Deze journalisten komen (toevallig) allemaal uit Hoogeveen
Hoogeveen is een middelgrote gemeente met zo’n 55 duizend inwoners. Toch viel het ons op dat er een lange lijst bekende journalisten vandaan komt. Villamedia reisde naar de Drentse gemeente af, samen met een gezelschap journalisten die er hun roots hebben.
Dit artikel wordt met je gedeeld door NVJ-lid Rutger de Quay. Ook lid worden?
Wat zit er in het water in Hoogeveen? Hoe langer je ernaar zoekt, hoe meer journalistieke namen er vandaan lijken te komen. Een greep: Wilma Haan (adjunct-hoofdredacteur NOS), Guus Valk (chef politiek NRC), Freek Staps (hoofdredacteur ANP), Marc Veeningen (hoofdredacteur Hart van Nederland) en Jurgen van den Berg (presentator NPO Radio 1). Allemaal groeiden ze op in de Drentse gemeente. Dat geldt ook voor politiek verslaggever voor Hart van Nederland Merel Ek, WNL-hoofdredacteur Bert Huisjes, interviewer Antoinnette Scheulderman, sportcommentator Herbert Dijkstra en voormalig Journalist van het Jaar en onderzoeksjournalist voor Nieuwsuur Jan Kleinnijenhuis. En dan vergeten we er ongetwijfeld nog een paar.
Voor Villamedia reisde een select clubje af naar hun voormalige woonplaats om daar antwoord te vinden op de vraag: hoe komt het dat Hoogeveen hofleverancier lijkt voor onze Neerlandse journalistiek?
Eén voor een druppelen ze op vrijdagmiddag binnen. Op hun vrije middag voelt het als een reünie. ‘Waar zat jij op school?’ ‘Wat was jouw favoriete kroeg?’ Tot hun eigen tevredenheid blijkt het centrum van Hoogeveen niet of nauwelijks veranderd.
Leonora de Vries, redactiechef van de Hoogeveensche Courant – sinds 1857 – slaat het tafereel met genoegen gaande. Als iemand kan weten waarom Hoogeveners de journalistiek graag tot hun beroep maken, is zij het wel. Haar wieg stond weliswaar onder de rook van Eindhoven; voor de liefde kwam ze in Drenthe terecht. Daar verpandde ze haar hart aan Hoogeveen. Sinds 1998 werkt ze voor de Hoogeveensche Courant.
Ze vindt het niet zo gek dat er – relatief – zoveel journalisten uit Hoogeveen komen. De gemeente telt naast Hoogeveen een aantal ‘satellietdorpen’, het verschil tussen stad en dorp zorgt voor balans, zegt ze. Het zorgt voor een afwisseling tussen ‘stad en dorp’. Samen met een rijk verenigingsleven zorgt het ervoor dat er altijd wel iets te doen is.
‘Hoogeveen is geen bruisende Randstad’, zegt De Vries. ‘Maar het is wél levendig. Als je de boel levendig wil houden, moet je iets ondernemen. Anders verveel je je dood.’ In de gemeente zijn talloze sportverenigingen en clubs. ‘Het naoberschap is hier sterk, er is veel samenwerking. Er zijn veel verschillende kerken, dat zorgt voor wrijving.’
Maar Hoogeveen is té klein om elkaar op de huid te zitten. ‘Iedereen respecteert elkaar.’ Aan de ene kant is er ‘schisma’, en aan de andere kant ‘de noodzaak om samen te werken’. Dat zorgt ook voor nieuwsgierige journalisten (in de dop), vindt De Vries.
Een lokaal medium zoals de Hoogeveensche Courant is het ‘cement’ tussen de stenen van de samenleving, zegt ze. En de journalisten zitten ‘als haarvaten’ in de samenleving. De redactie van de krant zit midden in het centrum: iedereen die iets te melden heeft, valt wel binnen. Als een ware tour guide leidt De Vries het bonte gezelschap voor de gelegenheid rond, ze kan feilloos aanwijzen wat er wel en niet veranderd is.
Dat geldt ook voor het café waar de journalisten elkaar ontmoeten, Grandcafé Marron aan de Hoofdstraat, waar vroeger de redactie van de Hoogeveensche Courant en de kabelkrant gevestigd was. Uiteindelijk belandt een klein groepje voor de ‘naborrel’ in een kroeg ietsje verderop, waar Wilma Haan jarenlang ‘stamgast’ was: ‘Er is echt niéts veranderd.’
WILMA HAAN(40), adjunct-hoofdredacteur bij de NOS, is geboren in Amsterdam en verhuisde op haar 13e naar Nieuweroord, gemeente Hoogeveen

