— woensdag 30 oktober 2024 12:00 | 0 reacties , praat mee

Compassie op de werkvloer kan volgens Japke-d. Bouma geen kwaad, maar: ‘We werken in de journalistiek, niet bij de gemeente Putten’

Compassie op de werkvloer kan volgens Japke-d. Bouma geen kwaad, maar: ‘We werken in de journalistiek, niet bij de gemeente Putten’
Japke-d. Bouma: 'Sociaal ben ik niet altijd handig, soms zeg ik botte dingen of maak ik verkeerde grappen.' - © Jeroen Jumelet

Boomers moeten vaker hun waffel houden en jonkies moeten niet alles als grensoverschrijdend of onveilig opvatten, is het devies van schrijver, columnist en journalist Japke-d. Bouma. Haar tiende boek moet het hoofd bieden aan het generatieconflict op de werkvloer. De eigen loopbaan van de 'kantooramazone' was verre van vlekkeloos. Laatste wijziging: 31 oktober 2024, 08:53

Dit artikel wordt met je gedeeld door NVJ-lid Rutger de Quay. Ook lid worden?

Ondanks de relatief jonge leeftijd van de interviewer van dienst (29) scoort hij toch een redelijk hoog aantal punten in de test Wanneer ben je officieel een ouwe zak?, halverwege het gelijknamige boek van columnist, schrijver en duizendpoot Japke-d. Bouma.

Vreemd is dat niet, legt Bouma uit. ‘Ik heb een kennis van 26 jaar die óók heel hoog scoort. En een 67-jarige vriendin die weer ongelofelijk jong van geest is.’ Moraal van het verhaal: je leeftijd zegt helemaal niks.

‘Kantooramazone’ noemt Bouma zichzelf, een titel die ooit door een dierbare collega bedacht werd. Ze schrijft al jaren over het leed dat kantoortuin, bedrijfsborrels, slechte grappen en knorrige collega’s heet. ‘Mijn hele leven ben ik bezig met clichés en de conclusie is dat ze kloppen. Zoals: “Je bent zo jong als je je voelt”.’

Vilein: ‘Ik hoop dat de lezertjes van Villamedia snappen dat ik met ironie mijn punt probeer te maken.’

In het boek vertel je – onder andere – dat je wel eens uitgescholden bent door een leidinggevende. Zou je daar nu anders mee omgaan dan eerder?
‘Het is niet zo dat ik níks gedaan heb. Ik ben er twee, drie keer tegenin gegaan. Dat bood niet het gewenste resultaat. Sterker nog: hij werd alleen maar bozer. Nu heb ik meer tools – zo zeg je dat tegenwoordig – om er beter mee om te gaan. Door te zeggen: “Als jij zo doorgaat, beëindig ik dit gesprek”. En door de verhalen over Matthijs van Nieuwkerk is er ook wel echt iets veranderd. Dat was het begin van de opstand tegen zulke leidinggevenden.’

Heeft die ‘opstand’ iets veranderd?
‘Het blijft een ingewikkelde situatie, omdat je met z’n allen in zo’n omerta zit. Iedereen ondergaat zulk gedrag en er is niemand die z’n kop boven het maaiveld uitsteekt. Maar we hebben tegenwoordig wél taalgebruik om er iets van te kunnen zeggen. En de voorbeelden van Matthijs van Nieuwkerk, Bert Huisjes en Marc Overmars om naar te wijzen.’

Het lijkt mij verschrikkelijk om jong en succesvol te zijn

In je boek houd je een pleidooi voor ‘laatbloeiers’. Ben je er zelf zo’n eentje?
‘Absoluut. Ik ben zelf heel blij dat mijn loopbaan op latere leeftijd tot bloei kwam. Het lijkt mij verschrikkelijk om jong en succesvol te zijn. Dat succes moet je dan vasthouden. Stel: je bent 28 en ergens hoofdredacteur, of zo. Dan moet je veertig jaar lang job craften. Wees dus liever als een dieselmotortje, kom een beetje sputterend op gang. Het haalt de hysterie uit je loopbaan.’

