— vrijdag 26 april 2013, 09:14 | 0 reacties, praat mee

Weg van de nieuws­fabriek

Rob Wijnberg wist in een dikke week meer dan een miljoen euro op te halen voor zijn online journalistieke project De Correspondent. 
Daarmee is Wijnberg weer terug nadat hij ruim een halfjaar geleden onverwachts moest vertrekken als hoofdredacteur van nrc.next.

Hij weet nog wel of het dag of nacht is, maar dat is het dan ook. Welke dag? Geen idee. Een werkdag, dat in ieder geval. De interviewafspraak is hij dan ook vergeten. ‘Hier wreekt zich mijn chaotische hoofd’, appt hij. Een kwartier later zitten we toch tegenover elkaar in café Brandstof op de Marnixstraat in Amsterdam. Onderhand een beetje zijn vaste ontmoetingsplaats geworden, dicht in de buurt van zijn huis. Kan hij er toch nog snel zijn als hij een afspraak is vergeten.

Het is een gekkenhuis sinds hij vorig jaar september abrupt vertrok bij nrc.next wegens verschil in inzicht over de te varen koers. Want zijn tijd steekt Wijnberg sindsdien in een nieuw journalistiek project dat de belichaming moet worden van zijn ideale krant: De Correspondent. Belangrijkste wapenfeiten: digital only, weg van de waan van de dag, advertentieloos en gemaakt door uitgesproken correspondenten. Onder anderen Joris Luyendijk, Femke Halsema, Henk Hofland en Arnon Grunberg hebben hun naam al aan het project verbonden. Het benodigde aantal ‘leden’ om van start te kunnen, is geworven.

Je hengelde in nog geen acht dagen meer dan 15.000 leden à zestig euro per persoon binnen, alleen op een belofte. Hoe gaat die belofte er precies uitzien?

‘Heel concreet komt het erop neer dat we uitgesproken journalisten, jong en oud, bekend en onbekend, een online platform willen bieden waarop zij de vrijheid hebben om te doen waar ze het beste in zijn. Zie het als een soort tuin waarin ze dingen mogen planten, groot en klein, en laten groeien. Ze mogen gaan graven, dossiers aanleggen, verschillende genres tegelijk ontplooien.

De rode draad daarin is dat we voorbij de waan van de dag willen. Niet naar de momenten en gebeurtenissen kijken die vandaag toevallig opvallen, maar naar de structuren en ontwikkelingen die elke dag bepalend zijn in de hoop dat het totaal een dieper inzicht geeft in de maatschappij. In de meeste bladen en kranten en ook op televisie, is journalistiek een momentopname; je duikt in een onderwerp, je maakt een stuk en na een dag is het weer weg. Twee, drie weken later maak je misschien een vervolgstuk en niemand ziet het verband. De Correspondent wil de journalistiek een proces laten zijn. De kunst is om de juiste maatschappelijk relevante thema’s te kiezen en het met de mensen te doen van wie het interessant is om via hun blik de wereld te volgen.’

De mensen die je hebt aangetrokken zijn veelal ­gevestigde namen die elders ook al de ruimte kregen om bijzondere dingen te doen; Joris Luyendijk, Joris van Casteren, Alexander Klöpping.

Lacht: ‘Jaaa, dat is het beeld dat de media er nu van maken he; dat ik ze ervan beschuldig dat er nergens meer ruimte is om mooie dingen te doen. Maar dat zeg ik helemaal niet. Wel mis ik online een plek waar een groep auteurs met deze insteek en deze intellectuele bedoelingen verzameld is. En als het dan goed is wat Van Casteren deed bij De Groene Amsterdammer, dan mag hij dat bij mij ook doen.

Het verschil met andere media is ook een kwestie van presentatie, in die zin; als lezer van NRC lees je het instituut NRC. Bij ons volg je niet De Correspondent, maar Joris van Casteren, of Arnon Grunberg. Het past in de al veel langere ontwikkeling dat mensen de omroep, de krant, het tijdschrift steeds minder als autoriteit ervaren. Of zoals ik in mijn column in De Groene schrijf deze week: 50-plus leest NRC, 30-min leest Bas Heijne.’

Precies om die reden werd je de afgelopen weken van hypocrisie beschuldigd. De man die altijd ageert tegen het namencircus in de media gaat wel met twee BN’ers aan tafel zitten bij De Wereld Draait Door om zijn nieuwe project te pluggen.

‘Ten eerste bewijst het dat de media inderdaad goeddeels zo werken als dat ik altijd beschrijf. Ten tweede bewijst het dat ik er goed gebruik van weet te maken. Ik ben

idealistisch genoeg om er iets aan te willen veranderen, en pragmatisch genoeg om te weten dat dat niet kan door naast het systeem te gaan staan.’

