Hoe Chaimae Agarroum als bureauredacteur in het aardbevingsgebied in Marokko belandde
Het dagelijks werk van Chaimae Agarroum, interactieredacteur bij EenVandaag, lijkt in de verste verte niet op dat van rampenverslaggever. Toch belandde Agarroum als zodanig in het aardbevingsgebied in Marokko.
Dit artikel wordt met je gedeeld door NVJ-lid Rutger de Quay. Ook lid worden?
Sinds het begin van dit jaar werkt Agarroum in een vrij nieuw team op de redactie van radio- en televisieprogramma EenVandaag van AVROTROS: de interactieredactie. Toen ze solliciteerde, was er eigenlijk nog veel onduidelijk over wát ze zou gaan doen.
‘We moesten het wiel een beetje uitvinden. We willen dat ons publiek meer vertrouwen krijgt in de journalistiek. Onze lezers, kijkers en luisteraars kunnen direct vragen stellen aan de redactie, of een verhaalidee voorstellen. We zijn een journalistieke helpdesk.’
Dat verschilt aanzienlijk van rampenverslaggeving zoals na een aardbeving. Hoe raakte ze daar dan in verzeild? ‘Eigenlijk is het simpel, maar eigenlijk ook weer niet’, zegt Agarroum.
Land van haar ouders
Agarroum komt al haar hele leven iedere zomer in Marokko, het land van haar ouders. Ze spreekt vloeiend Arabisch én kent de binnenlanden van het land goed. ‘Eigenlijk moest er een tolk mee. Maar als je naar zo’n rampgebied gaat, dan is het fijn als er mensen meegaan die veel dingen tegelijk kunnen. En zo kwamen ze bij mij uit.’
Veel tijd tot bezinning of reflectie had ze eigenlijk niet. ‘Toen ik gevraagd werd, ontdekten we algauw dat ik het vliegtuig überhaupt niet meer zou halen. Ik woon in zuidoost Brabant, het kost mij ruim twee uur om op Schiphol te komen.’ De rest van het team reisde alvast vooruit. Agarroum pakte de volgende dag het vliegtuig.
In eerdere functies deed Agarroum wel ervaring op als verslaggever, maar verslag doen van een ramp is iets andere koek. ‘Ik moest wel even goed nadenken toen de redactie mij vroeg’, erkent ze.
‘Omdat ik relatief weinig ervaring heb in zulke verslaggeving. Maar het team had het volste vertrouwen in mij. Als zij dat al hebben, waarom zou ik dan geen vertrouwen hebben in mijzelf?’
Je wil niet als ramptoerist komen aanzetten
Toch stapte ze het vliegtuig in met enige twijfel. Niet zozeer over zichzelf, maar vooral over de vraag of de getroffen bewoners ‘wel zo blij waren met onze komst’. ‘Je wil niet als ramptoerist aan komen zetten.’
‘Ik was bang voor de reactie: “Wat doe jij hier?” Maar de bewoners waren juist erg blij dat we er waren.’
Cultuur
Afgezien van het feit dat Agarroum vloeiend Arabisch spreekt, kent ze de geschreven en ongeschreven regels van de Marokkaanse cultuur. ‘Mensen zijn vrij open, maar als je iemand een vraag stelt, moet je ook wat tijd gunnen om er even over na te denken. Het is een vorm van respect. En goed naar iemand luisteren. Dat zorgde er ook voor dat mensen die eerst “nee” zeiden, uiteindelijk toch wel hun verhaal wilde doen.’
Ze was de enige vrouw in het team van EenVandaag. ‘Dat is voor mij, qua veiligheid, fijn. Maar het werkte ook erg goed als ik vrouwen en meisjes aansprak. Ze vertellen hun verhaal liever aan mij dan aan een blonde, witte, Europeaan.’
‘Ben je oké?’
In het team was de vraag ben je oké? de belangrijkste vraag die regelmatig gesteld werd. Niet alleen onderling, maar ook vanuit Hilversum. En diezelfde vraag was vaak het vertrekpunt van interviews.
We hoeven niet te doen alsof we allemaal bikkelharde journalisten zijn
‘Ben je oké? Hoe voel je je? Ik ben zelf een mega-gevoelig persoon. We hoeven niet te doen alsof we allemaal bikkelharde journalisten zijn. We zijn ook geen oorlogsverslaggevers en uiteindelijk ook maar gewoon mensen.’
Doorgewinterde oorlogs- en rampenverslaggevers volgen een hele trits aan trainingen voorafgaand aan hun reizen. Agarroum was een onbeschreven blad. ‘Dat wisten we van elkaar en dat was prima. We konden het onderling bespreken, maar ik werd wel als gelijkwaardig in het team opgenomen.’
Impact
Het mogelijke nadeel aan het feit dat Agarroum een persoonlijke band met Marokko heeft, is dat de verhalen en indrukken een impact op haarzelf zouden kunnen hebben. Daar was ze zich bewust van - in het vliegtuig knaagde het aan haar.
‘Ik was bang dat ik dicht zou klappen. Of heel emotioneel zou worden. Maar de mensen die getroffen waren door de aardbeving waren daar zelf bijzonder nuchter over. Dat gaf zoveel kracht. Welk excuus heb ik dan om zo emotioneel te reageren? Ik kom één keer per jaar in Marokko.’
Moest ik niet meer doen? Bloed of voedselpakketten doneren?
Al sloop het schuldgevoel er soms in. ‘Moest ik niet meer doen?’, vroeg ze zich meermaals af. ‘Bloed of voedselpakketten doneren? Tegelijkertijd realiseerde ik mij dat ik met mijn werk óók iets bijdraag. Ik was daar met een ander doeleinde, mijn werk is ook een vorm van hulp.’
Smaakt dit alles naar meer? ‘Het was wel een grote sprong in het diepe’, lacht ze. ‘Tegelijkertijd vind ik mijn huidige werk heel leuk. Maar de ervaring opdoen is in ieder geval heel nuttig.’
De reportages en interviews van Chaimae Agarroum en haar collega’s vanuit Marokko zijn te bekijken via de website van EenVandaag.


Praat mee