Opinie

Bekentenissen van een stagebegeleider

donderdag 8 september 2011

Een lange rij stagiairs zag redacteur Frans Oremus van Villamedia magazine de afgelopen jaren voorbij trekken. Tot voor kort lekker rustig vanaf de zijlijn. Maar – sinds het vertrek van een collega enige tijd geleden – mag hij zich stagebegeleider noemen. ‘Niet alle stagiairs hebben benul van waar ze mee bezig zijn: “Oooh, hebben we vandaag een deadline?”’

Stagiairs zijn er in alle soorten en maten. En hoewel ze allemaal bijna een op het vak toegespitste HBO-studie (in Zwolle, Utrecht, Tilburg of communicatiehogeschool in Amsterdam) achter de rug hebben, zijn er nogal wat onder hen die geen benul hebben van wat het inhoudt om een blad te maken. Ze zitten op onze redactie, werken vreugdeloos de hen toebedeelde klusjes af en kijken vanaf ongeveer half vijf met vragende ogen beurtelings naar hun horloge en naar mij – in steeds dwingender tempo. Je voelt het aankomen: dit type dat van journalistiek zijn of haar beroep wil maken is met z’n hoofd al bij: vriendje/klanktherapie/schrijfklusje voor de lokale krant/voetbal/outletshoppen/vriendenetentje/festival (doorhalen wat niet van toepassing is) en zal de komende maanden alles aangrijpen om zo laat mogelijk binnen te komen en zo vroeg mogelijk te vertrekken. Deze stagiairs hebben over het algemeen veel meer ‘terugkom¬dagen’ (naar school) dan hun medeleerlingen, zijn geregeld ‘niet lekker’ en kunnen daarom niet komen of hebben een moeder die hulpbehoevend is door een ongeval dat juist vorige week plaatsvond. Ze vervullen de resterende weken met steeds zichtbaarder chagrijn hun taakjes tot ze – opgelucht en met een krappe voldoende in de achterzak – het pand definitief verlaten, stiekem in hun sas dat ze met hun scala aan smoezen minder uren op hun stageplek hebben gezeten dan de school vereist.

De minste gemotiveerde stagiaire die ik heb meegemaakt was Marjan (niet haar echte naam). Wulps en uitdagend kwam ze – soms per taxi – gekleed in dure merkkleding (schoenen van Prada, een jasje van Filippa K met luipaarddessin – dat werk) naar de redactie, minzaam neerkijkend op onze stoffige kloffies en dito werkzaamheden. Vooral mijn jongere, mannelijke collega’s op de redactie moest ik regelmatig vragen niet al te luid in haar bijzijn te roddelen over hoe ze een dergelijke levensstijl kon bekostigen.

Zwijgend deed ze haar redactietaakjes tot ze werd gebeld door haar huisgenote die de avond ervoor teveel drugs tot zich had genomen en Marjan spoedhulp moest komen brengen. Of ze kwam helemaal niet opdagen, en bleek – toen ik haar eindelijk mobiel te pakken kreeg – op weg naar Parijs. ‘Had ik toch vorige week gezegd? O, wat vervelend nou’, zei ze vanuit de Thalys.

Ze bleek niet bereid naar een intellectueel debat over journalistieke ethiek te gaan, of een persconferentie van de publieke omroep. Dan moest ze juist naar dat vriendenetentje dat al lang geleden was gepland. Maar toen tijdschrift LINDA. in Aalsmeer uitpakte met een event vol modekoninginnen en andere celebrities wilde ze wel namens ons blad geaccrediteerd worden. Ik hoopte dat ze terug zou komen met een leuk stukje voor de OSM-rubriek. Dit was immers haar biotoop. Maar op de avond van het feestje belde ze me om tien uur op met een dun stemmetje – er was iets mis gegaan met de accreditatie. Ze stond niet op de gastenlijst en LINDA. bleek onverbiddelijk: ‘Ik sta hier in de middle of nowhere en ik mag er niet in.’ Ik bood aan dat ze op onze kosten een taxi mocht bellen. ‘Heb ik al gedaan’, zei ze.

