website over journalistiek

x

Villamedia heeft een app

 

Exclusieve inhoud Sluiten

Een NVJ-lid heeft dit artikel met je gedeeld. Gratis een maand alles lezen? Klik hier.

Een NVJ-lidmaatschap geeft je recht op:

  • Persoonlijk advies
  • Juridisch advies & rechtsbijstand
  • Perskaart
  • Korting op cursussen
  • Villamedia magazine

Word lid Verder lezen

Wie ben je?

Raymond Krul — Geplaatst in Journalistiek op vrijdag 15 februari 2013, 10:38

© Maaike Putman

Denken & doen Voor iedere journalist zijn visie (denken) en ambachtelijke vaardigheden (doen) onontbeerlijk. Maar laten we ook niet vergeten dat de journalist een mens van vlees en bloed is. Wie je bent, kan van doorslaggevend belang zijn voor het succesvol uitoefenen van je vak. Daarom sluiten we de serie Denken & Doen af met de aflevering Willen (motivatie) & Zijn (karaktereigenschappen).

WILLEN ‘Ik hou van journalisten die er voor 100 procent voor gaan’, zegt Arnold Karskens. ‘Zelf ben ik dag en nacht met mijn werk bezig. Voor ieder boek dat je schrijft, moet je er tientallen hebben gelezen, dus het is hard werken. Maar ik vind dat het niet anders kan in de journalistiek. Het is een manier van leven en zo hoort het te zijn. Ik voel me ook verantwoordelijk voor de Nederlandse journalistiek in het algemeen.’

Om nu te spreken van heilig vuur of een roeping, vindt Dirk Jacob Nieuwboer wat ver gaan. ‘Maar ik ben wel op mijn plek in de journalistiek. Toen De Pers ermee ophield, hoopte ik heel erg dat ik in de journalistiek aan de slag kon blijven. Dat is gelukt.
Voor mij houdt mijn werk ook niet op een bepaalde tijd op, ik ben er altijd mee bezig. De mensen in mijn omgeving zullen ongetwijfeld vinden dat ik te veel op mijn iPad en smart­phone zit te loeren.
Ik werk nu bij de Volkskrant weer samen met Kustaw Bessems en ook bij hem houdt het werk na vijf uur niet op. Dus ’s avonds gaat het mailen en bellen gewoon door. Het houdt nooit op, maar dat vind ik ook wel prettig. Het hoort erbij.’

Of Corine Koole de beste in haar vak wil zijn? ‘Natuurlijk, dat moet je willen, zeker als je dit werk altijd al zo graag hebt willen doen.
Ik weet nog dat ik 17 was en met mijn vriendje in café De Doffer in Amsterdam zat en hem vertelde dat ik zó graag wilde schrijven. Toen zei hij: “Kijk rond en schrijf gewoon op wat je ziet.” Niet lang daarna kwam ik terecht bij filmblad Skoop en zo ben ik in het vak terechtgekomen. Ik werk hard, maar heb ook grenzen: ’s avonds doe ik bijvoorbeeld niet vaak iets.’

Hoe weet Theo Dersjant of nieuwbakken studenten op de opleiding voldoende gemotiveerd zijn? ‘Eigenlijk weten we dat niet, want motivatie is iets wat je heel gemakkelijk kunt acteren. Als je 17 jaar oud bent en je komt je aanmelden, kun je gemakkelijk zeggen dat je al je hele leven journalist wil worden. In de dagelijkse praktijk komen we er pas achter of het echt zo is.
Ik wijs mijn studenten bijvoorbeeld wel eens op een documentaire over het vak die ’s avonds op televisie is. Als er dan eentje z’n hand opsteekt en vraagt of het verplicht is om naar te kijken, of vraagt of het kijken naar de documentaire studiepunten oplevert, dan weet ik dat het die student ontbreekt aan voldoende motivatie. Aan de andere kant: de studenten die hier binnenkomen, zijn nog piepjong. Motivatie voor de journalistiek hoeft er niet a priori te zijn, het kan ook gaandeweg groeien.’

ZIJN Dirk Jacob Nieuwboer dacht lang dat hij niet geschikt was voor het vak. ‘Je hebt journalisten die overal bovenop duiken en om die reden goed zijn. Een tijdje dacht ik dat dat de norm was. Toen ik langer in de journalistiek actief was, kwam ik erachter dat er ook journalisten zijn die, net als ik, niet meteen ergens bovenop duiken, maar eerst even op zich laten inwerken wat er gebeurt. Het een is niet beter dan het andere, het zijn simpelweg verschillende typen journalisten.’

