Afstudeerprijs Villamedia 2019

— maandag 19 januari 2015, 11:34 | 0 reacties, praat mee

‘Zorg dat je de juiste deskundige aan tafel hebt’

© Duco de Vries

Lange tijd voelde oogarts Tjeerd de Faber zich een roepende in de woestijn, maar die tijd is voorbij. Waar hij eerst weinig aandacht van journalisten kreeg voor zijn pleidooi voor een verbod op consumentenvuurwerk, zijn het nu juist de media die de aanjager zijn van een omslag in de publieke opinie. Mits ze zich niet te makkelijk in de luren laten leggen door de vuurwerkbranche.

Omdat veel vuurwerkslachtoffers jong zijn, was het kinderoogarts Tjeerd de Faber die tijdens Oud & Nieuw aan het werk was. Zo werd hij langzaam maar zeker vuurwerkspecialist. Jaar in jaar uit zag De Faber tijdens de nieuwjaarsnacht het ene na het andere zwaar verminkte slachtoffer binnenkomen in zijn spreekkamer in het Oogziekenhuis Rotterdam. Rond de millenniumwisseling besloot de oogarts het aantal vuurwerkslachtoffers te gaan bijhouden voor zijn ziekenhuis.

Twee slachtoffers uit die tijd hebben hem overtuigd van het feit dat consumenten­vuurwerk verboden zou moeten worden: een jongetje van drie dat door een kleine vuurpijl (‘babyvuurpijl noemen ze die dingen’) blind werd aan één oog en daarbij een zwaar psychisch trauma opliep, en een jonge zwangere vrouw die niet alleen haar oog maar ook – door de stress van het ongeluk – haar kind verloor.

De media berichtten destijds heel anders over de jaarwisseling dan nu, zegt De Faber. ‘Steevast werd in de media gesproken van een rustige jaarwisseling. Dat kwam doordat de journalisten de neiging hadden de gebeurtenissen te vergelijken met het jaar ervoor. En ja, als er vorig jaar tien scholen de fik in vlogen en het jaar erop drie, dan ben je geneigd te spreken van een rustige jaarwisseling. Maar dat was het natuurlijk niet.’

Landelijke telling
Jarenlang voelde De Faber zich een roepende in de woestijn. De pers was nauwelijks geïnteresseerd in zijn verhaal. Totdat hij als voorzitter van het Nederlands Oogheelkundig Gezelschap (NOG) in 2008 het initia­tief nam het aantal oogpatiënten in de nieuwjaarsnacht landelijk te gaan bijhouden. Bovendien nam het NOG een motie aan waarin stond dat alle oogartsen voor een verbod op consumentenvuurwerk waren. Vanaf dat moment ging het balletje rollen. De Faber: ‘Op 30 december van dat jaar zat ik in de bioscoop toen ik gebeld werd door een journalist van Het Parool of Trouw, dat weet ik niet meer precies. Ik flapte er uit dat we voor het eerst een landelijke telling zouden gaan houden. Tot mijn stomme verbazing bleek het de volgende dag voorpaginanieuws te zijn. Eindelijk was er niet alleen meer aandacht voor de gevaren van vuurwerk, maar ook voor oogslachtoffers. Daarvoor had je altijd wel de campagnes van Sire met afgehakte handen, maar nu ging het ook over de risico’s voor je ogen.’

