Jonah Falke: ‘Ik probeer het oordeel thuis te laten. Ook als iemand botte dingen zegt als oudoom Herman’
Annemiek Leclaire vraagt collega’s naar een belangrijk gesprek in hun journalistieke leven. Deze keer: Jonah Falke (31) dook voor een artikel voor Vrij Nederland in het levensverhaal van zijn opa. Daarvoor reisde hij af naar Canada om zijn oudoom Herman te interviewen.
Dit artikel wordt met je gedeeld door NVJ-lid Rutger de Quay. Ook lid worden?
‘Mijn opa schreef vlak voor zijn dood in 1992 zijn levensverhaal op over zijn jeugd als zoon van een sadistische vader. Hij werd naar eigen zeggen als slaaf behandeld en onafgebroken vernederd. In het boekje, dat hij ‘Voltooid verleden tijd’ noemde, beschrijft hij hoe dat van invloed was op zijn eigen ouderschap. Hij was zelf ook een gewelddadige vader.
Mijn opa gaf het boekje aan zijn drie kinderen met de opdracht het te vernietigen nadat ze het gelezen hadden. Mijn oma heeft het toch bewaard. Na haar dood in 2018 kwam het boven water. Ik heb mijn opa nooit gekend. Toen ik het boekje las twijfelde ik of het allemaal waar was. Nabestaanden bevestigden het verhaal. Hij was als het zwarte schaap vaak vreselijk mishandeld.
Ik besloot ook met de oudere broer van mijn opa te gaan praten die in de jaren 50 als priester naar Canada was vertrokken, en veel door Afrika heeft gereisd. Volgens mijn oudtante had deze Herman, in tegenstelling tot de andere kinderen, een perfecte jeugd had gehad omdat zijn ouders hem op handen droegen.
In 2019 logeerden mijn vriendin en ik bij deze Herman. Hij leefde met een groepje andere priesters in een voormalige Japanse ambassade in Ottowa, een Villa Kakelbont-achtig huis met allemaal van die geluidsdichte hoekjes om te bellen.
De eerste vijf dagen durfde ik niet over het boekje te beginnen. Hij wist helemaal niet van het bestaan ervan. Ik had hem eigenlijk een beetje in de val gelokt. Ik was bang geweest om hem af te schrikken, dus had alleen maar gezegd: ‘Ik ben een achterneef, mag ik je eens komen opzoeken?’
Ik was misschien iets teveel op mijn gemak. Er was zo’n herkenning. De gelijkenis met andere mannen in de Falke-familie trof me. Dezelfde blik, dezelfde armgebaren. Ik wist precies wanneer hij een grapje ging maken. Ik dacht: dit is familie. Waar zit hem dat nou in? Dat vond ik een heel mooie, ook wel ontroerende ervaring. Ik wilde mijn oudoom eigenlijk geen pijn doen.
Tot mijn vriendin zei: “Je bent hier met een reden hè. Ga hem nou eens interviewen.” Dus op een avond zei ik: “Ik heb dit boekje gevonden. Zou je dat eens willen lezen?”
Hij zei: “Leg maar op mijn bed”’
De volgende ochtend heb ik hem geïnterviewd, met het gekras van zijn parkiet op de achtergrond.
Hij leek niet van slag over de inhoud. Hij draaide het gesprek meteen om. Hij zei: “Jouw opa was niet het slachtoffer van mijn ouders, het kwaad zat in hemzelf. Ja, hij werd mishandeld, maar het was een minkukel. Wilde niet deugen. Maar gelukkig kwam hij je oma tegen, en dat heeft ervoor gezorgd dat zijn leven niet helemaal mislukt is.” Woorden van die strekking. Dat zijn zus, mijn oudtante, ook klappen had gehad, ontkende hij.
Dat vind ik boeiend: hoe tekent de opvoeding die je had de blik die je hebt op je jeugd? Mijn oudoom zelf was altijd door alles en iedereen op een voetstuk geplaatst. Herman was altijd iets heel bijzonders.
Ik probeer het oordeel thuis te laten als ik mensen interview. Ook als iemand van die botte dingen zegt als hij. Dan probeer ik toch open te zijn. Als je het licht ergens op schijnt is het logisch waar de schaduw valt, dan hoef ik niet nog eens te zeggen: de schaduw zit dáár.
Er zit iets heel hards in de familie Falke. Mijn overgrootvader had decennialang een papagaai, wel vijftig jaar of zo. Die lag op een ochtend dood in het hok en werd gewoon meteen in de vuilnisbak gegooid. Die hardheid zit ook in mij. De reden om dit verhaal voor Vrij Nederland op te schrijven was niet omdat het nou zo leuk is maar omdat ik wil kijken naar de lelijke kanten van mijn familie.
Iedereen is in zekere zin het slachtoffer van zijn eigen leven. Die breekbaarheid van iedereen en hun pech, dat interesseert me.
Mijn oudoom is eigenlijk een onuitstaanbare, egocentrische, botte man, maar toch ga je daar een soort sympathie voor ontwikkelen, ik althans. De keuze die hij als jongen maakte om weg te gaan, en de spijt die af en toe doorklonk over zijn levensloop, wekte vooral mijn empathie. Het is een man zonder vrienden. Toen mijn vriendin en ik langskwamen, zeiden zijn huisgenoten: “Herman heeft een keer bezoek!”
“Kunst” is voor mij hoe je je als mens tot de omstandigheden verhoudt. Waar heb je wel invloed op, waar heb je geen invloed op? Daar moet je een verstandhouding mee aangaan, en die observeer ik graag.
Ik kon door deze ontmoeting ook in de toekomst kijken. Ik schrijf en schilder, net als mijn oudoom, en ik houd ook van ver weg gaan van alles en iedereen. Ik zag hoe het kan aflopen als je dat doet. Dat je de dagen dan doorbrengt in een kamer vol gevangen vlindertjes uit Afrika.’
Deze rubriek is een variant op Het gesprek van je leven van FD Persoonlijk, het weekend magazine van Het Financieele Dagblad.
Jonah Falke (1991) schrijft onder meer voor Vrij Nederland en de Gelderlander. Hij won onlangs voor VN een Mercur voor een reportage over armoede.


Praat mee