website over journalistiek

x

Villamedia heeft een app

 

ZEMBLA analyseert factcheck van boerenorganisatie LTO

Annette Schätzle en Ton van der Ham — Geplaatst op woensdag 1 mei 2019, 12:15

Persoonlijk Op 25 april zond ZEMBLA de aflevering ‘Bollengif in babyluier’ uit. Zo’n beetje alle relevante partijen komen aan het woord, aldus programmamakers Ton van der Ham en Annette Schätzle: ‘We spraken wetenschappers, bezorgde burgers, een spuitinstructeur, de minister van Landbouw. Maar de boeren, onder aanvoering van de belangenorganisatie LTO (Land- en Tuinbouw Organisatie), blijven liever buiten beeld. Om vervolgens op de dag van de uitzending, via sociale media met een tamelijk dubieus document te komen: factcheck – uitzending ZEMBLA omwonendenonderzoek.’ Met dit stuk willen de programmamakers van Zembla duidelijk maken waarom de landbouwlobby zich volgens hen ten onrechte profileert als factchecker.

In ‘Bollengif in babyluier’ laten wij zien dat omwonenden langer en meer worden blootgesteld aan bestrijdingsmiddelen dan tot nu toe werd aangenomen. Burgers maken zich zorgen over deze blootstelling. Terecht, stellen experts, want de risico’s van het landbouwgif zijn onvoldoende onderzocht. De overheid kan niet garanderen dat het veilig is, stelt ook het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM), omdat de toelating van bestrijdingsmiddelen op een aantal cruciale punten tekortschiet.

Hersenschade
Steeds meer wetenschappers zien verbanden tussen landbouwgif en hersenschade, met name bij jonge en ongeboren kinderen. Ondertussen gaat het spuiten gewoon door. Ongemakkelijke feiten in een beladen dossier. Het is een klassieke botsing van belangen; de economische belangen van een sector en de gezondheidsbelangen van al die mensen (één op de vijf huishoudens – aldus het RIVM) die dichtbij een akker wonen waar gespoten wordt.

ZEMBLA besteedt in 2011 en 2013 ook aandacht aan de risico’s van landbouwgif. We laten zien dat er nooit goed is onderzocht of en hoeveel gif mensen naast (met name) bollenvelden binnenkrijgen. De uitzendingen dragen bij aan de politieke druk om zo’n onderzoek te laten uitvoeren. Dit voorjaar krijgen we de resultaten in handen.

Het zogeheten blootstellingsonderzoek vormt het vertrekpunt van onze research. Met zo’n rapport ben je er als onderzoeksjournalist nog lang niet. Dan begint het werk pas. Want wat zeggen al die meetresultaten? Hoe robuust is het onderzoek? Onder welke omstandigheden is het onderzoek uitgevoerd? Wat voor conclusies kunnen we trekken?

Het begin: het benaderen van relevante partijen
Wat wij op dat moment doen, is contact leggen met zoveel mogelijk relevante partijen. Uiteraard beginnen we bij de bron: de onderzoekers zelf. Maar we benaderen ook andere, onafhankelijke wetenschappers. Want we willen objectieve duiding van vooraanstaande experts. We benaderen de overheidsinstanties die gaan over de toelating en toepassing van de bestrijdingsmiddelen. Daarnaast leggen we meteen contact met de mensen die werken met de bestrijdingsmiddelen: de boeren, de producenten en hun brancheorganisaties. Want het gaat om het gif dat zij spuiten, om het gif dat kennelijk niet alleen op de gewassen terechtkomt, maar is terug te vinden in huizen op 250 meter van akkers, tot in de luiers van kinderen aan toe.

