website over journalistiek

x

Villamedia heeft een app

 

Exclusieve inhoud Sluiten

Een NVJ-lid heeft dit artikel met je gedeeld. Gratis een maand alles lezen? Klik hier.

Een NVJ-lidmaatschap geeft je recht op:

  • Persoonlijk advies
  • Juridisch advies & rechtsbijstand
  • Perskaart
  • Korting op cursussen
  • Villamedia magazine

Word lid Verder lezen

‘Je hoorde Janmaat geen hand te geven’

Elly Welgraven — Geplaatst op vrijdag 21 maart 2014, 13:40

Andere Tijden Hoe afstandelijk Geert Wilders zich opstelt tegenover de pers, zo publiciteitshongerig was Hans Janmaat, leider van de Centrumpartij (CP), in de jaren ‘80. Tevergeefs overigens, want de meeste journalisten moesten helemaal niets van hem hebben. Historicus Elly Welgraven ondervroeg twaalf journalisten over de beginperiode van de CP.

Het is 19 september 1982: de dag waarop Hans Janmaat, leider van de Centrumpartij wordt beëdigd als lid van de Tweede Kamer. Een zwarte dag volgens velen: voor het eerst sinds de Tweede Wereldoorlog komt er een populistische rechts-radicale partij in het parlement. Een partij die meent dat veel maatschappelijke problemen worden veroorzaakt door buitenlanders. Problemen, die in deze tijd van de bijna alom gewaardeerde multiculturele samenleving, ronduit taboe waren. Driehonderd demonstranten trekken dan ook naar Den Haag om het Janmaat moeilijk te maken. Zijn naam inspireert: De leuzen ‘Jan Rap en zijn maat’, ‘Jan Haat’ en ‘Janmaat benedenmaat’ zijn niet van de lucht. Ruim tweehonderd politieagenten staan paraat om te voorkomen dat het kersverse parlementslid aangevallen wordt. De Telegraaf geeft de volgende dag een vrij feitelijk verslag, maar eindigt wel met een forse waarschuwing van een woordvoerder van het Centrum van Buitenlanders: Janmaat en de zijnen zijn gevaarlijk.

Deze manier van berichtgeving, een vermenging van een nieuwsbericht met een commentaar, al dan niet via een citaat, blijkt kenmerkend voor bijna alle artikelen die er over Janmaat en de CP in de dagbladen verschenen in de eerste twee jaar van de CP (1980-1982). Journalist Rinke van de Brink: ‘Het lijkt wel of de berichtgeving over de CP een soort buitencategorie vormde. Zelfs in een simpel nieuwsbericht, werd er om de zin gewaarschuwd, voor wat voor een vreselijk fenomeen de CP was.’ Van de ruim 130 artikelen die voor dit onderzoek werden gelezen, zijn er 73 met enige moeite te rubriceren als nieuwsberichten. Die berichten gaan meestal over incidenten waar de Centrumpartij of Janmaat bij betrokken waren.

En dat waren er nogal wat: verstoorde vergaderingen van de partij, rechtszaken van of tegen de CP, interne conflicten, de protesten bij de beëdiging van Janmaat, anti- en pro-demonstraties en soms zelfs fysieke aanvallen. Met een zekere regelmaat verscheen Janmaat dan ook met blauwe plekken in de Tweede Kamer: geslagen door activisten of zelfs van zijn fiets getrokken. De zeer actieve antifascistische bewegingen wisten, alle geheimzinnigheid van de CP-organisatoren ten spijt - op het geven van het juiste wachtwoord werd je de vergaderplek toegefluisterd - vaak de locaties van deze bijeenkomsten te achterhalen. Ze probeerden met man en macht deze te verhinderen of te verstoren. Bijvoorbeeld bij de vergadering in het Haagse hotel Babylon in november 1980.

Bijna alle kranten deden uitgebreid verslag van deze rellen, waarbij Janmaat wederom klappen opliep. De actievoerders trokken na afloop naar de redactie van de Haagse Courant, omdat deze een advertentie van de CP hadden geplaatst. Aanwezige medewerkers van de krant beloofden beterschap. Felle acties, zelfs intimiderend voor journalisten.

