— vrijdag 31 augustus 2012, 14:52 | 0 reacties, praat mee

Ben ik nu een pro-Israëlische journalist?

Door mee te gaan op een persreis laat je je inpakken. Het zou je beeld van de ‘werkelijkheid’ vertroebelen. Redacteur Annelies Waterlander nam de proef op de som en ging mee met het CIDI op een reis naar Israël. ‘Is deze ontmoeting toeval of vooropgezet?’

Het zwembad op het dak van hotel Casear in Jeruzalem is alleen van tien uur ’s ochtends tot zes uur ’s avonds geopend. Juist het moment waarop wij – tijdens onze studiereis voor jonge journalisten – Israël verkennen. Elke dag van acht tot acht zijn we in touw. Eén keer hebben we geluk en kunnen we krap een uur badderen. Van het uitzicht krijg je niet veel mee als je baantjes trekt, maar als je op je tenen staat kun je de skyline van Jeruzalem overzien. ‘Het conflict’ lijkt heel even ver weg. Het koele water spoelt de standpunten van alle sprekers van die dag weg, net zoals het zweet.

Elk jaar biedt het Centrum Informatie en Documentatie Israël (CIDI) jonge journalisten de kans om voor € 500,- mee te gaan op een studiereis naar het heilige land. ‘We willen alle belangrijke aspecten van Israël laten zien’, vertelt begeleidster Naomi Mestrum, ‘voor zover dat mogelijk is in zo’n korte tijd.’ Het CIDI – dat opkomt voor het recht op vrede en veiligheid voor Israël en het Joodse volk wereldwijd – organiseert de reis omdat zij van mening is dat je als journalist ‘het land, zijn problemen en mogelijkheden moet hebben meegemaakt voordat je erover gaat schrijven’.

Dit jaar gingen twintig journalisten mee op de twaalfdaagse reis. Als tegenprestatie moeten alle deelnemers een mediaproductie maken, althans dat stond in de ‘advertentie’ die ons uitnodigde deel te nemen aan de reis. Tijdens het selectiegesprek werd tot mijn verbazing niet gevraagd wat ik zou willen schrijven. De te maken productie kwam niet eens ter sprake, laat staan dat er harde afspraken werden gemaakt. Ook nu – na de reis – worden we niet achter de broek gezeten met de vraag waar onze producties blijven. Zelf nam ik me voor me niet te branden aan een politiek verhaal, omdat ik dat niet geloofwaardig vond naar aanleiding van een reis van een belangenpartij. Daarom was mijn opzet vanaf het begin om te onderzoeken of je achter de schermen van een persreis wordt beïnvloed, en zo ja, op welke manier.

Net zoals voor mijn reisgenoten was voor mij de keuze om met het CIDI mee te gaan niet meteen gemaakt. Aan de ene kant paste zo’n reis binnen het pad dat ik wilde bewandelen, namelijk de weg richting een carrière als (post)conflictverslaggeefster. Aan de andere kant vroeg ik mij af of ik mijn eerste kennismaking met Israël zo duidelijk moest laten kleuren door één partij. Kan je meegaan op een reis van een bepaalde partij als je je bewust bent van hun belangen? En verschilt zo’n studiereis wezenlijk van een snoepreisje van een cosmeticamerk of een embedded tocht met het Nederlandse leger? Kortom: wegen de voordelen van een dergelijke reis op tegen de eventuele nadelen? Ik beantwoordde die vraag met een: ik denk het wel.

Mijn grootste bezwaar was dat de reis door het CIDI werd georganiseerd. Dat zou van invloed zijn op het beeld dat wij van Israël zouden krijgen. Nu is een objectieve reis naar een zodanig beladen gebied misschien een illusie, maar betekent dat dat je mee kunt gaan op een ‘partijdige’ reis? Ik vond dat dat kon zolang ik me bewust was van het feit dat dit het Israël was zoals het CIDI wilde dat ik het zag. Toch proefde ik van tijd tot tijd een zelfde twijfel bij mijn reisgenoten. We hadden allemaal besloten mee te gaan met deze reis, maar moesten we daar vervolgens ook open over zijn naar de buitenwereld? Zou het ons niet een makkelijk slachtoffer maken van belangenorganisaties die ons konden beschuldigen van partijdigheid? Sommige van mijn reisgenoten kiezen er daarom voor om niet open te zijn over hun deelname. Ik daarentegen geloof in openheid, omdat ik achter mijn keuze sta.

De reis leek me ook een kans om kennis te maken met het land dat ik eigenlijk alleen kende van het nieuws. Het was een mogelijkheid om bekender te worden met de Israëlische visie op het conflict – voor zover je kan spreken over één visie. Via het CIDI zou ik mensen ontmoeten die ik zelf niet of moeizaam te spreken zou krijgen. Niet geheel onbelangrijk was ook dat ik zelf eens wilde ervaren hoe het is om mee te gaan op een persreis. Verhalen van zowel voor- als tegenstanders kende ik, maar ik wilde zelf aan het fenomeen persreis proeven. Tevens leek het me leuk om een reis te maken met andere jonge journalisten die interesse hadden in dezelfde tak van sport; de verslaggeving van het Midden-Oosten.

