— maandag 30 november 2009, 10:34 | 2 reacties, praat mee

Een schitterende toekomst voor radio

Radio vormt de infanterie van de Nederlandse publieke omroep: geen kapsones, relatief goedkoop, onmisbaar, zo vindt Kees Schaepman. Neem de journalistieke zender Radio 1. Iedere week luisteren bijna tweeënhalf miljoen mensen naar het Radio 1 Journaal en de achtergrondprogramma’s die verzorgd worden door de omroepverenigingen. Dat kost nog geen euro per jaar per Nederlander.

Radio kampt niet met de distributieproblemen waar gedrukte media onder te lijden hebben en mist de organisatorische logheid van televisie. Programma’s kunnen zo nodig binnen de minuut worden omgegooid, nieuws kan onmiddellijk worden gemeld. En dankzij de opkomst van nieuwe media gloort er een schitterende toekomst. 
 
De crossmediale mogelijkheden zijn onbeperkt, ook de rijke radiotraditie krijgt daardoor een nieuwe waarde. De marathoninterviews bijvoorbeeld - drie uur, oorspronkelijk zelfs vijf uur lang gaan prominente gasten live de confrontatie aan met ervaren interviewers - zijn digitaal ontsloten. Meer dan twintig jaar levende geschiedenis. Wie onderweg naar Frankrijk nog eens het gesprek wil horen dat in 2003 werd uitgezonden met Ayaan Hirsi Ali, kan dat moeiteloos in de auto afspelen. De interviews worden bovendien door middel van spraakherkenning geïndexeerd. Zei Job Cohen in 2000 iets over criminaliteit in de hoofdstad? Het kan binnenkort in een oogwenk worden opgezocht. En volgend jaar komt een boek uit waarin opzienbarende marathoninterviews nagelezen kunnen worden.
 
Goed nieuws dus van het radiofront. Hoewel? Programma’s worden gemaakt door de infanteristen van het publieke bestel. En het zijn de programma’s die het hem doen - essentieel voor de ontwikkeling van radio is de kwaliteit van de inhoud. Maar beleid en strategie worden uitgestippeld door de generale staf en die zit ver weg in betonnen gebouwen en is nauwelijks geïnteresseerd in wat zich afspeelt in de ether – televisie zuigt alle aandacht weg.
Kort geleden zat ik bij een directieoverleg in een van de bunkers op het Mediapark. Er werd gesproken over de honorering van radio- en televisiepresentatoren, een hot item sinds bekend werd dat enkele Hilversumse coryfeeën een veelvoud van het salaris van premier Balkenende verdienen.
Hoe moet de waarde van een presentator berekend worden?
In de notitie daarover las ik dat presentatoren niet louter op kijkcijfers beoordeeld mogen worden. Toen ik daar een ironische opmerking over maakte (‘Wat een opluchting dat radiomakers als Giel Beelen of Eric Corton voor hun honorering niet van kijkcijfers afhankelijk zijn!’), zag ik pas langzaam het begrip doordringen: oh ja, natuurlijk, radio - zelfs omroepbestuurders kijken daar niet naar.

Toch maak ik mij niet al te veel zorgen over dergelijk management by neglect. Radiomakers hebben zich allang ontworsteld aan het Calimerogevoel dat daar het gevolg van zou kunnen zijn. Sterker nog: de luwte waar zij in verkeren heeft ze lang in staat gesteld betrekkelijk ongestoord hun werk te doen, niet gehinderd door de beleidsdrift van Hilversumse stafofficieren. Zo kon Radio 3 FM pionieren met het programma 3voor12RADIO dat inmiddels geldt als schoolvoorbeeld van een succesvolle crossmediale aanpak. Programma’s als Met het Oog op Morgen, Vroege Vogels en OVT slagen er al jaren in met constante kwaliteit een breed publiek te blijven boeien. De onderzoeksjournalisten van Argos vinden wekelijks nieuwe tegels die gelicht moeten worden.

Zorgelijker dan de stiefmoederlijke behandeling van de publieke radio in Hilversum is dat het medium wordt meegezogen in het kielzog van een middelpunt zoekend televisiebeleid. De verstikkende invloed van cijferfetisjisten neemt ook bij radio toe. Overmatige aandacht voor luistercijfers leidt tot het kopiëren van successen, zodat alles op alles gaat lijken. Heeft de magazineformule succes? Dan staat de magazineformule op de menukaart, van maandag tot en met zondag. De luisteraars willen het! Wie een vernieuwend plan wil torpederen, stelt de vraag: ‘Zit de luisteraar daar wel op te wachten?’ Gegarandeerd valt er daarna een dodelijke stilte. Want helaas zit de luisteraar zelden op iets nieuws en onbekends te wachten.
 
Toen ik acht jaar geleden bij de VPRO kwam werken en te berde bracht dat we meer rekening zouden moeten houden met onze consumenten, merkte een oudere programmamaker op: ‘Het zijn toch luisteraars? Laat ze dat dan ook doen: luisteren’. Makers bepaalden destijds nog in splendid isolation wat er werd opgediend.
Ik ben blij dat die arrogantie is verdwenen. Maar de balans slaat door. Eigenzinnige ideeën krijgen te snel het etiket ‘aanbodgestuurde radio’ - een besmette categorie uit een verfoeid verleden.