Een beetje vermoeiend, dit soort stagiaires. Maar véél vermoeiender is het type dat zich heeft voorgenomen alles uit zijn stage¬periode te halen wat erin zit. Zo iemand die er met volle energie ingaat en een onuitputtelijke lijst ideeën op schrift heeft gesteld, waaronder een reis naar het buitenland om daar zijn journalistieke held te interviewen. Het is het type dat de redactie de hele dag lastigvalt met schijnbaar slimme vragen op gepaste – maar meestal ongepaste – momenten.

Zo hadden we een stagiair – laat ik hem George noemen – die werkelijk iedere oprisping onmiddellijk wilde delen, ongeacht of je aan de telefoon zat, nog snel een stuk voor de deadline zat te tikken of in overleg was met een collega. Zijn pogingen als: ‘zou het leuk zijn als ik probeer Paul Witteman…’ of ‘weten jullie dat de meeste oorlogsjournalisten embedded..’ of ‘hoe moet ik een fotograaf…’ werden steeds vaker in de kiem gesmoord door met name mijn jongere collega’s die hem bruusk onderbraken omdat mijn ‘sorry George, we zijn even in gesprek’ geen enkele indruk maakte. Toen ook dit niet hielp – hij dacht waarschijnlijk dat dit de vrije, wat grappig-cynische communicatie van journalisten-onder-elkaar betrof waardoor je je niet moest laten intimideren – legde ik hem uit dat hij alles mocht vragen wat op enig moment relevant was maar dat hij al zijn ideeën die geen haast hadden moest bewaren tot het einde van de middag, waarop we ze dan stuk voor stuk zouden doornemen. Dat werkte, al keek hij me een paar keer per dag doordringend aan, wijzend op zijn uitdrukkelijk gesloten mond, waarmee hij blijkbaar wilde zeggen dat hij nu een héél leuk idee had dat er echt even uit moest. Vervolgens wees ik op een pen en papier en schreef hij braaf zijn gedachtespinsels op. Hierdoor werd het een stuk rustiger op de redactie. En omdat hij gedwongen was langer na te denken over de werkelijke brille van zijn eigen idee bleek het door te nemen ideeënlijstje aan het einde van de dag vrij kort. Een win-win-situatie.

Roken biedt de stagebegeleider enkele keren per dag een paar minuten van heilzame eenzaamheid in de buitenlucht. Zonder constante afleiding van impulsieve vragen (‘hoe kom ik ook alweer in het CMS; o ja ik zie het al’) kun je even productief met je eigen werk bezig zijn. Tenzij… de stagiair ook rookt. Als roofdieren houden ze in de gaten wanneer je je aansteker pakt om er even stiekem tussen uit te knijpen. Meestal lukt dat niet en lopen ze ‘gezellig’ mee. Veel van deze jonge nicotineverslaafden hebben de neiging dit momentje aan te grijpen om een samenzweerderig rokers-onder-elkaar sfeertje te creëren en de begeleider in te wijden in hun privé-leven. ‘Chille’ drankgelagen, geldproblemen en faalangst komen dan langs. Maar ook zwaardere problemen.

Stagiair George vertrouwde me tijdens twee Marlboro’s toe dat hij tienervader was en een dochtertje had van vier die hij nauwelijks zag, net zo min als de tienermoeder die hij zwanger had gemaakt… Pom-pie-dom, zullen we maar weer naar binnen gaan? Het zat George hoog. De rest van de redactie was niet op de hoogte maar vond zijn gedrag vreemd. ‘Er is iets met hem; alsof-ie een geheim heeft’, zei een collega. Tot zijn vertrek heb ik zijn slecht verwerkte verdriet niet verraden, me af en toe verbijtend als anderen zijn gedrag bekritiseerden en alleen ik begreep waar de oorzaak lag.

Stagiairs begeleiden is dus gewoon heel leuk. Werkelijk. Want tussen alle ergernisjes door is het – cliché maar waar – mooi om jonge mensen te zien groeien in hun vak. Niks leuker dan een stagiair te zien worstelen met een artikel om hem vervolgens te vertellen dat zijn stuk toch niet meegaat. Meestal resulteert deze bittere teleurstelling in het beoogde educatieve effect, waardoor – na uitleg over wat er nu precies rammelt – een volgend stuk ineens wel aan de elementaire journalistieke principes voldoet. Mooier nog is de student die gaandeweg werkelijk de smaak te pakken krijgt en je verrast met steeds betere stukken, zelf initiatief neemt, met zichtbare tegenzin stopt met zijn stage en je daarna nog blijft bestoken met verhaalideeën. Helaas kan ik die tot nu toe op één hand tellen.

