banner cop

— maandag 2 maart 2015, 12:30 | 0 reacties, praat mee

Foutje…

© Maaike Putman

Fouten maakt iedereen. Daar ga je als journalist niet dood aan. Wel aan gedraai om de feiten heen. Freelance journalist Margriet Marbus over wat je moet doen als er per ongeluk toch een foutje in je stuk sluipt.

Het was zoals altijd als dit soort dingen gebeuren, een haastklus. Een stuk voor Nieuwe Revu over Cubanen die op Curaçao qua legaliteit een beetje tussen de wal en het schip vielen. Hoofdredacteur Erik Noomen vond het wel een leuke tropische toevoeging aan het eerste nummer van het nieuwe jaar. En ik ook. Dus werd het verhaal rond Oud en Nieuw in allerijl in elkaar gezet en teruggekoppeld naar de geïnterviewden. Tegelijkertijd kwamen er van de hoofdredacteur mailtjes binnen waarin het woord ‘deadline’ een repeterende factor was. Dus snel alle feitelijke onjuistheden eruit – en oké, nog wat veren erbij die de tolk en ook de woordvoerster van de Cubanen graag in hun kont wilden - en stuk naar de eindredactie.

En toen kwam het terug. Met in de kop groots het woord ‘stateloos’, een van de onjuistheden waarvan ik dacht dat ik het eruit had gehaald. Maar shit, het stond er dus nog, helemaal in het puntje van het staartje van het stuk. Daar was het me één keer ontschoten. Tja… en fout… want hoewel illegaal en in nood, stateloos zijn de Cubanen nooit. Sterker, wie eenmaal op het eiland geboren is, komt nooit meer van de nationaliteit af. Illegaal misschien, of ongewenst, of niet gedocumenteerd, maar nooit ‘stateloos’.

Maar het bekt lekker, zo’n term, en dat vonden ze bij Revu ook. Vandaar die kop. Dus ik gooide er een SOS uit. ‘Stateloos’: eruit!! En nog een, toen ik geen reactie kreeg, en nog een… Maar ja… te laat dus.  Verdomme.

Wat doe je dan? Ik mailde direct naar de woordvoerster van de Cubanen op Curaçao dat er helaas toch een fout in het stuk was blijven staan. En uiteraard met mijn excuses. Het mocht allemaal niet baten: de mevrouw reageerde furieus. Hoewel het artikel heel goed weergaf wat het probleem van de groep Cubanen was, was dat ene verkeerde woord het enige waarop ze nog kon focussen. 

Het probleem werd nog groter toen daags nadat Revu in de winkel lag, het Antilliaans Dagblad mijn artikel copy paste overnam. Zeg maar ‘stal’, zoals NOS-correspondent Dick Drayer me vanaf Curaçao mailde. 

Koren op de molen van de woordvoerster die een ingezonden brief naar de krant stuurde waarin ik werd neergezet als een blunderende journalist en werd beticht van het met opzet misleiden van het publiek. En zo gebeurde het, dat ik me met brieven en een ingezonden stuk moest gaan verdedigen tegen aantijgingen die ik vanwege een ‘gestolen artikel’ over me heen kreeg. De wereld op zijn kop.

Maar goed. Een fout. En een met consequenties. Want laten we wel zijn: als journalist zit je er niet op te wachten om voor fantast te worden uitgemaakt. Je drijft in dit vak op je geloofwaardigheid.

‘Je moet dat zelf ook niet gaan mailen’, vond een collega die ik het vertelde. ‘Gewoon wachten tot ze het zelf lezen. Wie weet zien ze het niet. Nooit zelf je fouten melden.’

Maar daar ben ik het niet mee eens. Iedereen maakt fouten, ook journalisten, en daar neem je verantwoordelijkheid voor. Dat je dan te maken krijgt met iemand die ervan smult om je de oren te wassen, nou ja, vervelend dus, maar het zij zo. Weer een andere collega wees op het feit dat de woordvoerster nogal onprofessioneel handelde tijdens het interview. Zo vertaalde ze hoe een van de Cubaanse geïnterviewden had opgemerkt ‘dat-ie wel meer zou willen dan alleen een interview met mij’.

‘Waarom schrijf je dat niet terug’, vroeg de collega. ‘Dan houdt ze haar mond wel.’ Maar om op die manier iemand de mond te snoeren, dat gaat de kant van chantage op. Dus nee, dat gaat mij te ver.

Ik kwam er bij hoofdredacteur Noomen wel op terug. Want ja, die fout stond er tenslotte. Misschien dat er een kleine correctie geplaatst kon worden in het volgende nummer van Revu? Dat eh… er een verkeerd gebruikt woord in het stuk stond? ‘Nee, hoor, te klein bier’, reageerde Noomen opgewekt. ‘Ik ga weer verder.’ Ach, eigenlijk had-ie gelijk, vond ik.

