foj 2019

— vrijdag 21 juni 2013, 09:10 | 0 reacties, praat mee

Flexwerker gebruikt als wegwerpartikel

© Femke Tolsma

Publieke omroepen zijn verplicht minstens 90 procent van de werknemers die structureel werk verrichten in vaste dienst te nemen. Maar een flink deel van de omroepen houdt zich niet aan die afspraken. Tijdelijke contracten floreren in Hilversum.

‘Je stelt je er eigenlijk al op in als je bij de omroep gaat werken: je weet dat je een paar keer een jaarcontract krijgt en als puntje bij paaltje komt is de kans dat je een vast contract krijgt heel erg klein. En het gekke is dat we het systeem eigenlijk zelf in de hand houden, omdat we er nog mee akkoord gaan ook.’ Journalist Saskia Adriaens is stellig: journalisten die beginnen aan een nieuwe baan bij de omroep worden aan het lijntje gehouden. In mei van dit jaar maakte Adriaens voor het programma Altijd Wat een reportage over flexcontracten: tijdelijke dienstverbanden die bedoeld zijn om de arbeidsmarkt lekker flexibel te houden, maar die er in werkelijkheid voor zorgen dat (veelal jonge) werknemers jarenlang zonder enige vorm van zekerheid knokken voor een vaste baan. Zulke tijdelijke contracten zijn aan de orde van de dag in Hilversum. Daar lopen momenteel honderden journalisten rond die werken met dergelijke flexcontracten. Adriaens is er daar één van: volgend jaar mei loopt haar laatste jaarcontract bij de NCRV af. Dat betekent dat ze tegen die tijd óf een vast contract aangeboden moet krijgen óf dat ze op zoek moet naar een andere baan. In de praktijk is het vaak de laatste optie. Dat weet ook Katy Sherriff. Drie jaar lang werkte ze bij de VPRO als buitenlandverslaggever. Totdat het moment kwam dat ze van de wet niet meer afgescheept mocht worden met een tijdelijk contract. Omdat er op dat moment geen vaste contracten uitgedeeld werden moest ze weg. ‘Als je geluk hebt mag je na drie maanden thuiszitten weer terugkomen. Hoe kan het dat wij dit als kritische journalisten zomaar pikken?’

Publieke omroepen in Nederland zijn verplicht om 90 procent van de medewerkers die structureel werk verrichten in vaste dienst te nemen. Van alle werknemers die op projectbasis werken hoort 60 procent na een jaar een contract voor onbepaalde tijd te krijgen. Dat is zo afgesproken in de CAO Omroep­personeel. Maar sinds die afspraken in 2007 gemaakt werden is er nog geen jaar geweest waarin alle omroepen aan die criteria voldeden.

Ook in 2012 lag bij een groot aantal publieke omroepen het aantal flexibele contracten hoger dan de afgesproken 10 procent. De Vara is de grootste uitschieter: 41 procent van de werknemers daar heeft een tijdelijk contract, blijkt uit cijfers die de omroep naar de Nederlandse Vereniging van Journalisten (NVJ) stuurde. ‘Als al die flexibele krachten één dag zouden staken, dan zouden hele omroepen op hun gat liggen’, voorspelt Sherriff. ‘Al denk ik niet dat dat gaat gebeuren. Mensen zijn veel te bang. Niet alleen de flexkrachten die hun mond houden omdat ze bang zijn geen contractverlenging te krijgen, ik zie ook veel vaste krachten die aangeven heel graag een andere baan te willen, maar die niet durven over te stappen omdat ze bang zijn hun vastigheid te verliezen.’

Tweedeling op redacties

Redacteuren met een vast contract blijven doorgaans dus liever zitten waar ze zitten. En daar zit juist het grote probleem, vindt ook Adriaens. ‘Al die mensen met vaste aanstellingen verroeren zich niet’, schreef ze in een column in NRC Handelsblad. ‘Ik geef het niet graag toe, maar misschien hebben mijn collega’s in deze barre bezuinigingstijden nog gelijk ook. Ondertussen ontstaat een gapend gat tussen de vaste contractanten en de flexwerkers. Ik ben bang dat als de bezem door Hilversum wordt gehaald niet talent, motivatie en werkervaring een rol gaan spelen, maar de kleine lettertjes en hand­tekeningen op een A4’tje.’

Tijdelijke contracten zijn al sinds het moment dat de overheid, werkgevers en vakbonden in april van dit jaar een nieuw landelijk sociaal akkoord afsloten met enige regelmaat in het nieuws. Niet onterecht, blijkt. Uit cijfers van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) blijkt dat tijdelijke contracten in Nederland veel minder bescherming genieten dan in de meeste andere Europese landen. En dat terwijl er in Nederland bovengemiddeld veel flexcontracten uitgedeeld worden: maar liefst 16 op de 100 werknemers in ons land werkt op basis van zo’n tijdelijk contract.

