— zaterdag 19 mei 2012, 11:26 | 0 reacties, praat mee

Zoek het maar uit

In de serie Denken & Doen pogen we door te dringen tot de theoretische (denken) en praktische (doen) kern van een journalistieke discipline. Van reportage en kop tot portretterend interview en restyling. De vierde aflevering gaat over researchen.

DenkenI Slim organiseren, projectmatig werken, structuur aanbrengen. Het zijn competenties waar de journalistiek niet in uitblinkt, maar die wel essentieel zijn als het op researchen aankomt, betoogt Luuk Sengers. ‘Door het researchproces slim in te richten en bepaalde technieken toe te passen, kun je veel tijd en kwaliteit winnen. Laat ik één simpel voorbeeld noemen: in de Verenigde Staten is het de normaalste zaak van de wereld dat onderzoeksjournalisten elke dag kort verslag uitbrengen. Zo maken ze het proces transparant, ze delen kennis met collega’s en de hoofdredacteur heeft de mogelijkheid het proces bij te sturen. In Nederland is dat niet gebruikelijk. Voor de toppers maakt het niet uit, die redden het wel op eigen kracht. Maar jonge talenten hebben juist die goede begeleiding en openheid nodig.’

Een ander stokpaardje van Sengers is het gebrek aan kennis van computers en internet, waardoor Computer Assisted Reporting (of datajournalistiek) nog maar mondjesmaat van de grond komt. ‘Je hebt drie soorten bronnen: mensen, documenten en data. Vrijwel alle journalisten weten de mensen te vinden, documenten lukt vaak ook nog wel, maar de data laten de meeste journalisten links liggen. Terwijl er dus een compleet arsenaal aan informatie verscholen zit in databases. In feite laten we dus een derde van de bronnen onbenut.’

Henk van Ess vindt dat journalisten moeten leren om digitaal te denken. ‘Dat heeft nog niet eens zoveel met computers te maken. Mijn trainingen aan redacties gaan over zoeken op internet, maar de computer blijft uit. Het gaat erom dat journalisten leren denken als een document. Als je iemand wilt interviewen, maar de voorlichter reageert niet op je verzoek, ga dan zelf op zoek naar een 06-nummer. Tik bijvoorbeeld de naam in plus “ppt” en je vindt een PowerPoint-presentatie van die persoon. Op een van de eerste dia’s staat bijna altijd een telefoonnummer of e-mailadres. Zo zijn er talloze zoektechnieken om zaken te kunnen vinden op internet. Journalisten besteden steeds meer tijd aan Google, maar die tijd wordt niet slim besteed. Dat is zorgelijk.’

Jeroen Smit heeft een knipsel op zijn prikbord geprikt, over een robot die internet en sociale media doorspit en vervolgens met een kant-en-klaar artikel komt over een bepaald onderwerp. ‘Fascinerend vind ik dat, maar ik schrik er ook een beetje van. Toch zal het wel even duren voordat een computer de storytelling kan overnemen van de mens en juist daarin zit de kracht van een goed verhaal. Voor mij gaat het altijd om twee zaken: betrouwbaarheid en toegankelijkheid. Ik had nog vijf jaar door kunnen researchen over ABN Amro. Dan was mijn verhaal betrouwbaarder geweest, waarschijnlijk van wetenschappelijke kwaliteit. Maar het zou er niet toegankelijker op geworden zijn. Misschien dat ik daarom tot de literaire journalistiek word gerekend, wat overigens niet betekent dat de feiten niet kloppen. Die moeten gewoon altijd kloppen. Alleen geef je het verhaal en de menselijke maat de ruimte.’

In dat laatste vinden Sengers en Smit elkaar, want beiden zijn overtuigd van de verhalende kracht van onderzoeksjournalistiek. En dus moet je je research daar ook op afstemmen, zegt Sengers. ‘Ik heb vaak genoeg gezien dat journalisten na maanden spitten over een prachtige berg data beschikten, maar vervolgens geen idee hadden hoe ze het verhaal moesten vertellen. Daarom vind ik dat je al aan het begin van je researchproces over je verhaal moet nadenken: hoe ga je het vertellen, welke mensen hebben een verhaal dat de lezer zal aangrijpen? Door daar in een vroeg stadium mee bezig te zijn, wordt je onderzoek veel doelgerichter.’

