— donderdag 17 november 2011, 11:36 | 10 reacties, praat mee

Altijd iets laten horen, behalve bij GeenStijl

Nog niet zo lang geleden gooide je als journalist je verhaal over de schutting en hoorde je er – na publicatie – zelden nog iets over. Tegenwoordig kan de buitenwereld naar hartelust schieten zodra je stuk online staat. Villamedia-redacteur Frans Oremus spreekt uit ervaring: ‘Het allerergste is misschien wel: nul reacties’.

 

‘Als je niks hoort betekent het dat je een goed stuk hebt geschreven’, was de even simpele als – destijds – ware filosofie van mijn eerste chef bij een papieren dagblad. Voor complimenten op een artikel klimmen lezers zelden in de pen was zijn redenering. Dus als er een ingezonden stuk binnen kwam (geopende, handgeschreven envelop op je bureau) of er een telefoontje naar de hoofdredacteur ging (veelbetekenende blik van de chef) kon je er donder op zeggen dat het om kritiek ging.

Bij de ingezonden brief bestond er de mogelijkheid deze rustig een dagje op je in te laten werken en wanneer deze op redelijke argumenten was gebaseerd in de eerstvolgende periodiek te plaatsen, eventueel voorzien van een bijtend naschrift, of dit laatste – chiquer! – juist na laten.
Bij het telefoontje naar de hoofdredacteur was het – in geval van lezerskritiek die hout snijdt –maar afwachten hoe pal hij voor je zou staan. Meestal ging dat goed en kon je je weer rustig richten op je volgende artikel.

Deze praktijk is de afgelopen jaren drastisch veranderd. Vanaf de eerste minuut dat je stuk op internet staat kan de wereld er – bijna ongecensureerd – op schieten. Een ‘verrijking’ volgens uitgevers en uitbaters van weblogs, die leven van hits en pageviews. De mogelijkheid tot reageren verhoogt immers het verkeer (‘traffic’) op de site, versterkt de band met de gebruiker en houdt de redactie scherp, is hun redenering. Dat laatste is maar ten dele waar, zo is mijn ervaring. Een gewaagde stelling, die vast veel reacties zal oproepen, omdat je als journalist niet bang hoort te zijn voor kritiek en als een kind zo blij moet zijn met iedere oprisping van je lezers. Ja, óók als die oprisping luidt: ‘(..)je kan op een feestje beter zeggen dat je in een donker steegje kerels afzuigt voor een tientje, dan dat je journalist bij Villamedia bent’ (afkomstig van ‘Cuyahoga’, 23-09-10, 16:09, GeenStijl). Of: ‘lul niet jankerd. Wees blij dat je geen straatdiender bent, dan spugen ze ook nog op je’ (van ‘weedo’ 23-09-10, 16:03, GeenStijl).

Ja, daar word je blij van en het voelt echt als een verrijking voor de beroepspraktijk. Zeker wanneer dit soort reacties in een wankelmoedige bui worden geconsumeerd. Ongeveer net voor het weekend, moe na een week werken en voldaan over verrichte arbeid. Met een glaasje wijn in de hand kijk je op zo’n willekeurige vrijdagavond – aanvankelijk rozig en voldaan – nog even op je laptop om naar mailbox en reacties te kijken. Ai, binnen enkele seconden beland je in een nachtmerrie als je de lijst aan reacties ziet op je laatste artikel waarin je digitaal door de drek wordt gehaald door mensen die blijkbaar net wakker zijn en hun mouwen opstropen voor een fittie. Volkomen off topic krijgt ‘Oremus’ de ene na de andere verwensing, taalverbeteringsvoorstel, scheldkanonnade of suggestie een andere baan te zoeken. Hiertussen staan dan weer inhoudelijke reacties die om een antwoord schreeuwen omdat eruit blijkt dat iets verkeerd is begrepen of ik een foutje heb gemaakt dat excuus, toelichting dan wel wijziging van het artikel behoeft. De wijn schuif ik terzijde. Ik ben ineens alert en klaarwakker. Ik besta! Op internet althans. Maar wil ik dat eigenlijk wel?

