— donderdag 1 oktober 2020 09:00 | 0 reacties , praat mee

Alleen undercover gaat de beerput open

Alleen undercover gaat de beerput open
vlnr: Alberto Stegeman, Jeroen van Bergeijk en Yora Rienstra - © Els Zweerink

Ga je op pad met een valse naam en een plaksnor of toch gewoon als jezelf? Mag je de wet overtreden als je een misstand wilt aantonen? En wie is wel eens bang ontmaskerd te worden? Yora Rienstra, Alberto Stegeman en Jeroen van Bergeijk gaan voor Villamedia met elkaar in gesprek over hun werk als undercoverjournalist. 'Het echte verhaal krijg je alleen als je je handen vuil maakt.’ Laatste wijziging: 8 november 2021, 16:08

Dit artikel wordt met je gedeeld door NVJ-lid Linda Nab. Ook lid worden?

‘Echt undercover werk moet een spaarzaam, laatste middel blijven.’ (Sjoerd de Jong, in een NRC-commentaar uit 2016)

Yora Rienstra (YR): ‘Ja, ja. Die hebben we vaak om onze oren gekregen bij Rambam. Zeker de afgelopen twee jaar is er veel kritiek geweest op onze methode, vooral vanuit ons eigen vakgebied. Ik merk daarin echt een omme- keer. Naar aanleiding van onze undercoveroperatie bij ontgroeningen van studentenverenigingen bijvoorbeeld, verschenen er berichten in de krant met: “Was dat nou zo nodig?”
Het lastige is: de beerput gaat nooit helemaal open als je niet undercover gaat. Mensen die wij achteraf met beelden confronteren, zeggen altijd dat we ze gewoon hadden kunnen benaderen voor een interview. Maar in de praktijk word je dan meestal opgezadeld met een persvoorlichter die een mooi verhaal vertelt. De echte shit krijg je er niet mee naar boven.’

Alberto Stegeman (AS): ‘Ik moet zeggen dat ik die kritiek niet of nauwelijks hoor. Undercover in Nederland richt zich op drugs, wapens, oplichting, criminaliteit. Dat betekent dat de drempel om de verborgen camera in te zetten vrij laag is. Het gaat immers om zware misdaad.

Of jullie uitzending over ontgroeningen zwaar genoeg was; daar heb ik niet direct een oordeel over. Ik weet wel dat sinds jaar en dag tal van consumentenprogramma’s – Kassa, Radar, noem maar op – de verborgen camera inzetten voor onderwerpen die allerlei soorten consumentenleed bloot leggen. Het NOS journaal heeft ooit eens een Tegel gewonnen omdat ze een diplomaatje online hadden gekocht, nota bene. Ik bedoel maar te zeggen: iedereen doet het. En dat vind ik hartstikke goed. Want het stelt ons in staat boeven te pakken, mensen te helpen, een waakhond te zijn. Allemaal zaken waar we als maatschappij wat aan hebben. Wel heb ik vanaf dag één dat ik mijn programma maak, geroepen dat undercover gaan, of een verborgen camera gebruiken een zwaar middel is. Dat moet je alleen inzetten voor belangrijke onderwerpen waar het bij past. Je moet jezelf elke keer de vraag stellen: is de misstand die we ermee vastleggen groot genoeg? Is het proportioneel?’

YR: ‘Daar hebben wij het ook tot in detail over. Soms ook niet hoor, dan is het zonneklaar. Maar er is ook een schemergebied, en over onderwerpen die daarin vallen kunnen we wekenlang discussies hebben. Per jaar komen er zo’n dertig, veertig onderwerpen op tafel en daar blijven er hooguit vijf van over. Het woord misstand komt dan tientallen keren per dag langs. Is de misstand groot genoeg om het op deze manier aan te tonen?’

Jeroen van Bergeijk (JvB): ‘Persoonlijk heb ik altijd een ethisch probleem met de methode. Omdat ik niet wil liegen tegen mensen. Ik probeer zo eerlijk mogelijk te zijn; dat is hoe ik in het leven sta. Wat ik doe is precies het tegenovergestelde. Dat is een intern dilemma waar ik elke keer weer mee worstel en dat maakt het soms een beetje onaangenaam.