Illustratie: Berend Vonk

Auteur: Frans Oremus
Tags: opleiding

Reacties kunnen worden doorgeplaatst in het tijdschrift. Die reacties moeten dan wel voorzien zijn van volledige naam en e-mailadres.

25 reacties

1. door Theo van den Bergh, 8 september 2011, 18:42

Amusant verhaal, al moet ik eerlijk bekennen dat ik zoveel onbenul onder stagiaires nog nooit heb meegemaakt. Ik mag voor Oremus hopen dat er af en toe, al is het maar per ongeluk, ook nog wel eens een èchte journalist doorheen is geglipt.

2. door Frans Oremus, 8 september 2011, 20:43

Toch wel. Maar de markante figuren zijn leuker om te beschrijven.

3. door Maarten M, 9 september 2011, 12:36

Grappig stukje. Maar volgens mij staat het in de opinierubriek niet goed.

4. door k.beckmans, 12 september 2011, 11:11

En weer een argument om te stoppen met roken…

De ondergrens voor een stagiair is toch wel reukloos, liefst rookloos en als het moet rucksichtloos klaar te worden gestoomd voor het grote werk. Beetje natuurlijke selectie aan het persfront, daar is niets mis mee.

5. door Eduard Bekker, 23 september 2011, 21:37

Ik heb met plezier je stukje gelezen.
Wat mijn korte tijd als stagebegeleider op Cobouw betreft heb ik gelukkig veel betere ervaringen.

Binnen drie weken had ik de stagiairs dusdanig ingewerkt, dat ze als een volledige kracht mee konden draaien. Dat was wel makkelijk, omdat de vaste krachten dan eens wat makkelijker een vrije dag konden opnemen.
Op de school werd wel eens opgemerkt dat het niet de bedoeling was om met stagiairs personele gaten te vullen, maar de stagiairs waren er natuurlijk dolblij meer dat ze voor volwaardige medewerkers werden aangezien.

Alleen met die ene ex-student van de SvdJ - de eerste zo’n beetje die daar haar diploma Vormgeving had behaald - dat was een drama.
Evenals de stagiairs beheerste die QuarkXpress nauwelijks. Maar waar de stagiairs begerig alles wat ik vertelde tot zich namen, draaide zij zich direct demonstratief haar rug toe, als ik haar iets wilde uitleggen.
Na een week hebben we haar maar weggestuurd en dan had ze nog de brutaliteit om met iemand van het uitzendbureau terug te komen om te vragen, wat er nou precies niet goed was gegaan…

6. door Aad Bos, 26 september 2011, 22:27

Zo: als studenten journalistiek nog een reden zochten om géén lid te worden van de NVJ, dan heeft Frans Oremus ze nu een goed argument gegeven. Met meer dedain kunnen ze niet worden overladen.

Misschien moet Villamedia zich eens afvragen waarom het steeds - kennelijk - de verkeerde stagiaires aantrekt. Misschien omdat de opleidingen niet hun helderste geesten naar dit mottenballenmedium wil sturen?

7. door Paul Vereijken, 26 september 2011, 22:58

Hoe verder ik kwam in dit stuk, hoe verder mijn mond openviel. Dat je als stagebegeleider dit opinieartikel durft te schrijven. Als een stagiaire verwacht je maximale integriteit. Deze praktijkperiode tijdens je opleiding (tot journalist) is de periode om te leren van je fouten - ook als je een slechte houding hebt. Dat moet je in vertrouwen kunnen doen en daar hoort natuurlijk bij dat je je fouten later niet terugleest, ook niet enigszins geanonimiseerd.

8. door Stefan ten Teije, 26 september 2011, 23:25

Vet gaaf joh, dat je stagebegeleider bent en al die geheimen kunt delen. Er komen dus blijkbaar mensen bij jullie over de vloer en die kunnen iets niet goed maar zijn soms wel leergierig. Wat een nieuws.
Fijn dat het zo ‘leuk’ is bij Villamedia. Jammer dat ik mijn twee stages er al op heb zitten.

9. door Stephan van der Vrande, 27 september 2011, 00:02

‘Niet alle stagiairs hebben benul van waar ze mee bezig zijn: “Oooh, hebben we vandaag een deadline?”’

