— vrijdag 21 februari 2020, 09:00 | 2 reacties, praat mee

PINDA magazine krijgt vervolg; hoofdredacteur is niet blij en stapt op

De eerste editie van PINDA magazine (2019)

Wegens succes verlengd: PINDA magazine. De glossy over het Nederlands-Indische erfgoed verscheen vorig jaar aanvankelijk eenmalig, maar deed het zo goed dat Stichting Indomedia en co-uitgever Hans van Brussel van MIMM B.V. hebben besloten om er een vervolg aan te geven. Eind april verschijnt een tweede editie. Maar wel zonder hoofdredacteur en mede-oprichter Ricci Scheldwacht.

PINDA vloog de winkels uit eind vorig jaar. Na een herdruk zijn er in totaal zo’n 45.000 exemplaren verkocht, becijfert Van Brussel. In een lezersenquête gaf 92 procent aan een eventuele tweede editie te zullen kopen. ‘Je weet natuurlijk nooit of ze dat ook echt doen. Maar zo’n mooi klanttevredenheidsonderzoek kom je niet snel tegen’, aldus de uitgever. De opbrengst van het eerste nummer wordt geherinvesteerd in nummer twee. Bij hernieuwd succes komt er wellicht ook een nummer 3.

Goed nieuws, zou je zeggen. Maar niet voor hoofdredacteur en mede-oprichter van PINDA Ricci Scheldwacht. Hij is het er niet mee eens dat zijn geesteskind een vervolg krijgt, en heeft na lang beraad besloten op te stappen. Een tweede editie gaat volgens Scheldwacht in tegen eerder gemaakte afspraken met andere partijen in de Nederlands-Indische gemeenschap, de subsidieverstrekker, en hemzelf. ‘PINDA is gemaakt met overheidssubsidie als eenmalig project. Het is nooit mijn insteek geweest om daar een vervolg aan te geven. Dat is oneerlijke concurrentie naar andere media toe die het Indische verhaal vertellen zonder daar ooit subsidie voor te hebben gehad, zoals het tijdschrift Moesson.’

PINDA kent een onstuimige ontstaansgeschiedenis. Scheldwacht bedacht het idee voor een magazine met een Indisch tintje tien jaar geleden, en ging ermee de boer op met de Indische herenclub waar hij deel van uitmaakte. Jarenlang werd er met het project geleurd bij verschillende uitgevers, maar er was er geen die het risico aandurfde. Uiteindelijk gaf het ministerie van VWS een eenmalige subsidie van 50.000 euro aan de stichting Indomedia, die speciaal voor dit doel werd opgericht. Het blad werd ondergebracht bij uitgeverij Boom. Toen Boom zich op het laatste moment terug trok, nam Van Brussel nam het stokje over. Het magazine was toen al in productie en bijna klaar.

Van Brussel vindt het ‘buitengewoon jammer’ dat Scheldwacht zich heeft teruggetrokken. ‘Ricci verdient absoluut de credits omdat hij al die jaren vol is blijven houden. Ik had hem er dolgraag bijgehouden. Maar succes heeft vele vaders. Ricci is niet PINDA. Ik weet dat het zijn zeer nadrukkelijke wens was om het magazine eenmalig te laten zijn. Maar zowel Stichting Indomedia als het ministerie hebben die voorwaarde nooit gehanteerd. Toen ik aan boord kwam heb ik gezegd: als het een succes wordt, of met een tweede poging een succes zou kunnen worden, wil ik als uitgever die kans grijpen. Het zou zonde zijn om daar niets mee te doen. We hebben dat uiteraard ook netjes met het ministerie afgestemd.’

Over concurrentie met andere Indische titels zegt Van Brussel: ‘We leven in een vrij land, waar je de vrijheid hebt om te proberen een blad te beginnen. Vrij Nederland kreeg op een gegeven moment óók HP/De Tijd naast zich. Je kunt het ook zo zien: Door PINDA is de Indische problematiek weer eens voor een groot publiek op de kaart gezet.’ Hij voegt daaraan toe dat hij contact heeft gezocht met de redactie van Moesson om de mogelijkheid tot samenwerking te onderzoeken.