Maar dat is vanuit mezelf geredeneerd. Verder ben ik het helemaal met Yora eens dat je nooit het hele verhaal krijgt als je gewoon door de voordeur naar binnen loopt, waar de persvoorlichter in je nek staat te hijgen. Ik heb dat gedaan bij Bol.com, nadat ik er undercover ging. Dan zie je natuurlijk niet wat er op de werkvloer gebeurt. Het echte verhaal krijg je alleen als je je handen vuil maakt.’

‘Alberto Stegeman maakt er in mijn optiek een trucje van. Bij hem overheerst de methode.’ (Frénk van der Linden citeert uit een achtergrondgesprek met VVOJ-voorzitter Evert de Vos in Kunststof radio.)

AS: ‘Tja. Met zulke vrienden heb je geen vijanden meer nodig. Ik heb er toen ik in de uitzending zat nauwelijks op gereageerd; soms moet je iets ook gewoon maar laten gaan. Maar nu je ernaar vraagt, in dit blad, wil ik er toch wel wat over zeggen want ik vond het een onbegrijpelijke reactie. Als je kijkt naar de lijst misstanden die we hebben bloot gelegd, dan zou ik daar eerst eens mee beginnen. Als je daarna ook nog een kritiekpunt hebt; prima. Maar we hebben juist hulp nodig van de vereniging voor onderzoeksjournalisten. Je hebt ballen nodig om dit werk te doen. Als je die ballen vervolgens toont, verwacht ik meer respect van een VVOJ-voorzitter. Ik nodig hem graag een keer uit voor een bak koffie, of om een dagje met me mee te lopen.’

YR: ‘Wij zijn er het laatste jaar wat voorzichter mee geworden. Naar aanleiding van de kritiek die we kregen, zijn we meer gaan nadenken over hoe we zaken kunnen aantonen, zonder dat we daarvoor undercover hoeven. We zijn onszelf wat meer centraal gaan stellen. Zo hebben mijn collega-Rambammers mij genaaid door mijn identiteit te stelen en ermee aan de haal te gaan, en hebben we een niet-bestaand restaurant “geopend” om te kijken hoe recensieplatform The Fork werkt. Het leverde best een goed resultaat op, maar je kunt niet altijd op die manier een aflevering maken. Soms heb je die undercovermethode gewoon nodig. Omdat het televisie is, zijn er altijd mensen die dat sensatie-gericht vinden. Maar als je het als trucje beschouwt, kun je echt niet verder kijken dan je neus lang is.’

JvB: ‘Een trucje klinkt ook alsof je even ergens binnen loopt en een kunstje doet. Terwijl er veel werk aan vooraf gaat. Ik ben er maanden mee bezig. En ik probeer er als schrijver op mijn manier ook een aantrekkelijk verhaal van te maken. Iedereen hier aan tafel stopt er veel energie in. Wat dat betreft vind ik “trucje” niet zo’n geslaagd woord.’

Tekst loopt verder onder de afbeelding

‘Ik lok niets uit en doe ook niets wat tegen de wet is.’ (Jeroen van Bergeijk op SvdJ.nl.)

JvB: ‘Ik zie het als mijn taak om, in mijn geval, de lezers van de Volkskrant te laten zien hoe het verkeert aan de onderkant van de arbeidsmarkt. Ik ga ergens werken en ik schrijf op wat ik zie. Heel veel meer doe ik niet. Een enkele keer deel ik een speldenprikje uit. Zoals bij Wehkamp, waar ik gewetensbezwaren kreeg toen ik klanten moest vertellen dat ze geld konden lenen tegen 14 procent rente. Op mijn laatste dag heb ik op iedereen ingepraat dat ze het niet moesten doen. Ik ging er vanuit dat ik daarna ontslagen zou worden.’

