— donderdag 23 februari 2023 08:00 | 0 reacties , praat mee

Gert-Jan Dennekamp: ‘Met tranen in mijn ogen laat ik Oekraïne soms achter’

Gert-Jan Dennekamp: ‘Met tranen in mijn ogen laat ik Oekraïne soms achter’
© TRIK

Gert-Jan Dennekamp (1966) verslaat al sinds 2014 de Russische oorlog in Oekraïne, met 2022 als dieptepunt. Als verslaggever van Nieuwsuur probeert hij zo feitelijk mogelijk verslag te doen. Hij voelt zich geen oorlogsverslaggever. ‘Ik heb de pech dat er nou eenmaal vaak oorlog is in het gebied waarin ik geïnteresseerd ben en dat mij aan het hart gaat.’ Laatste wijziging: 27 februari 2023, 10:00

Dit artikel wordt met je gedeeld door NVJ-lid Rutger de Quay. Ook lid worden?

Gert-Jan Dennekamp was 26 jaar toen hij als freelance journalist naar Moskou ging. De Sovjet-Unie was net gevallen, de chaotische jaren 90 stonden op punt van beginnen. Zijn zoontje ging mee: 3 jaar oud.

Dertig jaar later is zijn kleindochter 2 jaar oud. En staat zij ‘opa Dennekamp’ op Schiphol op te wachten als de verslaggever van Nieuwsuur in het voorjaar van 2022 voor even terugkeert na een lang verblijf in Oekraïne. Hij verlaat het getroffen land met tranen in zijn ogen. ‘Toen de oorlog begon, wist ik dat niets meer hetzelfde zou zijn.’

Hoe doe je objectief en feitelijk verslag van een oorlog? Een oorlog die in feite al acht jaar aan gang is, en waarbinnen ook de ramp met vlucht MH17 te plaatsen valt? Een oorlog veroorzaakt door het land waar je, in de woorden van Dennekamp, ‘op een bepaalde manier van houdt’. En een oorlog waarin je samenwerkt met mensen die vrezen voor het lot van hun eigen naasten, zoals zijn cameraman?

Heb je dit jaar objectief kunnen werken?
‘Grotendeels wel. Maar het is wel oorlog. De Oekraïense krijgswet is van kracht. We werken dus met beperkingen. We mogen niet laten zien waar een raket inslaat, geen militair transport tonen en er gelden restricties voor de plekken waar we kunnen werken, zoals het front of ziekenhuis. En de Oekraïense overheid meldt ook weinig over het aantal slachtoffers aan hun kant.’

Dus waarheidsvinding…
‘…is op die punten heel erg lastig. Tegelijkertijd berichten we wel over het verloop van het front, de slachtoffers, de vernietiging, de economie van het land, de motivatie van militairen en van burgers: daar kunnen we allemaal vrijuit over berichten. Mensen zijn ook toegankelijk, willen er graag over praten.’

Heb je als journalist moeite met die beperkingen?
‘Ja, en die frustratie heb ik ook wel eens in een uitzending van Nieuwsuur benoemd. Dat je wéér van iedereen “nyet” hebt gekregen. In 2014, toen de oorlog feitelijk begon en ook het jaar dat MH17 werd neergehaald, konden we tenminste nog van twee kanten van het front verslag doen. Ik bracht meer tijd door in bezet gebied dan in het door Oekraïne gecontroleerde deel. Nu is dat bezette deel een zwart gat. Net als Rusland.’

Wat valt je op aan de aandacht in Nederland voor de oorlog en jouw werk?
‘De aandacht verslapt wel iets, maar zeker in het begin kon je elk verhaal maken dat je wilde. Wat nieuw is voor mij: mensen die je aanspreken op je werk en relatief onbekende mensen die zich zorgen maken om je gezondheid. In 2014 was er natuurlijk ook interesse voor het conflict in Oost-Oekraïne en voor MH17, maar toen kon ik gewoon doorlopen. De impact lijkt nu groter. Terwijl het werk toen gevaarlijker was. Nu heb je bombardementen op Oekraïense steden en dat is natuurlijk gevaarlijk, maar ook een loterij. En je kunt wel of niet naar het front. In 2014 was die keuze er niet. Wilde je naar de crash site van MH17, dan moest je twee keer dwars door de frontlijn heen. Niet de lekkerste plek.’

