— maandag 11 april 2022, 12:09 | 0 reacties, praat mee

Opinie: Red het NPO-fonds uit handen van de ambtenarij en laat het over aan makers

Schrijver/essayist Dirk van Weelden maakt zich zorgen over de onafhankelijkheid van het NPO fonds nu dat in de greep komt van ambtenaren en bestuurders. Het ex-commissielid van het NPO-fonds vreest dat makers het onderspit delven, schrijft hij in dit essay voor stichting KIM. Laatste wijziging: 14 april 2022, 11:51

In januari is commotie ontstaan onder omroepen, producenten en makers van films, series, documentaires en podcasts over een door de NPO ingesteld onderzoek naar de toekomst van het NPO-fonds. Via brandbrieven van belangen- en beroepsverenigingen, de Kunstenbond en de Filmacademie waarschuwen ze tegen het voornemen van de NPO om de onafhankelijke status van het NPO-fonds te willen beëindigen door het in te bedden in de NPO-organisatie.

Waarom onderzoekt de NPO dit voornemen? De NPO-leiding wil het programmabeleid stroomlijnen en integreren, wat ze omschrijven als genrebeleid: niet meer vanuit zenders en uitzendtijden denken, maar vanuit genres. Welke consequenties heeft dat voor het NPO-fonds?

De grote zorgen komen hier op neer: de NPO wil de zeggenschap over het fondsbudget van 16 miljoen niet meer in handen zien van een onafhankelijk instituut (dat wel onderdeel is van de NPO maar eigen zeggenschap heeft), maar het naar eigen inzicht besteden. Hoe zat het ook alweer?

Het NPO-fonds is de opvolger van het Mediafonds, een organisatie die los stond van omroepen en NPO. Ze had een geoormerkt budget om via onafhankelijke commissies met adviseurs uit het werkveld en deskundigen zogenoemde culturele omroepproducties te subsidiëren, zoals programma’s over kunst en cultuur, alsook drama (films en series), documentaires en kinderprogramma’s die dankzij de artistieke kwaliteiten van de makers een culturele meerwaarde hebben.

Simpel gezegd, deze pot met geld was bestemd om ervoor te zorgen dat de omroepen niet al het hele budget besteedden aan programma’s die maximaal scoren in termen van kijkcijfers en reclame-inkomsten. Een instituut met een praktische gewetensfunctie, dat de publieke plicht van de omroepen om ook artistieke en culturele kwaliteit te leveren verankerde in het systeem.

Bovendien schept een dergelijke organisatie een omgeving waarin maatschappelijke organisaties, makers, schrijvers en critici indirect medezeggenschap hadden over waar het omroepgeld aan besteed werd. Door de discussie die in, met, en rondom zo’n fonds gevoerd wordt.

De drastische bezuinigingen van 2011/2012 troffen ook de publieke omroep; het Mediafonds zou worden opgeheven per 2017. In plaats daarvan zou een NPO-fonds komen, met veel lagere overheadkosten, een kleiner aantal actieve commissieleden en stafleden, maar nog altijd met een geoormerkt budget van 16 miljoen en een gestroomlijnde versie van dezelfde werkwijze: commissies die onafhankelijk van NPO en omroepen plannen beoordelen en van advies en commentaar voorzien. De voorzitter van de NPO bezwoer: de essentie zou overeind blijven, een eigen budget en onafhankelijke commissies.

De aanvankelijke achterdocht bij programmamakers, producenten en omroepen verdwenen toen bleek dat die hele kleine organisatie ondanks kinderziekten in korte tijd erin slaagde de functie van het Mediafonds overtuigend over te nemen. In alle ophef rondom het NPO-fonds heeft niemand beweerd dat je uit de series, documentaires, podcasts en kinderprogramma’s die de afgelopen 5 jaar zijn gemaakt kunt concluderen dat het NPO-fonds slecht werk levert. Integendeel. Over kwaliteit gaat het onderzoek dat loopt dus ook niet. Wel over onafhankelijkheid.

Hoe zorg je dat gemeenschapsgeld niet gekaapt wordt door privébelangen? Hoe voorkom je inteelt en behoudzucht?

Waarom onafhankelijk?
Bij de buitenwacht wordt er altijd met ongemak en wantrouwen gekeken naar instellingen waar gemeenschapsgeld wordt uitgegeven aan plannen die door hun aard en de omstandigheden van hun productie lastig objectief en langs een ambtelijke meetlat zijn te beoordelen.
Wat overzichtelijk is bij de aanbesteding van de bouw van een viaduct of een basisschool, is moeilijker expliciet te maken bij een plan voor een opera of een kinderserie op tv. Of het nu om beeldende kunst, literatuur, muziek of omroepproducties gaat, hoe bepaal je wat artistieke kwaliteit heeft, een verrijking van de cultuur is en maatschappelijk relevant?