Ondertussen is het tweede nummer bijna af. Het verschijnt onder hoofdredactie van San Fu Maltha en Simone Jacobus, die ook bij de eerste editie betrokken waren, en gaat verder onder de naam PINDAH. Volgens Van Brussel heeft de subtiele naamswijziging niet met het conflict te maken. Uit de lezersenquête bleek dat 17 procent zich stoorde aan de geuzennaam. Van Brussel: ‘We zijn ook overvallen door de agressie die we daarvan ondervonden op social media. PINDAH – met een H –  betekent verhuizen in het Maleis. Het staat symbool voor de migratie en de verbinding met Indonesië. Een H toevoegen aan de titel was een simpele oplossing om een ongemakkelijk gevoel bij een groep mensen te vermijden. En de uitspraak blijft hetzelfde.’

Scheldwacht is niet gelukkig mee. ‘Ik ben trots op wat we met het magazine hebben bereikt. Ik wilde het Indische verhaal één keer vertellen voor een groot publiek. Dat is gelukt. Maar ik heb er een nare bijsmaak aan overgehouden. Mijn project is gekaapt, zo voelt het. ‘Ze hebben vanaf het begin geprobeerd me naar de zijlijn van mijn eigen project te dirigeren.’

Praat mee

2 reacties

ricci scheldwacht, 22 februari 2020, 09:34

Eerder had ik op al Facebook laten weten dat ik niet betrokken ben bij PINDAH en waarom ik dat besluit heb genomen. Sommige mensen hebben dat bericht gelezen, maar heel veel mensen niet. Dat blijkt wel uit de vele vragen en reacties die ik krijg.
Daarom ben ik blij dat ik ook in Villamedia mijn verhaal kon vertellen. Dat artikel stond gisteren online. Daarop krijg ik veel steunbetuigingen. Tegelijk zie ik dat er ook mensen zijn die als reactie op het artikel in Villamedia een mening vormen zonder dat ze weten wat er aan de hand is. Daarom de volgende punten op een rij.

1. Niet co-uitgever MIMM BV (Hans van Brussel), maar stichting Indomedia heeft een subsidie aangevraagd en toegewezen gekregen door het ministerie van VWS in het kader van de regeling Collectieve erkenning van Moluks en Indisch Nederland. Niet Van Brussel, maar het bestuur van de stichting is er dus verantwoordelijk voor dat er aan de verplichtingen die aan deze subsidie zijn verbonden wordt voldaan. Met andere woorden: de stichting moet er voor zorgen dat het ingediende plan wordt uitgevoerd en het geld wordt gebruikt waarvoor het is aangevraagd.
2.  De aanvraag betreft een projectsubsidie. Het geld (50.000 euro) is bestemd voor een afgebakend project, dat als volgt is omschreven:  ‘Pinda*, eenmalige Indische glossy met, door, voor Indo’s en iedereen die belangstelling heeft voor de invloed van Nederlands-Indië op Nederland.’ Dat staat ook in de toewijzing.
3. In de aanvraag staat verder dat er 10.000 exemplaren via Indische organisaties zullen worden verspreid. Dat is niet gebeurd. Als er 45.000 exemplaren zijn verkocht (bij een oplage van 50.000) betekent het dat er nooit 10.000 kunnen zijn weggegeven aan Indische organisaties. Het goede nieuws is wel, dat wie nog geen exemplaar van PINDA* heeft kunnen bemachtigen –omdat het in de winkel uitverkocht was – gratis een exemplaar ergens bij een Indische organisatie kan ophalen. Want waar zijn die 5000 exemplaren anders gebleven? Stichting Indomedia en Van Brussel weten welke Indische organisaties dat zijn.
4. De subsidie van 50.000 is een voorschot: het uiteindelijk vast te stellen subsidiebedrag is afhankelijk van de daadwerkelijk gerealiseerde kosten en opbrengsten, inclusief bijdragen van derden. Met daarbij de aantekening dat opbrengsten uit de verkoop van de publicatie tot de gerealiseerde opbrengsten van deze subsidie behoren, namelijk bijdragen van derden.
5. Er zijn 45.000 exemplaren verkocht á € 6,95, dat wil zeggen een totaalbedrag van ruim 3 ton aan inkomsten. (Het hele nummer was al gefinancierd met geld uit de subsidie). Natuurlijk moeten daar de kosten voor de retailer en distributeur vanaf, zeg de helft van dat bedrag. Dan hou je nog anderhalve ton aan winst over. Bij de eerste druk (30.000 exemplaren) waren een deel van de druk- en distributiekosten overigens al meegenomen in de begroting, dus betaald uit de subsidie.
6. De stichting moet voor 2 april 2020 de verantwoording indienen bij het ministerie. Ik blijf erbij dat het geld niet is gebruikt zoals had moeten gebeuren, namelijk voor het realiseren van een eenmalige uitgave. Van Brussel zegt in Villamedia dat het geld wordt geherinvesteerd in PINDAH, voor een tweede en misschien wel derde nummer. Dat betekent de subsidie wordt gebruikt om een nulnummer van een commerciële uitgave in de markt te zetten.
7. PINDAH (piendah) spreek je niet uit zoals PINDA.
8. HP/De Tijd is een fusie van Haagse Post (Haagsche Post) en De Tijd. Titels die al ver voor Vrij Nederland bestonden en bovendien als particulier initiatief zonder subsidie in de markt zijn gezet.