Heb je je eerste stappen in de journalistiek gezet in Hoogeveen?
‘Tijdens mijn studie in Zwolle schreef ik voor de Hoogeveensche Courant. Om de week maakte ik de interviewpagina in de vrijdagkrant. Het was véél tekst, soms was het heerlijk en soms een worsteling om het vol te tikken. Maar het heeft wel enorm bijgedragen aan mijn schrijfvaardigheid en hoe je interviews afneemt. Ik deed van alles, er was jaarlijks een voetbalbijlage – fietste ik langs alle voetbalclubs in de regio. ’
Hoe heeft Hoogeveen bijgedragen aan je journalistieke ontwikkeling?
‘Hoogeveen heeft een enorme slinger gegeven aan mijn schrijfvaardigheid, het interviewen en van alles een onderwerp kunnen maken. Als je zo’n hele grote pagina moet vullen, word je vanzelf creatief. Na mijn studie journalistiek in Zwolle ontwikkelde ik de wens om de wijde wereld in te gaan. Toen trok Amsterdam meer. Maar toen ik nog paardensport deed, was deze omgeving er perfect voor.’
Waarom denk je dat er zo’n bont gezelschap aan journalisten uit Hoogeveen komt?
‘Ik houd van toeval, laat ik het daarbij houden.’
JURGEN VAN DEN BERG (58), presentator bij Omroep MAX op NPO Radio 1, is geboren en getogen in Hoogeveen. Hier begon ook zijn journalistieke carrière

Wat heeft Hoogeveen je journalistiek wel of niet gebracht?
‘Ik was altijd al geïnteresseerd in het werken bij de radio. Ik ben begonnen met plaatjes draaien bij een piratenzender, maar het presenteren op de radio en het maken van goede verhalen bouw je in de loop van de jaren op. Je leert een hele hoop door gewoon zelf te doen en ook door het maken van fouten. Ik schreef voor de schoolkrant en een collega van discotheek Hollywood studeerde al journalistiek. Zo werd ik op het spoor gezet.’
Heb je je eerste stappen in de journalistiek in Hoogeveen gezet?
‘Het zijn vooral de eerste dingen die ik heb gedaan, zoals radiootje spelen, stukjes schrijven, ingezonden brieven schrijven. Dat zijn dingen die allemaal wel in Hoogeveen zijn gebeurd. Ook veel luisteren, ik ben een echte radioman en ik luisterde daardoor veel naar de radio en daar leer je al heel veel van.’
Wat maakt Hoogeveen in jouw ogen bijzonder? Kom je er nog regelmatig?
‘Ik vind Hoogeveen niet zo bijzonder. Ik woon nu in Utrecht en dat vind ik gewoon een leuke stad. Maar ik zal nooit negatief over Hoogeveen praten. Ik ben hier groot geworden en kwam, voordat mijn ouders overleden, nog vaak bij hen en nu ook nog bij mijn zus in Nieuweroord. Ik relateer het aan een onbezorgde tijd. Maar dat zit ook in de aard van de nuchtere noorderling denk ik.’
Waarom zouden er zoveel journalisten hier vandaan komen denk je?
‘Ik denk dat het puur toeval is dat er zoveel journalisten uit Hoogeveen komen. We zitten ook allemaal in andere leeftijdsgroepen.’
GUUS VALK (45), chef politiek bij NRC, is geboren en getogen in Hoogeveen. Hij vertrok op zijn 18e naar Groningen, om Nederlands en journalistiek te gaan studeren

Heb je je eerste stappen in de journalistiek gezet in Hoogeveen?
‘Ik heb, toen ik Hoogeveen al had verlaten, een keer in de interviewrubriek van de Hoogeveensche Courant gestaan, over een boek dat ik schreef als correspondent in de VS. Mijn ouders hebben dat, natuurlijk, uitgeknipt. Mijn eerste stappen zette ik elders. Er was lokale radio, maar iemand zei dat ik daar te jong voor was. Uiteindelijk ben ik naar Groningen vertrokken om te gaan studeren, er is hier immers geen hoge onderwijsinstelling. De school had wel een schoolkrant, maar somehow ben ik daar nooit terecht gekomen. Ik heb alleen eens een ingezonden brief gestuurd over waarom ik de schoolkrant niet vond deugen, dat was niet zo aardig en collegiaal van mij. Uiteindelijk ben ik bij NRC terechtgekomen. Het is wel grappig als je erop gaat letten: ik ben een van de weinigen bij NRC die niet uit de Randstad komt.’
Waarom denk je dat er zo’n bont gezelschap aan journalisten uit Hoogeveen komt?
‘Hoogeveen was tussen 1970 en 1990 een groeigemeente, er kwamen zo’n 35.000 inwoners bij. Veel mensen die je nu boomers noemt, zijn hier komen wonen en stichtten een gezinnetje. Mijn ouders hebben, zoals veel mensen van deze opkomende middenklasse, zelf niet aan de universiteit gestudeerd, maar stimuleerden hun kinderen dat wel te doen. Journalistiek is een emancipatieberoep, je hoeft niet van adel te zijn om journalist te worden. Veel Hoogeveeners hebben een humble background. Het heeft denk ik een sociaaleconomische reden.’
MARC VEENINGEN (44) komt uit De Wijk, maar zat op de middelbare school in Hoogeveen. Het volgen van de gemeentelijke politiek was de start van zijn carrière

