foj 2019

— donderdag 31 juli 2014, 15:08 | 0 reacties, praat mee

Geen laffe Barend meer

© TRIK

Sinds kort staat sportjournalist Barbara Barend niet meer elk weekend langs de lijn. Ze heeft zich vol op haar magazine Helden gestort, dat ze onlangs zelf terugkocht van Sanoma. ‘Derk Sauer zei: “Blijf je een laffe Barend, of ga je nou eindelijk eens als eerste in de familie ondernemen.”’

Ze is onlangs 40 geworden, heeft twee jonge kinderen en gebroken nachten. Maar Barbara Barend heeft nog nooit zoveel energie gehad sinds ze het minderheidsbelang dat Sanoma had in haar sportglossy Helden terugkocht. Ze bulkt van de ideeën en plannen voor de titel, die ze in 2009 bedacht en opzette met vader Frits Barend. Helden moet niet meer alleen een tijdschrift zijn, maar een merk, een bedrijf. Of nog beter: een instituut, steekt ze van wal. Met een veelzijdig online platform, evenementen, games, merchandise, custom media en een Helden-legacy; een nog op te richten goed doel, en…en… Barend komt op stoom. Het is 09.00 uur en ze heeft net haar bakfiets naast het terras van het Amsterdamse café Kiebert geparkeerd. Ze verschuift haar stoel een stukje zodat ze nog wat vroege zonnestralen meepakt. Een uurtje heeft ze, want er is nog zoveel te doen. ‘Och man, we zijn met zoveel leuke dingen bezig. Er is ineens zoveel mogelijk. Er komen dingen op me af …. Als het rond is, dan vertel ik het je. ’

Een paar maanden geleden besloot Barend het roer volledig om te gooien. Sanoma had haar laten weten in het kader van de strategische heroriëntatie af te willen van de aandelen in Helden (stabiele oplage rond 34.000 exemplaren). Barend sprak met andere partijen, maar als het met Sanoma, de grootste tijdschriftuitgever van Nederland, niet gelukt was om Helden verder uit te bouwen, wat had het dan voor nut om verder te kijken? Even speelde Barend met de gedachte het blad dan maar op te heffen. ‘Maar ineens dacht ik: misschien moet ik geen partner zoeken. Misschien moet ik het gewoon zelf doen. Rond die tijd deed ik ook een studie social media aan de Beeckestijn Business School. En daar viel het kwartje: ik wil echt verder met Helden. Het is zo’n mooi merk, waar je zo veel mee kan. Ik heb opgeschreven wat ik, als ik mijn ogen dicht deed, met Helden zou willen. Daarna heb ik drie mensen uitgenodigd om mijn plannen aan te presenteren, onder wie Derk Sauer. Toen ik klaar was bleef het even stil, tot Derk zei (zet zware stem op): “Nou. Wat let je? Blijf je zo’n laffe Barend, of ga je eindelijke eens als eerste in de familie ondernemen?”’

Zijn die Barenden zo laf?
‘Jaaa, daar heeft Derk wel gelijk in, we zijn een beetje halfbakken ondernemers. We houden van zekerheid. Ik heb altijd wel ergens een dienstverband of een vaste klus gehad. Nu had ik dat nog bij Fox Sports. Maar van mijn plannen voor Helden krijg ik zoveel energie, ik heb er zoveel zin in, dat ik dacht: Ik moet dit gewoon gaan doen. Fulltime. Het ergste wat me kan overkomen is dat het niet lukt. En die kans acht ik heel klein.’

Dat blijkt, want je hebt meteen je baan als verslaggever bij Fox Sports opgezegd.
‘Ja. Sterker nog, per 1 augustus ben ik met alles waar ik structurele inkomsten van had gestopt en heb ik een meer dan modaal salaris ingeleverd. Eng vond ik dat niet. Ik heb nog nooit een keuze gebaseerd op waar ik het meeste geld zou verdienen. Ik heb het geluk dat ik me dat kan veroorloven. In de tijd dat ik wel een aardige boterham verdiende, heb ik veel geld gespaard en geen gekke dingen gedaan. Ik heb nooit een Porsche gekocht of zo. Ik geef niet om auto’s, ik geef – veel te weinig – om kleding, ik heb heel bewust geen huis met een hypotheek van een miljoen. Het enige waar ik niet op bespaar, is lekker eten.’

