Impactmakers: Fluiten voor eigen ogen? Objectiviteit bij clubwatchers
Ze staan nog aan het begin van hun carrière, maar denken al diep na over het vak. Tweedejaars studenten journalistiek van Fontys in Tilburg onderzoeken voor het vak 'de impactmakers' hun eigen positie in de journalistiek: ze lezen literatuur, spreken een expert of journalist en schrijven een persoonlijk essay over een dilemma dat hen bezighoudt. Uit de volledige lichting selecteerden docenten de zes sterkste essays, die Villamedia de komende weken publiceert. Deze week is het woord aan Maud Vervoordeldonk over objectiviteit bij clubwatchers.
Tijdens het schrijven van een voetbalverslag werd ik geconfronteerd met de ongemakkelijke werkelijkheid. Nog voordat ik een notitie had gemaakt, stond ik in de bestuurskamer waar meerdere bestuurders mij vriendelijk, maar nadrukkelijk, toespraken: “Wel een goed stuk schrijven over ons,” en “maak je wat reclame voor onze club?” Het was met een knipoog bedoeld, maar het zette mij aan het denken. Als beginnend journalist wist ik niet goed hoe ik me daartoe moest verhouden. Je kunt moeilijk bot ‘nee’ zeggen, maar een bevestigende ‘ja’ voelt al helemaal verkeerd. Precies daar zat de start van dit essay: ‘Hoe bewaak je je objectiviteit als je afhankelijk bent van de mensen over wie je schrijft?’
Binnen de voetbaljournalistiek woedt al jaren een discussie over de balans tussen betrokkenheid en afstand. Clubwatchers bevinden zich precies op dit snijvlak: ze moeten dicht genoeg bij de club staan om nieuws te brengen, maar ver genoeg om kritisch te blijven. Volgens PSV-watcher Rik Elfrink (Eindhovens Dagblad) is dat zeker mogelijk. Hij benadrukt dat zijn werk gaat om professionaliteit, eerlijkheid en respect. “Wat je geeft, krijg je terug,” aldus Elfrink.
Zelf ben ik verslaggeefster bij het Eindhovens Dagblad en weet ik als geen ander hoe moeilijk het kan zijn om objectief te blijven. Want wanneer begint het subjectief te worden? Waar ligt de grens? En wie bepaalt deze grens?
In dit essay neem ik je mee in de wereld van objectiviteit en clubwatchers. Is het voor mij als aanstormend journalist nog mogelijk om objectief te blijven langs de voetbalvelden? En hoe denkt mijn collega Rik Elfrink hierover?
Als we het hebben over objectiviteit, bedoelen we vaak de kwaliteit om iets te benoemen, zónder dat meningen of emoties hierin een rol spelen. In theorie klinkt dit makkelijk: je kijkt gewoon naar de feiten. Maar in de praktijk blijkt het ingewikkelder. Ieder mens heeft een eigen achtergrond, waar ervaringen en voorkeuren een rol in spelen. Deze spelen vaak onbewust mee in de manier waarop iemand de werkelijkheid ziet. Objectiviteit is daarom het bewust proberen eerlijk en neutraal te blijven.
Volgens Elfrink begint objectiviteit al bij de toon waarop je een vraag stelt. Kritisch zijn mag, maar de toon bepaalt al snel wat voor antwoord je krijgt. Ook is het volgens hem van belang dat je open vragen stelt. Als je open vragen stelt, krijg je minder snel een subjectief antwoord. Als voorbeeld: PSV verliest een wedstrijd en je begint je interview met: ‘Dat was geen goeie wedstrijd, hoe kijk je er tegenaan’? In deze vraag zit een mening, volgens Elfrink is het belangrijk dat je niet vanuit jezelf redeneert en het verhaal echt uit iemand haalt. Geef de geïnterviewde dus geen voorzetje richting het antwoord wat hij/zij gaat geven. In deze vraag geef je de geïnterviewde een zetje richting een negatief antwoord of je krijgt juist tegenspraak van de geïnterviewde. Beide wil je niet hebben want je wil dat het antwoord echt van diegene zelf komt.