‘Nee ik heb helemaal niet beloofd nog een verhaaltje te vertellen’, snauw ik tegen mijn dochter met een stemgeluid waar ik van schrik. Ik tik een eerste regel in het reactievenstertje. Opzouten nu. Papa moet aan het werk.

Oeps, foutje. Ik had toch inmiddels geleerd reacties eerst op een word-document te beantwoorden. Om enige distantie te creëren en te voorkomen dat de in blinde woede en gelijkhebberige drift gemaakte taalverhaspelingen al te snel door een slordige druk op de knop onder die andere onredelijke krabbels van reaguurders komen te staan. Niks erger tenslotte dan de volgende dag met een rustiger gemoed te moeten constateren dat je in de valkuil van de fittie bent gestapt en naar hartelust bent gaan mee schelden. Of dat je je werkelijk een loser voelt omdat je het niet verder dan Villamedia hebt geschopt, wat goed beschouwd inderdaad een beetje sneu is. Voor je het weet verzeil je in een compleet andere discussie – met jezelf of met de criticasters online.

Zo kwamen in de 98 reacties op GeenStijl, dat een linkje had geplaatst naar een stuk waarin ik de stelling betrok dat het als journalist niet altijd handig is om op feestjes te vertellen welk beroep je uitoefent, veel zaken aan de orde die niks met het eigenlijke onderwerp te maken hadden. In pakweg negen reacties ontspon zich een levendige discussie over de Aldi naar aanleiding van de door ‘Brusselmans’ opgeworpen vraag: ‘Op welke tokkiefeestjes (pretzels, aldibrie & Schultenbrau) komen die NVJ-augurken eigenlijk?’ Art Vandelay Ultor, reageert als eerste: ‘Aldibrie is anders wel beste koop volgens de Consumentengids. Godverdomme.’ En giardinosentiero, vraagt zich af: ‘Sinds wanneer is er iets mis met Schultenbräu?’ En ‘houjebekmaarlul’ beslecht de strijd definitief: ‘nix mis met schultenbrau’.

Hilarisch natuurlijk dit soort afdwalingen, die veel zeggen over het medium en zijn lezers, al wordt op onze eigen site (Villamedia.nl) ook wel eens – veelal anoniem – venijnig gebashed. De uitgever van Villamedia was in ieder geval niet ontevreden over de plaatsing van een linkje op GeenStijl; het leverde ons op één dag een paar duizend extra hits op.

De gouden regel op internet lijkt dat je – in geval van reacties – ook zelf reageert. Liefst snel en toch zorgvuldig. Wie niet snel genoeg wat laat horen loopt het risico geen enkele greep meer te hebben op de discussie. Een verkeerd begrepen alinea kan een compleet nieuwe dimensie geven aan het soort reacties en de toon ervan. Bijsturen is dan gewenst.

Ingewikkelder wordt het wanneer ook Facebook en Twitter worden gemobiliseerd. Tot op zekere hoogte zijn deze sociale media te negeren, tenzij ze worden gebruikt voor een oproep om onze site te bashen. Zo kreeg ik op een stuk over het begeleiden van stagiairs aanvankelijk uitsluitend positieve reacties, tot student journalistiek Paul Vereijken een demagogische tweet postte over dit verhaal, waarna de toon in reacties dramatisch veranderde. Massaal voelde de studentjournalisten zich in hun wiek geschoten over een artikel dat met duidelijke ironie was geschreven; ze beten verongelijkt van zich af. Een lezer reageerde eerlijk (‘Boes’ op Villamedia, 27-9-2011): ‘(..)En ik moet zeggen, de eerste keer dat ik dit stuk “spontaan” las via Villamedia magazine was mijn oordeel (..) aanzienlijk positiever dan toen ik het zojuist opnieuw las, met al die argumenten uit reacties die wijzen op de bezwaren die je bij deze tekst kunt hebben.’

