Afstudeerprijs Villamedia 2019

— vrijdag 20 mei 2016, 13:29 | 3 reacties, praat mee

Constructieve journalistiek is geen malle mode

Dat Elma Drayer zich ergert aan De Correspondent is haar goed recht. Eigenzinnige nieuwe media die volop experimenteren, mogen kritiek van vakbroeders en –zusters verwachten. Maar in haar column van vrijdag 13 mei in de Volkskrant slaat ze de plank volledig mis, schrijft Erik van Schaik, docent journalistiek in Zwolle. De opleiding daar specialiseert zich in constructieve journalistiek.

Drayer noemt het een pijnlijke misvatting dat De Correspondent zich heeft bekeerd tot de zogeheten ‘constructieve journalistiek’.

Heeft zij enig benul van het concept constructieve journalistiek? Ze haalt een citaat aan van Correspondent-adjunct Karel Smouter die zegt dat constructieve verhalen ‘mensen perspectieven willen aanreiken om te streven naar verandering’. Drayer vindt dit een ‘malle blik op de journalistiek’. Volgens haar moeten journalisten alleen maar ‘beschrijven wat er is gebeurd – niet minder maar alsjeblieft ook niet meer’.

Laat me haar uit de droom helpen: constructieve journalistiek is volop praktijk en wordt dagelijks beoefend, van GeenStijl met het Oekraïne-referendum tot aan Jeroen Pauw die een over Nederturken klagende Ebru Umar vraagt: ‘Wat is je oplossing?’ (uitzending 12 mei). Ook in de Volkskrant zijn tal van voorbeelden te vinden, en niet pas sinds gisteren. In 2004-’05 zette Yvonne Zonderop de Sociale Agenda op voor deze krant, een interactief project waarbij lezers en wetenschappers samen naar oplossingen zochten voor de grootste sociale problemen van Nederland.

Constructieve journalistiek is dus niet een nieuwe hype of een exclusief speledingetje van De Correspondent; het is een aanvulling op de oude journalistiek die zich beperkt tot waarheidsvinding. Daarmee draagt zij juist bij aan een completer beeld van de waarheid en de werkelijkheid. Want die werkelijkheid is meer dan alleen het nieuws dat de verstoringen van de bestaande orde registreert. Dat is vaak slecht nieuws en geeft een vertekend beeld van de werkelijkheid.

Constructieve journalistiek beoogt een integrale journalistieke aanpak, en voegt aan de klassieke vijf w’s (wie, wat, waar, wanneer, waarom) een zesde toe: wat nu? Constructieve journalistiek zoekt ook niet obsessief naar oplossingen, maar is veel breder. Zij richt zich op het stellen van toekomstgerichte vragen en op het verder engageren van het publiek dat vaak zelf al de eerstelijns journalistiek verzorgt via social media.

Het is dan ook niet of-of, het is en-en. Constructieve journalistiek stelt misstanden aan de kaak én zoekt naar oplossingen. Als een journalist bijvoorbeeld bericht over vluchtelingen, voegt hij een constructief element toe als hij deze mensen niet louter in beeld brengt als slachtoffers van oorlogen en rampen maar hun ook vraagt naar hun wensen, dromen en talenten. Daarmee beoogt hij zijn kijkers en lezers beter te informeren en te betrekken bij problematiek die tevens de hunne is.

Daarmee ook maakt de journalist zich meer relevant voor de burgers die hij dient. Onderzoek op het gebied van constructieve journalistiek wijst uit dat het publiek meer verlangt van de nieuwskanalen die het gebruikt. Men wil weten welke mogelijkheden er zijn om te reageren op het nieuws dat wordt aangeboden. Wat is de volgende stap? Het groeiende aantal media-organisaties in Scandinavië dat dit concept omarmt, ziet zijn abonnee-aantallen stijgen en ondervindt meer loyaliteit van zijn lezers.

De Correspondent is een van de uitgesproken vaandeldragers van constructieve journalistiek, en verkeert met onder meer The Economist, The Huffington Post en The Washington Post in goed gezelschap. In Nederland traint de opleiding Journalistiek van Windesheim in Zwolle haar studenten in het hanteren van constructieve elementen van journalistiek. Zij heeft de Deense topjournalist Cathrine Gyldensted aangetrokken, een van de pioniers van constructieve journalistiek. In december organiseert de opleiding een congres rondom het thema. Ik nodig Elma Drayer hierbij van harte uit.

