Afstudeerprijs Villamedia 2019

— maandag 6 juli 2015, 13:57 | 0 reacties, praat mee

Start spreading the news, I’m leaving today

© Thijs Tromp

Nu redacties steeds minder eigen budget hebben, wordt de verleiding groter om in te gaan op uitnodigingen voor betaalde persreizen. Hoe ethisch is dat eigenlijk? Freelance journalist Raymond Krul heeft net een geheel verzorgde trip naar New York achter de rug. Hij onderwerpt zichzelf aan een kritisch interview over het fenomeen persreis.

Wat deed je in New York?
‘Ik was daar op uitnodiging van Radio Veronica. De zender is mediapartner van de Amsterdam City Swim en was in die hoedanigheid uitgenodigd voor de New Amsterdam City Swim: vierhonderd mensen zwommen een mijl in de Hudson om geld op te halen voor de bestrijding van de zenuwziekte ALS. Ook twee Veronica-dj’s zwommen mee. Het was erg indrukwekkend om erbij aanwezig te zijn.’

Het lijkt allemaal glitter & glamour, zo’n persreis, maar het was ongetwijfeld keihard werken?
‘Eh, eerlijk gezegd viel dat best wel mee. Ik vertrok op vrijdag en keerde woensdag terug. Op zaterdag heb ik interviews gedaan, zondag stond de hele dag in het teken van het zwemfestijn. Tussendoor tikte ik mijn stukjes. Verder was er genoeg tijd om drankjes te drinken in Chelsea, te shoppen op Fith Avenue, te wandelen in Central Park en selfies te maken op de 100-ste verdieping van het One World Trade Center.’

Toe maar. En wat verlangt Radio Veronica daar allemaal voor terug?
‘Aandacht, want zonder aandacht heeft zo’n evenement geen zin. Ik ging mee namens mijn opdrachtgever FC Klap in Hilversum, dat zelf magazines maakt, maar ook voor andere bladen werkt, waaronder een groot aantal tv-gidsen. Als we uitgenodigd worden voor een persreis, gaan de redacteuren van FC Klap het onderwerp pitchen bij onze opdrachtgevers. Zo kunnen we het verhaal meerdere keren verkopen. Dat is gunstig voor de organiserende partij van de reis, want ze hoeven maar voor één journalist een ticket en hotelkosten te betalen.’

En dat pitchen lukt altijd?
‘De ene keer beter dan de andere keer. Ik ging ooit op uitnodiging van Talpa mee naar de opnames van Expeditie Robinson in Panama. Vanuit ons resort voeren we per speedboot naar de eilanden waar de deelnemers zaten. We mochten iedere deelnemer maar vijf minuten interviewen, anders zouden ze te veel uit hun rol van overlevers op een onbewoond eiland gehaald worden. Ondanks die beperking wisten we het verhaal twaalf keer te verkopen. Van damesbladen tot televisiegidsen en kranten, ze wilden allemaal een reportage van de set waar normaal gesproken zelden een journalist komt. En voor al die verschillende titels hadden we een eigen invalshoek bedacht. Het was een geweldige kick om al die verhalen te verkopen én te schrijven.’

Voordat ze je een verhaal laten schrijven stellen die opdrachtgevers natuurlijk wel kritische vragen over je onafhankelijkheid?
‘Nee, ik heb nog nooit zo’n vraag gehad. Het heeft misschien te maken met het feit dat mijn persreizen niet te maken hebben met het harde nieuws, maar met relatief softe onderwerpen. Op de set van Expeditie Robinson valt niet zoveel te onthullen. En een actie voor het goede doel in New York, wat kun je daar op tegen hebben? Redacties beseffen dat daar mooie reportages en human interest-interviews te maken zijn. Het grootste deel van de redacties zit helemaal niet te wachten op een onthulling, ze willen een mooi en goed gemaakt verhaal dat relevant en interessant is voor hun lezers.’

Spreken andere journalisten je nooit aan op het feit dat je je zo laat fêteren?
‘O ja, zeker. Ze wensen me heel veel plezier, zeggen dat ik een mazzelaar ben, whatsappen “jaloers!” naar me. Over de ethische kant hoor ik ze niet vaak. Het grootste deel van de journalisten heeft er volgens mij geen moeite mee, want ik ben ze op mijn reizen allemaal tegengekomen, van De Telegraaf en Voetbal International tot Sp!ts en het ANP.’

En toch zul je op zo’n reis wel eens iets horen of zien wat niet helemaal in de haak is. Wat doe je dan?
‘Ik ben en blijf journalist en geen PR-medewerker, dus dan zal ik dat altijd in mijn verhalen proberen te verwerken. Als ik alleen maar PR-verhaaltjes zou schrijven, zouden redacties mijn verhalen niet willen hebben. Mijn artikelen zijn bovenal journalistiek van aard, inclusief kanttekeningen en kritische vragen. Maar ik geef toe, ik voel me wel wat meer geremd om kritische noten te kraken dan wanneer de reis en het verblijf niet betaald zouden worden.’

