— vrijdag 16 november 2012, 10:51 | 0 reacties, praat mee

Wat vind je zelf leuk om te lezen?

In de serie Denken & Doen pogen we door te dringen tot de theoretische (denken) en praktische (doen) kern van een journalistieke discipline. Van interview en kop tot researchen en het schrijven van een boek. In de negende aflevering bedenken we rubrieken.

Denken Blijf vooral dicht bij je eigen smaak en voorkeur en vermeng dat met de emoties en karaktertrekken van je lezer. Dat is het devies van Rob van Vuure voor iedereen die zich bezighoudt met het bedenken van rubrieken. ‘Ga eens rustig op de bank liggen en wees heel eerlijk naar jezelf: wat vind je nou eigenlijk zelf leuk om te lezen? Waar kick je op? Zet je schaamte opzij als je dat bij jezelf vaststelt. Wij bladenmakers zijn namelijk niet uniek, we hoeven onszelf echt niets te verbeelden. Wat wij leuk vinden, vinden onze lezers ook leuk. Want we zijn allemaal een beetje ramptoerist en kijken allemaal graag binnen bij anderen.’

Soms komt de smaak van je lezer echter niet overeen met je eigen voorkeuren, ondervond Jossine Modderman. ‘Een mooi voorbeeld is ‘Amanda weet raad’, een brievenrubriek in Viva die we maken met Amanda Krabbé, de vrouw van Martijn. Zij geeft lezeressen advies op het gebied van de liefde, juist omdat ze er in haar eigen liefdesleven nogal een potje van maakt. Ik zie dus enorm de humor in van zo’n rubriek, maar ik ben echt de enige; niemand vindt het leuk! Dus je kunt niet zomaar blind op jezelf af gaan.’

Natuurlijk moet je een blad niet voor honderd procent vullen met wat je zelf mooi vindt, zegt Astrid van der Hulst, maar je moet ook niet doorslaan naar de andere kant. ‘De tijd van ijkpersonen en strak gedefinieerde doelgroepen is echt voorbij. Irene Smit, mijn collega-hoofdredacteur, en ik hebben Flow bedacht omdat het blad dat we zelf zouden willen lezen er domweg niet was. Het komt voort uit een authentiek gevoel en dat herkennen de lezers. De manier waarop we het hoofdredacteurschap invullen, sluit daar ook bij aan. We werken mee, zijn bladenmakers in plaats van dat we de hele dag over budgetten praten. Met de artdirectors vormen we een creatief team. Door die manier van werken ontstaan ook de goede rubrieken, je schept de juiste voorwaarden om creatief te zijn.’

‘Je moet jezelf niet te veel extrapoleren als je een rubriek bedenkt’, zegt Chris Buur. ‘Maar als het goed is leer je dat snel genoeg af als je op je 16e je vriendjes tot vervelens toe probeert te overtuigen van je muzieksmaak. Tegelijkertijd moet je je doelgroep wel snappen en voor een deel haal je dat uit jezelf. De Volkskrant-lezer vertegenwoordigt een bepaalde smaak en die komt voor een groot deel overeen met je eigen voorkeuren. Frans Bauer is al snel too much, een interview met Theo Maassen leidt geheid tot juichende reacties.’

Volgens Buur heeft een geslaagde rubriek altijd één of twee ijzersterke ingrediënten. ‘Wat ik belangrijk vind is dat een rubriek een drive heeft. Freelancers stellen vaak nieuwe rubrieken voor – logisch, want dat betekent voor hen een vaste bron van inkomsten. Maar ik vraag me dan altijd af: zou ik hier ook in één keer 57.000 woorden over willen lezen? Zo niet, dan is het geen goed idee, dan ontbreekt de urgentie.’

‘Als je nonnen over hun liefdesleven laat praten’, ben je snel klaar, zegt Modderman. ‘Je moet dus een onderwerp hebben dat een tijd mee kan en dat leeft bij de doelgroep. De combinatie werk-privé is zo’n onderwerp voor Viva. Een succesvolle rubriek als Any Body draagt een blad, geeft het smoel. Het onderwerp van die rubriek, het menselijk lichaam, blijft altijd actueel. De rubriek is ook nog eens heel goed uitgevoerd, ik denk eigenlijk dat Any Body gewoon niet beter kan. Dus ook de manier waarop je de rubriek invult bepaalt of het een succes wordt.’