AS: ‘Als je zestien jaar Undercover in Nederland terugkijkt, dan zal je zien dat we niet of nauwelijks strafbare feiten plegen. Jij hebt vast een aantal krantenartikelen bij elkaar gezocht waaruit het beeld zou kunnen ontstaan dat we het continu doen, maar we doen het bijna nooit. Ik ben ooit veroordeeld voor valsheid in geschrifte omdat ik een pasje van KLM heb vervalst om binnen te komen bij Schiphol. En ik ben op mijn vingers getikt voor het plaatsen van een nepbom op een defensieterrein. Juridisch zou ik het geen nepbom noemen overigens. Een nepbom ziet eruit als een nepbom. Wij hadden een homp klei in een koffer gedaan, maar dat terzijde. Laat ik voorop stellen dat ik vind dat je altijd naar rechters moet luisteren, maar met terugwerkende kracht sta ik nog steeds achter de keuzes die we hebben gemaakt. Want die reportages hebben een hoop verbeterd op het gebied van beveiliging bij defensie, en die van een enorme luchthaven. Dus ja: in een enkel geval moet je een strafbaar feit plegen om iets aan te tonen. Het is iedere keer een ontzettend moeilijke afweging. Maar we brengen er nooit mensen mee in gevaar, en we zullen nooit een strafbaar feit plegen waar we echte ellende mee veroorzaken.’

YR: ‘Het productiebedrijf dat Rambam maakt, is in 90 procent van de rechtszaken die er in de loop der jaren zijn aangespannen, in het gelijk gesteld. Maar toen we illegaal vuurwerk bestelden in het buitenland – om aan te tonen hoe gemakkelijk dat was – ging het mis. De rechter oordeelde dat we mensen, en ook onszelf als presentatoren, in gevaar hadden gebracht met het pakket, dat via Polen en Duitsland naar Nederland is gekomen.’

AS: ‘Hebben jullie vooraf de politie niet ingeschakeld?’

YR: ‘Nee. Uiteindelijk werd het een heel gedoe. Onze eindredacteur moest op gesprek komen bij de politie, en we hebben een boete gekregen. Maar jij werkt dus juist samen met de politie?’

AS: ‘Wel als ik dat soort strafbare feiten pleeg. Het is echt vuurwerk; geen nepbom.’

YR: ‘Zo werken wij niet. We wilden juist laten zien wat het OM laat liggen. Ik vind nog steeds niet dat we daarin te ver zijn gegaan.’

‘Nu ik een goede maskermaakster heb, kan ik weer op pad.’ (Undercoverkoning Günter Wallraff over zijn comeback tien jaar geleden, in HP/De Tijd.)

YR: ‘Oh ja, wij laten ons ook regelmatig vermommen. Dan komt er een hele goede visagist of een pruikenmaker. Lars Gierveld – die lange tijd voor Rambam werkte – heeft eens een baard aangemeten gekregen. Ik herinner me dat iemand daar twee uur lang tot in detail aan heeft gewerkt. Maar het hoeft niet altijd zo ingewikkeld te zijn. Soms is een andere bril of een pony knippen al genoeg. Ik zat vorig jaar bij een zelfbenoemde coach op de bank. Even een dikke sjaal om, geen make-up op en je ziet er al heel snel depressief uit. Dat is eigenlijk helemaal niet zo moeilijk. Ik probeer daarin zo dicht mogelijk bij mezelf te blijven. Ik vergroot eigenschappen die toch al in me zitten uit, als een kameleon. Verder is het vooral een kwestie van gewoon slap lullen. Dat komt mooi uit want daar ben ik sowieso goed in.’

JvB: ‘Ik blijf zo dicht mogelijk bij mezelf. Ik zet geen pruik op en ik meld me niet aan onder een valse naam.’

AS: ‘Nog niet.’

JvB: Ja, het houdt natuurlijk wel een keer op.’

AS: ‘De eerste jaren hoefde ik dat ook niet. De vraag is: ga je het straks wel doen?’

JvB: ‘Ik denk het niet. Ik moet tegen de mensen met wie ik werk gewoon kunnen zeggen dat ik een zoon heb, en dat ik van het weekend naar de film ben geweest want ik kan helemaal niet acteren. Bovendien zou ik me drie maanden compleet ellendig voelen als ik al die tijd een rol moet spelen. Dat is een beperking, ja. Vorige maand heb ik als vrijwilliger op de teststraat bij Schiphol gewerkt. Ik had me gewoon als Jeroen van Bergeijk aangemeld en gezegd dat ik journalist was. En toen zeiden ze: “Aaah ja, jij bent van die undercoververhalen. Ben je hier ook undercover?” In die zin zie ik het einde van mijn undercovercarrière al wel opdoemen.’