Was het een dilemma, of je daar moest aanschuiven met Jelle Brandt Corstius en Femke Halsema?

‘Niet echt. Ik heb Jelle niet voor De Correspondent gevraagd omdat we dan in DWDD kunnen zitten. Ik heb Jelle gevraagd omdat ik het een hele goede journalist vind die prachtige reportages maakt en daar toevallig bekend mee is geworden. Ik ben ook niet tegen BN’ers of tegen bekend zijn. Waar ik altijd kritiek op heb gehad is wanneer er een bekend iemand bij moet zitten omwille van zijn bekendheid en niet omwille van zijn expertise. Zo’n excuus-BN’er zit er bij ons niet tussen. Bovendien praat niemand over de mensen die niet bekend zijn. Dick Wittenberg staat er ook tussen, maakt prachtige reportages, en daar hoor je niemand over.’

Die zat dan ook niet aan tafel bij DWDD.

‘Nee, dat wil DWDD niet. Natuurlijk niet. Want wie is Dick Wittenberg? Pas toen ik kon beloven dat Jelle en Femke mee wilden komen, ging het door. Ik weet hoe dat werkt.’

En toen kwamen de meningen.

‘Ja, die meningenmachine. Opeens vindt iedereen iets van je. Dat wist ik natuurlijk ook van tevoren, maar als je het meemaakt is het een behoorlijk uitputtende ervaring. Vanuit alle hoeken en gaten krijg je commentaar van mensen die je helemaal niet kent, van heel positief tot heel negatief en niets ertussenin. Ik kon dat makkelijker naast me neer leggen dan toen ik nog hoofd­redacteur was van next. Zie het als het verschil tussen of je wordt aangesteld als coach van Ajax – dat bestaat al honderd jaar en zal nog honderd jaar bestaan zonder jou – of je begint een eigen voetbalclub. Dat is net iets meer van jou. Maar goed, je ontwikkelt wel een dikke huid hoor. Het commentaar dat je dagelijks krijgt als je in het publieke oog beweegt, daar wen je vrij gauw aan.’

Wijnberg heeft zich in de afgelopen tien jaar als jongeling in dat publieke oog weten te manoeuvreren met zijn opvallend frisse en onconventionele kijk op het vak. De van huis uit filosoof ontpopte zich tot een mediacriticus die vragen begon te stellen bij de ogenschijnlijk logische mechanismes binnen de journalistiek, zijn pijlen voornamelijk richtend op de nieuwsindustrie. Want wat is nieuws eigenlijk? En wat hebben we eraan? Hoe komt het tot stand, en hoe bepaalt het onze kijk op de wereld? Of beter gezegd: hoe manipuleert het onze kijk op de wereld?

De kiem voor zijn huidige kijk op nieuws en de waarde ervan werd gelegd toen hij in het laatste jaar van zijn studie filosofie op de binnenlandredactie van NRC belandde. Het journalistieke handwerk bleek al heel snel niets voor Wijnberg. ‘Achter nieuwsberichtjes aanlopen, daar dacht ik toen al van: waarom doe ik dit eigenlijk?’ Meer op zijn plek was hij op de opinieredactie en in 2010 kreeg hij de kans zijn filosofie verder uit te rollen als hoofdredacteur van nrc.next. Onder zijn leiding koerste next, vanaf het begin al een krant die ‘anders’ wilde zijn dan de rest, nog verder af van de waan van de dag.

Zo deinsde Wijnberg er niet voor terug om op Prinsjesdag een Australische asielzoeker op de cover te zetten. Na zijn vertrek bij de krant verscheen van zijn hand ‘De Nieuwsfabriek; hoe media ons wereldbeeld vervormen’, waarin al zijn ervaringen van de afgelopen tien jaar bij elkaar komen. In het laatste hoofdstuk beschrijft hij aan de hand van negen punten hoe zijn ideale krant er vandaag de dag uit zou moeten zien. Het blijkt een manifest voor De Correspondent.

De ideale krant is niet afhankelijk van adverteerders en investeerders, lezen we onder meer. Dat geld ook voor De Correspondent. Is dat niet wat idealistisch?

‘Als je bij een krant de advertenties schrapt en je spreekt met de investeerder af dat hij geen rendement krijgt, verandert er niks. Want die twee zaken staan precies met elkaar in verhouding. Het rendement op advertenties bij een krant is ongeveer 20 procent en dat is ook zo ongeveer wat de eigenaar er aan het eind van het jaar uittrekt. Het moet dus zonder kunnen.’

Is het een reactie op wat je bij NRC hebt gezien aan invloed van adverteerders en investeerders op je krant?

