foj 2019

— vrijdag 16 november 2012, 10:58 | 0 reacties, praat mee

U vraagt, wij draaien

Als journalist dien je tegenwoordig ondernemend te zijn. En wat doet een ondernemer? Die zoekt uit wat zijn publiek wil en gaat naar de bank. Dat doet een journalist niet. Je zoekt liever een medium dat jouw productie wil betalen en publiceren. Maar budgetten slinken en media hebben het geld niet meer om dure projecten te financieren. Wat dan?

In Nederland is crowdfunding nog niet gebruikelijk, maar in het buitenland beschouwt men het als dé oplossing voor de verschraling van de journalistiek. Het principe van crowdfunding: je wilt iets maken of doen en je vraagt de ‘crowd’, je publiek of iedereen die je maar enthousiast kunt maken, om mee te betalen. Succesverhalen te over. Het boekje van Erwin Blom ‘Crowdfunding. Realiseer je droom zonder bank of subsidie’, staat er vol mee. Hij zet de wetmatigheden op een rijtje. Het doel van een project moet ‘duidelijk, haalbaar en urgent’ zijn. Er moet iemand aan het roer staan die ‘zichtbaar keihard aan zijn droom werkt, zijn verhaal wil delen en de onvermijdelijke pieken en dalen niet schuwt’.

Maar wat als je een geniaal idee hebt en je zet het op een crowdfundingplatform? Vind je dan automatisch je publiek? En wordt het verhaal dan automatisch gepubliceerd? Die vraag werd voorgelegd aan de deelnemers aan het Future Media Lab., een conferentie over ­crowdfunding, vorige week in het Belgische Gent. Bij de stelling dat een goed idee zichzelf verkoopt, protesteert het publiek. Een idee kan nog zo goed zijn, je moet mensen overtuigen.

Het is een kip-ei probleem. Mocht er nog geen krant of tijdschrift geïnteresseerd zijn in je verhaal, dan zou de ‘crowd’ die achter je staat, je weleens kunnen helpen. Als het namelijk geen relevant of urgent verhaal was geweest, dan zouden al die mensen niet ieder een tientje doneren om het te gaan maken. Maar eerlijk is eerlijk, andersom is efficiënter. Wanneer een groot en belangrijk medium verklaart je verhaal te willen publiceren, kan dat de geldschieters over de streep trekken. ‘Het heeft mij enorm geholpen dat ik de New York Times kon noemen in mijn projectplan’, vertelt Lindsey Hoshaw, die voor die krant een dure reportage maakte van afvaleilanden in de Stille Oceaan.

Ze is een uitzondering, als we Sebastien Esser mogen geloven. De Duitser wil een crowdfundingplatform opzetten en hoopt in Gent te kunnen leren van andermans ervaringen. Onlangs vroeg hij verschillende grote kranten of ze geïnteresseerd waren in samenwerking met zijn nog op te richten platform, maar allemaal lieten ze de kans liever voorbijgaan. Esser: ‘Niemand wil laten zien dat ze geen geld hebben voor onderzoeksprojecten. Daar zijn ze te trots voor.’ Een hooggeplaatste redacteur bij een grote Europese mediaorganisatie bevestigt dat: ‘Een mediabedrijf bestaat bij de gratie van zijn reputatie. Ik denk dat media op termijn wel aan crowdfunding zullen deelnemen, maar dan heel voorzichtig en niet via een platform, maar op hun eigen website.’

En daar is dat kip-ei probleem weer. Want zolang de media schoorvoetend toekijken hoe de crowdfundingwereld zich ontwikkelt, moeten journalisten zélf iets ondernemen. In Nederland staat crowdfunding nog in de kinderschoenen. Wie een project op Nieuwspost.nl zet is afhankelijk van familie, vrienden en een nichegroep die de website geregeld bezoeken. Je moet de aandacht voor je project dus blijven aanzwengelen en mensen op een creatieve manier overhalen om je project te steunen. Zoals Blom het in zijn boek formuleert: ‘Crowdfunding is storytelling met de mogelijkheid van een happy end in het verschiet.’ Je moet blijven communiceren, zegt Blom. ‘Maak jouw doel en succes ook het doel en succes van je publiek. Zorg dat mensen je het succes gunnen en ze doen mee!’

Communiceren lukt de meeste journalisten wel, maar de nadruk ligt bij crowdfunding vaak op het voor wat hoort wat-principe. De boodschap die tijdens het Future Media Lab. geregeld langskomt is dan ook: ken je publiek.

Je publiek blijven stimuleren is essentieel. Al was het maar omdat de platforms pas uitbetalen als 100 procent van de steun binnen is. Je kunt zo’n project dus niet op z’n beloop laten.