Achterover leunen omdat de discussie op zich goed en inhoudelijk verloopt is er dus niet bij. Hoe zeer je oorspronkelijke tekst voor zich spreekt en geen toevoeging meer nodig heeft; degenen die reageren willen gewoon dat je meedoet in de discussie. Reageren zul je. Omdat het kan. Anders krijg je reacties als die van Emiel Elgersma (Villamedia, 23-5-2010): ‘(..)maar het gaat er om dat er wel vaker hier worden geplaatst waar een auteur nooit meer naar omkijkt. Of zoals jij, pas weer na anderehalve dag als de discussie weer op zn gat ligt beetje jammer als je een discussieplatform bent.’
Bovenstaande oproep op onze eigen serieuze vakwebsite dien je natuurlijk serieus te nemen. Vaak komt het erop neer hetzelfde nog eens uit te leggen maar dan in andere woorden.

Oké, altijd iets laten horen dus, behalve bij GeenStijl. Het heeft weinig zin op dit weblog uit te leggen dat je geen ‘NVJ-augurk’ bent op grond van artikel 7 sub. bla bla bla van het Villamedia-redactiestatuut. De hoon zal alleen maar toenemen.

Bieden internetreacties een verrijking voor de journalist? Behalve in pageviews weinig – op die enkele internetdiscussie na die het denken over een bepaald onderwerp naar een hoger plan tilt. Heel af en toe komt dit voor, maar of dit in verhouding staat tot de energie die het kost om ook de onzin in de gaten te houden, waag ik te betwijfelen. En toch is het mooi dat er altijd weer mensen reageren. Want het allerergste is misschien wel: nul reacties.

Illustratie: Berend Vonk

Bekijk meer van

Praat mee

10 reacties

Andie Arbeit, 17 november 2011, 11:16

Lieve Gurke,

Je neemt het allemaal veel te serieus, kan ik je als ex-meubilairreaguurder op GS vertellen. De opmerkingen over bijvoorbeeld Aldi-bier en de algehele houding van “het zal me wat” is puur toneel in 80% van de gevallen. Sinds we zijn begonnen met http://www.dereaguurder.nl heb ik inmiddels al flink aantal reaguurders in het echt mogen begroeten, waarvan het grootste deel hele leuke, behouden en beschaafde mensen waren.

Ik nodig je dan ook van harte uit bij de volgende meetup een kijkje te komen nemen. Dan kan je de volgende keer dat je al die hartverscheurende en platte opmerkingen tot je neemt misschien wat makkelijker relativeren en zeggen:

” Ach, het is maar internet “.

Dat wil men nog weleens vergeten ;)

M.v.g,

Andie Werkt

.(JavaScript moet ingeschakeld zijn om dit e-mail adres te bekijken)

Andie Arbeit, 17 november 2011, 11:28

Oh, om nog even in te gaan op de kern:

“Bieden internetreacties een verrijking voor de journalist?”

Het lijkt me niet, de reacties zijn voornamelijk leuk voor de reaguurders. En vergis je niet, er was een tijd dat er met grote regelmaat ook erg goede discussies op gang kwamen op het roze medium. Helaas gebeurt dit met steeds kleinere regelmaat, toegegeven.

Paul Vereijken, 17 november 2011, 15:47

@Frans Oremus: In mijn tweet deelde ik mijn mening over jouw artikel en in de reacties heb ik naar mijn overtuiging volstrekt rationeel uitgelegd hoe ik daarbij kwam. Na mijn tweet kwamen er meer reacties die stuk voor stuk verschilden in toon en stijl. Ik begrijp niet hoe mijn tweet dat tot een demagogische maakt.
Demagogie is volgens mij iets dat iemand bewust doet om mensen tegen iets of iemand op te zetten. Dat heb ik nooit bedoeld en volgens mij ook nooit gedaan.

