Amerikaanse federale rechter bestempelt Google tot monopolist
Een Amerikaanse federale rechter heeft Google bestempeld als monopolist die illegale tactieken heeft ingezet om die monopolie te beschermen. Amerikaanse staten en het Amerikaanse ministerie van Justitie beschuldigen Google van overtreding van mededingingswetgeving. De uitspraak kan ook gevolgen hebben voor andere grote techbedrijven.
Tegenover de New York Times noemt hoogleraar Rebecca Haw Allensworth het “de mededingingszaak van de eeuw” en het oordeel een eerste in een rij van uitspraken tegen Big Tech.
Rechter Mehta wijst in zijn uitspraak op keuzes die Google maakte om de dominantie van de zoekmachine te garanderen: het bedrijf betaalde bedrijven als Apple en Samsung (die de populairste mobiele telefoons maken, red.) elk jaar miljarden dollars om de ‘voorkeurszoekmachine’ te zijn. Alleen al in 2021 ging dat voor Apple om 18 miljard dollar, meldt de New York Times.
Ook werd betaald om eerste keus te zijn in Apple’s Safari-browser en de Firefox-browser. Daardoor konden andere bedrijven geen voet aan de grond krijgen, aldus het Amerikaanse ministerie van Justitie. Daardoor kon Google volgens de rechter ook naar believen advertentietarieven vaststellen
Er zijn nog geen strafmaten vastgelegd; dat zal rechter Mehta nu bepalen. Mogelijk moet Google onderdelen afstoten of bedrijfsactiviteiten anders inrichten.
In een korte verklaring stelt de Amerikaanse procureur-generaal Merrick Garland dat sprake is van een historische overwinning. “Geen bedrijf - ongeacht grootte of invloed - staat boven de wet.”
Google heeft aangekondigd dat het tegen de uitspraak in beroep gaat. Juridisch directeur van Google-moederbedrijf Alphabet Kent Walker zegt dat de uitspraak vaststelt dat Google de beste zoekervaring biedt, maar tegelijk probeert te voorkomen dat het die laagdrempelig kan aanbieden.
Ook in Europa wordt naar de macht van grote techbedrijven gekeken, die onder de nieuwe Wet op de Digitale Markten als poortwachters zijn aangemerkt. Dat zijn partijen waar bedrijven en gewone burgers in de praktijk niet omheen kunnen.
Dat vereist volgens de Europese Unie extra aandacht. Meer bij New York Times


Praat mee