Was het, los van het geld, een moeilijke beslissing om te stoppen met verslaggeving? Je hebt immers bijna twintig jaar ieder weekend langs de lijn gestaan.
‘Nee. Ik heb wel vaker gedacht: hoe lang ga ik dit nog doen? Na de wedstrijd wéér een trainer opvangen. De uitdaging was er wel een beetje vanaf. Maar als ik eenmaal bezig was, vond ik het altijd leuk. Cambuur, Go Ahead; hoe kleiner de clubs, hoe leuker. Daar at ik voor de wedstrijd met de spelers mee, liep ik zonder problemen de kleedkamers binnen om iedereen te groeten en kon ik nog eens een balletje trappen met de materiaalman op het veld. Ik heb dat met heel veel plezier gedaan, maar als ik van Helden een echt bedrijf wil maken, moest ik ermee stoppen. En daarbij zal ik niet ontkennen dat het ook lekker is dat ik niet meer ieder weekend hoef te werken.’

Hoe was de eerste zaterdag op de bank?
‘Het eerste weekend voelde ik me heel lullig en nutteloos. Ik sliep ook slecht. Het tweede weekend had ik er al minder last van, en het derde weekend heb ik serieus niet eens aan voetbal gedacht. Er zijn inmiddels weekenden voorbij gegaan dat ik geen wedstrijd heb gezien. Ik vind het heerlijk. Met de kinderen op zondagochtend in bed tv kijken en daarna lekker met z’n allen ontbijten en het bos in. Niet gehaast omdat ik weer weg moet. Mijn vrouw Alette hoeft niet meer alleen naar verjaar­dagen. Ik ben gewoon weer bij alle familiedingen.’

Ook Helden is meer dan ooit een familie aangelegenheid. Je moeder doet de eindredactie, je zus de evenementen en je vader is naast zijn gedeelde hoofdredacteurschap ook de salesmanager. Hij schijnt jaloersmakend veel advertenties te verkopen.
‘Onze chef redactie Jasper Box zei gisteren nog grappend: “Volgens mij hebben we voor het volgende nummer meer dan 31 advertentiepagina’s, dat is meer dan we voorheen in een heel jaar hadden!” Mijn vader regelt dat vooral, maar we zijn er met z’n allen mee bezig. Je merkt dat adverteerders sympathie hebben voor Helden. Omdat ze het ons gunnen, omdat ze het leuk vinden dat het echt helemaal ons eigen idee is. En ja, mensen vinden het altijd leuk als Frits erbij is. Of het nu voetballers zijn, turners, adverteerders of andere relaties. Hij opent deuren. En hij is natuurlijk ook nog steeds een geweldige journalist. Hij hoort, ziet, kijkt, volgt, weet heel veel. Maakt dagelijks stukjes voor onze site.’

Hebben jullie nog tijd om samen interviews te maken?
‘Jazeker, morgen gaan we naar Ron Vlaar. Dat moeten we ook doen, want we zijn samen het gezicht van Helden. Mensen verwachten dat als ze het blad kopen. En het zijn de leuke dingen; dat Ron ons thuis ontvangt.’

Is dat een kwestie van relaties goed onderhouden? Je vader staat er al sinds zijn Barend & Van Dorp-periode om bekend dat hij daar veel tijd en aandacht in steekt. Na elke uitzending belde hij zijn gasten op om te vragen hoe ze het vonden.
‘Er is maar één reden dat we bij zoveel mensen binnenkomen, en dat is omdat ze weten dat ze ons kunnen vertrouwen. Dat heb ik echt van Frits geleerd. In zijn Barend & Van Dorp-tijd kwamen gasten al nooit voor verrassingen te staan. Een politicus wist dat hij aangepakt kon worden, maar er zat nooit een addertje onder het gras en het was nooit vooropgezet.
Hetzelfde geldt voor de verhalen die wij nu maken. Als een geïnterviewde iets uit het verhaal wil hebben zeggen we niet: “nee, je hebt het gezegd, het staat op de band”. Nooit. Ik zeg altijd: je mag ook feitelijke juistheden verwijderen. Als je jezelf zo geeft in een gesprek in je eigen huis, kan het zijn dat je een keer iets zegt waarvan je later denkt dat het verkeerd overkomt. We hebben met spelers als Arjen Robben te maken die met één uitspraak gelijk met zó’n verhaal (maakt weids armgebaar) in Bild Zeitung staan. Zo werkt het, en daar houden we rekening mee. Het heet ook niet voor niets Helden hè, het wordt gemaakt vanuit een bepaalde bewondering. Als we ons verhaal bij de sporters aanleveren, wordt er bijna nooit iets gewijzigd.’

