website over journalistiek

x

Villamedia heeft een app

 

Exclusieve inhoud Sluiten

Een NVJ-lid heeft dit artikel met je gedeeld. Gratis een maand alles lezen? Klik hier.

Een NVJ-lidmaatschap geeft je recht op:

  • Persoonlijk advies
  • Juridisch advies & rechtsbijstand
  • Perskaart
  • Korting op cursussen
  • Villamedia magazine

Word lid Verder lezen

De reorganisatie bij KRO-NCRV is de vijfde in vijf jaar voor Roos van Tongerloo

Roos van Tongerloo — Geplaatst op dinsdag 9 oktober 2018, 11:00

© Truus van Gog

Persoonlijk Het was deze tweet van Roos van Tongerloo (30), redacteur bij Brandpunt+, die de redactie van Villamedia raakte: ‘Ik werk nu vijf jaar als journalist en heb vijf nare reorganisaties meegemaakt. Noem het pech, noem het de realiteit of een teken des tijds... ik word er moedeloos van.’ Nog maar pas begonnen in de journalistiek en dan al vijf keer je baan op het spel. Wat doet dat met je? En met je collega’s?

Ik ben het wel gewend: op een dinsdag, na de eerste koffie, landt er een mailtje op de redactie waarin staat dat we later op de dag ‘bij elkaar moeten komen’ op een ongemakkelijke plek. Een achteraf feestzaaltje, een vergaderruimte in de kelder, of tussen de bureaus op een redactievloer. Zo’n mail bestaat meestal uit korte zinnen, die niks zeggen maar een rotdag voorspellen: wie iets leuks te vertellen heeft, gebruikt eerder een woord te veel dan te weinig.

De directeur, hoofdredacteur, eindredacteur of chef , begint het praatje meestal met ‘Zoals jullie waarschijnlijk al wel wisten…’. Alsof hij – het was altijd een hij – zichzelf voor het gemak aanpraat dat het om een formaliteit gaat, waar niemand van slag van kan zijn. We zien een PowerPoint-slide met een grafiek waar niemand blij van wordt: kijk-, luister-, klik-, lees-, of verkoopcijfers gaan achteruit, en er moet iets veranderen. En, zegt hij met nadruk, wij zijn niet de enigen met dit probleem. Het is de journalistiek: we hebben het met z’n allen niet gemakkelijk.

Ja, dat wisten we al.

Het woord ‘reorganisatie’ wordt pas aan het einde van het praatje uitgesproken. De term wordt zo lang mogelijk verpakt in andere woorden en zinnen, zoals ‘innovatie’, ‘met de tijd meegaan’, ‘vernieuwen’, en ‘heruitvinden’. De stukken daartussen worden opgevuld met versleten modetermen als ‘millennials’, ‘lean’, ‘agile’, en ‘data’ (op z’n engels). Als het woord dan toch valt, kijken de meeste mensen naar de grond, en slaan hun armen over elkaar. Nadat de redactie vragen heeft kunnen stellen, waarop geen of slechts diplomatieke antwoorden worden gegeven, eindigt de PowerPointpresentatie met een datum, naast het logo van het bedrijf. ‘Nu kunnen we nog weinig zeggen. Dan weten we meer.’

Omdat media gek zijn op media, staat het praatje de volgende dag in de krant (en sowieso op villamedia.nl). Elke redacteur kan hetzelfde bericht verwachten vanuit het netwerk, of bezorgde vrienden: ‘Oh nee! Word je ontslagen?’ Gelukkig hebben we die ene datum paraat: ‘Ik kan nu nog weinig zeggen. Dan weet ik meer.’

Op elke redactie barst het tegenwoordig van de glazen hokjes die geluidsdicht horen te zijn. Ze zijn het boegbeeld van schijntransparantie. Na zo’n praatje, zitten die hokjes wekenlang vol. We zien vanachter onze bureaus hoe gezichten betrekken en er in ogen gewreven wordt. De spanning, die aan bureaus en bij de koffieautomaat voor de vorm wordt ontkend, bouwt zich op achter glas en stroomt door kieren de redactie op.

Tijdens de lunch hoor ik mensen praten over vorige reorganisaties. ‘Het is maar goed dat je hier drie jaar geleden niet rondliep, Roos. Of zeven jaar, ja: toen was het pas erg.’ Het lijkt alsof iedere journalist er zeker twintig achter de rug heeft en zich schrap zet uit gewoonte.

