet rekening mee houden dat hij als gevolg van de publiciteit over zijn daden nu gevaar loopt? Zou je hem daar zelf niet over moeten horen?
Een vraag tussendoor: jullie stellen dat ‘het NVJ-lidmaatschap onverenigbaar (is) met het geven van inlichtingen aan derde partijen’, maar waar staat dat? Ik heb het niet kunnen vinden in statuten en huishoudelijk reglement. Ik vraag me bovendien af wat de interpretatie van zo’n gebod moet zijn. Is het niet gewoon in de journalistieke praktijk dat je voortdurend inlichtingen verspreidt? Al was het maar ter verificatie.
Mijn tweede bezwaar is dat je de deur openzet voor willekeur. Begrijp me goed, ik vind dat een journalist niet moet samenwerken met inlichtingendiensten en ik kan me zelfs voorstellen dat dat een grond is voor een beroepsvereniging om iemand uit te sluiten, maar dan moeten procedure en criteria wel heel helder zijn. Voor je het weet gaan leden onderscheid maken tussen journalisten die deugen en niet deugen. Dat lijkt me gruwelijk.
Overigens vind ik de door jullie beiden gebruikte frase dat de NVJ ‘van smetten vrij moet zijn’ ongelukkig omdat het – noem mij gevoelig – verkeerde associaties oproept.
Ik ben benieuwd naar de uitkomst van de ledenvergadering.
Hartelijke groet,
Frits

robert dulmers, 20 juni 2019, 23:11

Dank, Taco, dank Frits voor jullie beiden respons.  Met ‘van smetten vrij’ bedoel ik inderdaad - en zonder verdere associaties: van het beroep vreemde smetten vrij. Het beroep van journalist is door Van Hout inderdaad besmeurd en besmet. Daar wil ik geen doekjes om winden.
En nee, het is geen pretje om at gun point de mensen die je in Bosnie, bij Damascus of - net iets minder letterlijk at gunpoint - in Pyongyang in een hoekje zetten (of zoals in Bosnie 14 dagen opsluiten en verhoren en in Syrië een paar uur - wel degelijk met het pistool in de aanslag) maar daar hebben Teun Voeten en ik ons altijd wel uit weten te redden. Maar alleen OMDAT wij geen andere heren (dames) dienen dan onze hoofdredacteur / krant.  Ik sprak vandaag nog met Reem Haddad, het hoofd Buitenlandse Pers van de regering Assad. ‘Spionnen onder journalisten zal je altijd hebben,’ zei Haddad, die het kan weten, ‘En het erge is, Robert, meestal komen ze er mee weg.’  Ik wil, Frits, heel helder en heel eenvoudig tegen Reem Haddad, zoals destijds tegen Radovan Karadzic, kunnen zeggen: ‘Iedere beschuldiging dat Nederlandse journalisten andere belangen hebben dan het rapporteren van de waarheid, de hele waarheid en niets dan de waarheid, zoals ze die naar beste en diepste weten aantreffen, werp ik verre van me. Mijn beroepsgroep, de NVJ, staat geen hierin geen enkel compromis toe.’  Moet ik werkelijk me straks in Pyongyang en Damascus, waar ze met hun tien, twintig Inlichtingendiensten uitstekend op de hoogte zijn van het wel en wee in de Nederlandse journalistiek (ik weet van Reem Haddad dat bij iedere visumaanvraag uit NL door een team van twee, drie man gedurende een paar dagen het hele doopceel van de NL journalistiek weer opnieuw gecheckt wordt - aan Inlichtingendiensten geen gebrek in die landen) gaan verkondigen: mijn club, de NVJ ziet au fond geen probleem in het handhaven van leden die willens en wetens informanten zijn van Inlichtingen- of Veiligheidsdiensten?  Kijk, persoonlijk, af en aan in gevaarlijk gebied sinds Vukovar 1991, loop ik weinig risico. Persoonlijk zwicht ik ook niet voor een pistool tegen mijn kop. Een situatie die ik weinig collega’s toewens, maar die voor mijn collega’s Teun Voeten, Arnold Karskens en voor mijzelf wel degelijk soms aan de orde waren. En, ik geef mijn toenmalige verhoorder in Bosnisch Servisch Doboj, Nicola Jorgic, ook geen ongelijk toen hij in mei 1991 zei: “Robert, we zijn hier een gebied aan het verdedigen (‘veroveren’, RD) dus we kunnen eenvoudigweg het risico niet nemen dat je een spion bent. De crisisstaf in Doboj heeft je daarom ter dood veroordeeld.” (zie ook:http://www.haguejusticeportal.net/Docs/NLP/Germany/Jorgic_Urteil_26-9-1997.pdf)  Dat Radovan Karadzic net op tijd bereikt kon worden - hij kent me en vond: ik deug, had ik NIET te danken aan een respect afdwingende beroepsmoraal van de Nederlandse journalistiek. 
Maar waar ik heel blij mee ben: we gaan er, aanstaande zaterdag, open, diepgaand en Verenigingsbreed over praten. Dan zien we wel waar iedereen staat. Ik ben blij, en het NVJ Hoofdbestuur heel dankbaar, dat ze deze kwestie, voorwaar geen bagatelle, op de agenda geplaatst hebben. De Nederlandse journalistiek, dat ben ik, als het er in Pyongyang of Aleppo op aan komt, desnoods in mn eentje, maar de Nederlandse journalistiek zijn wij ook met z’n allen.    Het gesprek daarover is weer eens opnieuw begonnen - en dat is pure winst.  Tot zaterdag! robert