DoenI Jeroen Smit is niet het type dat zich een jaar lang opsluit met een stapel documenten en rapporten. ‘Ik zoek graag mensen op. Voor ‘De Prooi’ heb ik ongeveer 130 interviews gedaan – al zijn het meer ontmoetingen dan interviews. Bijna elke dag had ik zo’n gesprek. ’s Avonds werkte ik meteen mijn aantekeningen uit. Omdat de gesprekken off the record waren, was opnemen uit den boze. Hoe clichématig het ook klinkt, dan kom je in een flow. Ik zette al mijn aantekeningen in één document en dan ging ik nadenken. Zo’n boek is als het ware een puzzel van duizend stukjes zonder dat je weet hoe die puzzel eruit komt te zien. Gaandeweg vormt zich langzaam maar zeker een beeld.

Ik ben uitermate geïnteresseerd in details en praktische zaken. Wat mensen voor kleding aan hadden, wat ze aten, hoe de sfeer was. Maar naar dat soort zaken vroeg ik nooit expliciet, mensen kwamen daar zelf mee. Ik heb een oor voor dat soort details, ik hou ervan en gebruik ze, juist omdat ze zoveel zeggen. Wat ik ook altijd deed bij mijn gesprekspartners, is toetsen of klopte wat ik eerder had gehoord. “Zeg het vooral als u uit mijn mond rare dingen hoort”, zei ik dan.’

Alles steeds opnieuw lezen. Dat leerde Luuk Sengers van een rechercheur bij de politie. ‘Op die manier geef je je hersenen de kans om verbanden te ontdekken. En uiteindelijk is dat waar alles om draait, connecting the dots. Daarom bewaar ik alle informatie rond één project in een master file. Dat is overigens gewoon een word-document. Bovenaan staat mijn hypothese, een stelling die de kern van mijn project weergeeft. Daaronder een korte samenvatting en vervolgens een lijst van bronnen, eerst de mensen en dan de documenten per persoon.

Steeds als ik aan mijn project werk, lees ik alles opnieuw door. Daardoor heb ik niet alleen een haarscherp beeld van waar ik naartoe wil, ik geef mijn brein ook de gelegenheid om verbanden te leggen die ik eerst niet zag.

Vanaf het moment dat ik als journalist begon, ik was 22 of 23, ben ik heel methodisch te werk gegaan. Alles schreef ik op in aantekenboekjes en ik las heel veel. Ik denk dat het bittere noodzaak was om orde aan te brengen; als ik dat niet had gedaan, was er waarschijnlijk niet veel van mijn carrière terecht gekomen.’

Henk van Ess probeert in zijn werk een combinatie te maken van analoog en digitaal. ‘Als ik mensen in mijn netwerk heb die bruikbaar zijn voor mijn verhaal, ga ik die gewoon bellen. Dat is de analoge wereld en wat ik daar vind, combineer ik met wat ik digitaal kan vergaren. De belangrijke journalistieke vragen kun je allemaal digitaliseren. Stel dat ik wil weten waarom steeds meer walvissen aanspoelen op het strand, dan tik ik bij Google in “Walvissen spoelen aan omdat”. Dat soort zoekopdrachten levert vaak verbluffende resultaten op.’

Praat mee

Colofon

Villamedia is een uitgave van Villamedia Uitgeverij BV

Postadres

Villamedia Uitgeverij BV
Postbus 75997
1070 AZ Amsterdam

Bezoekadres

Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Contact

redactie@villamedia.nl
020-30 39 750

Redactie (tips?)

Dolf Rogmans
Hoofdredacteur, 020-30 39 751

Marjolein Slats
Adjunct-hoofdredacteur, 020-30 39 752

Linda Nab
Redacteur, 020-30 39 758

Lars Pasveer
Redacteur, 020-30 39 755

Trudy Brandenburg-Van de Ven
Redacteur, 020-30 39 757

Anneke de Bruin
Vormgever, 020-30 39 753

Marc Willemsen
Webontwikkelaar, 020-30 39 754

Vacatures & advertenties

Karen Bais
020-30 39 756

Sofia van Wijk
020-30 39 711

Bereik

Villamedia trekt maandelijks gemiddeld 120.000 unieke bezoekers. De bezoekers genereren momenteel zo’n 800.000 pageviews.

Rechten

Villamedia heeft zich ingespannen om alle rechthebbenden van beelden en teksten te achterhalen. Meen je rechten te kunnen doen gelden, dan kun je je bij ons melden.