Dus stond ik op vrijdag 29 juni op Schiphol om naar Tel Aviv te vliegen. Vanaf het moment dat ik mij met mijn koffers bij de rest van de groep voegde, begon het grote twijfelen. Waar begon en eindigde de propaganda? Welke informatie werd verteld en welke juist bewust achter gehouden? Werden we van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat bezig gehouden zodat we zelf geen ander geluid konden opdoen, of wilde het CIDI ons gewoon zoveel mogelijk van Israël laten zien?

Het eerste moment waarop die twijfel goed voelbaar was, was nadat wij een grenspost bij de Gazastrook hadden bezocht. Toen we bij de slagboom uitkeken naar het grijze gebouw dat voor ons lag – verder dan dat mochten we niet komen – kwam er een jongen in een rolstoel voorbij. Hij en zijn begeleidster wilden ons best even te woord staan. De jongen zou onderdeel uitmaken van een groep zieke kinderen die toestemming hadden gekregen om een korte vakantie door te brengen in Israël. In principe is er geen vrij verkeer van personen tussen de twee gebieden, met uitzondering van reizen op humanitaire gronden. De begeleidster vertelde ons in goed Engels dat de Israëlische overheid zonder veel problemen toestemming had verleend voor de reis. Hamas daarentegen zou niet meteen welwillend zijn geweest. Daarna vertrok het tweetal.
Eenmaal terug in onze bus werd duidelijk dat mijn reisgenoten en ik niet volledig vertrouwden wat we net hadden gezien en gehoord. Was het niet heel opvallend dat net op het moment dat wij bij die slagboom stonden er een bus met zieke kinderen de grens passeerde? En dat die bus werd begeleid door een goed Engelssprekende vrouw? En dat die vrouw ook nog eens iets vertelde wat het CIDI graag zou willen dat wij hoorden, namelijk dat het probleem bij Hamas lag en niet bij Israël? Kortom: was het niet allemaal net iets te toevallig? Net iets te mediageniek? Of zochten wij ten onrechte overal iets achter?

Een vergelijkbaar voorval deed zich voor toen wij in Ramallah een kwartier de tijd hadden om te spreken met drie vertegenwoordigers van Hamas. Al onze vragen werden via een tolk gesteld. Nadat zij een stuk of twee antwoorden had vertaald ontstond achterin het zaaltje onrust. ‘Ze vertaalt niet wat er wordt gezegd’, werd er gefluisterd. Een deelneemster – tevens studente Arabische taal en cultuur – vond dat de vertaling wel erg afweek van het gegeven antwoord. Het gefluister werd geroezemoes, en de deelneemster besloot de tolk te onderbreken en haar twijfel uit te spreken. De tolk, duidelijk verrast door deze opmerking uit de zaal, wuifde het commentaar weg met ‘ik weet niet hoe goed jouw Arabisch is’.

Als je constant twijfelt aan wat je hoort en ziet, waarom zou je dan toch meegaan op een persreis? De verklaring is eigenlijk heel simpel. Door een organisatie zoals het CIDI worden er deuren voor je geopend die anders misschien wel gesloten zouden blijven. Ik verzamelde visitekaartjes die mij nu misschien nog niet van pas komen, maar later hopelijk wel. Daarbij was deze reis voor mij de kans om het land, waarover ik veel had gelezen, ook eens te zien. Om beeld te krijgen bij de grijze letters uit mijn boeken. De gesprekken ter plekke dienden als toevoeging op alle informatie die ik eerder tot mij had genomen. Natuurlijk ben ik mij bewust van het feit dat ik voornamelijk één kant van het verhaal heb gehoord. Daarom wil ik volgend jaar deelnemen aan de studiereis van Palestine Link. Deze stichting – die de Palestijnse belangen bevordert en rechten verdedigt – was bijna tegelijkertijd met een groep jonge journalisten in het gebied.

Bekijk meer van

Praat mee

Colofon

Villamedia is een uitgave van Villamedia Uitgeverij BV

Postadres

Villamedia Uitgeverij BV
Postbus 75997
1070 AZ Amsterdam

Bezoekadres

Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Contact

redactie@villamedia.nl
020-30 39 750

Redactie (tips?)

Dolf Rogmans
Hoofdredacteur, 020-30 39 751

Marjolein Slats
Adjunct-hoofdredacteur, 020-30 39 752

Linda Nab
Redacteur, 020-30 39 758

Lars Pasveer
Redacteur, 020-30 39 755

Trudy Brandenburg-Van de Ven
Redacteur, 020-30 39 757

Anneke de Bruin
Vormgever, 020-30 39 753

Marc Willemsen
Webontwikkelaar, 020-30 39 754

Vacatures & advertenties

Karen Bais
020-30 39 756

Sofia van Wijk
020-30 39 711

Bereik

Villamedia trekt maandelijks gemiddeld 120.000 unieke bezoekers. De bezoekers genereren momenteel zo’n 800.000 pageviews.

Rechten

Villamedia heeft zich ingespannen om alle rechthebbenden van beelden en teksten te achterhalen. Meen je rechten te kunnen doen gelden, dan kun je je bij ons melden.