Met sommige sporters heb je zelfs een hele warme band. Zo ben je bevriend met Luis Suárez bijvoorbeeld. Gaat dat samen met de journalistiek?
‘Met gasten van mijn eigen leeftijd – die natuurlijk al lang zijn gestopt – heb ik echt vriendschappen gesloten. Met die jonge jongens bouw je ook een band op, maar dat is toch anders. Behalve met Luis en zijn vrouw Sofia. Twee jaar geleden ben ik voor het eerst bij ze langs geweest in Liverpool. Toen we voor het WK voor een tweede keer wilden komen, had hij eigenlijk geen tijd. Toch trokken ze een hele middag voor ons uit. Luis had al zijn andere afspraken afgezegd omdat hij het zo gezellig vond dat we er waren. Mijn vrouw en ik zijn ook op hun bruiloft geweest. Luis zei: “Barbara, ik nodig je uit als vriend, niet als journalist.” Dat hoef je tegen mij maar één keer te zeggen, ik ben discreet. Dat weet hij. Daarom zijn ze ook een keer bij ons thuis komen eten. Stond Luis de hele avond in de keuken te babbelen en te koken met Alette – die zich geen moer voor voetbal interesseert maar wel vloeiend Spaans spreekt. Op de bruiloft hebben we de hele nacht met iedereen gedanst en de grootste lol gehad.’

Maken zulke relaties het interviewen makkelijker, of juist moeilijker?
‘Dat is een goeie vraag. Het is beide, denk ik. We stellen de vragen die we moeten stellen. Misschien kunnen wij die zelfs beter stellen dan een ander, omdat we een veilige omgeving hebben gecreëerd. Maar soms voel ik me bezwaard, en dan durf ik niet alles. Na die eerste bijtincidenten van Luis zei mijn vader: “Bel ze nou, bel ze nou.” Frits is meer de journalistieke speurhond, ik ben dan toch iets terughoudender. Uiteindelijk heb ik gebeld om te vragen hoe het met hem ging, maar dat vind ik dan bijna…moeilijk. Ik heb er ook geen stukje over geschreven, dat voelde niet oké, het heeft voor hem ook geen nut. Later heb ik het interview gedaan dat nu in Helden staat, en in dat gesprek begon Luis er zelf uitgebreid over. Als hij straks in Barcelona zit, weet ik zeker dat we weer welkom zijn voor een interview en dan zie ik wel of we het er weer over hebben. Dus is het moeilijker? Ja, soms is het best lastig. Ik ben wel eens eerder een interview misgelopen omdat ik iemand te goed kende, en er daarom niet om durfde te vragen.’

Het is een terughoudendheid en inlevingsvermogen dat met de jaren is gekomen. Aan het begin van haar carrière was ze veel harder, vertelt ze. ‘Ik heb – vooral in mijn AT5-tijd – verhalen naar buiten gebracht die mensen verdriet hebben bezorgd, over spelers gezegd dat ze weg moesten omdat ze te slecht waren. Achteraf denk ik: arme jongens.’ Maar het was de kick van de primeurs die haar dreef, en dat terwijl ze aanvankelijk helemaal geen journalist wilde worden. Want daar had je geen opleiding voor nodig dus dat kon ook nog wel op je 80-ste, hoonde ze vaak thuis, waar krant en journaal een grote rol speelden.

Barend schetst het beeld van een recalcitrante maar bevlogen puber, die op 17-jarige leeftijd naar Amerika vertrok omdat ze graag wilde sporten en daar een tennisbeurs kon krijgen. Ze deed een studie bedrijfskunde om ook ‘de hersens te laten werken’, maar de lezingen van peperduurbetaalde management­goeroes waar ze als uitblinkende student naartoe mocht, vond ze maar ‘stom en onzinnig’. In het conservatieve Texas was ze vooral druk met tegen heilige huisjes aanschoppen. Als op Gay Awareness Day werd opgeroepen om jeans te dragen, en de hele bekrompen universiteit dat om die reden juist niet deed, kwam Barend gehuld in spijkerpak een speech houden over homorechten. ‘Ik ging overal tegenin, had mijn eigen wetten. Ik vond het een onwijs leuke tijd.’

In Texas schreef ze uiteindelijk ook haar eerste journalistieke verhalen, al was dat vooral ingegeven door praktische overwegingen. De San Antonio Spurs speelden in haar stad en omdat ze het te duur vond om kaartjes te kopen, meldde ze zich bij de NBA als journalist. ‘Toen de NBA zei dat ik dan wel mijn stukken op moest sturen dacht ik: oké, dan schrijf ik toch wat? Mijn eerste interview ooit was met Michael Jordan. Dat is een leuke binnenkomer he?’

