Impactmakers: De waarheid is gekleurd
Ze staan nog aan het begin van hun carrière, maar denken al diep na over het vak. Tweedejaars studenten journalistiek van Fontys in Tilburg onderzoeken voor het vak 'de impactmakers' hun eigen positie in de journalistiek: ze lezen literatuur, spreken een expert of journalist en schrijven een persoonlijk essay over een dilemma dat hen bezighoudt. Uit de volledige lichting selecteerden docenten de zes sterkste essays, die Villamedia de komende weken publiceert. Deze week is het woord aan Aniek van Rens, over objectiviteit in de journalistiek.
Negen maanden geleden, tijdens mijn stage op de redactie van de lokale krant Peel en Maas begon het aan me te knagen. Mijn praktijkbegeleider zei: “Objectiviteit bestaat niet”. En misschien had hij een punt. We leren tijdens onze opleiding dat journalistiek objectief en onafhankelijk hoort te zijn. Dat we afstand moeten bewaren, neutraal moeten blijven, onze eigen mening buiten verslaggeving moeten houden.
Maar zodra je een redactie binnenstapt, merk je dat die idealen lastig vol te houden zijn.
Als journalist kijk je altijd door jouw eigen bril, gevormd door je achtergrond, ervaringen en overtuigingen. Dus wat betekent het dan om ‘objectief’ te willen zijn als journalist? Is dat streven realistisch, of houden we een ideaalbeeld in stand dat nooit helemaal werkt? En als volledige objectiviteit inderdaad onmogelijk blijkt, is het dan misschien eerlijker en misschien zelfs effectiever om juist wél kleur te bekennen? Om bewust journalistiek te maken met een doel, waarbij je transparant bent over je positie? In dit essay ga ik daarom op zoek naar de grens tussen activisme en journalistiek.
Journalistiek is mensenwerk
Elke kop, elk woord, elke bron, elke foto: het beïnvloedt hoe een verhaal wordt ontvangen. Die keuzes maak je als mens, met je eigen ervaringen en overtuigingen.
Ik ben een 21-jarige vrouw die in een Gamma werkt. Ik krijg daar wekelijks opmerkingen als: “Kan jij zagen dan?” Of klanten lopen me voorbij en zoeken bewust een mannelijke collega. Soms vragen ze zelfs: “Is er geen man waar ik dit aan kan vragen?” Het zijn kleine ervaringen, maar ze kleuren mijn blik over ‘de gemiddelde Gamma-klant’. Net zoals mijn achtergrond dat doet: ik ben wit, opgegroeid in een stabiele thuissituatie, hbo-geschoold en woonachtig in een welvarend land - al zullen sommigen daar anders over denken.
Objectiviteit verschuift
Raven Wallace beschrijft in zijn boek The View from Somewhere dat wat als objectiviteit wordt gezien niet vaststaat, maar continu verschuift. Hij gebruikt een model met twee concentrische ringen. In de kern staan ideeën die we inmiddels vanzelfsprekend vinden, zoals: slavernij is onacceptabel. In de middelste ring bevinden actuele discussies, zoals de vraag of een links of rechts kabinet beter is. De buitenste ring bevat ideeën die buiten de grenzen van het legitieme debat vallen. Wallace benoemt bijvoorbeeld dat homorechten hier in 1964 in stonden. Onderwerpen verplaatsen zich door de tijd door deze ringen.
Wat ‘objectief’ lijkt, wordt bepaald door de dominante groep in de samenleving, benadrukt Fréderike Geerdink, zij schreef het boek Alle journalistiek is activisme.
‘Wij zijn onafhankelijk’
Mijn stageplek Peel en Maas streeft net als veel media naar onafhankelijkheid. Maar hoe onafhankelijk kun je zijn in een klein netwerk waarin persoonlijke relaties en financiële belangen een rol spelen?
In 2021 speelde de kwestie rondom wethouder Jan Loonen (CDA Venray), die onderhands 37 hectare grond kocht van Waterschap Limburg. Peel en Maas had de primeur, maar een dag voor publicatie werd het artikel uit de krant gehaald na druk vanuit het lokale bestuur: mensen kenden elkaar immers persoonlijk. Financiële en persoonlijke belangen beïnvloeden de keuzes die journalisten (en bedrijven) maken.
Van den Munckhof, baas van het mediabedrijf, zegt later in een interview met De Volkskrant: “De gemeente adverteert elke week twee pagina’s bij ons, en er is geen risicoverzekering die dit dekt.”