Geen antwoord van de sector
We snappen best dat niet elke boer staat te springen om mee te werken aan een uitzending over dit lastige onderwerp. Want ja, die middelen zijn een integraal onderdeel van zijn bedrijfsvoering. Wat moet hij anders? De boer is wellicht bang dat hij niet op elke lastige, maar legitieme vraag een goed antwoord heeft. Dan zou je verwachten dat zijn vertegenwoordigers de kastanjes voor hem uit het vuur halen. Dan zijn de LTO (land- en tuinbouw), KAVB (bollentelers) en Nefyto (bestrijdingsmiddelenproducenten) toch aan zet? Het is immers hun achterban die – tegen wil en dank wellicht – een hoofdrol speelt. Maar de sector laat en masse verstek gaan. De luiken gaan dicht. Telefoons worden niet opgenomen, mails worden niet of zeer minimaal beantwoord en interviews worden er al helemaal niet gegeven. En dat is vreemd. Want daarmee creëer je als sector de onevenwichtigheid die je zegt te vrezen. Je bent bang voor gekleurde journalistiek, maar als journalisten vragen: help ons om dit onderwerp van alle kanten te belichten, geef je niet thuis. Wie heeft baat bij deze ogenschijnlijk angstige en negatieve vorm van belangenbehartiging?

Beschuldigingen: ‘stemmingmakerij’ en ‘knip- en plakwerk’
André Hoogendijk, voorman van de bollensector, belt niet terug. Hij communiceert liever via twitter. Daar lezen we dat hij de uitzending ‘stemmingmakerij’ en ‘knip- en plakwerk’ vindt. Het klopt, wij plakken en knippen. Dat heet monteren. We hebben na maanden research en acht dagen filmen immers bergen materiaal. Het is dan aan ons om daar een goedlopend, kloppend en evenwichtig geheel van te maken. De suggestie dat wij selectief omgaan met de feiten, is onjuist en een onwaarachtige poging de aandacht af te leiden van de ongemakkelijke feiten waar wij de vinger bij leggen. Wij hebben voor zover wij kunnen overzien elk relevant argument en rapport ondersteboven gekeerd en hebben vervolgens een uitzending samengesteld die recht probeert te doen aan de complexe werkelijkheid. Zijn wij onfeilbaar? Zeker niet. Kun je ook andere keuzes maken? Absoluut. En als er een fout in de montage zou sluipen, zou dat zeer spijtig zijn. We zijn ons namelijk bewust van onze verantwoordelijkheid. De kijkers hebben recht op onafhankelijke en correcte berichtgeving.

ZEMBLA draagt bij aan beeldvorming, wij voeden het maatschappelijk debat. Als wij iets zouden melden wat niet klopt, is dat pijnlijk en moet dat worden rechtgezet. Daarom staan wij ook open voor feedback, wij gaan de discussie niet uit de weg. Maar selectief plak- en knipwerk? De woordvoerder van het RIVM laat weten het een goede uitzending te vinden. De woordvoerder van minister Carola Schouten vindt het een scherpe uitzending maar ‘dat mag je van ZEMBLA ook verwachten’. Hij appt dat zijn minister er ‘op een goede manier in zit’. Wij hoeven geen aai over de bol van het bevoegd gezag, maar het geeft aan dat we partijen recht doen. Ook als een interview confronterend is. Let wel: dit dossier ligt politiek zeer gevoelig. Deze uitzending is voor het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu en het Ministerie van Landbouw Natuur en Voedselkwaliteit geen thuiswedstrijd geweest.

Met ZEMBLA praten zit er niet in
Schoutens woordvoerder merkt op dat het jammer is dat de sector de grote afwezige is. Dat vinden wij ook jammer. De kijkers zien nu een vooraanstaande kweker uit Westerveld die een half uur van tevoren het interview afzegt en ‘betrapt’ wordt op zijn steiger, terwijl een Hardenbergse bollenteler onze cameraman bedreigt. De Hardenbergse wethouder vertelt ons over een convenant waar bijna alle telers in zijn gemeente hun handtekening onder hebben gezet. Ze zouden voorop lopen in innovatie en communicatie, maar met ZEMBLA praten, nee, dat zit er niet in. Want ja, wij zouden plakken en knippen. Concrete voorbeelden kunnen ze niet geven. Ze lijken elkaar na te praten. Over de teler die in 2011 aan de uitzending meedeed. Die zouden we in de montage tekort hebben gedaan. We hebben het de beste man – ja, die van de steiger – meermaals gevraagd: hebben we jouw uitspraken uit zijn verband gerukt, hebben we jouw bijdrage gemanipuleerd? Zijn antwoord: nee. Wat hij tegen zijn collega’s zegt, weten we niet, maar het is blijkbaar heel comfortabel voor de sector om zich te verschuilen achter gelegenheidsargumenten en spookverhalen.