De oplossing is om de ambtelijke uitvoeringspraktijk aan te passen aan de uiterst on-ambtelijke en moeilijk grijpbare aard van de artistieke en culturele praktijk, en ervoor te zorgen dat de oordelen over de plannen genomen worden door mensen die op de eerste plaats kennis van zaken hebben, en ervaring in het beoordelen van andermans werk.

En ten tweede, wil je voorkomen dat de kunst en cultuur via de ambtelijke uitvoering politiek gestuurd worden door de overheid. Daarom zitten er in die commissies geen ambtenaren, maar professionals die uit het werkveld komen, en onafhankelijk zijn van de overheid, het politieke beleid en de belangen van de uitvoeringsorganisatie.

Maar die onafhankelijkheid, leidt dat niet tot vriendjespolitiek en corruptie? Hoe zorg je dat gemeenschapsgeld niet gekaapt wordt door privébelangen? Hoe voorkom je inteelt en behoudzucht? Vanwege deze zorgen worden de spelregels voor het functioneren van de onafhankelijke commissies wel gemaakt door ambtenaren, die zelf geen oordelen over de plannen vellen. Hun plicht ligt ergens anders: zij moeten zorgen voor de bestuurlijke en boekhoudkundige transparantie, de deugdelijke verantwoording voor de oordelen, en van de begrotingen. En daar houdt het niet op.

Ze bedenken ook regelingen om bezwaar te kunnen maken en eventueel gemaakte fouten en oneerlijkheden te herstellen. Dat vereist dat er notulen zijn, dat de oordelen op schrift staan en aan vooraf opgestelde eisen voldoen. Meningen zonder argumenten tellen niet. Soms komen er extra beoordelaars aan te pas, van buiten de commissies, die bij een conflict een eenzijdige discussie kunnen doorbreken.

Allemaal manieren om te zorgen dat de beraadslagingen over de te subsidiëren plannen zoveel mogelijk vrij blijven van vriendjespolitiek, vooringenomenheid en behoudzucht. Het NPO-fonds doet iets paradoxaals, ze besteedt als ambtelijke instelling zo transparant en eerlijk mogelijk gemeenschapsgeld aan onbewezen en onzekere plannen, met als doel dat de maatschappij als geheel er mee gediend is. Wat bij de opzet van de organisatie hoort is een voortdurende levendige discussie in en rondom het fonds, om procedures, criteria, voorwaarden kritisch te bespreken en te verbeteren.

Democratische cultuur tegenover bedrijfskunde

Je kunt de onzekerheid, onvoorspelbaarheid en het gebrek aan objectieve meetbaarheid van culturele producties als een probleem zien, als iets dat volgens bedrijfskundige normen alleen vertragend kan werken, en het efficiënt managen van een uitvoeringsorganisatie belemmert. Dat gebruikt de NPO als argument, om volledige zeggenschap te krijgen over het budget van het NPO-fonds. Maar je kunt het ook van de andere kant bekijken.

Het is nog maar de vraag of het NPO-fonds verspilling en vertraging veroorzaakt. Er worden met betrekkelijk weinig geld en een kleine staf veel succesvolle en vernieuwende programma’s gemaakt, zoals gelauwerde docuseries als Schulden en Klassen, dramaseries Hollands Hoop, TreurTeeVee, IM en podcast als De Plantage van onze voorouders en Deventer Moordzaak, plus prijswinnende webdrama’s als Hitte.

Is niet eerder de bedrijfskundige overmoed van de NPO-managers het probleem? Het NPO-fonds heeft een ambtelijke uitvoeringspraktijk die op maat gemaakt is voor het atypische en complexe veld tussen overheid en cultuur. Die goed werkende en in samenspraak met het werkveld steeds bijgestelde praktijk zou onderworpen worden aan de logica van het overkoepelende NPO-bedrijf. Ik vermoed dat iedereen dan wel weet wie het onderspit delft.

De NPO-bestuurders hebben geen geduld met de onvoorspelbaarheden, de onzekerheden en de complicaties die bij de werkwijze van het NPO-fonds hoort. In feite willen ze af van wat hun wettelijke plicht is en wat de bestaansreden is voor het bestaan van destijds het Mediafonds en nu het NPO-fonds: geld apart houden en op een aangepaste manier besteden aan producties met culturele en artistieke meerwaarde.

Hier speelt meer dan omroeppolitiek. Het gaat om de publieke waarden die de overheid zegt te dienen. Het NPO-fonds, is net als het Letterenfonds en het Mondriaanfonds een uitvoeringsinstantie van de overheid, die als doel heeft om vanuit een overkoepelend publiek belang de gelijkschakelende invloed van de markt en de massacultuur tegenwicht te bieden.

