— dinsdag 27 maart 2018 11:00 | 1 reactie , praat mee

Cees van der Laan wil geen sensatie, alleen de feiten

Cees van der Laan wil geen sensatie, alleen de feiten
© TRIK

Cees van der Laan had als hoofdredacteur van Trouw een woelige start. Vrijwel direct kreeg hij de affaire rond Perdiep Ramesar voor zijn kiezen. Vier jaar later staat hij ontspannen aan het roer van het jubilerende dagblad, dat 75 jaar bestaat. De blik op vooruit. ‘Het was heel ingewikkeld, maar we hebben ons er wonderbaarlijk goed van hersteld.’ Laatste wijziging: 1 mei 2018, 11:39

Dit artikel wordt met je gedeeld door NVJ-lid Marjolein Slats. Ook lid worden?

Het is een wonder dat de krant nog bestaat, lezen we in de biografie van Trouw, die verscheen ter ere van het 75-jarige jubileum van de krant. In de oorlog begonnen als protestants-christelijke verzetskrant, kende Trouw ‘bovengronds’ wellicht een evenzeer stormachtige geschiedenis, getekend door fusies, bezuinigingen, oplage­dalingen, bestuurlijke ruzies en – in het recente verleden – de kwestie rond verslaggever Perdiep ­Ramesar, die door het gebruik van niet-bestaande bronnen het dagblad in een integriteitscrisis stortte. Ja, lezers en makers hebben wat te verstouwen gekregen de afgelopen 75 jaar, beaamt Cees van der Laan, sinds eind 2013 hoofdredacteur van de krant. ‘Maar Trouw is een hele veerkrachtige krant. Dat zou mijn conclusie zijn. Een krant die, zéker de laatste 35 jaar, voortdurend vernieuwt, verandert en nieuwe mensen aanspreekt.’ Na 75 jaar is er dan ook genoeg te vieren. Kwaliteits­media hebben ‘het sleuteltje gevonden waar de populaire media nog naar zoeken’, zegt Van der Laan. De oplage van Trouw bereikte in december een tevredenstemmende 110.000 exemplaren, rekent hij voor. De digitale groei gaat hard, en Trouw bewees zich de afgelopen jaren als een serieuze speler op het gebied van onderzoeksjournalistiek.

Nog niet zo lang geleden was het adagium op de redactie bij Trouw: een scoop is een leuk bijverschijnsel. Wanneer veranderde dat?
‘Dat is heel geleidelijk gegaan. In 2013 kwamen de ­OffshoreLeaks over internationale belastingfraude op ons pad, omdat redacteuren van Trouw zijn aangesloten bij het Internationaal Consortium van Onderzoeksjournalisten. Toen stonden we voor de beslissing: gaan we dit doen of niet? Het was heel atypisch voor Trouw. We wisten niet of het goed bij ons zou passen. Uiteindelijk hebben we gezegd: het is in het belang van de journalistiek om het gewoon te doen. En we gaan er heel veel van leren. Dat is uitgekomen. Na de OffshoreLeaks volgden LuxLeaks, SwissLeaks, de Panama- en Paradise Papers. Zodoende hebben we expertise opgebouwd, waarmee we het debat soms kunnen beïnvloeden. De Belastingdienst heeft zijn werkwijze op het gebied van ‘rulings’ (afspraken met multinationals, red.) bijvoorbeeld moeten aanpassen na publicaties in Trouw.

Sinds twee jaar hebben we ook een pop-up redactie die zich, zodra er een journalistieke aanleiding voor is, fysiek ergens vestigt om onderzoek te doen. Dat kan overal zijn. We hebben in een school gezeten, op een boerderij, in een probleemwijk. Mensen kunnen ons daar benaderen, en dan komt er van alles los.’

Hoe belangrijk is onderzoeksjournalistiek inmiddels?
‘Ik zeg altijd: je krijgt er geen abonnee extra mee, maar het draagt wel bij aan je status als serieuze krant. Wil je in dit enorme krachtenveld meedoen, moet je relevant zijn voor je lezers. Dat kan met onderzoeksjournalistiek, maar het zit ’m uiteindelijk in de mix. Trouw wil de lezer een breed palet aan verhalen aanbieden. Over de Panama - en de Paradise Papers, maar ook over zorg, onderwijs en duurzaamheid. En over religie, filosofie en levensbeschouwing, omdat veel van onze lezers daarin geïnteresseerd zijn. Met alleen primeurs jagen red je het niet, wil ik maar zeggen. Kijk naar De Telegraaf; dat is een nieuwskrant, en die redt het niet of nog niet. Of onvoldoende. Wij redden het wel.’