De laatste paar jaar is er iets veranderd in de manier waarop de media verslag doen van Oud en Nieuw. De brandstichtingen, rellen en vuurwerkslachtoffers worden niet meer voor lief genomen. Ook de belangstelling voor De Faber en Het Oogziekenhuis is fors toegenomen. ‘Op oudjaarsavond had ik hier standaard een cameraploeg over de vloer, want het is dan altijd komkommertijd en naast de oliebollentest is er weinig ander nieuws. Ik had ook altijd de twijfelachtige eer om als eerste in het nieuwe jaar slecht nieuws naar buiten te brengen. Maar daar bleef het dan wel bij als het om media-aandacht gaat. Inmiddels is er echt iets aan het veranderen. De publieke opinie is aan het kantelen en ik ben ervan overtuigd dat de media daarin een cruciale rol spelen. Zij vertolken de stem van de zwijgende meerderheid van de bevolking die verandering wil. Want 60 procent van de Nederlanders is voorstander van een verbod op consumentenvuurwerk, mits er een alternatief is in de vorm van centraal georganiseerde vuurwerkshows.’

Prothese
Dit jaar was De Faber volop in de media te vinden. Opvallend genoeg ontbrak hij in een aflevering van het EO-discussieprogramma Arena dat aan dit onderwerp was gewijd. De Faber: ‘Jammer dat ik niet was uitgenodigd, want ik had er graag willen zitten. Ik vond dat er vrij respectloos over het onderwerp werd gepraat, de voorstanders deden wat lacherig over vuurwerk, er was te weinig weerwoord. Ook de woordvoerder van de vuurwerkbranche zat er. Hij vertelde dat hij vooraf honderd mensen had opgeroepen om tegen een verbod te stemmen bij de peiling die aan het programma verbonden was. Met als gevolg dat het percentage tegenstanders al op 79 procent stond toen het programma nog maar net begonnen was. Is dat nu journalistiek verantwoord? Pas toen een slachtoffer, een meisje, haar prothese verwijderde werd het stil aan de overkant. Nee, ik vond dat zo’n beladen onderwerp een betere discussie had verdiend, respectvoller en genuanceerder.’

Nuance ontbreekt ook wel eens als het om illegaal vuurwerk gaat, vindt De Faber. ‘Journalisten laten soms iets te veel hun oren hangen naar de vuurwerkbranche. In oktober meldde die dat de zogenaamde babyvuurpijltjes verboden zouden worden, want die veroorzaken veel letsel. Maar er was helemaal geen sprake van een verbod, winkeliers kregen alleen maar het advies om ze niet te verkopen. Op dat punt wordt dan toch te weinig doorgevraagd, vind ik. Met als gevolg dat in de media een positief beeld ontstaat van de branche. De beste spindoctor had het niet beter kunnen doen, het was een fraai staaltje window dressing.’

Ook met het uitnodigingsbeleid van deskundigen moeten journalisten zorgvuldig zijn, zegt De Faber. ‘Ik zou willen zeggen: zorg dat je de juiste deskundige aan tafel hebt. Ik heb meegemaakt dat ik niet kon en dat journalisten dan een woordvoerder namens de plastisch chirurgen uitnodigen. Op zichzelf prima, maar die hebben met name te maken met letsel dat is ontstaan door illegaal vuurwerk. Terwijl het letsel van het merendeel van de slachtoffers dat wij als oogartsen zien, is veroorzaakt door legaal vuurwerk. Dus nodig je alleen de plastisch chirurgen uit, dan voed je het misverstand dat vuurwerkletsel alleen maar wordt veroorzaakt door illegaal vuurwerk. Met als gevolg dat de vuurwerkbranche weer tevreden achterover kan leunen.’

Privacy
Op 2 januari van dit jaar zat De ­Faber in de studio van Nieuwsuur. Het nieuws- en actualiteitenprogramma besteedde uitgebreid aandacht aan De Faber en zijn pleidooi voor een verbod op consumentenvuurwerk. ‘De redactie heeft het echt perfect gedaan. In de nieuwjaarsnacht liep een ploeg met me mee voor een reportage. Het gaat er dan vooral om dat je de privacy van de patiënten respecteert, zo mogen niet in beeld komen. Dat deed Nieuwsuur echt perfect, er was nergens de neiging om over het randje te gaan. Ook in de studio kon ik uitgebreid mijn verhaal kwijt. Voor de uitzending liet ik wat foto’s van slachtoffers aan Twan Huys zien, toen hij dat zag, zei hij: “Dat moet je straks laten zien.” Toen heb ik meteen de patiënt gebeld die het betrof en gelukkig gaf hij toestemming om de foto van zijn verminkte gezicht te laten zien.’

