Woordvoerder Rachid Finge ziet de journalistiek veranderen: ‘Wederhoor is niet echt in fashion meer’
Toen Rachid Finge in 2016 de NOS verliet, kreeg hij van zijn kersverse concullega’s van Microsoft een kaartje met Darth Vader uit Star Wars erop cadeau. Achterliggende gedachte: hij stapte over naar de dark side, de kant van de communicatie en woordvoering – Finge is verantwoordelijk voor de persrelaties van Google in Nederland. Maar zo ‘dark’ was het helemaal niet, ontdekte hij al doende.
Dit artikel wordt met je gedeeld door NVJ-lid Jan Daalder. Ook lid worden?
Elf jaar lang werkte Finge bij de NOS. Piepjong was-ie nog toen hij, vers van het VWO, werd aangenomen als nieuwsredacteur. Niet veel later werd hij nieuwslezer in het holst van de nacht en één van de vaste nieuwslezers op 3FM. Het was een jongensdroom die uitkwam: ‘Ik ben altijd gek geweest op de radio’.
In theorie had Finge veertig jaar lang als nieuwslezer kunnen werken, zegt hij. Maar na een aantal jaar begon het toch aan hem te knagen. Niet zozeer omdat hij diep van binnen een echte ‘techjongen’ is en daarom iets meer die kant op wilde, maar ook omdat je als radionieuwslezer ‘de ondankbare taak hebt om de luisteraar vaak als eerste te voorzien van hele vervelende informatie’, aldus Finge.
Slecht nieuws
En we hadden nogal wat slecht nieuws in de tijd dat Finge voor de NOS werkte – van 2005 tot 2016. Vanaf 2014 volgden de terroristische aanslagen in Europa zich snel op, banken vielen om, de economie zakte in. ‘Ik kan mij nog goed herinneren dat de eerste Nederlandse militair stierf in Afghanistan – hij werd bij naam genoemd in het bulletin. Dat voelde voor mij erg zwaar, je weet dat er mensen zijn die hem kennen en nu luisteren. Moet je ze confronteren met slecht nieuws.’
In maart 2016, nét voordat Finge vertrok bij de NOS, vonden in Brussel een reeks terroristische aanslagen plaats met een omvang en inpact die in Europa nog zelden zo gezien was. ‘Europa’s 9/11’, zei men later. ‘Voor journalisten was dat breaking news, iedereen gaat harder rennen en werken’, blikt Finge terug. ‘Voor mijzelf was het een opluchting – wetende dat ik het werk niet lang meer hoefde te doen.’
Verwacht niet dat Finge bij Google nu louter bezig is met positief nieuws, verre van zelfs. ‘Want ik heb óók te maken met negatief nieuws. Het werk blijft in essentie hetzelfde: je vertelt verhalen, alleen de bron is anders, en de intentie soms ook.’
Meer ‘factchecker’ dan ‘spindoctor’
Nu hij aan ‘de andere kant’ zit, merkt Finge dat er - over en weer - vaak (onnodig) gegeneraliseerd wordt. In het geval van Google wordt het bedrijf vaak tot big tech gerekend, met de nodige associaties op het gebied van privacy en machtsconcentratie. Finge stoort zich soms aan die vooroordelen, volgens hem werkt Google in praktijk anders dan bijvoorbeeld Facebook. Soms voelt Finge zich meer een ‘factchecker’ dan ‘spindoctor’, zegt hij.
Als woordvoerder vindt hij het belangrijk dat er ‘goede journalistiek’ bedreven wordt en dat hij daar een ‘behulpzame’ rol in speelt. Zo denkt hij dat als hij een tekst vol rood retour stuurt niet per se dat de journalist zijn of haar werk niet goed heeft gedaan, maar dat ‘we elkaar misschien toch niet helemaal begrepen’. Tegenover journalisten handelt hij altijd ‘te goeder trouw’: ‘Ik ben er niet op uit om hen op het verkeerde been te zetten of onjuiste informatie te geven’.
Vaak leeft het idee dat woordvoerders zoveel mogelijk proberen om het straatje van het bedrijf waarvoor ze werken schoon te vegen. Maar Finge probeert zo goed mogelijk antwoorden te geven op vragen van journalisten. ‘Ik probeer mijn journalistieke pet op te houden, indien mogelijk.’ Binnen Google zijn er, denkt Finge, wel collega’s die regelmatig denken: ‘Daar heb je hem weer, die man denkt nog dat-ie journalist is’.
Wederhoor
In de loop der jaren ziet Finge wel dat ‘wederhoor’ in zijn ogen gedegradeerd is tot ‘een luxe’ in plaats van een journalistieke vuistregel. ‘Er zijn veel verhalen waar Google mee te maken heeft of een rol in speelt. Je zou dan verwachten dat een journalist belt voor wederhoor. Dat gebeurt – helaas – in afnemende mate.’
Wederhoor is niet echt in fashion meer
Misschien heeft dat, erkent Finge, ook te maken met de (hoge) werkdruk waar journalisten onder presteren en de manier waarop nieuwsredacties werken. Er zijn sinds zijn vertrek bij de NOS de nodige (online) kanalen bij gekomen. In het begin - Google had lang geen Nederlandse perswoordvoering - dachten journalisten vaak dat ze gephished werden als Finge namens Google belde. ‘Dat is inmiddels gelukkig veranderd. Ze wéten dat we er zijn. Maar wederhoor is niet echt in fashion meer.’
Anderzijds ziet hij dat het communicatievak niet altijd direct en zo snel mogelijk antwoord geeft op persvragen. ‘Probeer helder te zijn, ook in wát je precies antwoordt. En schrijf ’t helder op, niet zoals een brief van de fiscus die je drie keer moet lezen voordat je ‘m begrijpt.’
Zeggen waar het op staat, óók als je juist (nog) geen antwoord kan geven, is het devies van Finge.
Bovendien is de kans groot dat je de journalist of woordvoerder in kwestie nog eens vaker aan de telefoon krijgt - Nederland is klein - dus dáárom is het juist belangrijk dat de relatie goed blijft, vindt Finge.
Heimwee naar de journalistiek heeft hij niet specifiek, maar soms jeuken z’n handen nog wel eens als hij nieuws voorbij ziet komen. ‘Als journalist heb je wel de complete vrijheid om te schrijven wat je wil en je in dossiers vast te bijten. Achteraf had ik mij misschien ook wat vaker ergens in vast moeten bijten.’
LEES OOK: De lessen voor de pers met Rachid Finge uit 2019
OVER DEZE SERIE
In de rubriek ‘De Overstap’ spreekt Villamedia met voormalig journalisten die zijn zijn overgestapt naar The Dark Side, zoals de communicatie en woordvoering soms met dedain genoemd wordt. Over en weer bestaan er veel vooroordelen en op z’n tijd irritaties voor elkaar, maar is dat eigenlijk wel terecht? Villamedia vraagt het aan ‘de overgestapten’ zelf, en hoe zij - met de kennis van nu - terugkijken op de journalistiek. Tips voor deze rubriek? Mail naar redactie@villamedia.nl o.v.v. ‘De Overstap’.


Praat mee