Over die impact: wat zou een reden daarvoor kunnen zijn?
‘Misschien angst? In Nederland en het Westen hebben we toch lange tijd geleefd met het idee dat deze manier van oorlog voeren niet meer bestaat. Dat is geweest. Nou, dat is dus niet zo. En dat is toch een shock. “Ouderwets” oorlog voeren is er nog steeds, het is heel dichtbij, het kan gewoon gebeuren.’ 

Houd jij in je berichtgeving rekening met die angst in Nederland?
‘Nee, eigenlijk niet. De kern van wat wij doen, is de feiten brengen en de context waarin de feiten gebeuren. Wat mensen daarmee doen, daar ben ik ter plekke niet mee bezig. Natuurlijk heb ik mijn eigen mening over wat er gebeurt, maar ons doel is toch vooral om te laten zien wat een oorlog aanricht en hoe daar in Oekraïne op wordt gereageerd.’

Ben jij een oorlogsverslaggever?
‘Nee, zo noem ik mijzelf niet. Naar mijn indruk heb ik een andere drive. Ik krijg geen kick van een oorlog. In een oorlog ben ik gewoon bang. Ik heb de pech dat er nou eenmaal vaak oorlog is in het gebied waar ik in geïnteresseerd ben en dat mij aan het hart gaat. De Eerste Tsjetsjeense Oorlog. Oekraïne 2014. Nu dit weer. Nog steeds, beter gezegd. Het is wel zo dat het een en ander went. Je went aan de druk. Je went eraan dat je ‘s nachts wakker wordt van bombardementen. En dat je erdoorheen slaapt. Dat is een menselijke reactie; je kunt niet continu aan staan. Als dat wel zo is, ben je niet geschikt voor dit werk.’

Dus de grens van wat eng is, schuift op?
‘Ja. Tegelijkertijd betekent dat niet dat de grens opschuift van wat wij doen. Een voorbeeld: als het luchtalarm vlak voor een live gesprek gaat en we staan voor een open raam, dan doe ik het raam dicht. Wij hebben dan allang een veiligheidsinschatting gemaakt. Het gesprek moet dan niet wéér om dat luchtalarm gaan.’

In januari 2022, enkele weken voordat de Russen heel Oekraïne aanvallen en binnenvallen, draait Dennekamp reportages in Kyiv en aan de grens met Belarus. Hij deed verslag van iets dat mogelijk zou komen, maar er nog niet was. Omdat ter plaatse wachten op iets dat mogelijk komen gaat geen goedkope vorm van journalistiek is, stelt Dennekamp een lokaal team samen: cameraman Bohdan Kinasjtsjoek en fixer Olha Datsjoek. ‘We zaten samen in Oekraïne toen de oorlog begon. En dat is zo gebleven.’

Hoe wordt er voor jouw Oekraïense team gezorgd?
‘Vanuit Hilversum worden er goede afspraken voor hen gemaakt. Fixers, cameramensen maar ook chauffeurs zijn tegenwoordig verzekerd. Ze krijgen een fatsoenlijke betaling en we vermelden ze regelmatig. We hebben ook kogelvrije vesten en helmen voor iedereen. Spullen die standaard in Kyiv liggen. Net als een satelliettelefoon, Starlink voor satellietinternet, EHBO-kits, een drone en sinds deze winter ook een aggregaat. Ik hoef zelf in principe alleen maar kleren en een boek mee te nemen.
Het is gewoon heel belangrijk om goed voor deze mensen te zorgen. Zij werken toch in de gebieden waar wij ze naartoe sturen.

Ik vond het pijnlijk dat toen in maart 2022 een team van Fox News onder vuur kwam te liggen, melding werd gemaakt dat de cameraman stierf en de verslaggever gewond raakte, maar de Oekraïense fixer die ook stierf in het eerste bericht helemaal niet werd genoemd. Dat hoort niet.’

Heb je zelf traumatiserende dingen meegemaakt?
‘Nee. In 2014 moest ik wel eens rennen voor mijn veiligheid, en heb ik ook in auto’s gezeten die halsoverkop rechtsomkeert maakten omdat de granaten ons om de oren vlogen. Dit keer heb ik dat niet meegemaakt. We zitten minder dicht op het front. Ja, er landt wel eens een raket bij je in de straat. Dat overkwam ons in Dnipro. Maar dan kun je alleen maar denken: gelukkig daar in de straat en niet hier.

