website over journalistiek

x

Villamedia heeft een app

 

Exclusieve inhoud Sluiten

Een NVJ-lid heeft dit artikel met je gedeeld. Gratis een maand alles lezen? Klik hier.

Een NVJ-lidmaatschap geeft je recht op:

  • Persoonlijk advies
  • Juridisch advies & rechtsbijstand
  • Perskaart
  • Korting op cursussen
  • Villamedia magazine

Word lid Verder lezen

Licht in barre tijden

Frits Baarda — Geplaatst in Werk op donderdag 20 februari 2014, 08:22

Andere Tijden

Fotojournalisten krijgen de hardste klappen. Hun inkomen is gehalveerd. Maar het einde van de economische malaise lijkt in zicht. Niet meer klagen, het is tijd voor slimme acties.

De fotografie bloeit. Wereldwijd bestaat er bij media een enorme vraag naar beeld en het beeld wordt in overvloed geleverd. Tegelijkertijd is in Nederland de prijs voor een foto de afgelopen vijf jaar met bijna de helft gedaald, zo blijkt uit onderzoek en navraag onder betrokkenen. Veel fotografen hebben aanvullend werk gezocht of hun camera aan de wilgen gehangen. Maar voor wie de malaise heeft overleefd, gloort er hoop. Foto­prijzen lijken te stabiliseren en media ruimen weer budgetten in voor kwaliteit.

‘Fotografen hebben het zwaar te verduren’, constateert wetenschappelijk onderzoeker Henk Vinken. In opdracht van de Nederlandse Vereniging van Journalisten (NVJ) onderzocht hij eind vorig jaar de inkomenspositie van freelance schrijvers, journalisten en fotografen. Hij berekende een gemiddelde prijs per foto van 94 euro in 2013. Via een ingewikkelde berekening komt hij op een inkomstendaling van bijna 40 procent in de laatste vijf jaar. De terugval is nog groter dan bij schrijvende collega’s. ‘Fotografen krijgen de hardste klappen’, zegt de eigenaar van onderzoeksbureau Phyrrulla. ‘Ze leveren het meest van allemaal in.’

Een helder overzicht van fotoprijzen is nauwelijks te geven. Daarvoor zijn de opdrachtgevers, fotografen, oplages en tarieven te verschillend. Een trend is gemakkelijker aan te wijzen. De door onderzoeker Vinken vastgestelde inkomensdaling komt overeen met de gegevens van fotobureau Hollandse Hoogte. De 360 aangesloten fotografen ontvingen de laatste vijf jaar de helft minder voor een foto. De gemiddelde prijs per foto ligt tussen de 80 en 90 euro, schat algemeen directeur Bas van Beek. ‘Dat bedrag is inclusief verkoop via internet, wat de prijs aanzienlijk drukt.’ Hij typeert de ­situatie voor fotojournalisten als een ‘heel erg zware tijd. Het is sappelen en afzien. Fotografen voelen zich aangeschoten wild. Je wilt foto’s verkopen? Dan maar voor weinig. Voor jou tien anderen’. Hij noemt het schrijnend dat zoveel professionele fotojournalisten het bijltje erbij neer moeten gooien, terwijl de vraag naar beeld sterk toeneemt.

Van Beek is openhartig over de verkoopprijzen. De gemiddelde prijs per foto voor Sanoma-bladen is 42,50 euro. Voor covers en spreads gelden anderen tarieven. De tarieven voor regionale dagbladen hebben een minimum van 25 euro. De prijzen voor landelijke dagbladen variëren sterk, maar hebben een maximum van 200 euro.