Gelukkig weet dit orakel, de schrijver van bovenstaand stuk, zichzelf hier wel als een inspirerende en gemotiveerde stagebegeleider/journalist neer te zetten. Keep it up!

10. door Martin Reeks, 27 september 2011, 00:05

Dit verhaal zegt meer over heer Oremus dan over de stagiairs. Elitair, conservatief en vooral oncreatief. Het zijn juist ‘journalisten’ zoals Oremus die moeite hebben om zich verder te ontwikkelen in een medialandschap dat steeds meer van een journalist vereist.

In plaats van de studenten te motiveren en hen te helpen hun sterke kanten te ontwikkelen, kies jij de makkelijke weg. Afzeiken. Chapeau!

11. door Bob, 27 september 2011, 01:34

Al lezende dacht ik; “wat moet dit een vreselijk bedrijf zijn om te werken”. Afgunst, afremmen van initiatief, maar het belangrijkste; een stagebegeleider die zijn rol niet snapt. Als stagebegeleider werk je geen collega in. Een stagiair komt bij jou stage lopen en niet werken. Die ervaring bepaalt mede welke keuzes hij of zij later maakt.

Ik heb veel stagiairs begeleidt. De een wat beter dan de ander, de ander wat gemotiveerder dan de een. Al heb je op dat laatste veel invloed als je gewoon goede acquisitie doet. Een stage is niet alleen succesvol als ze iets hebben afgeleverd waar jij wat aan hebt, maar kan ook heel succesvol zijn als je iemand hebt laten zien dat hij iets moet gaan doen waar hij heel gelukkig/gemotiveerd van wordt (zelfs als dat helemaal niet bij de stage of zelfs de opleiding past)

Het lijkt er sterk op dat hier stagiairs worden gezien als goedkope arbeidskrachten. En inderdaad, je krijgt precies waar je om vraagt. Ik hoop niet dat je leidinggevende ambities hebt, want daar lijk je niet voor geschikt.

Typos’s courtesy of my iPhone

12. door Stephan, 27 september 2011, 09:45

Ik hoop dat de stagebegeleider die ik over een paar maanden krijg met wat minder afgunst mijn handelen bekijkt, of recht in mijn gezicht zegt wat er aan schort. Door bij ‘Marjan’ en ‘George’ alleen maar te kijken wat er fout gaat, en vervolgens ze hun termijn uit te laten zitten, leren ze toch nog niks?

13. door Frans Oremus, 27 september 2011, 11:34

Gompie, wat een serieuze reacties allemaal op een stuk dat lichtvoetig is bedoeld voor een ‘starters special’ die in een extra oplage op de scholen voor journalistiek is verspreid. Om ook eens de andere kant te laten zien (die bestaat immers) op een prikkelende en hier en daar gechargeerde toon. Een beetje humor in een doorgaans erg serieus vakblad, mag dat?

Ok, ik zal mijn eigen functioneren nog eens onder de loep nemen, maar voor de goede orde: stagiairs worden hier niet gezien als goedkope arbeidskrachten en krijgen alle begeleiding die ze nodig hebben. Ik ben niet te beroerd daar (soms veel) tijd en energie in stoppen. Integendeel. Ik zie niets liever dan studenten die er zin in hebben en hoop werkelijk dat ze geïnspireerd en met meer bagage vertrekken dan ze binnen kwamen. In de meeste gevallen is dit het geval, zo lieten ze me na afloop weten.
Maar niet alle stagiairs zijn even gemotiveerd, dat is wat ik heb willen betogen.

Waarom, vraag ik me wel af, wordt een grappig bedoeld stuk in sommige reacties zo zuur en serieus geduid en worden mij eigenschappen toegedicht die niet in de tekst te vinden zijn. Zoals ‘afgunst’ door @Bob, die zelf ‘veel stagiairs heeft begeleidt’ (waar ze taalkundig dus niet veel mee zijn opgeschoten) of ‘elitair’ door @Martin Reeks die vindt dat ik ‘de makkelijkste weg’ kies -  op grond waarvan eigenlijk?.