Voor Corine Koole is ontvankelijkheid de belangrijkste eigenschap voor het werk dat ze doet. ‘Interviewen is een dienstbaar vak en spijtig genoeg lees ik veel interviews waarbij de journalist zich allesbehalve dienstbaar heeft opgesteld. Ga de politieke verslaggeving in als je zo graag wil scoren, denk ik dan. Ze willen vaak leuker zijn dan de persoon die ze interviewen – vooral sommige jonge vrouwelijke interviewers hebben daar last van. Met ontvankelijkheid bedoel ik dat je zonder enig oordeel of vooroordeel naar mensen kunt luisteren. Mensen voelen dat meteen.’

Moet een oorlogsjournalist onverschrokken zijn? Nee, zegt Arnold Karskens. ‘Dat klinkt mij wat te onbezonnen, want je moet juist oog hebben voor gevaar. Helden liggen wat dat betreft op het kerkhof. Ik hou wel van actie en avontuur. Ik wilde altijd al de wereld over reizen, Slauerhoff achterna, op plekken komen daar waar de wereldgeschiedenis zich ontrolt. Maar ik koppel die hang naar avontuur wel aan oprechte nieuwsgierigheid en betrokkenheid en in dat opzicht onderscheid ik me van oorlogsverslaggevers die het alleen voor de kick doen. Dat soort collega’s zie je ook snel weer van het toneel verdwijnen.
Verder is onafhankelijkheid de allerbelangrijkste eigenschap die je moet hebben en daarvoor geldt: je bent onafhankelijk of je bent het niet, een beetje onafhankelijk zijn kan niet. Dus ga je een keer embedded mee naar Afghanistan, dan gooi je je onafhankelijkheid te grabbel.’

In gesprekken met zijn studenten vraagt Theo Dersjant bij welke bakker de studenten het liefst hun brood kopen en waarom. ‘Dan zeggen ze: ik ga bij die bakker, want die heeft het lekkerste brood, hij is goedkoop en het is een aardige vent. En precies dat laatste aspect wordt door veel journalisten onderschat: aardig zijn. Natuurlijk moet je een mooi stuk kunnen schrijven, maar vergeet niet dat het ook heel belangrijk is hoe je overkomt. Bij collega’s, bij een potentiële werkgever als je gaat solliciteren, maar ook als je een interview gaat doen. Als het klikt met een geïnterviewde, bereik je vaak meer dan wanneer je maar blijft doordrammen. Daarbij is het wel belangrijk dat je jezelf niet verloochent; je moet niet opeens heel aardig gaan doen als je dat niet van nature bent. Het gaat erom dat je je bewust bent van je eigen houding en daar iets mee doet.’

Verder lezen
Theo Dersjant noemt het boek ‘The Universal Journalist’ van de Britse journalist David Randall. ‘Daarin heeft hij het over the art of being likeable.’
Corine Koole werd jaren geleden geraakt door de interviews die kunsthistoricus David Sylvester hield met schilder Francis Bacon. ‘Voor mij een eye opener. Als je dat leest, begrijp je al na een paar regels wat ik bedoel, die verhalen zijn zó invoelend. Sylvester gaat helemaal mee met die man, de tranen lopen over je wangen.’ Arnold Karskens bewondert Broer Jansz, een journalist die verslag deed van de Tachtigjarige Oorlog. ‘Hij was volledig onafhankelijk en beschreef echt het lijden van de mensen in die oorlog’. Gevraagd naar collega’s van nu noemt hij Harald Doornbos en Thomas Erdbrink. ‘Die trekken er hard aan en dat zie ik graag.’
Dirk Jacob Nieuwboer studeerde in Italië en raakte daar onder de indruk van de bejaarde, inmiddels overleden, journalist Indro Montanelli. ‘Mijn Italiaanse vrienden noemden hem een ouwe brompot. Dat was ook wel zo, maar hij was ook zo scherp en straalde vooral totale onafhankelijkheid uit.’

Met dank aan
Arnold Karskens, onderzoeks­journalist en oorlogsverslaggever. Zijn boek, ‘Het Beestmensch’, handelt over Karskens’ jacht op oorlogsmisdadiger Klaas Carel Faber.
Corine Koole, schrijver en journalist. Maakt interviews en verhalen voor onder andere Linda, Volkskrant Magazine en Het Parool.
Dirk Jacob Nieuwboer, was politiek verslaggever bij De Pers, schreef samen met Kustaw Bessems het boek ‘Doe eens normaal man’ en is nu freelancer, onder meer voor de Volkskrant.
Theo Dersjant, journalist en docent aan de Fontys Hogeschool voor journalistiek.

Nog geen reacties

Om te reageren moet je een Villamedia Account hebben en moet je eerst ingelogd zijn.

Villamedia Sluiten

Inloggen

Registreren

Vul onderstaande gegevens in voor exclusieve toegang voor NVJ-leden.