Wat heeft Hoogeveen je journalistiek gebracht?
‘Ik denk niet dat het per se aan Hoogeveen ligt dat ik de journalistiek in ben gegaan. Wat de journalistiek mij wel gebracht heeft toen ik bij RTV Drenthe werkte, is dat ik heel intensief de gemeentepolitiek ben gaan volgen. Zowel voor als achter de schermen. Ik denk dat het politieke spel volgen en het doorgronden daarvan vooral in de Hoogeveense fase is gebeurd. Dat is, terugkijkend, wel mede vormend geweest voor mijn journalistieke ontwikkeling.’
Heb je je eerste stappen in de journalistiek ook in Hoogeveen gezet?
‘Mijn echte eerste journalistieke stap was bij de lokale media. Zoals stukjes schrijven voor de Meppeler- en de Steenwijker Courant en de politiek op de voet volgen.’
Wat maakt Hoogeveen in jouw ogen bijzonder? Kom je er nog regelmatig?
‘Ik had vroeger alle ruimte om dingen te doen. Ik heb zelf ook kinderen en ik denk dat je ze in Hoogeveen makkelijker loslaat dan in stedelijk gebied en dat je daardoor best veel ruimte krijgt in je ontwikkeling. Misschien is het valse nostalgie maar ik ervaar het alsof het leven hier “prettiger” is. Het is leven op een andere manier. Wanneer ik de provincie Drenthe binnenrijd dan krijg ik een warm gevoel.’
Waarom zouden er zoveel journalisten uit Hoogeveen komen?
‘Hoogeveen brengt wel relatief veel hoofdredacteuren voort. Er zijn niet veel hoofdredacteuren in Nederland en dat er al vier uit Hoogeveen komen, dat is wel opmerkelijk. Kennelijk hebben Hoogeveners een drang om leiding te geven, maar ik denk ook dat dat toeval is.’
Ook al woonde FREEK STAPS (46) jarenlang in Hoogeveen, de geboren Brabander (Waalwijk) heeft nooit zijn uitbundigheid verruild voor het wat ingetogenere gedrag van een Drent. Hij verliet Hoogeveen in 1995 voor zijn studie geschiedenis en journalistiek aan de universiteit van Groningen

Heb je je eerste stappen in de journalistiek in Hoogeveen gezet?
‘Heel jong ben ik begonnen met een dierenkrant. In Waalwijk al. Ook op de lagere school in Hoogeveen bleef ik die maken, in een oplage van 200. Ik was hoofdredacteur en een goede vriend, ene Alex Klaassen, maakte de grappen.
Later als tiener ben ik bij de Hoogeveensche Courant binnen gewandeld en heb gezegd dat ik journalist wilde worden. Hoofdredacteur Jan Koers zei: “Heel goed, de Hoogeveense Harmonie heeft een miljoen kilo oud papier opgehaald, maak er maar een verhaal van”. Zo simpel ging dat.’
Hoe heeft Hoogeveen bijgedragen aan je journalistieke ontwikkeling?
‘Ik maakte ook de kabelkrant bij de Hoogeveensche Courant. In mijn eentje. Doodeng in het begin. Dat ik die kans kreeg vond ik heel bijzonder. Een hele verantwoordelijkheid. Dat heeft mij ook geleerd dat je mensen altijd kansen moet geven. Ik weet niet wat ik zou hebben gedaan met mijn loopbaan zonder dat ik deze kans had gehad.’
Waarom komen er, denk jij, zoveel journalisten uit Hoogeveen?
‘Misschien is het niet de vraag waarom er zoveel journalisten uit Hoogeveen komen, maar waarom er zoveel journalisten op leidinggevende functies. Kijk hier maar eens aan tafel! Theorieën over het waarom vind ik lastig. We kunnen het niet onderbouwen. Daar zou eens een wetenschapper op moeten promoveren. Het kan stom toeval zijn of misschien gebeurde hier niet heel veel en leerde je zien wat nieuws is. Of wilde je daardoor naar een plek waar meer nieuws was. Ik heb na Hoogeveen in Groningen gewoond en in Berlijn en Amerika. Misschien zocht ik wel het grotere nieuws?’
Interviews met medewerking van Leonora de Vries en Lyanne Blokzijl. Fotografie door André Weima.


Praat mee