Els Duran en Evelien Veenhof kunnen nu reportages over statelozen in Letland maken, dankzij donateurs op Nieuwspost.nl die voor hun bijdrage van 50 euro ieder een souvenir uit het land krijgen. Het project van Fréderike Geerdink om een boek te maken met verhalen rond de Koerdische kwestie, is inmiddels voor meer dan de helft gefinancierd op Voordekunst.nl. Haar donateurs krijgen als bedankje een persoonlijk telefoontje, een Koerdisch zintuigenpakket of een Koerdische maaltijd, door Geerdink zélf bereid. Om haar kansen te spreiden zette ze het project ook op de Engelstalige website Indigogo.com.

In de Angelsaksische landen is crowdfunding veel gebruikelijker. Daar hebben grote media ook minder schroom bij het steunen van projecten. The Chicago Reporter is zelfs de initiatiefnemer van een van de projecten op Spot.us. De krant wil zo graag een onderzoek naar het hoge aantal gevangenen in een bepaalde regio dat ze het project zélf heeft opgezet. Voor een bijdrage van vijftig of honderd dollar krijg je een tas of een abonnement op de krant.

Tijdens het Future Media Lab. wordt gezocht naar manieren om kwalitatief hoogstaande journalistiek rendabel te maken. Er hoeft niet altijd een tegenprestatie te worden geleverd in ruil voor financiële steun, vindt ­Rachel ­Oldroyd van het Bureau of Investigative Journalism in het Verenigd Koninkrijk (thebureauinvestigates.com). Zij pleit voor iets wat ze philantro journalism noemt. Liefdadigheid dus. Ook een vorm van crowdfunding, maar dan bij een ander publiek. Haar Bureau werd een paar jaar geleden opgezet dankzij een gift, maar méér uit liefdadigheid gesponsorde journalistieke projecten kwamen er niet. ‘We geven wel geld aan dieren in nood, maar niet aan goede onderzoeksjournalistiek’, zegt ze. ‘Vaak hoor ik van mensen: dat doet de BBC toch al?’ Het Bureau deed bijvoorbeeld onderzoek naar de besteding van Europees geld. De uitkomsten van zulke onderzoeken worden op de website gepubliceerd en geregeld overgenomen door grote mediabedrijven zoals de BBC, de Financial Times en The Guardian.

Een vergelijkbaar project zette de Spaanse Maria del Mar Cabra Valero op. Net als Oldroyd is ze een bevlogen onderzoeksjournalist. Ze deed met haar onderzoeksbureau (civio.es) onderzoek naar de bosbranden in haar land. ‘Veel data is er wel maar ligt weg gestopt achter slot en grendel. Instanties zien het belang er niet van in, en media trekken geen geld uit voor diepgravend onderzoek.’ In Spanje geldt volgens Mar Cabra dat mediabedrijven ‘alleen maar proberen te overleven’. Ze vindt het lucratiever om zelf de bron te worden en je daarvoor te laten betalen. Zowel door donateurs als door media. Een idee waar Oldroyd mee instemt. Volgens de Britse zou je wel gek zijn om in je eentje tegen de bierkaai te blijven vechten. ‘Je moet méér zijn dan een one man band.’

Het moet mogelijk zijn om je als moderne journalist te laten leiden door je nieuwsgierigheid, denkt niet alleen Oldroyd, maar denken alle journalisten die tijdens de Future Media Lab. hun ervaringen deelden. Als de media niet geloven in je verhaal, dan neem je gewoon een crowd met een zak geld mee. De krant is blij omdat ze naast het standaard nieuws ook eens een diepgaander verhaal kunnen publiceren, het publiek is blij omdat ze verhalen krijgen die ze ook écht willen lezen, en de journalist is blij omdat hij zijn nieuwsgierigheid kan bevredigen. En daarvoor nog betaald krijgt ook.

www.kickstarter.com, www. indiegogo.com, www.spot.us, www.nieuwspost.nl, www.voordekunst.nl, www.thebureauinvestigates.com, www.civio.es

Kurdisch matters
Het project van Fréderike Geerdink om een boek te maken met verhalen rond de Koerdische kwestie, is inmiddels voor meer dan de helft gefinancierd. Haar donateurs krijgen als bedankje een persoonlijk telefoontje, een Koerdisch zintuigenpakket of een Koerdische maaltijd, door Geerdink zélf bereid. Om haar kansen te spreiden zette ze het project ook op de Engelstalige website www.Indigogo.com
www.voordekunst.nl