Wat me opvalt: er zit praktisch nooit iemand van Trouw aan een talkshowtafel om ergens een mening over te hebben, of een succes uit te venten. Waarom is dat?

‘We worden zo nu en dan wel uitgenodigd. Niet zo vaak als andere media. Misschien bestaat er een beeld dat wij een saaie krant zijn of wat dan ook, ik weet het niet.’

Dat imago lijkt altijd een beetje aan Trouw te kleven.
‘Ik heb er geen last van, en ik vind het ook geen probleem. Ik denk niet dat wij een saaie krant zijn; wel een hele degelijke en stabiele krant. We willen serieuze journalistiek bedrijven voor een grote groep, groeiende lezers. Geen sensatie. De feiten.’

Heb je tegenwoordig, in een medialandschap waar om het hardst om aandacht wordt geschreeuwd, die spotlight niet een beetje nodig om je krant te verkopen?

‘Onze taak is niet om een krant te verkopen. Onze taak is om een goede krant te maken. Ik heb al jaren de rotsvaste overtuiging dat je aanwezigheid in de media weinig of geen invloed heeft op je abonnementsoplage. Daarin zit niet de ontwikkeling van de krant. Ik vind: je moet gewoon een goede krant maken. We hebben behoorlijk wat redacteuren die op Twitter actief zijn, maar ik zeg er altijd bij: het moet niet afleiden van je werk. We willen verhalen van die redacteuren. Dat is het belangrijkste.’

Zeg je vaak nee tegen mediaoptredens?
‘Ik zeg wel eens nee. Het moet in het belang van de krant zijn.’ Dan, grijnzend: ‘Ik heb een tijdje geleden tegen jou nee gezegd.’

Dat was drie jaar geleden. Vier maanden daarvoor had de affaire rond veelbelovend Trouw-verslaggever ­Perdiep Ramesar zich geopenbaard. Van der Laan – koud een jaar hoofdredacteur – stemde in met een interview met Villamedia, maar zag er later toch vanaf. Het stof was nog niet ver genoeg neergedaald om uitgebreid in te gaan op de vraag hoe het mogelijk was dat een verslaggever zijn verhalen kon baseren op niet bestaande, anonieme bronnen. Na onderzoek trok Trouw 126 verhalen van Ramesar in – waaronder het spraakmakende artikel over de Haagse Schilderswijk, waar radicale moslims de dienst zouden uitmaken. Ramesar werd ontslagen. De redactie bleef verbouwereerd achter.

‘Het ligt al weer een tijd achter ons’, verzucht Van der Laan als het onderwerp nu alsnog ter sprake komt. Hij heeft het er duidelijk liever niet meer over. ‘Het was een heftige periode die we niet gauw zullen vergeten. Het was heel ingewikkeld, maar we hebben ons er wonderbaarlijk goed van hersteld.’ Het was bovendien een goed moment om de boel eens ‘flink op de schop te nemen’, zegt Van der Laan. Een externe commissie onder leiding van Jeroen Smit en Egbert Myjer deed onderzoek naar de werkwijze van Trouw, en de redactie nam de aan­bevelingen over. ‘Daar hebben we tot de dag van vandaag profijt van – al had ik deze hele zaak liever niet gehad.’

Het rapport loog er niet om: er was een ingrijpende cultuuromslag nodig. Wat hebben jullie gedaan?
‘We hebben de manier waarop we met bronnen omgaan stevig tegen het licht gehouden. Als redacteuren gebruik maken van anonieme bronnen, dan moeten wij dat als hoofdredactie weten. We hebben gezegd: het mag, maar bespreek ze met je chef of met de hoofdredactie. We willen de namen weten, en gaan ze soms ook gewoon controleren. Dat is iets waar we nu dagelijks alert op zijn. En dat heeft nog best wat voeten in de aarde. Een krant is een groot bedrijf waar veel mensen werken. Door de werkdruk kan er gemakkelijk iets tussendoor glippen. Als er onder een stuk staat dat de namen bekend zijn bij de redactie, kan de aanname snel zijn: het zal wel gecontroleerd zijn door een chef of een eindredacteur. Ik had laatst nog zoiets aan de hand. Een stuk met anonieme bronnen dat naar voren werd gehaald omdat er een ander verhaal was uitgevallen. We wisten niet wie de bronnen waren. Er werd gesuggereerd om te publiceren en het achteraf alsnog te checken. In zo’n geval zeg ik: nee. Ik wil eerst namen zien, anders gaat dat verhaal gewoon NIET door. Want dit is nou typisch hoe het altijd mis gaat. Een verhaal valt uit en er moet worden geschoven, iemand mist een trein, de eind­redacteur was al naar huis…’

Is het al eens zover gekomen dat je een verhaal hebt geschrapt?
‘Ja. Ja, ja. Of gesloopt.’