Dit stuk was bedoeld als prikkelend. Dat is blijkbaar gelukt. En natuurlijk komt er dan kritiek. Prima. Maar als ik twee (anonieme, en niet een ‘beetje’) voorbeelden enigszins uitvergroot om mijn punt te maken, dan betekent dat niet meteen dat ik een ‘conservatieve’ grondhouding heb tegenover stagiairs. Nogmaals: integendeel.

Voor wat betreft de al te zure reacties: een beetje relativeren misschien, en bedenk: de mondhoekjes mogen ook wel eens omhoog.

14. door Rico den Burger, 27 september 2011, 12:53

@Frans Achteraf betogen dat je tekst grappig of luchtig bedoeld is, is als een cabaretier die het publiek uitlegt wanneer te lachen. Je schrijft je stuk met een behoorlijk ernst. Ik zie de grap er niet van in.

15. door Paul Vereijken, 27 september 2011, 12:55

Frans Omerus, dank voor de spoedige reactie terug op de reacties die voornamelijk gisteravond zijn achtergelaten. Ik weet niet of je de discussie op Twitter ook hebt gezien, maar ook daar zijn de nodige woorden gewisseld.

Ondanks dat ik je uitleg woord voor woord heb gelezen en je nuanceringen versta, blijft mijn punt overeind staan: met dit stuk schend je de integriteit en vertrouwelijke omgeving die de geschetste stagiaires, en andere studenten die bij Villamedia komen, mochten en nog altijd mogen verwachten.

Voor de goede orde: de voorbeelden zijn wel degelijk een beetje anoniem. Door de kleurrijke en typische beschrijving die je van de twee studenten geeft, schetst je hen goed genoeg zodat jaar- en wellicht wel studiegenoten verdomd goed weten over wie je het hebt. En dan is het niet meer anoniem.

16. door Judith, 27 september 2011, 13:00

Nou, nou, Frans, je eigen Nederlands is ook niet zo goed, hoor. Kan je Bob wel aanpakken, maar sinds wanneer is het ‘dochtertje die’ ipv ‘dochtertje dat’? Beetje jammer.

Voor de rest klopt het niet wat je zegt, je schrijft in je stuk dat goede stagiairs op één hand te tellen zijn, en heb je het in je reactie over ‘de meeste gevallen’. Wat is het nou?

De enige die hier zuur is, ben jij. Als je geen stagiairs meer wilt begeleiden, laat je dat toch lekker door iemand anders doen? Wat ben ik na dit stuk blij met mijn eigen begeleider.

17. door Judith, 27 september 2011, 13:09

Aan het bovenstaande wil ik graag nog wat toevoegen. Veel bedrijven profiteren enorm van stagiaires. Sterker nog, sommige bedrijven kunnen niet eens zonder. Je kunt wel betogen dat stagiaires geen goedkope arbeidskrachten zijn, maar in feite krijg je - uitzonderingen daar gelaten - net zoveel terug als je in een stagiaire stopt. Veel stagiaires werken van 9 tot 17, voor 300 euro in de maand en leveren soms net zoveel content als reguliere medewerkers.
Tot uitbuitens toe: lees maar eens Intern Nation: How to Earn Nothing and Learn Little in the Brave New Economy van Ross Perlin.

18. door Rosa, 27 september 2011, 15:56

Mijn mondhoekjes gaan regelmatig omhoog beste meneer Oremus, als iets grappig is bijvoorbeeld, of goed geschreven. Niet bij uw stuk.

19. door Boes, 28 september 2011, 00:14

Opvallend om te zien hoe de toon van de reacties op dit stuk is veranderd nadat er over dit bericht werd getweet door Paul Vereijken. Na de veel geretweette tweet stromen opeens, ruim na de publicatiedatum van het stuk, talloze reacties binnen. Deze zijn aanzienlijk negatiever van toon,  wat waarschijnlijk deels te maken heeft met de “framing” van Vereijken.

En ik moet zeggen, de eerste keer dat ik dit stuk “spontaan” las via Villamedia magazine was mijn oordeel over dit stuk aanzienlijk positiever dan toen ik het zojuist opnieuw las, met al die argumenten uit reacties die wijzen op de bezwaren die je bij deze tekst kunt hebben.