The Garbage girl
Lindsey Hoshaw was nog student journalistiek toen ze bedacht dat ze wel eens zo’n afvaleiland in de Stille Oceaan van dichtbij wilde zien. Ze veroverde een plekje op een boot met wetenschappers die zo’n eiland gingen onderzoeken. Op haar universiteit liep ze een invloedrijke redacteur van de New York Times tegen het lijf, die geïnteresseerd was in haar plan. Alles was geregeld en Hoshaw liep op wolken. Totdat de kapitein van de boot haar wees op de bijdrage van 10.000 dollar voor haar deelname aan de excursie die ze nog ‘even’ moest overmaken. ‘Ik kon op dat moment amper rondkomen.’ Met de moed in haar schoenen zette ze haar plan op www.spot.us. 6000 dollar vroeg ze, want ze dacht niet dat ze meer zou kunnen ophalen. Binnen een paar weken had ze dat bedrag bij elkaar, en de overige 4000 dollar verzamelde ze via Facebook. ‘Een aantal omstandigheden kwamen samen bij dit project, daar had ik geluk mee’, vertelt Hoshaw. ‘Minder dan een vijfde van de bijdragen kwam van familie en vrienden. Maar ik heb veel media-aandacht gehad, en dat heeft erg geholpen.’ Als tegenprestatie voor haar donateurs blogte Hoshaw over het leven midden op de oceaan. En ze investeerde zelf ook. Al haar materiaal, van camera tot duikuitrusting, betaalde ze zelf. Kosten die uiteindelijk werden gedekt door de opbrengst van haar foto’s. ‘Mensen willen graag zelf bepalen wat ze lezen. En ik bood ze materiaal dat de Times niet publiceerde.’  www.lindseyhoshaw.wordpress.com

Matter-project
Bobbie Johnson had acht jaar voor The Guardian gewerkt en begon in 2010 als freelancer.  Al jaren ergerde hij zich aan de manier waarop media met features omgaan. ‘Grote verhalen krijgen vaak dezelfde behandeling als een nieuwsbericht, terwijl het toch écht niet hetzelfde is.’ Hij wil een website opzetten dat wetenschapsverhalen beter presenteert. Diepgravende onderzoeken en goed geschreven verhalen, belooft zijn Matter-project. Niet weggestopt achter reclameboodschappen, en zonder dat je vijf keer moet doorklikken om een stompzinnig berichtje te lezen. (In zijn presentatie toont hij een nieuwsbericht over de witte iphone4 die, zo is wetenschappelijk bewezen, dikker is dan de zwarte iphone4.) Om toekomstige investeerders ervan te overtuigen dat er een markt is voor zo’n website maakte Johnson er een crowdfunding project van. Hij vroeg 50.000 euro, maar binnen een aantal weken was 140.000 euro toegezegd. De investeerders waren niet meer nodig. ‘Onze pitch was emotioneel, met violen op de achtergrond,’ zegt Johnson. Hij vroeg invloedrijke mensen om zijn project aan te prijzen, en een professionele filmmaker maakte het presentatiefilmpje. ‘We gaven het publiek vooral het idee dat ze hun krachten bundelden, dat ze onderdeel uitmaakten van een gemeenschap. En we hadden geluk: Kickstarter had net veel publiciteit gekregen en daar voeren wij op mee.’ Johnson wilde geen geld uitgeven aan dure ‘rewards’ voor zijn donateurs. Je kon een T-shirt krijgen als je 25 euro doneerde, of toegang tot de launchparty voor een tientje.
www.bobbiejohnson.org

Bekijk meer van

Praat mee

Colofon

Villamedia is een uitgave van Villamedia Uitgeverij BV

Postadres

Villamedia Uitgeverij BV
Postbus 75997
1070 AZ Amsterdam

Bezoekadres

Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Contact

redactie@villamedia.nl
020-30 39 750

Redactie (tips?)

Dolf Rogmans
Hoofdredacteur, 020-30 39 751

Marjolein Slats
Adjunct-hoofdredacteur, 020-30 39 752

Linda Nab
Redacteur, 020-30 39 758

Lars Pasveer
Redacteur, 020-30 39 755

Trudy Brandenburg-Van de Ven
Redacteur, 020-30 39 757

Anneke de Bruin
Vormgever, 020-30 39 753

Marc Willemsen
Webontwikkelaar, 020-30 39 754

Vacatures & advertenties

Karen Bais
020-30 39 756

Sofia van Wijk
020-30 39 711

Bereik

Villamedia trekt maandelijks gemiddeld 120.000 unieke bezoekers. De bezoekers genereren momenteel zo’n 800.000 pageviews.

Rechten

Villamedia heeft zich ingespannen om alle rechthebbenden van beelden en teksten te achterhalen. Meen je rechten te kunnen doen gelden, dan kun je je bij ons melden.