Ik werk vijf jaar als journalist en heb het elk jaar een keer meegemaakt, zo’n reorganisatie. Lang niet altijd even heftig, maar in grote lijnen volgens een vast scenario. Ik liep stage bij HUMAN, werkte bij De Telegraaf, en pakte twee reorganisaties mee bij Vrij Nederland. Nu bij de KRO-NCRV de afdeling journalistiek aan de beurt is, lijkt het alsof ik elk schip dat ik enter (voor even) aan het zinken breng. ‘Titanic van Tongerloo’, zei laatst iemand. Spot on. Het is zo’n absurd gegeven, dat ik er lacherig van word. Lang leve het toeval, dat van mij die persoon maakt die zich nog net een overvolle lift in wurmt, waardoor het ding stil komt te staan met de deuren dicht. ‘Shit, sorry.’

Al die keren mocht ik mijn baan houden (klop het af, klop het af), of werd ik net op tijd weggeplukt door een nieuwe werkgever. Ik vond, en vind, het een vreemde positie: de chaos en het verdriet van de mensen die bang zijn voor, of al van hun ontslag weten, gaan me aan, en maken me kwaad en somber. Natuurlijk: het is een godsgeschenk dat ik mag blijven, maar het verlies van je team, je redactie, of je titel gaat je niet in de koude kleren zitten. Ik heb me nog niet eerder zo gemotiveerd en betrokken gevoeld als afgelopen weken bij Brandpunt+, en zou er een hoop voor geven om met deze club televisieredacteuren te blijven werken. Mag je dat uitspreken, als jouw probleem alleen relatief bestaat? Ik betrap mezelf op kinderachtige, ongepaste pogingen iets voor de redactie betekenen: ik haal taart en koffie, neurie, en zeg net iets te hard ‘Goedemorgen!’. Zolang ze maar zien dat ik van mezelf geen slachtoffer maak.

Dat ik relatief veilig ben, zit ’m in mijn plek op de redactie: ik werk voor het meest toekomstbestendige deel van welke titel dan ook: online. Een eilandje dat, voor mijn gevoel, binnen de journalistiek lang over het hoofd is gezien, maar dat – anders dan de scheepjes van papier– veilig boven water blijft.

Toen ik vier jaar geleden vertrok bij De Telegraaf, wenste een collega me succes als ‘webredacteur’. Hij sprak mijn functietitel uit met spot in zijn stem, en een beetje meelij. Het is een hardnekkige denkfout – dat online journalistiek onderdoet aan een gedrukt blad of een televisie-uitzending – die tijdens een reorganisatie voor wrok en ongemak zorgt. Zonde: dit eiland-denken zit journalistiek in de weg, en verdeelt de redactie.

Toen ik begon bij Brandpunt+, in februari, werkten we aan iets nieuws. Constructieve journalistiek, op televisie en online. Ik had er zin in: iets nieuws. Op de kluisjes stonden foto’s van de redacteuren, op de muur manshoog het nieuwe logo. De man die de stickers op de kluisjes plakte, vergat mijn foto. (Of het zat anders, ik weet het niet.) Ik tekende mijn gezicht op een memo, en hing ’m op het witte deurtje. Een maand later waren twee fotokluisjes leeg. De maand daarna drie. De glazen hokken vol. Dinsdag hadden we mail: na de lunch moesten we ‘even bij elkaar komen’.

Roos van Tonger­loo (30) was binnenland- en sfeerverslaggever bij De Telegraaf, webredacteur en algemeen redacteur bij Vrij Nederland, en werkt nu als redacteur journalistiek bij Brandpunt+.

1 reactie

Om te reageren moet je een Villamedia Account hebben en moet je eerst ingelogd zijn.

  1. 1. Sander van Kasteren, 14 oktober 2018, 15:35

    Volgens mij kent iedere journalist dit verhaal. Ik heb zelf 2 reorganisaties en verschillende overnames meegemaakt in de vier jaar die ik nu journalist ben. Mijn beide stagebedrijven bestaan inmiddels al niet meer wegens gebrek aan baten of tegenvallende kijkcijfers. Wat menig hoofdredactie zich - in mijn ogen - te weinig lijkt te realiseren dat een redactie meer is dan de som der delen. Het is een kennisinstituut en met iedere reorganisatie sijpelt er meer kennis weg. Ook het feit dat tegenwoordig wordt gewerkt met een ‘flexibele kern’ draagt niet bij aan een toename van kennis op de Nederlandse redacties. Pijnlijk.

Journalist van het jaar 2018

Villamedia Sluiten

Inloggen

Registreren

Vul onderstaande gegevens in voor exclusieve toegang voor NVJ-leden.