J.C. Roodenburg, 17 november 2011, 15:54

Och, er mag best onderscheid worden gemaakt tussen serieuze sites, zoals Villa Media en hilarische scheldplatforms als GeenStijl. Nog mooier zou ik het vinden als op Villa Media alleen reacties worden geplaatst van mensen die met hun eigen naam - zoals Frans himself - ervoor uitkomen. Dat zal al een hoop onzin schelen. Weg met de anonymi of fakenamen. Voor hen is er o.a. GeenStijl.

Jacqueline Wesselius, 17 november 2011, 16:41

@J.C. Roodenburg - Wat ben ik blij dat ik nooit op GeenStijl kijk. Laatst nog werd een Trouw-columniste er helemaal aan gort geschreven - uitsluitend op grond van haar vrouwzijn en haar omvang. Ze moest maar eens ‘een goeie beurt’ krijgen… Tja. En @Andie Arbeit: kun je me uitleggen waarom die onzinreacties ‘leuk’ zijn? @Paul: Is je misspelling van Frans’ naam opzet of slordigheid? @Frans: sterkte!

Paul Vereijken, 17 november 2011, 16:59

@Jacqueline W: Slordigheid; excuses aan Frans Oremus. Dank voor de opmerking, Jacqueline. Als iemand van de redactie van deze website het aan kan passen: graag!

DR: Gedaan

Rosa, 18 november 2011, 08:44

Hoe lang gaat u door met gefrustreerd uw gelijk halen over dat onsmakelijke stagiar-bashing artikel. ‘Massaal voelde de studentjournalisten zich in hun wiek geschoten over een artikel dat met duidelijke ironie was geschreven; ze beten verongelijkt van zich af.” Voelt dat goed meneer Oremus, om zo nog eens uw critici in een hoek te plaatsen. Jemig wat kinderachtig zeg!

Andie Arbeit, 18 november 2011, 14:19

@Jacqueline W

Moet ik nu gaan uitleggen waarom bepaalde dingen wel of niet grappig zijn? Kwestie van smaak lijkt me. Zo zal u ongetwijfeld dubbel liggen bij de nieuwste avondvullende theatershow van André van Duin, waar ik meer gecharmeerd ben van heren als Theo Maassen of Jim Jefferies.

Ieder z’n eigen, niet?

Jorrit, 22 november 2011, 09:08

Is dit een grap van die Andie of zo? Om dan toch zo te reageren, heb je het artikel niet gelezen dan? Ik vind dit juist heel eerlijk en verhelderend geschreven.

Andie Arbeit, 25 november 2011, 10:55

@Jorrit, 22 november 2011, 09:08

Zie mijn tweede reactie…

Colofon

Villamedia is een uitgave van Villamedia Uitgeverij BV

Postadres

Villamedia Uitgeverij BV
Postbus 75997
1070 AZ Amsterdam

Bezoekadres

Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Contact

redactie@villamedia.nl

Redactie (tips?)

Dolf Rogmans
Hoofdredacteur

Marjolein Slats
Adjunct-hoofdredacteur

Linda Nab
Redacteur

Lars Pasveer
Redacteur

Trudy Brandenburg-Van de Ven
Redacteur

Anneke de Bruin
Vormgever

Marc Willemsen
Webontwikkelaar

Vacatures & advertenties

redactie@villamedia.nl

Bereik

Villamedia trekt maandelijks gemiddeld 120.000 unieke bezoekers. De bezoekers genereren momenteel zo’n 800.000 pageviews.

Rechten

Villamedia heeft zich ingespannen om alle rechthebbenden van beelden en teksten te achterhalen. Meen je rechten te kunnen doen gelden, dan kun je je bij ons melden.