Kritiek op keuze voor Erdbrink als hoofdspreker Persvrijheidslezing; recente Rusland-serie niet voornaamste reden voor uitnodiging, stelt NVJ
De keuze voor journalist Thomas Erdbrink als hoofdspreker bij de jaarlijkse Persvrijheidslezing is volgens vakvereniging en mede-organisator NVJ niet ingegeven door diens recente serie over Rusland, maar vanwege zijn langjarige journalistieke staat van dienst onder moeilijke werkomstandigheden. De serie Onze Man Bij De Vijand kreeg van zowel leden als niet-leden kritiek, omdat die binnen het huidige Rusland simpelweg niet onafhankelijk te maken zou zijn.
Erdbrink zou daarmee Rusland een podium voor propaganda hebben gegeven en een positie hebben ingenomen die het Kremlin welgevallig is, aldus een brandbrief die vorige week aan de NVJ is gestuurd. “Volgens ons is Erdbrink daarom juist op dit moment zo ongeveer de minst geschikte spreker voor de Persvrijheidslezing”, stellen de vijftien ondertekenaars.
Het betreft een mix van journalisten, huidige en voormalige Rusland-correspondenten, buitenlandredacteuren, presentatoren, een hoogleraar, een oorlogsfotograaf en een schrijver.
Naast problematische producers en ondersteuners binnen Rusland waren Erbrinks tolken volgens de ondertekenaars niet in staat of bereid “om zich vrijelijk van hun taak te kwijten” en hebben die “aantoonbaar geprobeerd om interviews met passanten te beïnvloeden. Dat wijst er niet op dat Erdbrink bewegingsvrijheid genoot”, stellen ze: “Dat Erdbrink nu door een reeks vooraanstaande vakorganisaties en instituties uit de journalistiek en de mediawereld naar voren wordt geschoven als dé man die zijn licht moet laten schijnen over de persvrijheid anno 2026, dat gaat ons te ver.”
Volgens NVJ-voorzitter Folkert Jensma en algemeen-secretaris Thomas Bruning is de recente serie dus niet de hoofdaanleiding om Erdbrink uit te nodigen, maar zou onder collega’s in binnen- en buitenland vooral de vraag spelen over de uitdagingen die de journalist “in bijna al zijn werk” tegenkwam.
Iemand ernaast
De briefschrijvers zeggen dat het afzeggen van een al uitgenodigde spreker, zeker op een bijeenkomst rondom thema persvrijheid, “geen pas” geeft. Ze stellen graag een zogeheten co-referent naast Erbrink te zien “die de praktijk van persbreidel in Rusland kan schetsen, hetzij door een discussie achteraf met een of meer kenners van de Russische geschiedenis en samenleving.”
Jensma en Bruning zien daar niets in, schrijven ze. “Een specifieke co-referent, die in zou moeten gaan op de vermeende fouten, die jullie in zijn laatste serie zeggen te hebben aangetroffen, vinden wij echter niet op zijn plaats. Het zou geen recht doen aan het veel bredere journalistieke dilemma, dat wat ons betreft op tafel ligt voor deze lezing.”
Jensma en Bruning zeggen uit te zien naar een stevig debat op de dag zelf en nodigen de briefschrijvers daartoe uit. Ook zouden twee andere deelnemers aan de Dag van de Persvrijheid (een gevluchte Russische journalist die nu vanuit Amsterdam werkt en een gevluchte Afghaanse journalist die nu voor BNNVARA werkt) “het nodige weerwerk” geven, is hun verwachting.
Lees hier de originele brandbrief en de antwoordbrief van vakvereniging NVJ. [.pdf]


Praat mee
2 reacties
Peter Olsthoorn, 23 april 2026, 15:12
(De brief van bezwaarden wordt twee keer gelinkt, herstel svp even.)
Los daarvan: ben het eens met alle aangevoerde argumenten van de bezwaarden, maar ook met Folkert Jensma en Thomas Bruning. Ik vraag me af of we mee moeten in de cancel-cultuur. Kun je niet beter het debat aangaan met Thomas Erdbrink (en regisseur Roel van Broekhoven graag), juist op deze dag?
(Dan wordt deze Persvrijheidsdag ook wat minder saai, voorspelbaar en zelfgenoegzaam dan vorige jaren 😉 )
Lars Pasveer, 23 april 2026, 15:21
De link naar de brieven is gefixed, dank!