Ik heb wel ergere fouten gemaakt waar minder misbaar van kwam. Ooit schreef ik voor een glossy een stuk over een misbruikt meisje dat geen contact meer had met haar familie. Daar stond per ongeluk haar echte naam in. Echt klote, en nooit mijn bedoeling natuurlijk, daar de vrouw een heel nieuw leven had opgebouwd zonder dat rottige verleden. Maar er was een verkeerde versie van mijn verhaal naar het blad gegaan en het kwaad was geschied. Zelf had ik het niet eens gezien, totdat ik een telefoontje kreeg: ze was er op haar werk mee geconfronteerd. En natuurlijk begreep ze dat het geen opzet was, maar ze voelde zich enorm bekeken en ze wilde – terecht - toch dat ik dat wist. Mijn God.

‘Sorry’, zei ik. En dat zei ik nog wel tien keer. Want zoiets wil je niet. We zijn een paar weken later gaan eten om nog eens over het voorval te praten en toen was het leed eigenlijk alweer geleden.

‘Eerst schrok ik enorm maar dat zakte al snel weer’, zei ze. ‘Lullig voor mij, maar ook lullig voor jou.’ Een heel verschil met alle agressie die ik van de woordvoerster van de Cubanen over me heen kreeg. Terwijl de consequenties van mijn fout voor haar toch beduidend onbetekenender waren.

Tja, hoe fouten te vermijden…? Ik laat sowieso altijd alles aan iedereen lezen. Dan hoop ik dat alle foutjes eruit gezeefd worden. Daarmee zorg je er ook voor dat de verantwoordelijkheid voor fouten die wél blijven staan, ineens een stuk minder bij mij liggen. Althans, dat is een gedachte waar ik dan mee speel.

‘Onzin. En dat laten lezen, dat maakt je ook lui’, vindt een collega. ‘Anderen moeten het dus maar corrigeren. En wat als de bron zijn fouten laat staan? Dan is het jouw fout. Toch?’ Toegegeven, daar zit wat in. Maar toch… Ik doe wel een beetje aan strategie als het gaat om verantwoordelijkheid. Hoewel – daar kan ik niet omheen - inderdaad de verantwoordelijkheid uiteindelijk bij mij ligt. 

Een nadeel van altijd alles laten lezen: je krijgt natuurlijk ook de ‘kan dit of dat niet anders’ vraag. Of de ‘kan dit of dat er niet uit-variant’. Nee dus. Alleen de foutjes. Verder check ik ook altijd nog goed wat er in mijn aantekeningen stond en wat in mijn stuk. En dan nog sluipt er soms wel eens een foutje in. Leeftijden. Jaartallen. Aantallen. Die schieten er wel eens doorheen. Wat ook helpt: niet te dicht op een deadline werken. Haast is nooit goed als het gaat om secuur werk.

En wat doe je dan als een fout toch blijft staan? Dan ga je dat melden. Bij de geïnterviewde of bij de bron van een stuk. En ook bij je opdrachtgever. En ik zeg dan ook nog ‘sorry’. Fouten maakt iedereen. Daar ga je als journalist niet dood aan. Wel aan gedraai om de feiten heen. Want dat wekt de schijn van onbetrouwbaarheid en dat moet je in ons vak niet hebben. Dus: verantwoordelijkheid nemen, begrip tonen en eventueel een excuus maken.

En wat als de bron, zoals in mijn geval de woordvoerster van de Cubanen, maar door blijft vervelen in mailtjes? Dan mag je uiteindelijk ook best eens van je afbijten. ‘Hou nu eens op met je gedram om je gelijk’, besloot ik na de zoveelste mail. ‘Het is nu klaar, dit gezeur heeft nu wel lang genoeg geduurd.’ En toen bleef het stil.

Freelance journalist/auteur Margriet Marbus (44) deed de School voor Journalistiek in Utrecht en studeerde psychologie aan de UvA. Ze woont afwisselend in Dubai, Curaçao en Amsterdam. In 2012 debuteerde ze met de autobiografische roman ‘Het Verdriet van Gouda’. Ze werkt voor o.a. NRC Handelsblad, Esquire en internationale persbureaus.

Bekijk meer van

Praat mee

Colofon

Villamedia is een uitgave van Villamedia Uitgeverij BV

Postadres

Villamedia Uitgeverij BV
Postbus 75997
1070 AZ Amsterdam

Bezoekadres

Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Contact

redactie@villamedia.nl
020-30 39 750

Redactie (tips?)

Dolf Rogmans
Hoofdredacteur, 020-30 39 751

Marjolein Slats
Adjunct-hoofdredacteur, 020-30 39 752

Linda Nab
Redacteur, 020-30 39 758

Lars Pasveer
Redacteur, 020-30 39 755

Trudy Brandenburg-Van de Ven
Redacteur, 020-30 39 757

Anneke de Bruin
Vormgever, 020-30 39 753

Marc Willemsen
Webontwikkelaar, 020-30 39 754

Vacatures & advertenties

Karen Bais
020-30 39 756

Sofia van Wijk
020-30 39 711

Bereik

Villamedia trekt maandelijks gemiddeld 120.000 unieke bezoekers. De bezoekers genereren momenteel zo’n 800.000 pageviews.

Rechten

Villamedia heeft zich ingespannen om alle rechthebbenden van beelden en teksten te achterhalen. Meen je rechten te kunnen doen gelden, dan kun je je bij ons melden.