[stilte] Weet je, ik las laatst het volgende: “Bij sommige mensen regent het altijd en anderen zijn juist met een paraplu geboren.” Ik denk dat ik met een paraplu ben geboren. Ik ben niet heel lang bezig met wat er had kunnen gebeuren.’

Waarom niet?
‘Het is nou eenmaal niet gebeurd.’

Verdient de Nederlandse journalistiek een pluim voor de Oekraïne-verslaggeving?
‘Zeker. ‘Oekraïne’ is een enorme investering van de Nederlandse journalistiek geweest. Hele redacties hebben wekenlang niets anders gedaan. Iedereen schreef mee. Kijkcijfers waren enorm, zijn dat nog steeds. Bij Nieuwsuur was er afgelopen zomer ook discussie over of het geld nou op was of niet. Televisie maken is natuurlijk hartstikke duur, met veel spullen en constant drie man onderweg. Als ik er niet ben, dan is Jan Eikelboom of Rudy Bouma er wel. Toch is er financiering gevonden.

Ik kan mij ook niet herinneren dat Nederlandse journalisten eerder zo intensief en zo lang verslag hebben gedaan van een oorlog terwijl ze niet een vaste correspondent zijn. En dat zie je over de hele breedte van onze journalistiek. Daarom wil ik toch graag een punt maken van Villamedia’s Journalist van het Jaar-verkiezing: voor mij is Michiel Driebergen de Journalist van het Jaar.’

Waarom hij?
‘Michiel is iemand die wekelijks de voorpagina van een krant vult (Trouw, red.), al jaren een geschiedenis in dat gebied heeft én permanent in Oekraïne verblijft. Met alle risico’s van dien. Het is niet ongevaarlijk. En wat voor privéleven heeft die man nog? Anders kan ik ook nog Jeroen Akkermans of Geert Groot Koerkamp noemen.

Kijk, misschien heeft Tim Hofman wel terecht deze prijs gewonnen. Ik ben niet in de positie om dat te beoordelen. Ik wil Hofman ook niet bashen. Nu lees ik dat de jury snel en simpel tot deze afweging was gekomen. Kijk naar de mensen die ik noem. Naar wat ze gepresteerd hebben.

Kijk ook eens de beleidsvorming in ons land. Welk land heeft ons beleid de afgelopen tien jaar het meest beïnvloed? Rusland. Politiek, economisch, strategisch, Syrië, MH17, de oorlog in Oekraïne, vluchtelingenstromen, gas. Het belang van dat land is enorm. Dat is ook door Nederlandse media voorheen niet voldoende onderkend. Ik weet niet hoe deze oorlog afloopt, maar één ding weet ik zeker: we zijn hier nog jaren mee bezig.’

Jouw zoon is opgegroeid met jouw journalistieke loopbaan in Oost-Europa. Sterker nog, hij weet niet beter. Heeft hij weleens gezegd: goed gedaan?
‘Ja hoor. Mijn familie is ook wel trots. Mijn zoon is er inderdaad mee opgegroeid. Nu is iedereen er wel extra mee bezig door de vele manieren waarop het nieuws binnenkomt. Toen ik in Tsjetsjenië zat, keek mijn toenmalige vriendin gewoon niet naar de televisie. Dan vang je ook niks op. En in Nederland werden die reportages soms pas twee weken later uitgezonden.’

Heeft jouw privéleven afgelopen jaar stilgestaan?
‘Volstrekt, zeker de eerste helft. Het was “de oorlog”. En als ik thuis was, was ik aan het bijkomen.

Ik zag onlangs dat de Britse muzikant Paul Weller naar Nederland zou komen. Zijn optredens in Nederland waren twee keer uitgesteld door corona. Ik zeg daarop tegen mijn vriendin: “Paul Weller is in mei in Nederland, moeten we daar geen kaartjes voor kopen?” Waarop zij zegt: “Maar ik weet nog helemaal niet wat jij in de maand mei doet.” En dat is gewoon zo. Dit voorjaar is mijn moeder ook een aantal keer opgenomen in het ziekenhuis. Twee keer was dat ernstig. En ik zat in Oekraïne…’

Als je wel hier bent, ben je mentaal dan nog daar?
‘Zeker in het begin. Mijn eerste terugreis sinds het uitbreken van de oorlog deed ik met tranen in mijn ogen. Het voelde echt alsof ik de mensen in Oekraïne in de steek liet.’