Je hebt zelf een bijzondere niche. Hoe heb je die gevonden?
‘Zoals alles in mijn leven: het is mij overkomen. Zeker in de journalistiek is je loopbaan afhankelijk van wat anderen in je zien. Folkert Jensma, m’n hoofdredacteur bij NRC [nu voorzitter van de NVJ, RdQ], zei op een gegeven moment: “Jij gaat de onderwijsportefeuille doen”. Had ik helemaal geen zin in. Maar het moest.

Met de kennis van nu was zijn beslissing best “grensoverschrijdend” en “onveilig”. Maar hij had wel gelijk, want het wás goed voor mijn carrière. Ik ben er een veel breder ontwikkelde journalist van geworden.

Rond m’n veertigste wilde ik – net zoals iedereen – een column. Met zo’n mooie NRC-foto erbij, van mevrouw Bouma die intellectueel de camera inkeek. Dus ik toog naar Peter Vandermeersch. En hij zei nee. Een dierbare collega van de vormgeving vertelde me kort daarna dat ze een fotoserie zouden publiceren in de krant over verschrikkelijke kantoortuinen. Of ik de fotobijschriften wilde schrijven. “Da’s toch geen column!”, dacht ik. Maar ik deed ’t toch. Voor haar. Sindsdien heb ik geen week meer gehad zónder column. Iemand moet het in je zien.’

Je moet jezelf én collega’s af en toe wat gunnen?
‘Ja, bijvoorbeeld als je iemands verhalen leest en denkt “Hier zit nog veel meer in”. In mijn loopbaan heb ik veel te danken gehad aan andere mensen.’


Foto: Charlotte van Egmond.

Is je ambitie altijd hetzelfde gebleven? In een interview met de Volkskrant vertelde je dat je bij De Telegraaf wilde werken. Iets dat ik niet direct achter je zoek…
‘Toen ik van de PDOJ afkwam leek het me super interessant om voor de Telegraaf te werken. De grootste krant van Nederland. Als verslaggever werd ik er afgewezen. Na een jaar in het bedrijfsleven te hebben gewerkt en freelancewerk kreeg ik een contract bij de Volkskrant. Nadat ik bij de Volkskrant werd ontslagen kwam ik bij NRC terecht.’

Ik ben best wel een raar iemand om op de redactie te hebben

Ontslagen?
‘Het was een spannende en leuke tijd. Ik werkte als mediaredacteur en de commerciële televisie was in opkomst. Big Brother, Hart van Nederland. Dus ik was vrij wanhopig toen ze mij ontsloegen. Maar, uiteindelijk paste ik gewoon niet bij de krant. Ik ben best wel een raar iemand om op de redactie te hebben.

Ik gedraag mij vreemd, stel rare vragen. Ik paste niet echt in de groep. Misschien is het nu wel heel anders daar, dat weet ik niet. Het ontslag zag ik als het einde van mijn journalistieke loopbaan.’

Hoe kwam je bij NRC terecht?
‘Ik heb Folkert Jensma een brief gestuurd met de tekst: “Na een jaar bij de Volkskrant te hebben gewerkt, vind ik het nu tijd om bij een échte kwaliteitskrant te werken”. Kon-‘ie wel om lachen.’

Je durfde wel.
‘In de geest van hoe ik mijn columns schrijf: een typetje dat zichzelf volkomen overschreeuwt. Tot mijn eigen stomme verbazing mocht ik bij Folkert op gesprek komen. Ik was veel te nerveus, had een veel te warm pak aan en zat te zweten. En was compleet geïntimideerd door Folkert. Een paar maanden later hadden ze iemand nodig op de mediaredactie en mijn sollicitatiebrief lag nog op de stapel. Ik denk dat het zo gegaan is. Dat ik aangenomen werd bij NRC is de grootste grap én verrassing uit mijn leven.’