AS: ‘Als wij maanden infiltreren in een bepaalde wereld of op een bepaalde plek dan kan ik dat niet meer zelf doen. Ik heb me in de beginjaren wel eens drie maanden uitgegeven voor een pooier. Daar trapt nu niemand meer in. Ik heb een te bekend hoofd gekregen. Neuh, dat vind ik niet jammer.’

JvB, lachend: ‘Wel een beetje toch? Het is toch óók leuk, undercover?’

AS: ‘Ik ga zeker nog wel eens undercover. Als ik niet te lang één-op-één gesprekken met iemand hoef te voeren,
dan kan het. In het nieuwe seizoen kies ik er ook voor om soms vermomd op pad te gaan. Het is ook gewoon leuk om je groen te schminken als je een Defensie-terrein opgaat.’

Tekst loopt verder onder de afbeelding

‘Je bent constant bang om ontdekt te worden.’ (Maarten Zeegers in Trouw. Hij ging drie jaar undercover als orthodoxe moslim in Transvaal.)

JvB: ‘Ik merk dat op de plekken waar ik kom, de Volkskrant doorgaans niet gelezen wordt. Dus ik heb daar tot nu toe nog helemaal geen last van gehad, al ben ik er altijd wel een beetje angstig voor. Bij Wehkamp zat ik bijvoorbeeld in zo’n klasje waarin werd uitgelegd hoe je moest telefoneren. Moest ik steeds door zo’n zaal met ik weet niet hoeveel mensen. Dan word je wel zenuwachtig. Aan de andere kant: ik doe niets verkeerd. Ik heb me netjes onder mijn eigen naam aangemeld. Ja, ik heb wat dingen uit mijn cv weggelaten – basically alles. Maar het lijkt me voor jou, Alberto, veel stressvoller.’

AS: ‘Ik loop natuurlijk rond met een verborgen camera in een tas. En daarnaast heb ik te maken met mensen die heel erg boos kunnen worden als ze daar achter komen. Maar ik moet eerlijk zeggen dat ik die angst niet heb. Nooit gehad ook. Ik ben heel voorzichtig en alert, maar niet bang.’

JvB: ‘Nooit betrapt ook?’
AS: ‘Nee. Niet serieus. Ik heb wel eens met een verborgen camera staan filmen in Amsterdam, toen er ineens een goede kennis van me voorbij kwam die me riep. Dat was een beetje jammer.’

YR: ‘Een collega van me is wel een aantal keer betrapt. Ging er zo’n priemende vinger richting de verborgen camera. In zo’n situatie, waarin je ook nog vaak in je eentje zit, kan het nog wel eens naar worden.’

AS: ‘Wat ik angstig vind, is om anderen op pad te sturen en ergens te laten infiltreren. Ik vertrouw mijn collega’s volledig, we zijn al sinds jaar en dag een team. Maar vorige week zat er nog een collega undercover te filmen in een bordeel en dan zit ik toch niet lekker. Zeker niet als het ook nog eens mijn idee is geweest om het te doen.’

‘Ik ben deze keer misschien wel te ver gegaan.’ (Stella Braam in Zorg+Welzijn. Ze ging drie jaar undercover bij daklozen en verslaafden, en raakte zelf kortstondig aan de drugs.)

JvB: ‘Undercoverjournalistiek vind ik zo interessant omdat je zomaar, zonder barrières, in een andere wereld mag rondkijken. Maar als je het ergens drie jaar lang volhoudt en je gaat ook nog aan de drugs, bestaat de kans dat je onderweg uit het oog verliest waarom je daar nou eigenlijk bent. Ik was dan ook blij dat ik na vijf weken in het callcenter van Wehkamp weer gewoon naar huis mocht.’

YR: ‘Stella Braam liet zich helemaal meeslepen. Ze wérd haar alter ego. Ik denk dat hoe langer je ergens infiltreert, hoe meer je gaat worstelen. Mensen die iets kwaads doen, ga je aardig vinden en begrijpen. Een soort Stockholm-syndroom, stel ik me zo voor. Daarom is het zaak om op tijd weer weg te zijn.’