robert dulmers, 20 juni 2019, 23:34

Overigens, Frits van Exter, schrijft:  “Ik begrijp dat formeel het bestuur een lid kan royeren en dat de betrokkene daartegen in beroep kan gaan bij de ledenvergadering. Waarom willen jullie die weg niet bewandelen?”  Nu, dat is toch precies wat ik gedaan heb? Ik heb na het bekend worden van Van Houts hoedanigheid als informant van de BVD op 8 juni het Bestuur van de NVJ verzocht hem te royeren als lid. En, zie mijn eerste bijdrage in de dialoog op deze pagina’s: ik hoop van harte dat Van Hout op de komende Algemene Ledenvergadering zijn visie op de zaak zal geven: daar is hij als lid niet alleen toe uitgenodigd, maar ook gerechtigd. Maar laten we het zuiver houden: IK heb het bestuur, met omklede redenen, om royement gevraagd. Het Bestuur wil, alvorens daar een standpunt over in te nemen, graag een zo breed mogelijke input van de Algemene Ledenvergadering hebben. Oók om te zien of wijzigingen in de Statuten of aanvullende maatregelen gewenst of noodzakelijk zijn. Ik kan deze opstelling van het Bestuur alleen maar toejuichen: het royement van een lid en of het veranderen van de Statuten zijn maatregelen die, wanneer je er toe over gaat, breed gedragen moeten worden. Doet niet af aan het feit dat ik de royementskwestie op tafel heb gelegd, het Bestuur dit heeft overgenomen, en de besluiten van de Algemene Ledenvergadering dus veelzeggend zijn. Ook, inderdaad, naar buiten toe.

robert dulmers, 21 juni 2019, 00:36

Overigens: de tekst van Tollens’ ‘Wien Neêrlands bloed…’  het eerste officiële volkslied van het Koninkrijk der Nederlanden, beschrijft, voor ieder met enige historistische kennis, heel exact wat ik bedoelde ( ik citeer hier even Wiki) :
” In het lied, nog geschreven als reactie op de Franse bezetting (1795-1813), wordt daarmee gedoeld op iedereen die zich als echte Nederlander gedraagt en niet met de vijand heult. Het betaamt een goed burger in de Nederlanden dus niet Frankrijk te dienen.” 
Of: het betaamt een journalist geen twee heren te dienen. Dixi :-)

