banner cop

— vrijdag 13 september 2013, 08:22 | 0 reacties, praat mee

Een kijkje aan de andere kant van de ­zuilenmuur

© ANP/Hollandse Hoogte

De gedwongen fusies binnen het omroepbestel tussen nu en 2016 moeten volgens de overheid zorgen voor minder versnippering. Maar tegelijkertijd maken ze ook een eind aan het laatste restje van de journalistieke verzuiling, al heeft die volgens de makers van toen nooit echt bestaan. ‘De tv heeft de verzuiling doorbroken.’

‘Televisie werd gezien als gedoemd om te falen. Dat vonden tenminste de radiomensen, de oude garde. Zij wilden helemaal niets met de televisie te maken hebben. Dus waren het in de regel jonge mensen die daar werkten. En die waren veel minder bezig met het leven in hun eigen zuil.’ Vanaf zijn woonboot in Loenen aan de Vecht blikt KRO-coryfee Aad van den Heuvel (78) terug op het begin van zijn televisieloopbaan. Een carrière die in 1959 per toeval begon toen de krap 24 jaar oude freelancer tijdens een interview met KRO-directeur Jan Castelijns meteen een baan aangeboden kreeg. ‘Eerst nog bij Sport in Beeld (de voorloper van Studio Sport, red.), maar al snel ontstond bij de KRO het idee een actualiteitenrubriek in het leven te roepen. Het moest een tijdschrift op televisie worden. Maar wat dat precies inhield wist niemand.’

Het idee dat Van den Heuvel en zijn directe collega’s uitwerkten zou uiteindelijk Brandpunt worden. Al snel volgden andere omroepen met hun eigen televisierubrieken. Zo startte de Vara in 1960 met Achter het Nieuws en kwam de NCRV zeven jaar later met Hier en Nu. Hoewel de programma’s dankzij de zuilen waarin ze opereerden allemaal een andere inslag hadden, was het idee overal hetzelfde: een venster naar de wereld openen. Als het aan de makers lag het liefst zonder de beperkingen van de eigen zuil. En dat terwijl het een paar jaar eerder nog ongehoord was om in te gaan tegen de wensen van de omroepleiding.

Die leiding bestond in het geval van gelovige omroepen als de KRO halverwege de jaren ’50 nog altijd uit door de kerk aangewezen personen die ook nog eens goed lagen bij de bijbehorende politieke partij, weet Joost Tholens nog goed. Tholens (79) trad in 1956 in dienst bij de KRO. ‘Binnen de zuilen was het toen nog allemaal heel streng. Dat zat hem onder andere in de onderwerpkeuze. Als er iets met de paus was, was het aan de KRO om erop af te gaan. Maar er werd ook heel erg gekeken naar hoe we met die onderwerpen omgingen. Tijdens de honderdste treinbedevaart naar Lourdes interviewden we een bisschop en vroegen hem of hij zich niet als een filmster voelde met al die mensen om hem heen. Dat werd ons absoluut niet in dank afgenomen.’

Niet alleen bij de KRO ging dat zo, maar bij alle verzuilde omroepen van Nederland. ‘Die omroepen brachten alleen nieuws voor de eigen achterban. Alles wat belangrijk was voor die groep, van de wieg tot het graf’, weet mediahistoricus Huub Wijfjes (57). ‘En dat nieuws had voorrang op het andere nieuws. De uitslagen van de katholieke voetbalbond werden belangrijker geacht dan die van de KNVB.’ Ad van Liempt (64), samensteller van het boek ‘Canon van de Journalistiek’, deelt die mening. ‘Het heeft heel lang geduurd voordat de journalistiek niet meer in dienst van de boodschapper stond, maar in dienst van de waarheid. Pas in de tweede helft van de jaren ’60 veranderde dat. Als je daarop terugkijkt schaam je je een beetje als journalist. Alles was gekleurd. Echt alles!’

De halverwege de jaren ’20 opgerichte radio-omroepen pasten precies in dat stelsel. De eerste televisie-uitzendingen in het begin van de jaren ’50 vonden ook plaats in dat verzuilde tijdperk. Maar dankzij de beperkingen van die tijd, kwamen alle omroepen op één zender terecht. Als resultaat daarvan kregen ze ieder een eigen avond toebedeeld. ‘Mensen gingen niet zitten wachten op die ene avond dat hun omroep programma’s uitzond. Daar was dat apparaat te duur voor’, aldus Wijfjes. ‘Zo kregen ze vanzelf een kijkje bij de andere zuilen.’