Ben ik wellicht stiekem voorstander van aanbodgestuurde radio?
Ik durf het bijna niet te zeggen, maar inderdaad, soms ben ik daar voorstander van. Te vaak regeert nu de lafheid. Bij de publieke radio is er voor uitponding van bestaande merken meer aandacht dan voor ontwikkeling van nieuwe formules. Op papier wordt door de Raad van Bestuur van de publieke omroep onvermoeibaar betoogd dat de publieke radio als marktleider op het gebied van nieuws, achtergrond en cultuur niet de agenda zou moeten volgen, maar die moet bepalen. In de praktijk krijgen behoud en vermarkting van publiekssuccessen en prioriteit. Nieuws wordt vooral van de voorpagina’s van de kranten gehaald (‘Kunnen we daar nog iets mee doen?’) en te zelden door eigen research verkregen.
Onderzoeksjournalisten, de special forces van de publieke omroep, worden in beleidsnotities geprezen en geridderd. Maar wat heb je aan medailles als je niet de middelen krijgt om je werk goed te doen?
 
Hilversum grossiert in toverwoorden die het omroepbeleid een dynamisch imago moeten geven. Crossmedialiteit bijvoorbeeld – dat er daar een van, en wat mij betreft niet ten onrechte. Maar in de praktijk wordt ook die tot vervelens toe geroemde crossmedialiteit volstrekt onvoldoende gehonoreerd. Uitgangspunt bij de verdeling van radiogeld zijn nog steeds de zogenaamde ‘uurbedragen’ – een programma krijgt geld voor de zendtijd die wordt gevuld. Als Argos een jaar onderzoek doet naar het optreden van Nederlandse commando’s in Afghanisten, kan het daar maar beter vele uren mee vullen, anders wordt die research onbetaalbaar. Terwijl succesvolle crossmedialiteit nu juist bij zulke journalistieke onderzoeken tot kortere, scherpere programma’s kan leiden omdat een deel van de informatie die door research wordt verkregen ook, en zelfs beter, via het internet verspreid kan worden. Dat vraagt om een nieuwe manier van werken en vooral om een verfijnder methodiek van financiering. Van dat laatste is weinig merkbaar, daardoor wordt het eerste gefrustreerd. Zo moet bijvoorbeeld Onjo.nl, de gezamenlijke site van de publieke omroep voor journalistieke onderzoeksprogramma’s, met een beperkt budget vechten voor overleving. 
 
Wat is het alternatief voor de crossmediale toekomst van een eigenzinnige publieke radio waarop ik hoop en die ik mogelijk acht? Wat als er geen keuzes worden gemaakt, zowel inhoudelijk als financieel? Als de infanterie in de loopgraven blijft zitten omdat de generale staf geen stormloop op de toekomst aandurft? Dan vrees ik dat het medium radio uiteindelijk degradeert tot een babbelbox voor oudere luisteraars.

Kees Schaepman is freelance journalist en was tot voor kort hoofdredacteur VPRO Radio.

Bekijk meer van

Praat mee

2 reacties

Martin Slijper, 30 november 2009, 13:33

Leuk opinie verhaal.

Toch wil ik even kwijt dat het raar is dat deze regel erin staat: “,zo vindt Kees Schaepman.”

Het is een beetje raar om dat zelf te schrijven denk ik…

Is de eerste alinia wellicht een voorwoord van iemand anders? Dan staat dat er niet duidelijk bij.

Groetjes

Martin Slijper

Herman Spinhof, 1 december 2009, 11:04

Heerlijke peptalk voor het leger infanteristen van het mediafront. Het geeft moed aan het in eenzaamheid werkende, groeiende leger van freelance journalisten om gewoon ijzerenheinig door te gaan. Meer hiervan, dagelijks één bij de ochtendpost.

Colofon

Villamedia is een uitgave van Villamedia Uitgeverij BV

Postadres

Villamedia Uitgeverij BV
Postbus 75997
1070 AZ Amsterdam

Bezoekadres

Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Contact

redactie@villamedia.nl

Redactie (tips?)

Dolf Rogmans
Hoofdredacteur

Marjolein Slats
Adjunct-hoofdredacteur

Linda Nab
Redacteur

Lars Pasveer
Redacteur

Trudy Brandenburg-Van de Ven
Redacteur

Anneke de Bruin
Vormgever

Marc Willemsen
Webontwikkelaar

Vacatures & advertenties

redactie@villamedia.nl

Bereik

Villamedia trekt maandelijks gemiddeld 120.000 unieke bezoekers. De bezoekers genereren momenteel zo’n 800.000 pageviews.

Rechten

Villamedia heeft zich ingespannen om alle rechthebbenden van beelden en teksten te achterhalen. Meen je rechten te kunnen doen gelden, dan kun je je bij ons melden.