Erik van Schaik is docent journalistiek op Windesheim en oud-redactiechef van het AD

Praat mee

3 reacties

Bob Goulooze, 24 mei 2016, 14:23

Ha ha ha, ik moest wel een beetje lachen -weliswaar als een boer met kiespijn, maar toch- toen ik hierboven geschreven zag staan dat de Correspondent zich in GOED gezelschap bevindt van The Economist en The Washington Post EN de Huffington Post.  The Huffington Post lees ik dagelijks en ik concludeer dat dit een van de meest ‘biased’ periodieken wereldwijd is. Daar staan, even gechargeerd gezegd, alleen maar als feiten vermomde meningen in.
Pure onwaarheden en feitelijke onjuistheden wisselen elkaar in rap tempo af. Daar is ook weinig constructiefs aan. Men heeft bij de Huffington Post een mening en die wordt met allerlei argumenten, waar of onwaar, geschraagd. Men schrijft klakkeloos andere pers over, hoewel dat niet iets typisch Hufington Post’s is. Dat doen de meeste kranten. Men checkt niet bij de bron en evenmin biedt men een constructieve uitweg.

Ik volg de Huffington Post dagelijks omdat ik op basis van een statistische, culturele, politiek-sociolologische analyse midden vorig jaar, had voorspeld dat Donald Trump de nieuwe president van de US zal worden. Ik werd door iedereen uitgelachen en ook hier in Nederland was niemand geintereseerd in die analyse. Liever citeerden de Nederlandse media collega’s die wel eens een paar jaartjes in de US hebben gewoond. Deze correspondenten werden als Amerika-kenner opgevoerd, maar debiteerden evenals de andere in bovenstaand artikel genoemde pers vele feitelijke onjuistheden en missers. Vooral aangaande het fenomeen Donald Trump dat geen van hen op waarde wist te schatten en evenmin ten aanzien van het Amerikaanse electoraat.

Enfin, ook de Huffington Post was er niet klaar voor en volhardde in het verspreiden van leugens, hear-say en andere aantoonbare feitelijke onjuistheden. Hoewel ik de Correspondent niet regelmatig lees, heb ik het idee dat, wat ik dan wel tot mij neem meestal goed doorwrocht is. En daarmee geenszins vergelijkbaar met de Huffington Post. Het, is feitelijk een enorme belediging voor de Correspondent. En het zegt ook iets over docent Van Schaik, dat hij als docent journalistiek aan Windesheim, de in de laatste alinea genoemde periodieken over een kam scheert. Het doet mij nu al vrezen voor de ‘topjournalist Cathrine Gyldensted’. Dat zal ook wel een biased opinion zijn, in plaats van een feit.

Bob G. Goulooze, Qontent Fox mediarelaties

Erik van Schaik, 25 mei 2016, 15:01

Beste Bob,
The Hufpost kiest (nog) niet voor de integrale aanpak van constructieve journalistiek, maar wijdt er een aparte sectie aan, getiteld: What’s working? Ik wijs mijn studenten op deze rubriek, waar je uitstekende voorbeelden vindt van gedegen journalistiek met constructieve elementen, naast eendimensionaal ‘positief nieuws’ waar ik de studenten juist voor waarschuw. In die zin zie ik de Huffington Post als goed gezelschap.

Jeroen Schepens, 19 december 2016, 00:53

Misschien past de Britse Guardian wel beter in dit rijtje..?

Colofon

Villamedia is een uitgave van Villamedia Uitgeverij BV

Postadres

Villamedia Uitgeverij BV
Postbus 75997
1070 AZ Amsterdam

Bezoekadres

Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Contact

redactie@villamedia.nl
020-30 39 750

Redactie (tips?)

Dolf Rogmans
Hoofdredacteur, 020-30 39 751

Marjolein Slats
Adjunct-hoofdredacteur, 020-30 39 752

Linda Nab
Redacteur, 020-30 39 758

Lars Pasveer
Redacteur, 020-30 39 755

Trudy Brandenburg-Van de Ven
Redacteur, 020-30 39 757

Anneke de Bruin
Vormgever, 020-30 39 753

Marc Willemsen
Webontwikkelaar, 020-30 39 754

Vacatures & advertenties

Karen Bais
020-30 39 756

Sofia van Wijk
020-30 39 711

Bereik

Villamedia trekt maandelijks gemiddeld 120.000 unieke bezoekers. De bezoekers genereren momenteel zo’n 800.000 pageviews.

Rechten

Villamedia heeft zich ingespannen om alle rechthebbenden van beelden en teksten te achterhalen. Meen je rechten te kunnen doen gelden, dan kun je je bij ons melden.