Neem boer Markhorst, één van de Hardenbergse telers die niet voor onze camera wil verschijnen. Na de uitzending twittert hij dat koffie en cake klaar zouden staan, maar dat wij niet meer wilden langskomen voor een interview, omdat hij de opname van tevoren wilde bekijken: “Mocht niet van #zembla wil kunnen knippen en plakken. Helaas #fail.” Zo’n tweet doet het ongetwijfeld goed bij de achterban, maar is een verdraaiing van de feiten.

Heldere afspraken
Als wij iemand interviewen, maken we heldere afspraken: waar gaat het gesprek over, wat is de context? Geen konijnen uit de hoge hoed. Ook houden we betrokkenen op de hoogte van de manier waarop het gesprek wordt verwerkt in de uitzending. Sterker nog: regelmatig lopen we met de geïnterviewde de montage vlak voor de uitzending nog langs, bijvoorbeeld om feitelijke onjuistheden te voorkomen. Wat we niet doen: iedereen uitnodigen in de montagekamer om zijn veto te geven. Wij zijn onafhankelijk en wij bepalen uiteindelijk hoe onze uitzending eruit komt te zien. Dat boer Markhorst suggereert dat wij er op uit zijn om uitspraken uit zijn verband te rukken is een feitenvrije insinuatie, die helaas wel vaker opduikt. Zo proberen sommige betrokken partijen te legitimeren waarom ze geen antwoord willen geven op kritische vragen. Hopelijk doorzien de meeste kijkers deze doorzichtige truc. 

De factcheck van de LTO
De LTO komt op de dag van onze uitzending met een zogeheten factcheck van onze uitzending. De KAVB (bollentelers) en NFO (fruittelers) sluiten zich bij deze verklaring aan. Wij hadden het gewaardeerd wanneer de LTO ons tijdens onze maandenlange research – eventueel op achtergrondbasis - te woord had gestaan. Dan hadden we wellicht beter kunnen begrijpen hoe de belangenorganisatie opkomt voor de boer. Maar Wytse Sonnema, advisor public affairs, neemt de telefoon niet op en stelt in een drieregelig bericht dat LTO ‘niets toe te voegen’ heeft aan een persbericht dat op de site staat. We hadden de LTO ook graag geïnterviewd, om te snappen wat er ‘geruststellend’ is aan het feit dat er bollengif in babyluiers wordt gevonden, want dat is blijkbaar het standpunt van de LTO. Maar als we eindelijk een LTO-woordvoerder aan de lijn hebben, wordt de verbinding plotseling verbroken. Is een vraaggesprek met een onderzoeksjournalist die het dossier goed kent te ingewikkeld? LTO-woordvoerder Esther de Snoo appt ons: “Ik heb al aangegeven dat we naar de toekomst toe dit anders gaan doen en veel meer ‘aan de voorkant’ gaan communiceren.” Dat zou mooi zijn.

Ondertussen komt de LTO met een heuse factcheck. Wij vinden een factcheck van de factcheck op zijn plaats. Want de sector gaat iets te makkelijk voorbij aan een aantal wezenlijke feiten. En het motto ‘don’t shoot the messenger’ kennen ze op de LTO-burelen kennelijk niet.

Wat meteen opvalt: de LTO legt ons woorden in de mond. Wij zouden stellen: ‘Sector neemt de zorgen van omwonenden niet serieus.’ Maar wat zeggen wij letterlijk in de uitzending: “De LTO schrijft verder dat ze de ‘vragen en zorgen die er leven’ begrijpen.” Hoe doorleefd en oprecht dit begrip is, moet de kijker zelf maar bepalen.