Je kreeg de smaak te pakken en terug in Nederland rolde je de wereld van de sportjournalistiek in. Daar werd het je – als vrouw in een mannenwereld – niet altijd gemakkelijk gemaakt. Hoe heb je dat zelf ervaren?
‘Ik heb minder leuke dingen meegemaakt, ja. Toen ik bij Het Parool werkte, had ik geen leuke collega’s. Ik werd genegeerd, in de maling genomen, ik stond er echt alleen voor. De mannen waren een beetje bang voor hun plekje, denk ik. Ik liet me niet uit het veld slaan en deed gewoon spijkerhard terug. Want in de sportwereld zelf waren mensen altijd heel oké en daar ging het me om. Sporters hadden binnen één seconde door dat ik verstand had van voetbal. Ik heb zelf tot mijn 15de op hoog niveau gevoetbald, en dat ging al snel rond. Ja, er waren nog wel eens wat bestuurders die het gek vonden. Ik heb één keer een bestuurder gehad die op een interviewverzoek zei: “Nou vooruit, ik maak een uitzondering maar normaal doe ik andere dingen met vrouwen”. Ik heb gezegd dat hij dat eens op camera moest zeggen; dat hij dan een rechtse hoek van me zou krijgen. Daar schrok hij dan weer van.’

Je hebt ook Voetbal Insite gepresenteerd, waar je drie jaar lang het mikpunt van spot was voor Johan Derksen.
‘Ja, dat was geen leuke periode, al heb ik dat toen nooit toegegeven. Ik vond dat ik een goed contract had dus ik dacht: ik zing het wel uit, dan heb ik mijn poen binnen en kan ik doen waar ik zin in heb. Een totaal verkeerde motivatie, maar op een gegeven moment ga je zo denken.’

Heb je je wel eens afgevraagd of je wel onderdeel wilde zijn van dit wereldje? Of maakte het je alleen maar volhardender om te slagen?
‘Ik heb me nooit afgevraagd of dit wel mijn wereld is, ik ben niet zo’n opgever. Maar als ik het opnieuw mocht doen, was ik misschien wel een jaar eerder weggegaan bij RTL. Destijds deed ik net of het me niet aangreep. Dan word je op een gegeven moment gewoon keihard. Net als in die periode bij Het Parool gooide ik als een stier mijn hoorns erin. Dat was mijn beschermingsmechanisme. Daardoor kreeg ik het imago van de keiharde kenau, terwijl ik in werkelijkheid helemaal niet zo hard ben. In de fase waarin ik nu ben, zou ik bepaalde dingen niet meer laten gebeuren. Naarmate je ouder wordt, leer je anders met situaties omgaan. Ik heb er geen spijt van hoor; dat was toen. En ik heb ervan geleerd hoe ik het niet meer wil, en hoe wel. Bij Fox heb ik de afgelopen jaren een hele leuke tijd gehad. Humberto Tan, Jan Joost van Gangelen, de eindredacteuren, redacteuren; allemaal fijne mensen.’

Helden is wars van al dat haantjesgedrag. Was het daar een reactie op?
‘Je kan nooit precies zeggen waarom je iets doet, maar alles zal wel een beetje met elkaar te maken hebben. Frits en ik waren van mening dat het tijd was voor een vorm van sportjournalistiek waar plezier in zit, om tegenwicht te bieden aan al die zure journalistiek. Ik ben nu mijn eigen baas en ik zorg ervoor dat ik een leuke groep mensen om me heen heb. En ik vind het leven een stuk leuker nu.’

Barbara Barend (1974) lanceer­de in 2009 samen met haar vader journalist Frits Barend het sportmagazine Helden. Onlangs zegde ze al haar andere werkzaamheden op om zich volledig op Helden te richten, dat ze wil uitbouwen tot een groot merk. Eerder werkte ze als presentator/sportverslaggever/columnist voor onder meer Het Parool, AT5, Zappsport, Voetbal Insite, Het Gesprek, Eredivisie Live en Fox Sports Eredivisie. ­Barend woont met haar vrouw en twee kinderen in Amsterdam. www.heldenonline.nl

vvoj 2019

Praat mee

Colofon

Villamedia is een uitgave van Villamedia Uitgeverij BV

Postadres

Villamedia Uitgeverij BV
Postbus 75997
1070 AZ Amsterdam

Bezoekadres

Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Contact

redactie@villamedia.nl
020-30 39 750

Redactie (tips?)

Dolf Rogmans
Hoofdredacteur, 020-30 39 751

Marjolein Slats
Adjunct-hoofdredacteur, 020-30 39 752

Linda Nab
Redacteur, 020-30 39 758

Lars Pasveer
Redacteur, 020-30 39 755

Trudy Brandenburg-Van de Ven
Redacteur, 020-30 39 757

Anneke de Bruin
Vormgever, 020-30 39 753

Marc Willemsen
Webontwikkelaar, 020-30 39 754

Vacatures & advertenties

Karen Bais
020-30 39 756

Sofia van Wijk
020-30 39 711

Bereik

Villamedia trekt maandelijks gemiddeld 120.000 unieke bezoekers. De bezoekers genereren momenteel zo’n 800.000 pageviews.

Rechten

Villamedia heeft zich ingespannen om alle rechthebbenden van beelden en teksten te achterhalen. Meen je rechten te kunnen doen gelden, dan kun je je bij ons melden.