Wat vond de CP zelf van de nieuwsberichten? Uit de notulen van de bestuursvergaderingen, gevonden in het Janmaat-archief, blijkt dat de CP blij was met alle publiciteit. Of het nu negatief was of niet. Janmaat: ‘CP als taboedoorbreker, gaat met veel Pers-weeën gepaard’. Er was zelfs een persgroep die reageerde via ingezonden brieven op foute publicaties en eventueel rechtszaken begon. Ik vond ook een lijst met goedgezinde journalisten. Helaas, de meesten waren inmiddels overleden of onvindbaar.

Achtergrondverhalen over het gedachtegoed van de CP werden nauwelijks geschreven, wel over het racistische of het fascistische gehalte van de partij. Zo concludeerde Hans Smits in Vrij Nederland dat de CP bewust gematigd van toon zou zijn, om ‘Jan met de pet’ niet van zich te verwijderen en om een gerechtelijk verbod wegens fascisme en racisme te voorkomen. Veel artikelen leggen een verband met het (historisch) fascisme. Daar was Peter Riemers­ma in de Haagse Courant het niet mee eens. Hij vond het stimuleren van buitenlanders om terug te keren naar het thuisland - en hier dus wel aandacht voor een programmapunt van de CP - niet fascistisch.

In commentaren is het natuurlijk de bedoeling dat er een mening wordt gegeven, Maar ook hier is met name de ironische, badinerende toonzetting bijzonder. Jan Joost Lindner in de Volkskrant (13-11-1982) onder de kop ‘Maar de NSB begon ook soft’: ‘Janmaat, charisma nul, kennis van zaken bitter weinig, het kwaad is in dit geval niet opwindend.’ Ook het commentaar van Trouw naar aanleiding van Janmaats eerste bijdrage aan de algemene beschouwingen, is zeer ironisch. Dit stuk draagt als kop: ‘Fascist, Racist of gewoon Warhoofd’.
Dit niet ondertekende commentaar, beschrijft Janmaats complottheorie over de PvdA (wil een socialistische staat), gevolgd door de verzuchting: ‘...had het nog wel zin om nog verder naar hem te luisteren?’ In plaats van de vraag van de kop te beantwoorden, eindigt het commentaar met dezelfde vraag. In een-Vrije Volk-commentaar van Herman Wigbold (10-09-1982) groeit wel het besef dat de CP een reëel probleem aansnijdt: ‘Het zal toch niet zo zijn dat Janmaat met zijn afzichtelijke denkbeelden ons wakker heeft geschud?’ Ja dus, meent Wigbold en hij vervolgt met een schets van de problemen in oude wijken en vertelt dat hij PvdA’ers kent die net zo denken als de CP-aanhang.

De programmapunten, de politieke doelen van de CP, komen wel iets meer naar voren in de spaarzame interviews met CP-leiders. In deze periode waren dat er slechts zes en bijna allemaal ingebed in commentaar en/of achtergrondinformatie van de redacteuren. Het allereerste interview met Janmaat stond in De Tijd (13-6-1980) en werd gemaakt door Frénk van der Linden. Ook dit is weer een ingebed interview. De redacteur onderzoekt verbanden met de Nationale Centrumpartij, beschrijft incidenten en leest het partijblad. Van der Linden citeert Janmaat uitgebreid. Deze CP-leider zegt grote problemen, mede ontstaan door het grote aantal buitenlanders, bespreekbaar te willen maken zonder racist te zijn. Op de vraag waarom men de CP de term fascistoïde opplakt, antwoordt Janmaat: ‘Omdat niemand luistert’.

Bij de berichtgeving in zijn geheel valt op hoe badinerend en negatief er over de Centrumpartij en in het bijzonder over Janmaat werd geschreven. Een greep uit de woordkeuze: ‘Het dubieuze groepje, chaotische querulant, afzichtelijke denkbeelden, programmaatje, Janmaat en zijn kornuiten, bevorderaar van vreemdelingenhaat, nieuwe splinterpartij met omstreden ideeën, CP-jongens met hun onfrisse ideeën’. Verder werd er regelmatig gesteld dat de CP frontstage heel wat milder van toon is dan er backstage gedacht wordt.

Het feit dat er nauwelijks of geen aandacht was voor het gedachtegoed en de achtergronden van de partij zelf, riekt naar een redactie code. Ik vroeg het aan twaalf journalisten uit die periode.