Doen Jossine Modderman gelooft niet dat je de creativiteit die nodig is om een rubriek te bedenken kunt oproepen. ‘Het zit in je of niet. Als je er echt voor gaat zitten, komt er bijna nooit wat uit. Ideeën komen gewoon in me op, maar ik laat me wel voeden. Op tijdschriftengebied lees ik alles wat los en vast zit. Maar ook televisieseries kunnen me op een bepaald spoor zetten. Dan zie ik bijvoorbeeld een aflevering van CSI over een moord en dan denk ik: misschien moeten we ook eens iets met dat onderwerp.’

Astrid van der Hulst gelooft niet in brainstormen. ‘Ik heb die dagen meegemaakt bij andere bladen, dus ik kan erover meepraten. In de regel zit je aan het einde van zo’n sessie met een berg onwerkbare ideeën. Misschien komt er één goed idee uit, maar dat had je ook tijdens de afwas kunnen bedenken. Ook in moodboards geloof ik niet, het is weggegooid geld. Nadenken over nieuwe rubrieken en verhalen is een proces dat, als het goed is, de hele dag doorgaat. We gaan regelmatig in een tentje met lekkere koffie zitten, dan komen de ideeën vanzelf. Het bedenken van verhalen of rubrieken is niet eens zo moeilijk, de tijd vinden om het goed uit te voeren, maakt het lastig. Ik haal meer inspiratie uit de digitale wereld dan uit print-media. We werken veel samen met illustratoren en die hebben allemaal inspirerende sites en blogs. Ik zie internet en sociale media ook niet als een vijand, maar als een vriend voor print. Durf te klikken en je komt op de meest geweldige ideeën.’

Een idee voor een rubriek popt vaak gewoon in je op, vindt Chris Buur. ‘Ik wilde iets met film doen in V en bedacht toen vervolgens dat het leuk zou zijn om zo’n rubriek op te hangen aan Paul Verhoeven, toch een authentiek Nederlandse held. Dat wordt een succes om verschillende redenen: het idee is oké, Paul weet verschrikkelijk veel van film en Rob van Scheers schrijft het mooi op. De moeite die erin wordt gestopt, zie je terug. Ik ga wel eens met collega’s om de tafel om ideeën te bedenken, alleen werkt het bij de krant anders dan bij een tijdschrift, waar je meer coördineert en uitzet bij freelancers. Op de krant schrijft iedereen zelf, dus je bespeurt tijdens zo’n bespreking een zeker ongeduld. Je hoort ze denken: mogen we nu weer aan het werk?’

Ook voor Rob van Vuure is het verzinnen van rubrieken doorgaans een solitaire bezigheid. ‘Maar soms gaan we met een groepje bij elkaar zitten. Je hebt het over de formule en dan komen er al snel suggesties voor rubrieken. Wat uitstekend werkt, is een idee overnemen van een ander blad, alleen moet je dat niet één-op-één doen, dat is gemakzuchtig. De kunst is een goed idee te vertalen naar je eigen formule. Jatten is het moeilijkste wat er is en goede bladenmakers nemen heel veel over van anderen. Hoewel in een andere vorm bestond Any Body ook al toen ik die rubriek bedacht voor Viva. Ik organiseer wel eens een brainstorm en dan breng ik bepaalde prikkels in, bijvoorbeeld: we verzinnen iets onhaalbaars waarna iedereen de opdracht krijgt er iets haalbaars van te maken. Dat werkt.’

cop 2019

Praat mee

Colofon

Villamedia is een uitgave van Villamedia Uitgeverij BV

Postadres

Villamedia Uitgeverij BV
Postbus 75997
1070 AZ Amsterdam

Bezoekadres

Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Contact

redactie@villamedia.nl
020-30 39 750

Redactie (tips?)

Dolf Rogmans
Hoofdredacteur, 020-30 39 751

Marjolein Slats
Adjunct-hoofdredacteur, 020-30 39 752

Linda Nab
Redacteur, 020-30 39 758

Lars Pasveer
Redacteur, 020-30 39 755

Trudy Brandenburg-Van de Ven
Redacteur, 020-30 39 757

Anneke de Bruin
Vormgever, 020-30 39 753

Marc Willemsen
Webontwikkelaar, 020-30 39 754

Vacatures & advertenties

Karen Bais
020-30 39 756

Sofia van Wijk
020-30 39 711

Bereik

Villamedia trekt maandelijks gemiddeld 120.000 unieke bezoekers. De bezoekers genereren momenteel zo’n 800.000 pageviews.

Rechten

Villamedia heeft zich ingespannen om alle rechthebbenden van beelden en teksten te achterhalen. Meen je rechten te kunnen doen gelden, dan kun je je bij ons melden.