Als je het mij vraagt begint objectiviteit altijd met transparantie. Als ik met trainers bel wil ik transparant zijn in alles wat ik doe. Zo krijgen zij een duidelijk beeld van wat er gaat gebeuren en kijken ze nooit raar op als er een keer iets negatiefs in de krant staat. Elfrink haakt hierop in en benadrukt het belang van een goede samenwerking tussen club en media. Hij geeft hierbij aan dat het maken van goede afspraken hierbij essentieel is. Denk hierbij aan belangrijk nieuws naar buiten brengen, wie doet dit en wanneer? Gebeurt dit, dan kunnen beide partijen hun werk goed uitvoeren.
Binnen het werk van clubwatchers vraag ik me af in hoeverre er sprake is van subjectiviteit. Veel artikelen die door clubwatchers worden geschreven, zijn opvallend kritisch, en juist dat is een belangrijke eigenschap voor deze functie. Zo bekritiseert Freek Jansen, voormalig clubwatcher van Ajax, de technische directeur van de club scherp: “Hoe dom kun je zijn? Het is krankzinnig.”1 En is Marco Timmer kritisch over het gebrek aan scorend vermogen bij FC Utrecht: “Het is wel verontrustend.” 2
In een onderzoek3 van Matthijs van Dam wordt gesteld dat sportjournalisten zich juist vaker laten leiden door subjectiviteit dan door objectiviteit. Van Dam vergelijkt de sportjournalistiek met een speeltuin, vooral voor mannen, waarin sensatie en rumoer soms belangrijker lijken dan feiten en diepgang. Deze vergelijking benadrukt hoe de relatie tussen journalisten en sporters lange tijd informeel en hecht was, waardoor afstand en kritische houding onder druk konden komen te staan.
Zelf herken ik me totaal niet in de analyse van Van Dam. Het gaat voor mij niet om sensatie. Het gaat echt om het spel en alle informatie transparant naar buiten brengen, ook wanneer dit soms hard kan zijn voor een bepaalde partij. Elfrink sluit zich hierbij aan. Volgens hem is de sportjournalistiek juist professioneler geworden. Dit merkt hij bij PSV. “Bij PSV kun je alles vragen,” zegt hij. “Het gaat er alleen om hóe je het vraagt.” Er is voldoende ruimte voor kritische vragen en voor journalistieke onafhankelijkheid.
Verder benadrukt Elfrink dat professionaliteit en respect essentieel zijn om objectief te kunnen blijven. Denken vanuit zijn eigen mening probeert hij te vermijden, het verhaal moet uit de bron zelf komen. Tegelijkertijd vindt hij dat een journalist ook verantwoordelijkheid heeft richting jonge spelers. “Als een speler van de onder 17 een domme uitspraak doet neem je hem hiervoor wel in bescherming, maar als een speler van de A-selectie iets doms zegt is hij hier zelf verantwoordelijk voor.” Maar schuurt dit niet met objectiviteit vraag ik me af? Als je een speler voor uitspraken in bescherming neemt, ben je dan transparant richting je lezers?
De vragen: ‘Wanneer bereik je de grens? Wanneer is iets objectief? En waarom vindt iemand iets objectief, of waarom niet?’ zullen altijd blijven ronddwalen in mijn hoofd. Elfrink probeert hier antwoord op te geven: “Wij registreren wat er gebeurt en brengen dat netjes over, dat is onze taak.” Hoewel hij toegeeft dat volledige objectiviteit moeilijk te meten is, gelooft hij dat het nog steeds haalbaar is. “Zolang je in de spiegel kunt kijken en weet dat je het eerlijk hebt gedaan, zit je goed,” zegt hij vastberaden.
Als ik kijk naar mijn eigen ervaringen en terugkijk op het gesprek met Rik ben ik ervan overtuigd dat volledige objectiviteit bij clubwatchers nooit mogelijk gaat zijn. Voor iedereen ligt de grens tussen objectief en subjectief ergens anders. Als ik zelf langs de lijnen verslag aan het doen ben zal ik altijd ergens een voorkeur hebben. Winst voor het team waar ik een speler uit geïnterviewd heb is altijd leuk, maar geen must. Dus in dat opzicht is het dan ook niet subjectief, maar gewoon een voorkeur.


Praat mee