— vrijdag 15 mei 2026 07:00 | 0 reacties , praat mee

Hoe journalist Paul Sanders op het nippertje kon schuilen voor de Duitse bezetters

Hoe journalist Paul Sanders op het nippertje kon schuilen voor de Duitse bezetters
Paul Sanders in Berlijn in 1916 - © coll. Ben Sanders

Recent verscheen de biografie 'De strijd van Paul Sanders', over het leven van de nu min of meer vergeten Amsterdamse journalist Paul Sanders (1891-1986). Sanders' verzet tegen onrecht – fascisme, racisme, kolonialisme – loopt als een rode draad door zijn leven. Voor Het Leesfragment selecteerde auteur Claartje Wesselink een fragment dat gaat over de tijd dat de Joodse Sanders ondergedoken zat in Amsterdam en op het nippertje kon schuilen toen de Duitse bezetters ineens op de stoep stonden en mensen afvoerden naar concentratiekampen.

Het was al vroeg begonnen die twintigste juni, met het afzetten van de Joodse wijken door de Grüne Polizei. De actie was met opzet op een zondag gepland, de dag des Heren, waarop de Amsterdammers thuis zaten met thee en een spelletje. Zo kon de bezetter ongestoord zijn gang gaan. Politiewagens reden stapvoets door de straten, luidsprekers spuwden commando’s uit: Joden moesten zich melden voor transport. Toen dat naar de smaak van de Grünen te langzaam ging, kamden ze de huizen een voor een uit. ‘Onmacht en gelatenheid bepalen de stemming,’ schreef Paul in zijn dagboek,

en maken ’t aanzien tot een helse beproeving. Buren begeleiden de slachtoffers naar de tram, helpen hen bagage dragen. Kinderen wuiven vrindjes na. De stilte van de straat is de grootste aanklacht tegen deze mensonterende schande. ’t Is of ieder die dit aanschouwt, en die dit ondergaan moet, zich schaamt dat zoiets mogelijk is: deze rechteloosheid, deze vorm van terechtstelling zonder vorm van proces, van mensen, alleen omdat ze als Joden geboren zijn. Er zijn geen woorden voor deze misdaad. Nooit in geen eeuwigheid is deze schande uit te wissen. Geen middel bestaat om haar ooit goed te maken. Deze smaad zal ’t volk dat die op zich laadt, blijven besmetten.

Om onduidelijke redenen belden de soldaten die dag niet bij Hilde op de Lekstraat 72 aan. Was het de buurman, die als pro-Duits bekendstond, die de autoriteiten waarschuwde dat de klus nog niet klaar was? De dag erna keerden de uniformen terug en dit keer stonden ze wel op de stoep. Op de derde etage vonden ze het Joodse gezin Van Gelder – vader, moeder, twee dochters en een schoonzoon – en beneden haalden ze een meisje weg dat daar tijdelijk was ondergebracht. De smeekbedes van haar niet-Joodse verzorgers haalden niets uit.

Paul en zijn zus Rosa, tijdelijk ook bij Hilde ondergedoken, konden op het nippertje bij het schuilhok komen. ‘Nog is het soms of mijn hart dreigt stil te staan,’ schreef Paul later, ‘wanneer ik denk aan dat moment dat een Gestapo-man de buitenwand van onze verblijfplaats tergend langzaam aftastte terwijl hij er een zaklantaarn op liet schijnen.’

De politieman vond hen niet. Het gestommel verdween en zij zaten er nog – gescheiden van de dood door een houten wand en veel geluk. Het dagboek: ‘Een van die momenten in ’t leven, waarop men ’t zou kunnen betreuren ’t bidden te hebben verleerd.’

Hilde was het nu helemaal zat. Ze wilde verhuizen, weg bij de onbetrouwbare buurman. Te vaak was het kantje boord geweest en niemand die wist hoelang de beproevingen nog zouden duren. Via via vond ze een ruim appartement aan de Zuider Amstellaan; een goede stap ook omdat Gisela recentelijk was getrouwd en haar echtgenoot Max voorlopig inwoonde. In september 1943 verhuisde het hele gezelschap naar de nieuwe woning, bijgestaan door het verhuisbedrijf van een SDAP-man. Paul deed zich voor als vrijgevestigd verhuizer annex klusjesman en sjouwde de hele dag mee. Hij durfde het aan vanwege zijn lichte ogen en het feit dat zijn eens zo weelderige haardos nu grijs en bijna verdwenen was.

Een ontsnapping uit Westerbork

‘De voltooiing van ’t gruwelijk spel van 20 juni. Dezelfde luguberheid. Dezelfde onmacht,’ noteerde Paul op 29 september 1943 in zijn dagboek. Op die zwarte dag werden nog eens vijfduizend Amsterdamse Joden van hun bed gelicht en naar de tramhalte gedreven. In het holst van de nacht schommelden zij richting het Amstelstation, langs de moderne flats en strakke bomenrijen van de Rivierenbuurt. Over de brede Amstel ging het en vervolgens door de poorten van het gloednieuwe station naar de perrons. Wie een laatste blik omhoogwierp in de grote hal, zag Peter Alma’s wandschildering van de trein als verbinder van mensen en werelddelen. Als geschenk uit de hemel daalden de treinstellen neer boven de Eiffeltoren, het Empire State Building, de Blauwe Moskee en de Sfinx van Gizeh.

Die nacht reden de treinen naar Kamp Westerbork. Zodra de laatste wagons achter de horizon waren verdwenen, verklaarden de nazi’s de hoofdstad Judenrein.

Claartje Wesselink is freelance cultuurhistoricus en schrijft over Nederlandse kunst, cultuur en geschiedenis van de twintigste eeuw. Eerder werkte ze bij de Universiteit van Amsterdam en de Rijksuniversiteit Groningen.

‘De strijd van Paul Sanders’ | verscheen in april bij De Arbeiderspers | ISBN 9789029552325 | paperback | 352 pagina’s | € 24,99 |

NVJ LID 26-05

Tip de redactie

Logo Publeaks Wil je Villamedia tippen, maar is dat te gevoelig voor een gewone mail? Villamedia is aangesloten bij Publeaks, het platform waarmee je veilig en volledig anoniem materiaal met de redactie kunt delen: publeaks.nl/villamedia

Praat mee