Taco Slagter, 21 juni 2019, 23:46

Beste Frits en Robert
Dank voor jouw reactie op onze inbreng. Ik wil er nog even kort op reageren. Morgen is er op de ALV voldoende gelegenheid om er uitvoerig op in te gaan.
Net als collega Dulmers ben ik niet tegen een zorgvuldige procedure die inhoudt dat Van Hout zich op de ALV kan verweren en dat hij tegen een royement in beroep kan gaan bij de ledenvergadering. Die weg wil ik zeker bewandelen. Maar mijn principiële stellingname is: voor informanten is binnen de NVJ geen plaats meer. Dat er in het geval van Van Hout 17 jaar overheen zijn gegaan, voordat het aan het licht kwam, doet aan de feiten niets af. 
Maar, zo stel jij, gelden er na zo’n lange periode geen verzachtende omstandigheden, zoals erkenning van schuld, spijt en geen recidive. Die aspecten kunnen de leden inderdaad in hun beoordeling meewegen. Ik laat even in het midden of ik er in mee zou kunnen gaan. Maar dan zou ik Van Hout plenair daarover vragen willen stellen om tot een (wellicht) ander oordeel te komen.
Zou je de meetlat van het strafrecht er langs halen, dan zou je ook nog aan verjaring kunnen denken.
Je ziet, deze modus operandi krijgt al snel het karakter van een intern tribunaal, iets dat in de richting komt van het tuchtrecht. Maar wie zijn dan de ‘rechters’? Of houden we het bij de leden, als een soort volksgericht?
Om het ordelijk en procedureel op die basis juist en rechtvaardig te doen, dacht ik heel even aan de Raad van de Journalistiek. Zouden de leden dat aan de Raad willen uitbesteden (daar zijn dan wel statutenwijzigingen voor nodig)?
Ik denk, bij nader inzien, dat een eerlijke procedure die tot een royement moet leiden onderdeel van de discussie op de ALV moet zijn.

 

J.C. Roodenburg, 22 juni 2019, 10:57

Op redactie van Het Vrije Volk (in april 1991 opgeheven) vroeger ging al het gerucht dat sommige collega’s al de linkse gedachten (niet ik) doorgaven aan de BVD, de voorganger van de AIVD. Ook collega’s van de NVJ! Dat is ook het wezen van een geheime dienst. Ze moet haar voelhorens uitsteken. Ik heb er dan ook geen moeite mee dat sommige collega’s indertijd - nogmaals het gerucht ging - aan geheime diensten doorgeven voor betaling. Daarna heb ik dat nooit meer ontdekt.  Ik kan me heel goed voorstellen dat sommigen dat doen én NVJ-lid zijn. Al 46 jaar lid! Nog in de tijd dat je drie of vijf handtekeningen moest hebben. Onder andere van Aad van Corthenberge die een paar jaar later voorzitter van de NVJ werd.

Janneke Monshouwer, 23 juni 2019, 17:03

Janneke Monshouwer, 23 juni 2019

Met grote interesse volg en lees ik de discussies over relaties van inlichtingendiensten met journalisten - en de rol van de NVJ hierin.
Wat Kees Jan Dellebeke op 19 juni schreef: “Na al die jaren in dit veld te hebben gewerkt, weet ik een ding zeker; relaties tussen inlichtingendiensten en individuele journalisten bestaan al decennia en zullen blijven bestaan.”

En wat mij betreft, kan ik dit na onderzoek beamen. En het gaat verder.
Ik ben nu 75. Op 1 januari 1965 kwam ik als 21-jarige in dienst van het NTS Journaal als productiemedewerkster, waar ik 3 jaar bleef. Op dat moment stapte ik nog naief en onwetend in een vakgebied waar ik me meteen als een visje in het water voelde. Naast mijn werk mocht ik mee met verslaggevers en filmers, en in de loop van de tijd leerde ik meer beroepen: journalistiek, filmen, het maken van TV programma’s en documentaires.

Van 1969-77 hadden mijn exman Leffelaar en ik een filmbedrijf. In die tijd filmden we veel in Afrika en we maakten ook eigen documentraires en specials. Ook hadden we meerdere montagekamers waar TV-collega’s kwamen monteren. Als freelancer bleef ik bij de publieke TV werken, vaak voor meer werkgevers tegelijk.  Met het Journaal hield ik tot 1993 een warme band, want ik werd steeds gevraagd of ik als freelance kracht kon invallen, wat ik graag deed. Daarna werd ik ziek. Het bleek dat ik alles moest verwerken wat ik in mijn leven had meegemaakt. Ik ben er 7 jaar ‘uit’ geweest. Daarna drong tot me door dat het er in de (zo genoemde) ‘3e’ wereld nog slechter aan toe ging dan toen ik er filmde. Rara hoe kan dat na alle ontwikkelingshulp? Toen ben ik gaan uitzoeken wat de oorzaak was.
En ik stuitte o.a. op de rol van de journalistiek, die in dienst van de CIA bepaalde berichtgeving (propaganda) naar buiten bracht, te beginnen met ‘Operation Mockingbird’, opgezet en gerund door CIA-man Allen Dulles (1893-1969). Dulles hield persoonlijk toezicht op “Operatie Mockingbird” om mediabedrijven en de publieke opinie te beïnvloeden. In 1953 had de CIA invloed op 25 kranten en radio- en TV-netwerken. Die invloed groeide.