20. door Olivier, 28 september 2011, 14:57

Niet grappig en niet informatief. Maar goed, wat wil je van iemand die nooit verder is gekomen dan een vakblad. Ik zou dus zeggen tegen stagiairs in de dop, ga vooral naar een echt medium. Daar hoef je niet tot het eind van de week te wachten tot je je idee mag delen. Ongelooflijk; dat ze zoiets op een ministerie zeggen ok. Maar op een redactie. Ik denk dat het voor Frans de hoogste tijd is eens te gaan kijken bij blad voor zo stoffig mogelijke ambtenaren.

21. door Ance van Zoderteur, 29 september 2011, 13:52

Als voormalig SvJ-student die is blijven plakken op haar eerste stageplek heb ik dit artikel van het nodige grinniken gelezen. Ik herken de houdingen van sommige studiegenoten - de 9-tot-5 mentaliteit van stagiairs die na mij ‘mijn’ redactie aandeden.

Enige scepsis is altijd een vereiste bij het lezen van een opiniestuk en de verwachtig van nuance en een realistisch beeld lijkt me dan ook wat hoog.

Desalniettemin, een stage is om te leren, om uit te vogelen of het werk wel voor jou is en jij voor het werk (en soms is dat nu eenmaal niet zo) - daar mogen sommige begeleiders wat meer begrip voor hebben. En sommige wat minder. Ik zie ook vakmensen en uiteraard studenten, die een luie, ongemotiveerde houding van stagiairs goed praten onder het mom ‘het is een stage en ze krijgen slecht betaald’.

Ja, je krijgt slecht betaald en dat is soms zuur, maar daar staat een schat aan ervaring en kennis tegenover waar je ook als student moeite voor moet doen. Het wordt je nu eenmaal niet op een zilveren schaalte aangereikt.

Anderzijds mag je van een stagebegeleider verwachten dat hij je op je fouten wijst en je vertrouwen bewaart. Daar heb ik bij dit verhaal mijn twijfels over.

Je mag van journalisten verwachten om goed beargumenteerde reacties te schrijven, zonder het op de man te spelen.

Overigens had een van mijn jaargenoten een dochtertje van vier die hij nauwelijks zag. Nu vraag ik me af of hij bij Villamedia stage heeft gelopen. Ik zal LinkedIn er eens op nalezen.

22. door Olivier, 29 september 2011, 14:49

Hoezo niet op de man spelen? De auteur van dit stuk doet niet anders… Ten koste van volgens mij kwetsbare mensen.

23. door Frans Oremus, 29 september 2011, 15:44

Beste @Ance van Zoderteur, dank dat je het deels voor me opneemt tussen deze primaire uitingen van mensen die zich mogelijk een spiegel voorgehouden voelen. Maar volgens mij bezondig je je (met je jaargenoot die een dochtertje van vier heeft)aan iets wat mij wordt verweten maar niet klopt. Namelijk dat ik vertrouwen en integriteit schend van stagiairs.
Ik heb geanonimiseerd, en bij twijfel - zoals in het voorbeeld dat je aanhaalt - de betrokkene vooraf de tekst integraal gestuurd met de mededeling dat ik zou schrappen als hij er overwegende bezwaren tegen had. Hij stemde in met publicatie.

Ik vind de theorie van @Boes over framing wel interessant.

24. door Paul Vereijken, 29 september 2011, 21:14

@Frans Oremus: over framing gesproken, het frame waarin jouw artikel wordt gelezen bepaal je volgens mij deels zelf. Had je bijvoorbeeld bij je stuk vermeld dat George de tekst vooraf integraal heeft gelezen én ermee ingestemd heeft, dan denk ik dat ik minder scherp had gereageerd. Natuurlijk, het voorgaande valt in de categorie ‘als dan’, maar wel relevante ‘als dan’ in dit geval.

25. door S.K., 30 september 2011, 15:39

Ik ben zelf stagair en ik heb van dit stuk genoten. Erg herkenbaar. Dit stuk is ook erg bruikbaar als je een goede stagair wilt zijn of juist niet(haha).

Groeten, George. ja ik heet serieus zo.

Om te reageren moet je ingelogd zijn. Log hieronder in of meld je aan als je geen logingegevens hebt.



Home | Nieuwsarchief | Opinie | Vacatures | Magazine | Prikbord | Agenda | Personalia | Adverteren | Villamedia portal | Nieuwskaart | Opleidingenkaart | Dossiers | Feeds | Nieuwsbrieven | Video | Contact | Persberichten