Rapport niet genegeerd, maar gefileerd
De LTO stelt in hun factcheck dat wij een verkennend onderzoek hebben genegeerd. De resultaten waren positief, aldus de LTO, omdat er geen verbanden werden gevonden tussen gewasbeschermingsmiddelen en de gezondheid van omwonenden. Het klopt dat wij dit onderzoek niet in de uitzending behandelen. De LTO suggereert dat dit komt omdat de uitkomsten ons niet bevallen. Feit is dat we de ‘verkennende’ studie heel goed hebben bestudeerd en voorgelegd aan experts. Zij stellen: op basis van dit onderzoek kun je geen betrouwbare uitspraken doen over de gezondheidsrisico’s van bestrijdingsmiddelen. Dit klinkt raar, maar heeft alles te maken met de opzet van het onderzoek.

Er is namelijk niet onderzocht wat de effecten zijn op de ontwikkeling van de hersenen van jonge en ongeboren kinderen. Terwijl dit juist één van de grootste gevaren is van landbouwgif. Het RIVM geeft toe dat dit ‘niet meegenomen’ is. Hun advies aan de regering is daarom ook: kijk opnieuw naar de resultaten van deze verkenning. Het is opmerkelijk dat zowel boerenorganisaties als de overheid blijven verwijzen naar dit onderzoek, dat grote beperkingen kent. We hebben het rapport dus niet genegeerd, maar gefileerd.

Kill your darlings
We hebben tijdens de montage wel overwogen om het onderzoek te noemen. Niet omdat de conclusies zo waardevol zijn, maar om aan te tonen dat de bevindingen worden gebruikt om burgers en boeren in slaap te sussen. Of het huidige gebruik van middelen veilig is, kun je onmogelijk baseren op deze ‘gezondheidsverkenning’. De keuze om het niet te behandelen, is een typisch gevalletje kill your darlings, we hadden al extra zendtijd gekregen en moeten keuzes maken. Maar nu de LTO weer naar dit rapport verwijst, denken we: misschien hadden we het toch moeten noemen, want dan zou de kijker zien hoe selectief LTO omgaat met de feiten.

Conclusie gezondheidsrisico’s klopt niet
Het onderzoek dat we wel uitgebreid behandelen, is het blootstellingsonderzoek van het RIVM, omdat dit een zeer gedegen rapport is, met belangrijke bevindingen. Volgens de LTO blijkt uit het blootstellingsonderzoek dat de gemeten concentraties niet tot gezondheidsrisico’s leiden. We lazen deze stelling overigens ook in de brief van de minister. Het punt is: het klopt niet. We hebben het blootstellingsrapport uiteraard grondig bestudeerd. Ook hebben we uitgebreid gesproken met de betrokken onderzoekers. De geruststellende opmerking dat de concentraties veilig zijn, blijkt niet uit het rapport en wordt door de onderzoekers zelf niet onderschreven. Sterker nog: het RIVM zegt in de uitzending dat het niet kan garanderen dat het veilig is om te wonen naast een bollenveld.

Toch schrijft de LTO: “Gelukkig blijkt dat de gevonden waarden onder de normen liggen, zoals het RIVM ook aangeeft.” Onjuist dus. Net als de verwijzing naar een brief, die in werkelijkheid niet door het RIVM is geschreven.

Wanneer is iets schadelijk?
LTO schrijft dat het ‘fijn’ is dat de gevonden waarden onder de norm liggen. Wat opvalt, is het gebruik van kwalificaties als ‘fijn’ en ‘geruststellend’. Er is wat wetenschappers betreft weinig fijn en geruststellend aan het feit dat omwonenden vrijwel het hele jaar door worden blootgesteld aan landbouwgif. Dat neemt niet weg dat we voorzichtig moeten zijn in het trekken van conclusies. De dosis maakt immers het gif, zo doceren toxicologen. Wanneer is iets schadelijk? En voor wie? Daar is gedegen onderzoek voor nodig. Maar beweren dat het ‘fijn’ is dat waarden onder een norm liggen, terwijl de robuustheid van die normen juist betwist wordt, geeft wel te denken.

‘Landbouwgif veilig’
Dat die normen discutabel zijn, wordt overigens niet door iedereen onderschreven. Het CTGB, de instantie die in Nederland beslist welke bestrijdingsmiddelen worden toegelaten, vindt het huidige gebruik van landbouwgif veilig. In onze uitzending laten wij zien dat er op dit standpunt van het CTGB nogal wat aan te merken is. In het kort: de huidige normen houden geen rekening met de hoeveelheid gif dat in huisstof zit, belangrijk neuro-toxicologisch onderzoek naar de effecten op jonge kinderen ontbreekt en het CTGB beoordeelt elk gif apart, terwijl omwonenden aan een cocktail van middelen worden blootgesteld.