Terwijl de pastoors en politieke partijen nog veel te zeggen hadden bij de omroepen gingen actualiteiten­programma’s als Brandpunt een steeds onafhankelijkere koers varen. ‘De opkomst van die rubrieken veranderde heel erg veel’, aldus Van den Heuvel. ‘Ze waren echt het venster op de wereld. Niet alleen omdat we vaak reportages uit het buitenland uitzonden, maar ook omdat we de vaderlandse politiek doorprikten. Wij vonden dat parlementariërs zich ook best bij ons in de uitzending mochten verantwoorden en dat ze er ook op aangesproken mochten worden als ze ineens wat anders zeiden dan de dag ervoor. We gaven ons publiek een kijkje aan de andere kant van de zuilenmuur. Daardoor zagen kijkers steeds meer in dat mensen die andere zuilen aanhingen, ook gewone mensen waren.’

De drang om te gluren bij de buren nam dankzij de komst van ­tele­visie ontzettend toe, weet ook Koos Postema (81), vanaf 1965 presentator van Vara’s actualiteitenrubriek Achter het Nieuws. ‘De ontzuiling was toen al wel een tijdje bezig. Er gingen ook minder mensen naar de kerk. Daar was steeds minder behoefte aan. Maar de progressieve actualiteitenrubrieken en de waanzinnige groei die de televisie doormaakte hebben de ontzuiling wel extra aangejaagd. Wij programmamakers duwden er zelf ook heel hard tegenaan. We waren niet voor dit of voor dat. We waren er voor de kijker.’

Waar de loyaliteit bij de omroepen aan het begin van de jaren ’50 nog als eerste uitging naar de eigen zuil werd het bedrijven van journalistiek na de komst van de actualiteiten­rubrieken belangrijker. Maar ondanks de ontzuiling hadden politiek en kerk ook eind jaren ’50 en in de jaren ’60 nog genoeg te vertellen bij de omroepen, al leidde die dikke vinger in de pap zo nu en dan wel tot botsingen en rare situaties.

‘In de zomer van 1969 had Brandpunt interesse in mij’, herinnert Wibo van de Linde (75) zich. Na zijn tijd als nieuwslezer bij het NTS Journaal (de voorloper van het NOS Journaal) raakte hij in gesprek met ‘de hotemetoten aldaar. Uiteindelijk kwamen ze tot de conclusie dat ze me graag wilden hebben. Maar toen het over geld ging, ontstonden er problemen. Omdat ik niet katholiek was kon ik niet hoger ingeschaald worden dan klasse 11 en ik zat bij de NTS al in klasse 12. Alleen als je katholiek was, kon je meer verdienen. Nadat ik dat hoorde hoefde het van mij niet meer.’ Uiteindelijk maakte Van de Linde in 1969 de overstap naar Avro’s actualiteitenrubriek Televizier. Vijf jaar later werd hij het gezicht van Tros Aktua.

Ook wat betreft de programma-inhoud waren er botsingen tussen de verzuilde politiek en de zichzelf steeds meer vrijvechtende omroepen. In 1963 dwong de overheid KRO’s Brandpunt een interview met de Franse politicus Georges Bidault te schrappen. Bidault had zich in het openbaar uitgesproken tegen de Algerijnse onafhankelijkheid en raakte betrokken bij een complot tegen de staat. ‘De regering wilde de Franse (en katholieke, red.) president Charles de Gaulle niet voor het hoofd stoten’, herinnert toenmalig Brandpunt-verslaggever Van den Heuvel zich. ‘Er werd zelfs gedreigd de hele zender op zwart te zetten. Doe maar, vonden wij. Dat zou pas uniek zijn.’

Uiteindelijk besloot omroepvoorzitter Harry van Doorn – tevens voorzitter van de Katholieke Volkspartij (KVP, de voorloper van het CDA) – de uitzending alsnog te schrappen. Een andere botsing ontstond na ‘de nacht van Schmelzer’ in oktober 1966, waarbij KVP-politicus Norbert Schmelzer het kabinet ten val bracht. Doordat kabinetsleider en premier Jo Cals ook lid was van de KVP, ontstond het gevoel dat hij in de rug was gestoken door zijn eigen partij. Net als veel andere media was ook Brandpunt aanwezig bij de kabinetsval. Anders dan verwacht was de daaruit volgende reportage erg kritisch op de partij. ‘Dat was een belangrijke stap in de ontzuiling’, weet Van Liempt, die vaak gezien wordt als het journalistieke geweten van omroepenland. ‘Al duurde het nog tot het eind van de jaren ’60 voordat de KRO echt los kwam van de KVP.’