‘Ook. Vooropgesteld: adverteerders hebben geen directe invloed op de redactie. Ik ben er heel kritisch op, maar ik kan met de hand op mijn hart zeggen dat ik nooit heb meegemaakt dat redacteuren tikken wat de adverteerder wil. Maar de invloed is er natuurlijk wel. Je moet steeds meer moeite doen om een adverteerder ervan te overtuigen bij jou te komen en daarvoor moet je steeds meer aan zijn wensen voldoen, die altijd in de richting van merkassociatie gaan. Neem het voorbeeld van Lux bij NRC. Dat is een bijlage waarin de redactionele keuzes wel onafhankelijk worden gemaakt, maar in een sfeer waar de adverteerders bij passen. Ze zullen dus nooit tien keer openen met bijstandsmoeders, want er moet een Rolex naast. Hoofdredacteur Peter Vandermeersch zegt dan: “Luister eens, NRC-lezers houden ook van mooie spullen en lifestyle.” Ik zeg ook niet dat er moreel iets mis mee is. Maar voor mij hoeft het niet.’

Was NRC achteraf gezien nog wel jouw biotoop?

‘Nou het zou wel heel snel gaan als die krant nu onmiddellijk niets meer voor mij is. Ik kon er doen wat ik wilde, het was uitdagend, ik voelde me er thuis en ik vind NRC nog steeds een geweldige krant. Waarom het minder mijn biotoop werd, heeft meer te maken met het feit dat de mogelijkheden om te experimenteren en te innoveren op een manier die niet onmiddellijk resultaat levert in het volgende kwartaal, maar misschien wel over vijf jaar, kleiner werd.’

Het juk van de investeringsmaatschappijen? Egeria, in het geval van NRC.

‘Ja. Die ontwikkeling heeft alles te maken met dat het rendement omhoog moet. En snel, want NRC moet klaargestoomd voor de verkoop. Egeria heeft er veel geld in gestopt en dat moet terugverdiend. Het gevolg is hetzelfde als wat je op televisie ziet gebeuren: steeds meer variaties op dezelfde formules. Die hebben zich bewezen, dus die worden gekopieerd. Die korte termijnstrategie zie je ook bij kranten: uitmelken waar je geld aan verdient en wegbezuinigen wat te duur is. Dus meer advertenties en de oplage omhoog zien te krijgen. En minder innovatie en experiment. Terwijl dat laatste mij een vruchtbaardere strategie voor de lange termijn lijkt.’

Het feit dat nrc.next newsier moest worden, een nieuwe koers die jou eind vorig jaar je baan kostte, 
is daar ook een uiting van?

‘Ja, en wel in deze zin: Vandermeersch denkt – samen met wel meer mensen bij de krant overigens – dat de krant beter verkoopt als hij newsier is en in de ochtend kan concurreren met de Volkskrant. Combineer dat met het feit dat NRC Handelsblad zich meer dan nrc.next richtte op het harde nieuws en je krijgt auto-matisch een manier om next efficiënter te produ-
ceren: meer overnemen uit NRC Handelsblad en minder geld steken in het ‘anders’ maken van de krant.
Mijn strategie – een eigen identiteit, een andersoortig publiek – was een dure.  Newsier betekent dus ook: 
NRC en next meer naar elkaar toe laten groeien. Dat wilde ik niet.’

Dat verschil van inzicht betekende vrij onverwacht jouw vertrek. 

‘Dat had ik niet zien aankomen nee. Ik had op onregelmatige basis wel gesprekken met Vandermeersch over de koers en strategie, zoals dat gaat. We hadden discussies over het belang van nieuws, en hoeveel ervan in de krant moet. Daarin verschilden we van mening maar dat was prima, daar waren we autonoom in. Laat ik het zo zeggen: die discussies stonden nooit in het teken van: richting uitgang gaan. Maar dat alles krijgt een andere smaak in retrospectief.’

Wat veranderde er?

‘Wat het volgens mij heeft doen kantelen zijn een paar dingen. Ten eerste: NRC Handelsblad bleek om technische redenen niet naar de ochtend te kunnen om daar te concurreren met de Volkskrant – een wens van Vandermeersch. Ten tweede kwam er een andere uitgever uit de hoek van harde nieuwsbladen als Metro en AD, Jan van de Marel, die minder met mijn koers had dan zijn voorganger Hans Nijenhuis. Hij vond dat we de verkeerde kant opgingen met next, mede omdat er wel eens mensen opzegden omdat ze vonden dat er te weinig nieuws in de krant stond. Die combinatie van factoren plus het feit dat Egeria weer hogere rendementseisen op tafel legde, maakte dat er opeens een soort consensus groeide om het nieuws weer meer naar voren te brengen in next.’