Aha, dus je verkoopt toch een stukje van je ziel aan de duivel. Wat zijn dan de voordelen die ertegenover staan?
‘Je krijgt als journalist mogelijkheden die je anders nooit zult krijgen. Een exclusief interview met een filmster in Londen, een bezoek aan de set van een tv-serie in Los Angeles, naar de opnames van Expeditie Robinson op een afgelegen eiland. Er zijn weinig redacties die zulke reizen zelf willen financieren. Daarnaast kom je veel te weten op zo’n reis, in een paar dagen raak je ongelooflijk goed geïnformeerd over het onderwerp in kwestie. En je komt erachter dat PR- en communicatiemensen ook maar gewoon mensen zijn. Wij journalisten geven nogal eens op ze af – en vice versa –, maar op zo’n reis krijg je
begrip voor elkaar. Je leert elkaar kennen, drinkt samen een biertje en aan het einde van de trip begrijp je elkaars belangen veel beter. De volgende keer dat je elkaar weer tegenkomt, werk je veel prettiger samen – overigens zónder dat je elkaar naar de mond praat.’

Nog meer voordelen?
‘Ik heb er vrienden aan overgehouden. En opdrachtgevers. Het feit dat ik dit verhaal schrijf dank ik aan een persreis, want ik ontmoette Villamedia’s hoofdredacteur Dolf Rogmans (toen nog werkend voor de GPD, red.) voor het eerst in Milaan, waar wij beiden op uitnodiging van RTL de voetbalderby tussen AC Milan en Internationale bezochten. Ik schreef een sfeerverslag over deze clash tussen rood-zwart en blauw-zwart voor Veronica Magazine. Last but not least waren alle persreizen waar ik aan deelnam onvergetelijke ervaringen, ze vormen de slagroom op mijn freelance taart.’

Maar heb je dan nooit last van een knagend geweten?
‘Natuurlijk wel. De mens is immers een vat vol tegenstrijdigheden. Ik haal veel voldoening uit een persreis, zéker als het een trits mooie verhalen oplevert. Tegelijkertijd huist er diep van binnen een ethisch stemmetje dat af en toe van zich laat horen. Een stemmetje dat zegt: moet je dit wel doen als journalist? Ik heb daarom veel respect voor collega’s die principieel niet meegaan met persreizen. Het hangt er ook vanaf voor wie je werkt. Als ik bij een nieuwsbastion als de NOS of de Volkskrant zou werken, zou ik er ongetwijfeld anders mee omgaan.’

Concluderend: je twijfelt af en toe, maar slaat persreizen eigenlijk zelden af.
‘Inderdaad. Die twijfel zal af en toe de kop op blijven steken, het zal de calvinistische inborst zijn die je voortdurend doet afvragen of je wel het juiste doet. Ik ben wel eens jaloers op de collega’s van De Telegraaf, die als het op ethiek aankomt een stuk minder gecompliceerd in het leven staan. Als je op persreis gaat, kun je er donder op zeggen dat De Telegraaf ook van de partij is; de grootste krant van Nederland wordt vrijwel altijd gevraagd en slaat zelden een aanbod af. Ik sprak er in Londen eens een filmjournalist van De Telegraaf over. Hij vertelde geen enkele moeite te hebben met het feit dat zijn ticket werd betaald. “Als ik het een kutfilm vind, schrijf ik het toch wel en dat weten ze”, zei hij.’

Heb je tot slot nog tips voor andere journalisten?
‘Ik ben erg voor transparantie. Tijdschriften staan vol met, zoals redacties het noemen, ‘moetjes’: redactionele content die door de adverteerders is betaald. De lezers weten dat niet en worden dus in feite bedonderd. Zelfs in kranten (en magazines van kranten) zie ik tegenwoordig verhalen waarvan ik me afvraag of ze wel in onafhankelijkheid tot stand zijn gekomen. Ik zou er daarom voor pleiten dat we bij een artikel melden of het in samenwerking met anderen tot stand is gekomen, dan kan de lezer zelf een oordeel vellen. Ik zou er in ieder geval geen moeite mee hebben als er bij mijn verhalen over de New Amsterdam City Swim een regeltje zou staan dat de reis verzorgd is door Radio Veronica.’

Raymond Krul (42) is freelance journalist, eindredacteur en conceptontwikkelaar. Hij ontwikkelde onder andere Boer zoekt Vrouw-magazine en een app bij de film Toscaanse Bruiloft. Daarnaast werkt hij als interviewer en eindredacteur voor onder andere Ouders van Nu en mediavakblad Broadcast Magazine. Voor Villamedia maakt Raymond onder andere de rubriek ‘Lessen voor de pers’, waarbij mensen van buiten de journalistiek commentaar geven op het functioneren van de media.

Bekijk meer van

Praat mee

VVOJ banner congres

Colofon

Villamedia is een uitgave van Villamedia Uitgeverij BV

Postadres

Villamedia Uitgeverij BV
Postbus 75997
1070 AZ Amsterdam

Bezoekadres

Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Contact

redactie@villamedia.nl
020-30 39 750

Redactie (tips?)

Dolf Rogmans
Hoofdredacteur, 020-30 39 751

Marjolein Slats
Adjunct-hoofdredacteur, 020-30 39 752

Linda Nab
Redacteur, 020-30 39 758

Lars Pasveer
Redacteur, 020-30 39 755

Trudy Brandenburg-Van de Ven
Redacteur, 020-30 39 757

Anneke de Bruin
Vormgever, 020-30 39 753

Marc Willemsen
Webontwikkelaar, 020-30 39 754

Vacatures & advertenties

Karen Bais
020-30 39 756

Sofia van Wijk
020-30 39 711

Bereik

Villamedia trekt maandelijks gemiddeld 120.000 unieke bezoekers. De bezoekers genereren momenteel zo’n 800.000 pageviews.

Rechten

Villamedia heeft zich ingespannen om alle rechthebbenden van beelden en teksten te achterhalen. Meen je rechten te kunnen doen gelden, dan kun je je bij ons melden.