Ook Achter het Nieuws-presentator Postema erkent dat het lang duurde voordat er van echte onafhankelijkheid gesproken kan worden. ‘Het was heel wat dat we in staat werden gesteld om onderwerpen als euthanasie en abortus ruim en humanistiek aan te pakken. Daar ben ik nog steeds dankbaar voor. Maar ook bij de Vara probeerde de politiek halverwege de jaren ’60 zijn invloed nog te laten gelden.’ Dat leidde onder andere tot de geruchtmakende Van Imhoff-affaire. In opdracht van de Vara maakte freelancer Dick Verkijk (84) in 1965 een documentaire over het koopvaardijschip Van Imhoff, dat op 19 januari 1942 – gevuld met Duitse gedetineerden – gebombardeerd werd in de Indische oceaan. Verkijk: ‘Zij zaten opgesloten in het ruim, dat overdekt was met prikkeldraad. Na het bombardement werden ze aan hun lot overgelaten.’

Uiteindelijk wisten 32 van de 473 gedetineerden te ontsnappen. De 40 minuten durende reportage van Verkijk stelde de nalatigheid van de ­Nederlandse bemanning aan de kaak. Maar het Vara-bestuur verbood de uitzending van de reportage tot twee keer. Om politieke redenen, meent Verkijk. ‘De eerste keer was het omdat men bang was om Nederlandse oorlogsmisdaden toe te geven. Maar het tweede verbod, een jaar later, was persoonlijker. Ik had me na het eerste verbod uitgesproken tegen de verzuilde omroepen en was volstrekt voorstander van een nationale omroep. Daar was de Vara pisnijdig over. Ik vermoed dat dat de reden was.’

Hoewel de verzuilde omroepen in de jaren ’60 halsstarrig probeerden hun zendtijd en de inhoud daarvan te beheersen, vervaagden de grenzen van de zuilen steeds verder. ‘Op een gegeven moment was het zelfs niet gek meer als je als katholiek op de PvdA wilde stemmen’, herinnert Brandpunt-presentator Van den Heuvel. ‘De ontzuiling verliep heel geleidelijk, doordat veelal jonge mensen voortdurend tegen de verzuiling aandrukten en de grenzen opzochten. Ook bij de tv.’

Toch zijn er nog decennia lang restanten van de verzuiling zichtbaar geweest bij de omroepen. In het Vara-bestuur werd bijvoorbeeld tot 1980 nog een stoel bezet door de PvdA. Ook daarna nog stond een voormalig PvdA-politicus (Marcel van Dam) aan het roer bij de omroep. De formele band bestaat niet meer, maar ook nu nog laten omroepen zich inspireren door de beginselen van de zuil waar ze uit zijn ontstaan. Postema: ‘Maar die fusies die er nu aan zitten komen laten dat laatste restant verdwijnen. Ze zijn wat de verzuiling betreft de opzet naar het einde.’

Praat mee

Colofon

Villamedia is een uitgave van Villamedia Uitgeverij BV

Postadres

Villamedia Uitgeverij BV
Postbus 75997
1070 AZ Amsterdam

Bezoekadres

Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Contact

redactie@villamedia.nl
020-30 39 750

Redactie (tips?)

Dolf Rogmans
Hoofdredacteur, 020-30 39 751

Marjolein Slats
Adjunct-hoofdredacteur, 020-30 39 752

Linda Nab
Redacteur, 020-30 39 758

Lars Pasveer
Redacteur, 020-30 39 755

Trudy Brandenburg-Van de Ven
Redacteur, 020-30 39 757

Anneke de Bruin
Vormgever, 020-30 39 753

Marc Willemsen
Webontwikkelaar, 020-30 39 754

Vacatures & advertenties

Karen Bais
020-30 39 756

Sofia van Wijk
020-30 39 711

Bereik

Villamedia trekt maandelijks gemiddeld 120.000 unieke bezoekers. De bezoekers genereren momenteel zo’n 800.000 pageviews.

Rechten

Villamedia heeft zich ingespannen om alle rechthebbenden van beelden en teksten te achterhalen. Meen je rechten te kunnen doen gelden, dan kun je je bij ons melden.