Achteraf erkende Peel en Maas de fout die ze hadden begaan, zeker toen het één dag later in het NRC kwam. Ik zag tijdens mijn stageperiode deze belangen vaker terugkomen in de keuzes die werden gemaakt. Niet op dezelfde schaal, maar deze belangenverstrengelingen waren altijd zichtbaar. Onvermijdelijk, als je het mij vraagt.
Grote mediabedrijven pretenderen onafhankelijk te zijn en geen maatschappelijke positie in te nemen. Maar zoals journalist en filosoof Ralf Bodelier zegt: “Als je maar drie minuten hebt om verschillende perspectieven te laten zien, dan kies je onvermijdelijk een kant.”
Als objectiviteit én onafhankelijkheid in de praktijk niet houdbaar zijn, blijft één waarde overeind: transparantie.
Kleur bekennen werkt sterker
Steeds meer media benoemen hun achtergrond of identiteit openlijk. Trouw laat bijvoorbeeld duidelijk zien dat het christelijke wortels heeft. Lezers weten dan vanuit welk frame informatie wordt gebracht. Dat kan juist vertrouwen wekken. Andere media benadrukken juist dat ze neutraal zijn, maar zodra je zegt géén perspectief te hebben, denken mensen al snel dat je er een verbergt.
Aan het begin van dit onderzoek was ik van mening dat, op het moment dat we activistische journalistiek maken vanuit een duidelijk standpunt, de geloofwaardigheid afneemt. Als mens is het moeilijk om je mening te veranderen en misschien geef je hierdoor een eenzijdig beeld, iets waar journalisten niet naar streven.
Op het moment dat ik bijvoorbeeld een artikel schrijf over vrouwenrechten, maar ook benoem dat dit vanuit een feministisch perspectief is geschreven, limiteer ik dan niet de doelgroep tot feministen, omdat ik een bepaalde uiting heb waar zij zich in kunnen vinden?
We zien dat mensen worden aangetrokken tot nieuwsmedia waar ze hun mening bevestigd krijgen. Toen The Washington Post de aanbeveling van Kamala Harris niet in de krant publiceerde, besloten 250.000 mensen hun abonnement op te zeggen.
Wanneer journalistiek zich expliciet richt op een specifieke groep, bestaat het risico dat andere groepen afhaken en niet meer worden bereikt. Toch denk ik dat dit het omgekeerde effect zal hebben. Op het moment dat ik met klanten bij de Gamma over persoonlijke ervaringen begon te praten, kwam ik tot meer inzichten.
Wannneer mensen zeiden: “Kan jij zagen?”, antwoordde ik: “Dat vind ik een vervelende opmerking; het voelt alsof ik onderschat word.” Ik merkte dat de meeste opmerkingen helemaal niet verkeerd bedoeld waren: “Ik vind het juist superstoer dat jij dit hier als meisje doet.” De klanten die dit zeggen, hebben het vooroordeel dat vrouwen niet in bouwmarkten werken, verstand hebben van klussen of in dit voorbeeld: zagen. Maar door hierover in gesprek te gaan, kun je dichter bij elkaar komen.
Dat geldt óók voor journalistiek
Aan het begin van dit onderzoek zag ik activisme vooral als iets wat haaks stond op journalistiek: een journalist die een standpunt inneemt, is volgens dat beeld al snel te subjectief of ‘te activistisch’, en daarmee minder geloofwaardig.
Maar als ik nooit over feministische thema’s schrijf, omdat ik bang ben dat het te activistisch is, blijft mijn beeld onveranderd. En het beeld van mijn lezers ook. Door het gesprek wel te starten, creëer je ruimte om van perspectief te veranderen aan beide kanten.
We moeten als journalisten stoppen met het doen alsof objectiviteit en onafhankelijkheid haalbare begrippen zijn. Dus als je aan mij vraagt: waar ligt de grens tussen objectieve en activistische journalistiek? Dan is dat: transparantie. Journalistiek waarin je niet verbergt wie je bent, maar verantwoordelijkheid neemt voor je blik, want die hebben we nou eenmaal. Waar je laat zien hoe je kijkt, zodat anderen kunnen zien waar jouw werk vandaan komt.
Dat is eerlijker. Menselijker. En misschien wel geloofwaardiger dan het onvervulde ideaal van objectiviteit ooit was.


Praat mee