In de meeste gevallen zijn het de jongeren die genoegen moeten nemen met een tijdelijk contract: een kwart van hen werkt momenteel op basis van een tijdelijk contract tegenover 6 procent van de 55-plussers. Ook binnen de omroepen is dat een probleem, vindt Niels de Jager. Van 2008 tot 2011 werkte hij als redacteur en verslaggever bij NOS op 3, maar na drie tijdelijke contracten was er geen plek om hem een vast contract te bieden. ‘Je ziet een tweedeling ontstaan op redacties: de jongeren vinden dat de ouderen plaats moeten maken, maar de ouderen willen hun vastigheid niet opgeven omdat ze waarschijnlijk nergens anders terecht kunnen. Ik heb het idee dat als je nu begint je de dupe bent van de bescherming van de huidige generatie.’

Muurvast

Meer doorstroming is dus gewenst. Om diezelfde reden pleiten hoofdredacties en directies juist voor méér flexibiliteit. ‘De vakbonden willen het liefst zoveel mogelijke vaste contracten bij de omroepen. Maar dat past helemaal niet in de huidige tijdgeest’, vindt Leo Hauben, hoofdredacteur van de Limburgse regionale zender L1. We moeten bezuinigingen. Dan kun je niet én snijden in de personeelskosten én meer mensen aannemen. Dat moeten we ons realiseren. Als het je hoogste doel is om een vast contract te krijgen, dan kom je van een koude kermis thuis.’

Net als Hauben is ook Paul van Gessel – sinds februari algemeen directeur van RTV-NH en AT5 – voor méér flexibele werkkrachten. Als het aan hem ligt wordt de schil van flexwerkers opgerekt van 10 naar 30 procent. ‘Ik begrijp dat het voor werknemers fijn is zekerheid te hebben, maar we moeten inspelen op de markt. Wendbaarheid is het sleutelbegrip voor het voortbestaan van ons vak. Als we niet flexibel zijn, zitten we straks als branche muurvast. Niet alleen qua banen, maar ook op het gebied van innovatie. De meeste nieuwe ideeën komen juist bij de flexibele schil vandaan.’

Ook Marc Visch, secretaris van de sectie omroep bij de NVJ, kan zich vinden in meer flexibiliteit. Maar dan wel op een andere manier dan veel omroepen voor ogen hebben. ‘Nu ligt al het risico bij de werknemers met een tijdelijk contract. Dat vind ik niet correct. Hoe meer journalisten nu een vast dienstverband krijgen, hoe beter hun rechtspositie wordt. Flexibiliteit is goed, maar die kan ook van binnenuit opgebouwd worden. Waarom niet je werknemers om de zoveel jaar van redactie laten wisselen? Dan krijg je wel de frisse blik op de redacties die zo gewenst is, maar ligt het risico niet bij de werknemer met een tijdelijk contract. Wat er nu gebeurt is dat mensen aangenomen worden met het idee dat ze na drie jaar weer weg zijn. Werknemers met een tijdelijk contract worden zo eigenlijk gebruikt als wegwerp­artikelen.’

Bekijk meer van

De Dag

Praat mee

Colofon

Villamedia is een uitgave van Villamedia Uitgeverij BV

Postadres

Villamedia Uitgeverij BV
Postbus 75997
1070 AZ Amsterdam

Bezoekadres

Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Contact

redactie@villamedia.nl
020-30 39 750

Redactie (tips?)

Dolf Rogmans
Hoofdredacteur, 020-30 39 751

Marjolein Slats
Adjunct-hoofdredacteur, 020-30 39 752

Linda Nab
Redacteur, 020-30 39 758

Lars Pasveer
Redacteur, 020-30 39 755

Trudy Brandenburg-Van de Ven
Redacteur, 020-30 39 757

Anneke de Bruin
Vormgever, 020-30 39 753

Marc Willemsen
Webontwikkelaar, 020-30 39 754

Vacatures & advertenties

Karen Bais
020-30 39 756

Sofia van Wijk
020-30 39 711

Bereik

Villamedia trekt maandelijks gemiddeld 120.000 unieke bezoekers. De bezoekers genereren momenteel zo’n 800.000 pageviews.

Rechten

Villamedia heeft zich ingespannen om alle rechthebbenden van beelden en teksten te achterhalen. Meen je rechten te kunnen doen gelden, dan kun je je bij ons melden.