Hans van Brussel, 22 februari 2020, 17:15

Ricci Scheldwacht is journalist, dat is hij al heel lang.

Zonder iets af te willen doen aan Ricci’s inzet als journalist (zie de publicatie waarin ik over zijn rol word geciteerd) kan ik wel uit eigen waarneming zeggen dat ‘organisatie’, ‘contractuele afspraken’,  ‘planning’ en ‘financiën’ niet zijn forte waren.  Hij is geen uitgever en ook niet iemand die de huidige problematiek van het uitgeven en in de markt brengen met inzet van heel veel kanalen beheerst én de afspraken met medewerkers en partners zodanig maakt dat er anno 2019 en 2020 mee kan worden gewerkt. Is dat erg?

Nee, gelukkig namen andere leden van het team daar hun verantwoordelijkheid. Zoals de Stichting Indomedia die het idee van een PINDA* omarmde en het blad mogelijk maakte waar Ricci al zo’n acht jaar - onvermoeibaar maar zonder succes - uitgevers probeerde te interesseren.

Aan PINDA* hebben heel veel mensen meegewerkt maar zonder het kernteam dat uiteindelijk om Ricci werd gevormd, met het doel van een idee een blad te maken, zou er geen PINDA* zijn gekomen.

Als het gaat om het doel van subsidies voor media heb ik het voorbeeld genoemd van HP/De Tijd naast Vrij Nederland en Ricci doet het voorkomen dat dit - mijn woorden - onzin is. Ik was heel lang als uitgever betrokken bij HP en HP/De Tijd en weet er dus iets van. Hij schrijft letterlijk:

HP/De Tijd is een fusie van Haagse Post (Haagsche Post) en De Tijd. Titels die al ver voor Vrij Nederland bestonden en bovendien als particulier initiatief zonder subsidie in de markt zijn gezet.

Maar Haagse Post - later HP - ontving in 1975 1,9 miljoen gulden aan overheidssteun, later kwam daar flink wat bij zoals ook De Groene in de laatste decennia van de vorige eeuw vele honderdduizenden guldens van het Bedrijfsfonds voor de Pers ontving, overheidsgeld.

Zonder die steun zou HP zijn gesneuveld en was er later - en ook nu - geen HP/De Tijd. En wellicht geldt dat ook voor De Groene.

En nu was er PINDA* en komt er PINDAH, vorig jaar éénmaal met subsidie, nu voortaan zonder. Inderdaad: 45.000 stuks verkocht, dat betekent dat al snel honderdduizenden het blad lazen.

Zullen we een correcte financiële en contractuele afwikkeling en de beoordeling daarvan gewoon overlaten aan de betrokken partijen: het ministerie en de Stichting Indomedia? Dat komt vast goed, Ricci is geen contractpartij. En als die afwikkeling dan straks achter de rug is en de nieuwe PINDAH in het schap ligt: dan is het aan de lezers van het blad, zoals het hoort.

Colofon

Villamedia is een uitgave van Villamedia Uitgeverij BV

Postadres

Villamedia Uitgeverij BV
Postbus 75997
1070 AZ Amsterdam

Bezoekadres

Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Contact

redactie@villamedia.nl

Redactie (tips?)

Dolf Rogmans
Hoofdredacteur

Marjolein Slats
Adjunct-hoofdredacteur

Linda Nab
Redacteur

Lars Pasveer
Redacteur

Trudy Brandenburg-Van de Ven
Redacteur

Anneke de Bruin
Vormgever

Marc Willemsen
Webontwikkelaar

Vacatures & advertenties

redactie@villamedia.nl

Bereik

Villamedia trekt maandelijks gemiddeld 120.000 unieke bezoekers. De bezoekers genereren momenteel zo’n 800.000 pageviews.

Rechten

Villamedia heeft zich ingespannen om alle rechthebbenden van beelden en teksten te achterhalen. Meen je rechten te kunnen doen gelden, dan kun je je bij ons melden.