‘Ik gedraag mij vreemd’, zei je. Had je die conclusie al getrokken indertijd?
‘Natuurlijk had ik het door. Niet veel mensen wilden met mij lunchen bij de Volkskrant – vaak zat ik alleen. Sociaal ben ik niet altijd handig, soms zeg ik botte dingen of maak ik verkeerde grappen. Dat gedrag paste daar niet.’


Japke-d. Bouma vertelt over het kantoorleven tijdens het congres van Onze Taal. Foto: Eelkje Colmjon/ANP.

Hoe kwam je daarmee in het reine?
‘Ik ben gewoon ontslagen. Dat was makkelijk. Ik was bang dat het bij NRC ook zou gebeuren, voelde mij enorm opgelaten en was bang dat mensen mij daar ook raar of stom zouden vinden.

Op een van de eerste dagen kwam mijn dierbare collega Hendrik Spiering, toen chef Wetenschap, naar mij toe en zei: “Ben jij nieuw hier?”. “O shit, daar gaan we”, dacht ik. En hij vroeg: “Ga je mee lunchen?”. Ik barstte in huilen uit. Ze waren allemaal zo aardig bij NRC.’

Lucky you, zou ik zeggen.
‘Ik heb enorme mazzel gehad. Uiteindelijk is dat het kenmerk van iedere carrière, denk ik: mazzel en timing. Veel mensen denken dat journalistiek hard en veel werken is, is ook zo, maar timing is veel belangrijker.’

Daarvoor moeten thuiswerkers regelmatig hun hoofd laten zien op kantoor, schrijf je in je boek. Tegelijkertijd ben jij notoir thuiswerker.
Lachend: ‘Ik ben er zelf het slechtste voorbeeld van, ja. Sinds de coronacrisis werk ik fulltime thuis. Dat heeft ook te maken met dat ver-schri-ke-lij-ke pand op het Rokin. Het is klein en gehorig. Als hoog-sensitief persoon kan ik er slecht mee omgaan. Dat was een lange, pijnlijke zoektocht. Tot ik thuis ging werken en veel digitale lezingen gaf. Dat is geëxplodeerd en dat is nu mijn leven.’

Eén column per week en wat lezingen geven. Een luxepositie.
‘Als het je leuk lijkt, ga het dan ook doen! Maar echt! Wat houdt je tegen? Dus neem onbetaald verlof op en ga lezingen ontwikkelen voor bedrijven en instanties, ga voor zaaltjes staan, ga op je bek en kom weer boven drijven. Het is niet eenvoudig geweest, maar je hebt gelijk: het is wel een geweldig leven.

Overigens was ik 45 toen ik ermee begon en 50 toen het een beetje begon te lopen. Toen had ik al wel 30 jaar op kantoor gezeten. En morgen kan alles ook weer voorbij zijn. Mijn columns, de lezingen. Het is een onzeker bestaan. Dat moet je wel liggen. Vroeger was ik de ironische columnist, nu mailen lezers mij met de gekste vragen: “Kun je een Tikkie sturen voor een etentje thuis?”.


Foto: Jeroen Jumelet.

Je wordt de Beatrijs Ritsema van NRC?
‘Zij staat boven in de piramide. Ooit hoop ik een beetje Beatrijs te worden. Ik zou nooit zeggen “U moet dit doen en dit moet u nalaten”. Er moet een knipoog in zitten. Dat past wel bij mijn levensfase…’

De eloquente vrouw uithangen?
‘Laatst gaf ik een interview aan LINDA. en de interviewster vroeg: “Het boek staat vol nuttige tips. Hoe wéét je dat allemaal?”. Eh, ja, omdat ik een vrouw van 54 ben die dingen heeft meegemaakt. Ook daar ben ik niet uniek in.’

Je moet rijpen, dus?
‘Iedereen die boven de vijftig komt heeft zoveel meegemaakt dat je jongere collega’s van advies kan voorzien.’