Gesloopt?
‘Ja. Dan gaan er passages uit. Dat is geregeld voorgekomen. Het gebeurt steeds minder, omdat mensen inmiddels weten hoe het gaat. Chefs moeten alle verhalen lezen, en de belangrijke vragen van tevoren stellen. Die cultuur hebben we nu helemaal met elkaar bereikt.
Dat geldt ook voor het dagelijks evalueren. We moesten naar een cultuur toe waarin we elkaar tijdens de ochtendvergadering konden aanspreken op verhalen. Je moet elkaar kunnen zeggen dat je iets om journalistieke redenen niet goed vindt.’

Dat deden jullie niet?
‘Te weinig. Te weinig.’

En nu worden er dagelijks harde noten gekraakt?
‘Nou ja, dat klinkt zo Bokito-achtig. Maar je moet wel tegen elkaar kunnen zegen: jongens, dit gaan we zo niet doen. Er wordt nu ook veel nadrukkelijker naar verhalen gekeken: zijn ze goed opgeschreven? Kloppen ze feitelijk? Dat zit echt heel diep hoor. Er is veel meer een cultuur van checks and balances.’

Een van de aanbevelingen uit het rapport was om het initiatief te nemen tot een gezamenlijke richtlijn voor brongebruik, voor alle kwaliteitskranten.
‘Ik heb daar altijd van gezegd: dat gaat nooit lukken. Er zíjn al spelregels in de journalistiek. We hebben de Code van Bordeaux, de Leidraad van de Raad voor de Journalistiek. En daar heeft elke redactie zijn eigen cultuur en opvattingen over.’

Vorig jaar waren er plagiaat affaires bij zowel de Volkskrant als NRC. Dus het gaat nog steeds mis.

‘Kijk: dat kan gebeuren. Ik kan inhoudelijk niet goed beoordelen wat er precies is voorgevallen bij andere media. Maar er is ingegrepen, en er is over gecommuniceerd. Je kunt je afvragen of dat voldoende of niet voldoende is gebeurd, maar dat moet iedereen voor zichzelf weten. Ik ben verantwoordelijk voor mijn eigen krant.’

Trouw heeft transparant gecommuniceerd over de affaire en de nasleep ervan. Wat was de overweging?
‘Je ziet nu bij Oxfam (verwikkeld in een groot misbruik-schandaal, red.) wat er gebeurt als je dat niet doet. Dat is dramatisch. Als je niet vanaf het begin transparant bent, blijft zo’n zaak door etteren. Je kunt beter in één keer de pleister eraf trekken. Dat is pijnlijk hoor, dat zal ik niet ontkennen. Want je hele sores gaat naar buiten.’

Hoe hebben de Trouw-lezers gereageerd?
‘We hadden een telefonisch spreekuur ingesteld en op zaterdagen konden lezers naar de redactie komen. Daar werd niet veel gebruik van gemaakt. Wel kwamen er veel brieven. Daar zaten geschokte reacties tussen. We hebben ze allemaal beantwoord. Op een gegeven moment zeiden lezers trouwens ook: “ga nu maar weer eens een krant maken”.’

Is er op enig moment nog contact geweest met ­Ramesar? Heeft hij zich ooit naar de redactie verontschuldigd bijvoorbeeld?
‘Er is wel contact geweest met redacteuren. Of dat intensief en regelmatig is, weet ik niet. Ik vind het niet op mijn weg liggen om daar verder iets over te zeggen. Wij noemen zijn naam ook niet meer. Hier spreken we over “de journalistieke kwestie”. Hij moet ook verder. Probeert ook een nieuw leven en bestaan op te bouwen.’

Jij was in die tijd Ramesars chef. Heb je je persoonlijk verantwoordelijk gevoeld voor wat er is gebeurd?
‘Ja, zeker. Maar toen het eenmaal was gebeurd hebben we hier gezegd: we hebben een heel groot probleem en dat gaan we met elkaar oplossen. Schouders eronder. En dat hebben we gedaan.’

Er is een bijeenkomst geweest waar duidelijk werd dat je niet door de hele redactie werd gesteund. Heb je toen over je eigen positie nagedacht?

Flauw lachje: ‘Dat is de journalistieke vraag die altijd voor de hand ligt.’ Dan: ‘Natuurlijk heb ik erover nagedacht. Er zijn verschillende vergaderingen geweest. Dat waren emotionele bijeenkomsten. Maar dat snapte ik ook. Het raakte ons. Het raakte iedereen. Je moet ook ruimte bieden aan die gevoelens. Maar ik zat hier nog maar net. En het schip moest door de storm. Dat hebben we gedaan. Het was geen leuke start en er waren minder makkelijke momenten. Maar het is wat het was.’