En die consensus groeide buiten jou om.

‘Ja, dat gebeurde in gesprekken in de hoofdredactie waar ik niet bij zat. Ik kende de discussiepunten wel, maar de evolutie naar: dit is echt een probleem, die kende ik niet.’

Hoe kreeg je dat uiteindelijk te horen?

‘Dat is in een gesprek met Vandermeersch en adjunct Hans Nijenhuis gebeurd. Het werd voorgespiegeld als: “We willen het 180 graden anders dan jij voor ogen hebt en we weten dat we het daarom niet van jou kunnen vragen.” Dat klopte. Ik heb nog gevraagd wat de mogelijkheden waren als ik op bepaalde punten die richting op zou willen bewegen. Maar toen was het antwoord iets in de trant van dat ze net zo lang op me in zouden praten tot ik er anders over zou denken. Het was dus al besloten.

Af te leiden uit het nogal vertrekkende gezicht van Nijenhuis kon ik wel opmaken dat het gesprek heel anders verliep dan vooraf was bedacht. Dat zit in het karakter van Vandermeersch. Hij is iemand die uit een verlangen naar duidelijkheid gedurende zo’n gesprek zaken nogal straf kan voorspiegelen. Het is een doordouwer. Veel later hebben we het daar nog wel over gehad. Hij zei dat het te bruusk – dat was het woord dat hij gebruikte – te bruusk was gegaan.’

Jij was Nijenhuis’ protegé; hij haalde jou ooit binnen bij next. Inmiddels zit hij als chef op jouw plek.

‘Ja, ja, dat kun je hypocriet noemen. Maar als je de situatie kent, kun je het ook sympathieker uitleggen. Hij is erin gesprongen en heeft de boel bij elkaar gehouden. Want toen ik weg ging was het een drama, echt een drama. De redactie was furieus.’

NRC wilde je graag binnen houden als columnist 
met behoud van lease-auto en salaris. Dat heb je niet ­gedaan.

‘Nee. Het voelde onverenigbaar dat ik een uithangbord van een krant zou zijn omwille van mijn ideeën, terwijl ik die ideeën daar niet mag uitvoeren. Waarom zou ik dat doen?’

Je bent wel opvallend niet rancuneus. Of moet ik ­zeggen: diplomatiek.

‘Als ik rancuneus was, had je het wel gemerkt. Maar dat ligt niet in mijn aard. Iets gaat fout? Oke, dan ga ik door, probeer ik het op een andere manier. Zo ben ik opgevoed. Wat levert boos zijn je op? En daarbij komt: waar ik nu ben heb ik goeddeels te danken aan die krant. Ik heb er nog altijd 99 keer zoveel vrienden dan mensen waar ik omheen loop.’

Ik heb begrepen dat je er wel een flinke tik van hebt gehad.

‘Nou nee, dan heb je een slechte bron. Ik vind het natuurlijk wel jammer dat het zo is gegaan. Maar ik heb daar twee, drie dagen mee gezeten en toen dacht ik: we gaan weer door.’

Zat de Correspondent toen al ergens in je achterhoofd?

‘Sterker nog: ik heb al meerdere eerste versies van dit plan binnen NRC op tafel gelegd. Ik ben altijd bezig geweest met de vraag: als je zo’n krant opnieuw zou moeten uitvinden, hoe zou je dat dan doen? Maar daar was niet veel animo voor. Terwijl, ik zie juist ontzettend veel mogelijkheden.

Kijk nu naar De Correspondent: binnen acht dagen heb je een miljoen. Je hebt geen drukpers nodig, geen distributie­netwerk. Je moet natuurlijk nog bouwen, maar het is nooit zo makkelijk geweest om een medium te beginnen.’

 

Praat mee

Colofon

Villamedia is een uitgave van Villamedia Uitgeverij BV

Postadres

Villamedia Uitgeverij BV
Postbus 75997
1070 AZ Amsterdam

Bezoekadres

Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Contact

redactie@villamedia.nl

Redactie (tips?)

Dolf Rogmans
Hoofdredacteur

Marjolein Slats
Adjunct-hoofdredacteur

Linda Nab
Redacteur

Lars Pasveer
Redacteur

Trudy Brandenburg-Van de Ven
Redacteur

Anneke de Bruin
Vormgever

Marc Willemsen
Webontwikkelaar

Vacatures & advertenties

redactie@villamedia.nl

Bereik

Villamedia trekt maandelijks gemiddeld 120.000 unieke bezoekers. De bezoekers genereren momenteel zo’n 800.000 pageviews.

Rechten

Villamedia heeft zich ingespannen om alle rechthebbenden van beelden en teksten te achterhalen. Meen je rechten te kunnen doen gelden, dan kun je je bij ons melden.