Je boek gaat grotendeels over het generatieconflict op de werkvloer. Ik heb een tijdje op een redactie gewerkt waar de boomers in overvloed waren. De hele dag moest ik m’n neiging onderdrukken om ‘Ok boomer’ te mompelen. ‘Iedereen moet water bij de wijn doen’ is jouw devies in het boek. Hoe zorg je dat de verschillende generaties in harmonie met elkaar werken?
‘Voor de babyboomers ben ik in mijn boek veel harder dan de jonkies.’

Ik las bepaalde passages inderdaad bijna juichend.
‘O, wat fijn om te horen. Ik heb veel compassie met jongeren, ook omdat ik die compassie zelf had kunnen gebruiken toen ik jong was. En natuurlijk omdat de wereld naar de klote gaat. We hebben sowieso meer compassie nodig, naar elkaar. Toen ik jong was pakte je je kans en kon je veel meer bereiken.’

De boomers houden van thuiswerken omdat ze een studeerkamer hebben

Boomers moeten betere grappen maken, schrijf je.
‘Zeker. “Hoezo mag je niks meer zeggen tegenwoordig”, zeggen ze, maar dat mocht je vroeger ook al niet zeggen, alleen zei toen niemand er iets van. Tegenwoordig krijg je tegenwind. “Maak eens een praatje met jongeren”, is mijn advies aan hen. Vraag eens aan ze hoe ’t is om nu jong te zijn, om geconfronteerd te worden met alle ellende. En: wat minder zenden en af en toe je bek houden.

Kijk naar thuiswerken, bijvoorbeeld: de boomers houden van thuiswerken omdat ze een studeerkamer hebben. Jonge mensen mogen al blij zijn dat ze überhaupt een huis hebben.’

Dit interview wordt inderdaad afgenomen vanaf een bank.
‘Dat bedoel ik. Tegelijkertijd ben ik ook een beetje streng voor jouw generatie: niet álles is onveilig. Soms is het inslikken en doorgaan. Openstaan voor iemand met meer verstand van het vak is niet slecht. Van kritiek word je beter. Ik had ooit een eindredacteur die m’n stukken zó slecht vond dat ze zei: “We publiceren dit alleen om jou te stimuleren om door te gaan”. Dat zou nu wel écht een ‘onveilige opmerking’ worden genoemd.

Terwijl ik er veel aan gehad heb. Om beter te worden moet je soms overwerken of mailtjes beantwoorden buiten werktijd. We werken in de journalistiek, niet bij de gemeente Putten.’

Daags na het interview blijkt dat Bouma ‘binnenkort’ een lezing zal geven in Putten. Bang dat haar uitspraak over de betreffende gemeente haar publiek daar zich tegen de haren in zou strijken is ze niet. ‘Ze weten wat ze van mij kunnen verwachten.’


‘Wanneer ben je officieel een ouwe zak? En 59 andere nuttige levensvragen voor ‘boomers’, millennials én gen Z’, ISBN 9789021343495, €19,99, Alfabet Uitgevers, 272 pagina’s, paperback.

Japke-d. Bouma (1970) studeerde economie aan de Rijksuniversiteit Groningen en volgde de postdoctorale opleiding dagbladjournalistiek aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam. Na haar studie werkte ze kortstondig als freelancejournalist en copywriter. Bouma werkte van 1996 tot 1997 als mediaredacteur bij De Volkskrant en werkt sinds 1997 voor NRC als media- en onderwijsverslaggever, coördinator voor NRC Next, eindredacteur en columnist. Van haar hand verschenen in totaal tien boeken. Tegenwoordig geeft ze naast haar columns in NRC, lezingen door het hele land.

Bekijk meer van

NRC Japke-d.Bouma
NVJ LID 26-05

Tip de redactie

Logo Publeaks Wil je Villamedia tippen, maar is dat te gevoelig voor een gewone mail? Villamedia is aangesloten bij Publeaks, het platform waarmee je veilig en volledig anoniem materiaal met de redactie kunt delen: publeaks.nl/villamedia

Praat mee