De hardnekkigheid van de deadline
Een van de grootste problemen die de journalistiek ging treffen, zo dacht men in de begintijd van het web, was dat deadlines niet meer zouden bestaan. Je publiceerde gewoon als je het stuk af had, want er was geen reden meer om het op te sparen.
En dat was geweldig, want nieuws werd echt nieuws, maar dat tegelijkertijd ook een ramp.
Er zou een ‘ratrace’ ontstaan om de primeurs, een allesverslindende haast waarin zorgvuldigheid het ondergeschoven kindje dreigde te worden. Redacties werden publicerende lopende band medewerkers met permanente scoopstress.
Anno 2010 kunnen we op die angst terugkijken en zien dat het wel meevalt. Toch schuilt er wel een kern van waarheid in de onheilsprofetie. Ongetwijfeld is de neiging om wat sneller af te drukken, zonder die paar checks, bij Nederlandse media wel gegroeid. Sociale media als Twitter werken de vorming van hypes nog meer in de hand. Een gerucht kan echt in een paar uur als een veenbrand door het land vreten. Het wordt vaak vergeten, maar het web kent ook de bijbehorende correctiemechanismen: doordat voor elk onderwerp zoveel deskundigheid online is, kan iets ook razendsnel ontzenuwd worden. Maar ik vrees dat de meeste mensen meer houden van het verhaal, dan van de ontnuchtering.
Het meest interessante is de deadline zelf. Hoewel de workflow van een nieuwsredactie ongetwijfeld vloeibaarder is geworden, verzet de deadline zich tegen uitsterven. Steeds vaker ontdekt men eigenlijk dat mediaconsumenten het eigenlijk best fijn vinden dat er vaste tijden zijn, zodat ze als Pavlovs honden zichzelf kunnen africhten.
Zo publiceert developer Gerard van Enk elke morgen op Twitter wat hij interessante nieuwtjes vindt en dat is voor meer dan 1300 mensen een ochtendritueel. Een grote hit onder basisschoolleerlingen kiest een dag in de week: Annoying Orange, een webisode over een inderdaad verschrikkelijk irritante sinaasappel verschijnt dan in een nieuwe aflevering op Youtube en claimt het bijna-weekend-gevoel, elke vrijdagmiddag. Het Parool vult de nieuwsbrief ‘Het lunchnieuws’ dat elke dag om 12.00 verschijnt. Misschien wordt een vast tijdstip in de toekomst wel het ultieme middel om geld te verdienen. Je kunt je een abonnementsvorm voorstellen, waarbij je het beursnieuws een paar uur eerder krijgt dan de rest. In een informatiemaatschappij wordt een informatievoorsprong steeds belangrijk, en die kun je als medium – zeker als je over uniek materiaal beschikt - kunstmatig creëren en exploiteren.
Voor mij wordt het spannend om te zien hoe internetTV gaat functioneren. De komende jaren gaat de integratie van het web en het televisietoestel immers hard. Volgend jaar zal GoogleTV de omroepen nog eens extra wakker schudden. Natuurlijk moet daar alles on demand en beschikbaar zijn op de tijdstippen dat de kijkers wil. Maar wanneer wordt een programma beschikbaar? Als het af is? Of kies je dan als omroep toch vreemd genoeg voor een vast tijdstip of een vaste dag? En voor leden een uurtje eerder?
De deadline zou wel eens hardnekkiger kunnen blijken dan Google denkt…


Praat mee
2 reacties
Marije van den Berg, 17 september 2010, 09:18
Deadlines en een duidelijk verschijningsritme zijn juist online nodig.
Niet alleen om de lezer een logisch moment te geven om “naar uit te kijken” (belangrijk, kan elk merk je vertellen. “vier uur, cup a soup”, als je een tijd kunt claimen bij je doelgroep heb je het pas echt voor elkaar. dat snapt het Parool en die gasten van die sinaasappel doen dat ook (cool voorbeeld, kende het niet)).
Maar een deadline is vooral nodig om de bijdragen van de - onvermijdelijke :) - community te structureren.
Of van journalisten die daarbinnen opereren.
Er zijn namelijk maar weinig écht zelfsturende teams online, die zich aan hun eigen voornemen houden om ook de afgesproken dagelijkse, wekelijkse, of maandelijkse bijdrage te leveren.
Meestal moet daar een expliciete of impliciete opdracht aan vooraf gaan (of dat nu een betaalde of soms vrijwillige klus is).
(Dat weerspreekt overigens ook de suggestie in de Woerden-case van het experiment voor hyperlokale journalistiek (hulde!) van Bart Brouwers, namelijk dat de communitymanager kan “Lanceren, betrokkenheid verhogen door content en aandacht en vervolgens weggeven aan de gebruikers zelf.”. Dat kan mijns inziens alleen als er dan een nieuwe communitymanager opstaat. http://dodebomen.nl/2010/09/08/de-community-manager-aan-het-werk-pilot-woerden/) (Maar dat terzijde :)))
Want hoe vreemd ook, ook de meeste journalisten hebben gewoon een stok achter de deur nodig om hun goeie stuk “af” te verklaren en te publiceren.
En wanneer er geen zwoegende drukpers is die dat afdwingt, is een verschijningsritme van nieuwsbrief, twitterbulletin of een groep vol verwachting kloppende harten nodig.
De deadline is nodiger dan ooit.
Erikvh, 19 september 2010, 21:36
Dank, Marije, deze praktische overwegingen zijn ook zeker van belang. Het vlees is immers zwak. De deadline is dood, leve de deadline.