Gediscussieerd werd er zo goed als overal, maar een officiële code kwam er volgens de meesten niet. Uitzondering is Telegraaf-redacteur Emile Bode: ‘De hoofdredactie had bepaald dat De Telegraaf met grote reserve over de partij zou schrijven.’ Bij Het Vrije Volk was er dan wel geen officiële uitspraak van de hoofdredactie, maar de houding van de redactie was volgens Henk Schaaf duidelijk: ‘Aanpakken indien nuttig en nodig.’ Dat gold ook voor De Waarheid.

Rinke van den Brink: ‘De CP was het grote kwaad en zo diende er ook, als het nieuws daar om vroeg, over geschreven te worden.’ Commentator Jan Joost Lindner van de Volkskrant ging eerst Janmaat even checken: ‘Om te “proeven” of er nog meer achter hem school dan geschreeuw en rabiate vreemdelingenhaat. In mijn herinnering was dat het “startsein” voor het publiceren over de CP in de Volkskrant’, aldus Marcel van Lieshout. Op de andere redacties werd het meer aan de redacteuren zelf overgelaten, maar bij het merendeel was er wel veel discussie. Co Welgraven van Trouw: ‘Op de redactie, aan onze tafel in het restaurant van de Tweede Kamer en in de kroeg, het hield niet op’. Volgens Welgraven werd er uiteindelijk afgesproken alleen feitelijk te berichten bij nieuwsrelevantie.

John Jansen van Galen van de Haagse Post herinnert zich geen enkele discussie uit die tijd, maar wel een soort stilzwijgende afspraak dat je Janmaat als persoon ook zoveel mogelijk moest negeren: ‘Na afloop van de eerste Kamerzitting in 1982 kwam hij in de wandelgangen met uitgestoken hand op mij af. Die heb ik geschud. Dat werd gefilmd door een team van Brandpunt. En dan zit je toch de rest van de dag in de rats: als ze dat maar niet uitzenden, want daar krijg ik een hoop gelazer mee. Zo was de stemming toen: je hoorde Janmaat geen hand te geven.

Waarom werd de CP door de meeste journalisten zoveel mogelijk genegeerd, of bij nieuwsrelevantie (relletjes), fel bekritiseerd? De verklaring ligt voor een groot deel in de journalistieke cultuur zelf: in het begin van de jaren ‘80 was participatiejournalistiek dé trend. Het was heel gewoon om je als journalist heftig betrokken te voelen bij maatschappelijke problemen en die mening in je berichtgeving te verwerken. Volkskrantjournalist Van Lieshout:  ‘In die jaren schreven wij als Haagse redactie vooral interpreterend: feiten werden zichtbaar vermengd met eigen meningen en interpretatie.’

Waarom die mening zo negatief was (twee derde van de geënquêteerde journalisten wezen de CP af, het merendeel hartgrondig), heeft meer met het algemene tijdsbeeld te maken. Behalve de hiervoor beschreven fanatieke actievoerders, waren ook wetenschappers en politici ervan overtuigd dat de CP racistisch was en de aanhang voor een deel zelfs fascistisch. Tekenend is de stoelendans die in de Tweede Kamer ontstond, omdat niemand naast Janmaat wilde zitten.

Historicus Mendert Fennema beschrijft in het boek ‘Niets dan goeds over bekende doden’, dat hij een smoes bedacht om niet op de lunchuitnodiging van Janmaat in te hoeven gaan. Je wilde niet in het openbaar met hem gezien worden. De maatschappelijke druk op de journalisten om deze, in vele ogen foute partij te negeren en te verfoeien was enorm. Hoe ver deze druk ging, werd beeldend geformuleerd door Volkskrantredacteur Sander van Walsum in zijn analyse achteraf (Volkskrant, 12-8-2010 ). Volgens hem regeerde de gedachtenpolitie, een geïnternaliseerde zelfcensuur, die normale verslaggeving verhinderde. Van Walsum: ‘Die gedachtepolitie zat niet op onze schouder, ze huisde in onze ziel’.

Nog geen reacties

Om te reageren moet je een Villamedia Account hebben en moet je eerst ingelogd zijn.