Een aantal details van Operation Mockingbird kwamen pas jaren later in 1975 aan het licht tijdens onderzoek en hoorzittingen van de Commissie Church, onder VS-Senator Frank Church (1924-84). Op basis daarvan bracht het Congres op 26 april 1976 in een rapport naar buiten: “De CIA onderhoudt een netwerk van een aantal honderd buitenlandse personen over de hele wereld, die aan de ene kant inlichtingen verstrekken aan de CIA en aan de andere kant proberen de publieke opinie te beïnvloeden middels geheime propaganda. Ook voorzien deze mensen de CIA directe toegang tot een groot aantal nieuwsbladen en tijdschriften, nieuwsdiensten, nieuwsagentschappen, radio- en TV-stations, commerciële uitgevers van boeken en andere buitenlandse mediakanalen”.
Andere media in de hele wereld nam deze berichtgeving klakkeloos over.

Senator Frank Church, jurist, congreslid en voorzitter van het “Church Committee” schatte op basis van gegevens die hij in 1975 en ’76 kreeg dat het “mis-informeren van de wereld de Amerikaanse belastingbetaler zo’n US$265 miljoen per jaar kostte”. Maar is het ‘mis-informeren’ van de wereld gestopt? Dat lijkt me een zaak om uit te zoeken.

We leven nu in een spannende tijd, en inderdaad is niet aan ons om te oordelen/veroordelen. Wel om zaken zo goed mogelijk uit te zoeken en te rapporteren.

Het gaat om persoonlijke verantwoordelijkheid voor het werk dat we doen.
Daarom ben ik de NVJ dankbaar om dit punt ‘De kwestie Van Hout en de NVJ’ op de agenda te zetten van de algemene ledenvergadering van gisteren, 22 juni 2019, wat ik gisteren in de vergadering meemaakte. Dank voor alle reacties, ook in Villamedia en ook in de zaal, want het heeft mijn inzicht aangescherpt. En ik roep collega’s op om ook op onderzoek uit te gaan, en onze bevindingen te delen.

En wie kent het boek van de Duitse journalist Udo Ulfkotte, Nederlandse vertaling:  “Gekochte journalisten, hoe de CIA het nieuw koopt”  over de invloed van de geheime diensten op de grote media in Duitsland.

Zie o.a.: https://en.wikipedia.org/wiki/Operation_Mockingbird, https://en.wikipedia.org/wiki/Frank_Church, https://en.wikipedia.org/wiki/Thomas_Braden
Boeken o.a. : Katharine the Great: Katharine Graham and The Washington Post,
en The Mighty Wurlitzer: How the CIA Played America (2009) ,
Artikel van onderzoeksjournalist Alex Constantine: “Mockingbird: The Subversion Of The Free Press By The CIA” https://archive.org/details/pdfy-QnKYkrSXDS_UTpW6

Colofon

Villamedia is een uitgave van Villamedia Uitgeverij BV

Postadres

Villamedia Uitgeverij BV
Postbus 75997
1070 AZ Amsterdam

Bezoekadres

Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Contact

redactie@villamedia.nl
020-30 39 750

Redactie (tips?)

Dolf Rogmans
Hoofdredacteur, 020-30 39 751

Marjolein Slats
Adjunct-hoofdredacteur, 020-30 39 752

Linda Nab
Redacteur, 020-30 39 758

Lars Pasveer
Redacteur, 020-30 39 755

Trudy Brandenburg-Van de Ven
Redacteur, 020-30 39 757

Anneke de Bruin
Vormgever, 020-30 39 753

Marc Willemsen
Webontwikkelaar, 020-30 39 754

Vacatures & advertenties

Karen Bais
020-30 39 756

Sofia van Wijk
020-30 39 711

Bereik

Villamedia trekt maandelijks gemiddeld 120.000 unieke bezoekers. De bezoekers genereren momenteel zo’n 800.000 pageviews.

Rechten

Villamedia heeft zich ingespannen om alle rechthebbenden van beelden en teksten te achterhalen. Meen je rechten te kunnen doen gelden, dan kun je je bij ons melden.