De Hollandse Hoogte-directeur erkent dat zijn bureau noodgedwongen mede debet is aan de daling van de prijs per foto. Mediaconcerns dwingen steeds vaker in inkoopcontracten zogeheten volumedeals af. De afnemer betaalt een vaste prijs per maand op basis van een bepaald aantal foto’s. ‘De prijs per foto kan daardoor lager zijn,’ legt Van Beek uit, ‘maar uiteindelijk kan de toegenomen hoeveelheid weer profijtelijk zijn voor een fotograaf. De hoogte van het eindbedrag telt. De bij ons aangesloten fotografen kunnen dat op hun salesreport aflezen.’

De meest recente salesreporten spreken andere taal. Daaruit komt het volgende beeld naar voren: in de periode 2010 tot 2013 hebben de bij Hollandse Hoogte aangesloten fotografen inderdaad gemiddeld iets meer foto’s verkocht, van 83 naar 97 per jaar. Maar de gemiddelde opbrengst daalde van 4000 euro naar 2600 euro.

Documentair fotograaf Martijn van de Griendt heeft een deel van zijn archiefwerk al jaren aan Hollandse Hoogte toevertrouwd. Zijn persoonlijke cijfers zijn vergelijkbaar met de algemene ontwikkeling. De fotograaf verkocht in 2010 38 foto’s en in 2013 45. Maar zijn honorarium zakte van 1650 naar 900 euro. Van de Griendt: ‘Meer foto’s voor minder geld. Het inkomen daalt. De volumecontracten hebben dus niet geholpen. Aan de andere kant: ik snap wel dat Hollandse Hoogte iets moet doen om te overleven. De concurrentie is enorm’, zegt hij.

Als fotograaf is hij tevens bestuurslid van de Nederlandse Vereniging van Fotojournalisten, onderdeel van de NVJ. Hij zegt zich in die functie hard te willen maken voor verdere verlaging van de tarieven en roept collega’s op zich bij de beroeps- en belangenvereniging aan te sluiten. ‘We hebben een gezamenlijk belang. Met z’n allen kunnen we meer druk zetten.’

De toestand in andere segmenten van de papieren media is nog nijpender. Fotografen die voor regionale bladen werken, mogen van geluk spreken als ze 30 tot 40 euro voor een foto krijgen. Huis-aan-huisbladen betalen 20 euro of minder. Of vaak helemaal niet, omdat redacteuren zelf de camera meenemen. Maar er geldt ook een ‘0-euro-tarief’ voor fotografen die bijvoorbeeld een boek willen promoten in een landelijke krant, zo weet Edie Peters, voormalig beeldredacteur van de Volkskrant en eigenaar van de fotografiewebsite Photoq. ‘Ze moeten er blij mee zijn. Plaatsing betekent publiciteit, misschien dat het ze verder helpt.’

Het zijn voor professionele fotografen ‘barre tijden’, stelt Peters vast. ‘De prijzen zijn laag. Alleen een kleine, slinkende groep weet in de fotojournalistiek te overleven. De grote jongens kunnen voor een foto nog 100 euro vragen.’ Het is precies het bedrag dat voor Van de Griendt als minimum voor een opdracht geldt. ‘Voor minder doe ik het niet. Voor het maken van een foto ben je toch minstens een halve dag kwijt en dan praat ik niet eens over de brandstof- en andere kosten. Dan maar minder opdrachten.’

Terwijl de prijzen dalen, neemt het aantal fotografen toe. Amateurs beschikken over professionele camera’s en dichten zich kansen toe. Fotovakscholen, lokale culturele instellingen en kunstacademies leveren jaarlijks honderden volleerde studenten af. ‘Ieder mens is tegenwoordig fotograaf’, zegt Peters, ‘Het is een vrij beroep. Er kleeft iets aantrekkelijk romantisch aan: je bent veel buiten en onder de mensen. Maar het levert wel een overaanbod op. Er zijn gewoon te veel fotografen.’