Stellige uitspraken van CTGB
Tijdens de research verbazen we ons over de stelligheid van het CTGB. We hebben uitvoerig met ze gemaild, omdat we echt willen begrijpen op basis waarvan zij concluderen dat omwonenden geen gevaar lopen. Met hulp van experts op het gebied van kindergeneeskunde en toxicologie bestuderen we hun antwoorden. Maar hoe meer we weten, hoe minder we snappen dat dit belangrijke college zulke stellige uitspraken doet. Uitspraken waar LTO en consorten zich dankbaar achter kunnen verschuilen.

Terwijl zowel minister Schouten als het RIVM voor onze camera’s erkennen dat de toelating van het CTGB ‘relevante’ tekortkomingen heeft. Wij vragen ons af: hoe nieuwsgierig zijn het CTGB en de sector eigenlijk?

Misleidende en verhullende bewering
In de factcheck schrijft de land- en tuinbouworganisatie dat het ‘goed nieuws’ is dat er tijdens het blootstellingsonderzoek ‘geen extreme blootstellingen’ gemeten zijn. Ook dit is een misleidende en verhullende bewering. De suggestie is: de gemeten concentraties vallen mee. Het gif verspreidt zich, maar niet extreem. Maar wie goed leest, weet dat het anders zit. De onderzoekers treffen tijdens hun metingen geen extreme concentraties aan, omdat de kleine groep boeren die aan het onderzoek meedoet alleen spuit als de wind goed staat.  Terwijl de praktijk veel weerbarstiger is, zo laat onze uitzending zien. Oftewel: de gemeten concentraties zijn een onderschatting van de werkelijkheid. Hoe hoog de feitelijke blootstelling van omwonenden is, weten we simpelweg niet. Dat is geen goed nieuws, dat is verontrustend.

Ook boerengezinnen tussen de velden
Volgens de LTO houdt het CTGB rekening met worst case scenario’s en strenge veiligheidsfactoren. Maar met deze bewering maken wetenschappers gehakt. De huidige studies met proefdieren schieten tekort. Voor de insiders: alleen met zogeheten OECD 426-studies kan worden vastgesteld of de hersenontwikkeling van kinderen gevaar loopt. En als we de totale blootstelling (van huisstof bijvoorbeeld) en de effecten op de hersenontwikkeling van kinderen niet weten, kan niemand garanderen dat het veilig is.

Toch doet het CTGB dat. En de LTO concludeert dan ook doodleuk dat jonge kinderen ‘veilig zijn’. Je zou haast vergeten dat ook boerengezinnen wonen tussen de velden. Welke belangen worden hier nu precies behartigd?

Wij nemen geen stelling, wij onderzoeken
In onze uitzending vertelt een expert in spuittechnieken dat boeren massaal de strenge regels ontduiken en dat daardoor veel meer verwaaiing van gif plaatsvindt. Verschillende bronnen hebben dit tegenover ZEMBLA bevestigd. LTO zegt zich hier niet in te herkennen en noemt ons nieuws een ‘kwalijke stelling richting ondernemers die heel veel investeren in moderne technieken’.  Wij nemen geen stelling, wij onderzoeken en geven de feiten weer. Op basis van hoor en wederhoor. Wij laten in onze uitzending zien dat de spanningen tussen boeren en burgers steeds verder toeneemt, onder meer omdat de overheid weigert echt in te grijpen. Volgens de LTO is de oorzaak van de spanningen eerder de ‘eenzijdige en gekleurde manier’ waarop ZEMBLA bericht. Tja. Zo kun je er ook naar kijken; als we er niet over praten, bestaat het niet.

Nog geen reacties

Om te reageren moet je een Villamedia Account hebben en moet je eerst ingelogd zijn.

Villamedia Sluiten

Inloggen

Registreren

Vul onderstaande gegevens in voor exclusieve toegang voor NVJ-leden.