Heeft deze zaak je kijk op jouw rol als leidinggevende, nu als hoofdredacteur, veranderd?
‘Dat vind ik een moeilijke vraag. Je wordt gevormd door alles wat je meemaakt, elke dag opnieuw. Ik kan wel zeggen dat ik sta voor een zelfbewuste, eigenzinnige redactie. Journalisten zijn allemaal creatieve, intelligente, gepassioneerde mensen en die moet je als hoofdredactie faciliteren, stimuleren, soms afremmen maar vooral niet te veel in de weg zitten. Dat zegt misschien ook iets over mezelf – uiteindelijk ben ik ook gewoon een journalist met een blocnote en een potloodje achter m’n oor.’

Toen je werd benoemd als hoofdredacteur, zei je verder te gaan in de lijn van je voorganger, Willem Schoonen. Maar elke hoofdredacteur wil iets nalaten. Wat wordt de Van der Laan-doctrine?
‘Mijn grootste taak is om met Trouw de digitale omslag te maken. Je ziet daar nu Persgroep-breed een enorme versnelling in komen. Lezers sluiten steeds vaker een digitaal of hybride abonnement af; ze vormen nu 20 procent van onze lezersgroep en die grafiek gaat echt steil omhoog. Na de zomer lanceren we onze nieuwe website en app, en een opvolger van de PDF-krant: de e-paper.’

Welke verandering gaat de e-paper brengen?

‘De e-paper wordt, veel meer dan zijn voorganger, een samenballing van online en papier. Met de mogelijkheid om filmpjes en fotoseries toe te voegen. Heel multi­mediaal. We experimenteren al langer volop met crossovers tussen online producties en de krant. Momenteel loopt het multimediale project De Migrant, een prachtig, arty verhaal over een zangvogel uit Java, die als metafoor dient voor actuele thema’s als migratie­problematiek. We zijn bezig met een project over de Poolcirkel en we hebben crossmediale producties gemaakt ter ere van 500 jaar Reformatie. Daarmee proberen we nieuwe lezers aan te spreken, die op hun smartphone en tablet leven.’

En alles nog steeds achter een betaalmuur?
‘Ja, daar geloof ik heilig in. Net als de Volkskrant en NRC.’

Alan Rushbider, oud-hoofdredacteur van The Guardian, deed onlangs een moreel appèl op kwaliteitsmedia om juist meer weg te geven zodat het hele electoraat toegang heeft tot kwalitatieve journalistiek. Ben je gevoelig voor dat argument?

‘Nieuwssegregatie is er altijd geweest. Er waren vroeger ook mensen die geen krant konden betalen. Maar ik voel er wel in mee, zeker in deze tijd van sociale media en nepnieuws. Mensen kiezen voor een bubbel, en komen daar niet meer uit. Dat voelt niet fijn, je zou willen dat iedereen over dezelfde informatie beschikt.

Maar uiteindelijk gaat dat niet. The Guardian kan alles weggeven omdat ze een hele gulle geldschieter hebben. Je zou kunnen zeggen dat ze daardoor het speelveld voor andere kwaliteitsmedia in Engeland heel erg moeilijk maken. Want dat kost miljoenen. Wereldwijd zie je toch de ontwikkeling dat het betaal-onderdeel op de een of andere manier succesvol gaat worden. Als pleister op deze vraag kan ik zeggen: we bieden nog steeds gratis nieuws aan. Vijf artikelen; uiteindelijk moet je gaan betalen. Anders kunnen we hier geen mooie dingen doen.’

Cees van der Laan (57) is sinds eind 2013 hoofdredacteur van Trouw. Hij is een echte krantenman: startte zijn carrière na de School voor Journalistiek bij het lokale nieuwsblad de Nieuwe Weesper, stapte over naar het ­Noordhollands Dagblad, gevolgd door de binnenlandredactie van de GPD. Daar deed hij enkele jaren regelmatig verslag van conflictgebieden. In 2000 maakte hij de overstap naar de parlementaire redactie van Trouw. Van der Laan was achtereenvolgens verslaggever en chef, voordat hij eind 2013 hoofdredacteur werd.

NVJ LID 26-05

Tip de redactie

Logo Publeaks Wil je Villamedia tippen, maar is dat te gevoelig voor een gewone mail? Villamedia is aangesloten bij Publeaks, het platform waarmee je veilig en volledig anoniem materiaal met de redactie kunt delen: publeaks.nl/villamedia

Praat mee

1 reactie

Moes, 29 maart 2018, 16:26

Beste Villamedia, die oud-hoofdredacteur van The Guardian (laatste vraag) heet Rusbridger, niet Rushbider… drie fouten in een naam. Verder een mooi interview hoor.