Heb je je eerder zo gevoeld?
‘Wel dat ik met tranen in mijn ogen verslag deed. Dat was in 1995, tijdens de gijzeling in het ziekenhuis in het Zuid-Russische Boedjonnovsk. Tsjetsjenen bezetten dat ziekenhuis en ik hoorde Russisch geschreeuw uit alle ramen. Pomogietje, help ons. En dan die mitrailleur­salvo’s…Dan ben ik ook maar gewoon een mens. Maar waar ik toen machteloosheid voelde, voelde ik in Oekraïne het gevoel van achterlating.

Eerlijk is eerlijk: voor mij gaat deze oorlog niet alleen over Oekraïne. Maar ook over Rusland. Een land waar ik gewoond heb, jaren verslag van heb gedaan, doorheen heb gereisd…[lange stilte]...waar ik op een bepaalde manier van hou. En ik wist, op het moment dat die oorlog begon, dat niets meer hetzelfde was. Ik wist dat het gewoon verschrikkelijk zou worden. Niet alleen voor Oekraïne, maar ook voor Rusland. En dat komt ook wel uit. En ik denk eigenlijk dat iedereen die de afgelopen jaren verslag heeft gedaan van deze gebieden dat gevoel herkent. Het is niet iets dat je in je koude kleren gaat zitten, zeker niet als je al dertig jaar verslag doet van deze regio. Dan kun je niet helemaal onbewogen blijven.

Eigenlijk is mijn kennis van Rusland ook groter dan van Oekraïne. Ik ben er vaker geweest. Langer geweest. Spreek de taal. En ik kan er al heel lang niet meer naartoe…En dat is ontzettend jammer. Meer dan jammer. Gewoon triest.’

Rusland is zelf ook veranderd.
‘Vooral hoe Rusland nu naar ons kijkt. Dat frame van dat verderfelijke westen, dat de zuivere Russische waarden zou besmeuren. Het is verbijsterd, evenals de snelheid waarmee het narratief verandert. Eerst strijdt Rusland tegen Nazi-Zelensky, dan tegen de nazi’s in Duitsland en nu zijn zelfs alle zogenaamde nazi-landen verenigd in hun strijd tegen Rusland. Rusland is een soort feitenvrije fantasiewereld geworden. En dan zijn er soms twitteraars die zeggen: “Voor uw portie Russenhaat moet je bij Nieuwsuur zijn.” Hoezo Russenhaat? Waaruit blijkt dat dan? Ik wil mensen bijpraten, feiten in context plaatsen. Natuurlijk zitten wij er ook wel eens naast. Maar onze intentie is wel om altijd eerlijk en feitelijk te zijn.’

Toch benieuwd: hebben jouw zoon en kleindochter recent nog op het vliegveld gestaan?
‘Nee hoor, de laatste keer kon ik gewoon doorlopen. Alles went, zo zie je maar. En dat is ook goed. Als iedereen dagelijks van mij zou wakker liggen, zou het leven wel erg ingewikkeld worden.’ 


KIJKTIP: Nieuwsuur bekeek in december de oorlog in Oekraïne door de ogen van Dennekamps cameraman Bohdan Kinasjtsjoek. ‘Zelf was ik daar niet bij betrokken; dat zou te persoonlijk zijn.’

Gert-Jan Dennekamp (1966) is Oost-Europa-verslaggever bij Nieuwsuur. Al dertig jaar bericht hij vanuit en over landen als Rusland, Oekraïne en Belarus. Ook volgt hij de gebeurtenissen rond MH17 al vanaf het begin op de voet. Tussendoor maakte hij bij de NOS uitstapjes naar Brussel en de economieredactie. Dennekamp heeft een vriendin, een zoon en een kleindochter.

NVJ LID 26-05

Tip de redactie

Logo Publeaks Wil je Villamedia tippen, maar is dat te gevoelig voor een gewone mail? Villamedia is aangesloten bij Publeaks, het platform waarmee je veilig en volledig anoniem materiaal met de redactie kunt delen: publeaks.nl/villamedia

Praat mee