De Faber deelde ook eens foto’s van gehavende patiënten uit tijdens een hoorzitting in de Tweede Kamer. ‘Weet je wat de Kamerleden deden? Ze bekeken ze eventjes, draaide het papier toen om en legden het weg. Dat was wat mij betreft symbolisch voor de onwil van de politiek om dit probleem aan te pakken: ze kijken weg. Gelukkig waren er een paar journalisten die het ook hadden gezien en dit tot de kern van hun reportage maakten. Kijk, die journalisten begrijpen het.’

Denkt De Faber dat het verbod op consumentenvuurwerk er echt gaat komen? ‘Ik heb altijd gezegd dat ik wil dat het er voor mijn ­pensioen is. Dat is over een jaar of zes, zeven, maar ik heb goede hoop dat het eerder geregeld kan worden.’ Een beetje tegen wil en dank is de oog­arts de vaste woordvoerder geworden van zijn beroepsgroep als het om vuurwerk gaat. ‘Kijk, als arts is het ziekenhuis, je spreekkamer, je domein. Maar soms dient zich een probleem aan waarvan je zegt: nu moet ik naar buiten. Daar zit verder geen politieke kant aan; vuurwerk is niet links of rechts, maar wél link en een verbod terecht.’

Tjeerd de Fabers lessen voor de pers

1. Als je een discussie over een beladen onderwerp als een vuurwerkverbod organiseert, zorg dan dat dit op een respectvolle manier gebeurt en dat alle kanten van de zaak voldoende worden belicht. Een peiling is gevoelig voor manipulatie en voegt niet veel toe.
2. Iedere deskundige brengt zijn eigen achtergrond en invalshoek mee. Een plastisch chirurg heeft een ander verhaal dan een oogarts. Dat zouden redacties zich beter kunnen realiseren.
3. Vraag kritisch door op verhalen van de vuurwerk­branche. In tegenstelling tot hun eigen boodschap, wordt een aanzienlijk deel van het vuurwerk leed veroorzaakt door legaal vuurwerk. Bij oogletsel is dit percentage zelfs 70 procent. Ook zijn omstanders veel vaker slachtoffer dan we denken.
4. De perceptie van vuurwerk is altijd geweest: pas op voor je handen en vingers. Daar zouden journalisten standaard de ogen aan kunnen toevoegen.

Praat mee

Colofon

Villamedia is een uitgave van Villamedia Uitgeverij BV

Postadres

Villamedia Uitgeverij BV
Postbus 75997
1070 AZ Amsterdam

Bezoekadres

Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Contact

redactie@villamedia.nl
020-30 39 750

Redactie (tips?)

Dolf Rogmans
Hoofdredacteur, 020-30 39 751

Marjolein Slats
Adjunct-hoofdredacteur, 020-30 39 752

Linda Nab
Redacteur, 020-30 39 758

Lars Pasveer
Redacteur, 020-30 39 755

Trudy Brandenburg-Van de Ven
Redacteur, 020-30 39 757

Anneke de Bruin
Vormgever, 020-30 39 753

Marc Willemsen
Webontwikkelaar, 020-30 39 754

Vacatures & advertenties

Karen Bais
020-30 39 756

Sofia van Wijk
020-30 39 711

Bereik

Villamedia trekt maandelijks gemiddeld 120.000 unieke bezoekers. De bezoekers genereren momenteel zo’n 800.000 pageviews.

Rechten

Villamedia heeft zich ingespannen om alle rechthebbenden van beelden en teksten te achterhalen. Meen je rechten te kunnen doen gelden, dan kun je je bij ons melden.