Toch is er sprake van licht optimisme, het einde van de malaise is in zicht. Fotoprijzen lijken niet verder te dalen, de overgebleven fotografen zijn inventiever en strijdbaarder dan ooit. Het is een ontwikkeling die door de meeste ingewijden wordt waargenomen. ‘De prijzen stabiliseren’, beaamt Hollandse Hoogte-directeur Van Beek. ‘Er gloort licht aan de horizon.’ Hij bespeurt in de fotojournalistieke en commerciële media een toenemende erkenning van kwaliteits­fotografie. ‘Je kunt niet aan de gang blijven met plakjes komkommer die je van de Microsoft-website plukt. Bladen willen zich identificeren en hun bestaansrecht aantonen. Ze creëren weer budget voor goede fotografie. Daarnaast blijven ze voor bladvulling gebruik maken van goedkope foto’s. De prijzen zijn nog niet van het oude niveau, maar we gaan vooruit.’ De stabilisering is ook zichtbaar bij het ANP en dagbladen, zoals het Algemeen Dagblad. De tarieven zijn daar gehandhaafd, de fotobudgetten zelfs iets verruimd.

Van Beek wijst op een ‘trendbreuk en een compleet nieuw fenomeen’, namelijk het afstoten van fotoredacties en het inroepen van externe organisatie en vakkennis. Zo verzorgt Hollandse Hoogte voor Wegener de nieuwsfotografie en -productie, sinds het mediaconcern afscheid nam van het ANP. ‘Wij maken in opdracht van Wegener duizenden plaatsingen beschikbaar voor een pool van fotografen die hun inkomsten de laatste jaren zagen indrogen. Ze behouden daarbij hun auteursrecht. Voor de klant is het ook nieuw: hij hoeft niet overal meer te zoeken. Wij bieden de hele range, van nieuws, tot sport, entertainment en historie.’

Nieuwe ‘verdienmodellen en volume­contracten’ horen bij een veranderende fotomarkt. Fotografen zullen zich erbij moeten neerleggen en moeten inspelen op de ontwikkelingen.

‘De tijd dat je naast je telefoon op opdrachten kon wachten ligt achter ons’, meent Peters. ‘Er gebeuren ook leuke en goede dingen. Je moet je terrein verleggen. Probeer je minder afhankelijk te maken van opdrachtgevers. Er valt echt iets te halen, want er wordt bij de wilde beesten af gecommuniceerd. Dan maar een foto op intranet van een verzekeringsmaatschappij in plaats van de voorpagina van Trouw.’

Van de Griendt volgt al jaren zijn eigen spoor en weet te overleven. ‘Ik wil niet klagen. Ik kan er gelukkig van leven, al moet ik er meer mijn best voor doen. Je moet slim zijn. Ik breid mijn werk uit, naast fotograaf heb ik me meer op film gericht. Zo werk ik voor reclamebureaus, zonder mijn eigen terrein te verlaten. Ik blijf geïnteresseerd in jongerencultuur, alleen laat ik dat nu op meerdere wijzen zien.’

Het hernieuwd optimisme sluit aan bij de uitkomsten van het door Phyrrulla uitgevoerde onderzoek. Freelancers mogen over het aanzien van hun beroep, pensioen en omzet somber zijn, velen lijken echter wel te geloven in verhoging van de tarieven op de langere termijn. En vrijwel zonder uitzondering denken ze over een jaar nog altijd freelancer te zijn. Het optimisme neemt licht toe. ‘Misschien zijn freelancers wel in staat flexibeler in te spelen op de werkelijkheid dan andere beroepsgroepen’, verklaart onderzoeker Vinken. ‘Het is een groep die fel op de veranderingen reageert. Ze hebben zich bij de daling van tarieven neergelegd. Maar ze staan ook op hun strepen als het om auteursrechten gaat. Het lijkt wel of fotografen energie putten uit de crisis.’

Nog geen reacties

Om te reageren moet je een Villamedia Account hebben en moet je eerst ingelogd zijn.

Villamedia Sluiten

Inloggen

Registreren

Vul onderstaande gegevens in voor exclusieve toegang voor NVJ-leden.