AS: ‘Stella Braam werkte ook nog eens alleen. Dat is een complicerende factor. Een collega van mij heeft zeven maanden, veel langer dan we van tevoren hadden ingeschat, in een sekte gezeten. Op een gegeven moment werd dat ingewikkeld. Er werd ontzettend veel psychische druk op haar uitgeoefend. Ze mocht geen koffie, ze mocht niet slapen. Ze werd gewoon gebrainwashed. Dan is het heel prettig als je collega’s hebt met wie je af en toe kan praten. Die je weer terug kunnen brengen in het hier en nu en iedere keer herhalen: we zijn een journalistiek verhaal aan het maken.’


Tekst loopt verder onder de afbeelding

In de drugshandel zul je mij niet zien, want in dat soort milieus wordt afgerekend. Ik ben geen kamikaze-journalist.
(Stella Braam in universiteitsblad Delta van de TU Delft.)

YR: ‘In hoeverre heb jij te maken met bedreigingen, Alberto?’

AS: ‘Moeten we het daar echt over hebben?’

YR: ‘Nou ja, dat komt er wel allemaal bij kijken. Wij zijn ook een aantal keer bedreigd. Meestal komt dat uit de hoek van zo’n louche bedrijf. Ik vind dat lastig. Niet eens zozeer voor mezelf, maar ik leef niet alleen. Ik heb een gezin.’

AS: ‘Ik zie het als part of the job. Iedereen snapt dat op het moment dat je boeven pakt, ze niet blij zijn. We kennen allemaal de verhalen van misdaadjournalisten die beveiliging nodig hebben. Gelukkig kiezen we ervoor om door te gaan. Ik moet zeggen dat het belang van het werk, en de lol die ik erin heb, heel erg makkelijk opwegen tegen dat wat er op dit moment aan bedreigingen binnen komt – om het zo maar te zeggen.’

JvB: ‘Heb je wel eens mensen aan de deur gehad dan? Of echt enge dingen meegemaakt?’

AS: ‘Er gebeurt wel eens wat. En ook op locatie gebeurt er wel eens wat. Maar nogmaals: dat hoort erbij. Niet zo ernstig dat ik denk dat we ermee moeten stoppen, absoluut niet.’

 

Jeroen van Bergeijk (1965) wil met zijn undercoveroperaties voor de Volkskrant laten zien hoe het eraan toe gaat aan de onderkant van de arbeids- markt. Hij infiltreerde de afgelopen jaren bij Uber, Bol.com en Wehkamp. Hij schreef er de boeken ‘Uberleven’ en ‘Binnen bij Bol.com’ over. Naast schrijver is Van Bergeijk (radio) documentairemaker en was hij een van de oprichters van uitgeverij Fosfor (nu ondergebracht bij Singel Uitgeverijen). Hij begon zijn journalistieke carrière als freelance correspondent in New York.

Yora Rienstra (1981) is sinds vier jaar een van de presentatoren van het BNNVARA-programma Rambam, waarvoor ze met regelmaat undercover ging. Ook presenteert ze een aantal keren per week de AD Ochtendshow to go. Eerder presenteerde ze verschillende programma’s voor BNNVARA op radio2. Naast presentator is Rienstra ook cabaretier en actrice. Sinds 2009 maakte ze zes solo-voorstellingen, waarmee ze door het land heeft getourd.

Alberto Stegeman (1971) is vooral bekend van zijn programma Undercover in Nederland, dat al zestien jaar onafgebroken is te zien op SBS6. Eind oktober start een nieuw seizoen. Daarnaast presenteerde Stegeman programma’s als Stegeman op de Bres, Onopgeloste Zaken en Gestalkt. Als directeur van zijn eigen productiebedrijf Noordkaap TV produceert hij programma’s als Lauren Verslaat, Regiopolitie en Trauma NL. Stegeman begon zijn carrière als schrijvend freelance journalist, voor onder meer ANP en Het Parool, voordat hij de overstap maakte naar televisie.

NVJ LID 26-05

Tip de redactie

Logo Publeaks Wil je Villamedia tippen, maar is dat te gevoelig voor een gewone mail? Villamedia is aangesloten bij Publeaks, het platform waarmee je veilig en volledig anoniem materiaal met de redactie kunt delen: publeaks.nl/villamedia

Praat mee