Bovendien heeft het NPO-fonds de taak een geloofwaardige en werkbare oplossing te bieden voor de schijnbare onmogelijkheid om in een bureaucratisch model beleid uit te voeren ten aanzien van zaken, projecten en mensen waar het per definitie niet draait om alles wat in een ambtelijke praktijk centraal staat. Oftewel het aanpassen van de bureaucratie aan de betrokken mensen en de eigenheid van het veld.

In de cultuur bestaan geen garanties en bewezen resultaten, er zijn vooral grensgevallen en nieuwe, hybride plannen. Succes berust niet op protocollen. Ondubbelzinnige schema’s schieten meestal tekort. Het wemelt van de onmeetbare, controversiële en subjectieve factoren. Zo’n proces is per definitie onvoorspelbaar, instabiel en vergeven van leerzame fouten, conflicten en misverstanden. Maar het is de motor achter de kwaliteit die zo’n instelling als het NPO-fonds levert.

Wat er tussen het NPO-fonds en het NPO-bestuur gebeurt is symptomatisch voor wat er bij heel veel uitvoeringsinstanties in de publieke sfeer plaatsvindt. Het is een bedrijfskundige logica die de toon zet. Ten koste van wat je een democratische cultuur kunt noemen rondom instellingen als het UWV, de belastingdienst, de Sociale Dienst of de Jeugdzorg.

De grootste valkuil voor een publieke organisatie is doof en blind te worden voor de mensen voor wie, en in wiens naam ze zegt werken.

Zoveel mogelijk controle

Om ongestoord en optimaal efficiënt te werken, kiest het bedrijf als strategie om zoveel mogelijk controle te krijgen over alle interactie met de buitenwacht. Er is geen wederkerigheid meer tussen instantie en burgers en maatschappelijke partners. Ze worden behandeld als gebruikers of leveranciers. Zoals een supermarkt onderhandelt met boeren, zo probeert de NPO het onderste uit de kan te halen bij de makers van dramaseries, documentaires, spelshows of kinderprogramma’s.
Dat is een opstelling die om twee redenen niet klopt. De eerste noemde ik al: het NPO-fonds heeft een op het werkveld afgestemde uitvoeringspraktijk ontwikkeld, die eigen procedures en een eigen cultuur vereist. Die is er niet voor niets.

De tweede reden is dat het een ontkenning is van de rol van een publieke omroep in de cultuur van een democratische samenleving. Juist waar gemeenschapsgeld wordt uitgegeven aan zaken die de openbaarheid vormgeven, - de media - is het zaak dat de vormgeving en cultuur van die organisatie overeenstemmen met de missie. De NPO is geen privaat bedrijf. De grootste valkuil voor een publieke organisatie is doof en blind te worden voor de mensen voor wie, en in wiens naam ze zegt werken.

Via de bonte verzameling mensen die als medewerker, maker en adviseur proberen om het beste wat Nederland te bieden heeft aan dramaseries, documentaires, podcasts en kinderprogramma’s uit te kiezen en te steunen, krijgt de NPO, via het NPO-fonds, feedback over wat er leeft en verandert in de maatschappij. De publieke omroep zou dat moeten omarmen en waarderen, in plaats van het buiten spel te zetten. En dat gebeurt als de onafhankelijkheid van het NPO-fonds aan dove en blinde managementdiscipline wordt opgeofferd.

De NPO zou een voorbeeld kunnen nemen aan de werkwijze van het NPO-fonds.

Bekijk meer van

NPO-fonds

Praat mee

Colofon

Villamedia is een uitgave van Villamedia Uitgeverij BV

Uitgever

Dolf Rogmans

Postadres

Villamedia Uitgeverij BV
Postbus 75997
1070 AZ Amsterdam

Bezoekadres

Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Factuurgegevens

Villamedia Uitgeverij BV
Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Contact

redactie@villamedia.nl

Redactie (tips?)

Chris Helt, hoofdredacteur

Marjolein Slats, adjunct-hoofdredacteur

Linda Nab, redacteur

Lars Pasveer, redacteur

Trudy Brandenburg-Van de Ven, redacteur

Sales

Sofia van Wijk

Jenny Fritschy

Webontwikkeling

Marc Willemsen

Vacatures & advertenties

redactie@villamedia.nl

Bereik

Villamedia trekt maandelijks gemiddeld 120.000 unieke bezoekers. De bezoekers genereren momenteel zo’n 800.000 pageviews.

Rechten

Villamedia heeft zich ingespannen om alle rechthebbenden van beelden en teksten te achterhalen. Meen je rechten te kunnen doen gelden, dan kun je je bij ons melden.