Wolvenexpert Glenn Lelieveld: ‘Mensen blijven klikken op nieuws met wolven’
In de serie Lessen voor de Pers komen mensen van buiten de journalistiek aan het woord over hun ervaringen met journalisten en media. Dit keer ecoloog en wolvenexpert Glenn Lelieveld. ‘Met het uitmelken van die paar incidenten hebben de media het beeld gecreëerd dat alle honderd wolven die er nu in Nederland rondlopen gevaarlijk en eng zijn.’
Dit artikel wordt met je gedeeld door NVJ-lid Frans Oremus. Ook lid worden?
Een mooie anekdote die ook iets zegt over de media vindt Glenn Lelieveld (35) nog altijd het verhaal over de eerste wolf in Nederland (na 150 jaar afwezigheid) die helemaal niet de eerste was.
‘De allereerste waarneming van een wolf vond plaats in 2011, op een parkeerplaats bij Duiven, ten oosten van Arnhem. We hebben daar als Zoogdiervereniging (waarvan Lelieveld tot 1 juli coördinator was, red.) ook foto’s van. Maar die wolf is weer vrij snel teruggegaan naar Duitsland en heeft nooit de publiciteit gehaald.
De wolf die in 2015 door Drenthe en Groningen liep wordt in de media nog altijd als de eerste beschouwd. Wij noemden hem gekscherend de VVV-wolf want hij liep overdag gewoon door de bebouwde kom. Iedereen kon hem zien.
Er heerste destijds in de publieke opinie – ook bij journalisten – vooral ongemak: moet het kunnen dat die wolf hier in Nederland over straat loopt? Cartoonisten gingen er grandioos mee aan de haal en je zag in de berichtgeving een soort verbazing; kan het wel dat die wolf overdag zomaar langs de Action loopt?’
Dat beeld bleef bij veel mensen hangen. ‘Het ging in de media nauwelijks over de mogelijkheid dat wolven er inderdaad bij gaan horen; zoals vlinders die van nature vooral in Frankrijk voorkwamen en nu mede door klimaatverandering naar Nederland komen. Dat vinden we allemaal niet zo heel spannend; we vinden het wel geinig. Maar nu het om een wolf gaat blijkt dat van een andere orde.’

© Tjitske Sluis
‘Er wordt vaak op angst gespeeld’
Kranten als Trouw, de Volkskrant, NRC en Het Parool zoeken wel enige nuance, maar een krant als De Telegraaf of een programma als Hart van Nederland (SBS) veel minder, merkt Lelieveld.
‘Er wordt vaak op angst gespeeld. Het was voor mij een goede les in hoe media werken. Ieder medium heeft zijn eigen niche en zijn eigen manier van verhalen vertellen. Inmiddels snap ik dat Hart van Nederland, met de doelgroep die het voor ogen heeft, niet het beste podium voor nuance is.
Maar ga het niet steeds in elk item over wolven hebben over “weer twintig schapen verscheurd door een wolf”. Stop daar eens mee, denk ik dan. En ga als NOS-correspondent eens in Oost-Duitsland kijken, of trek als Trouw-journalist een dag op met een schaapsherder in de Alpen die zijn baan juist dankt aan de aanwezigheid van de wolven.’
Er zijn namelijk best veel regio’s in Europa waar wolven nooit zijn weggeweest, en waar dus veel kennis aanwezig is, weet Lelieveld. ‘Denk aan de Balkan, de Italiaanse Apennijnen en bepaalde gebieden in Spanje. Ik heb nog nooit gezien dat een Nederlandse journalist daar naartoe is gegaan om een verhaal te maken over hoe daar met wolven wordt samengeleefd. Dat soort verhalen mis ik.
Net als stukken over de subsidiepotten die klaarstaan in Europa. Nederland maakt daar nog geen gebruik van terwijl je daarmee volledige fte’s aan herders kunt inzetten ter begrazing en bescherming tegen de wolf. Die herders blijven het etmaal rond bij de dieren en krijgen honden en andere voorzieningen.
Dat is wel even wat anders dan het gemiddelde schapenweitje in Nederland: de boer komt wel elke dag een keer langs, maar slechts vijf minuten. Hij heeft namelijk niet de middelen om zijn schapen goed te beschermen.
Ik vind dat de media een verantwoordelijkheid hebben om niet alleen het gezeik te laten zien, maar ook hoe het dan wel moet of kan. Maar als je kijkt naar het gros van de krantenkoppen of de zoekterm “wolf” intikt op Google zie je dat minstens de helft van de stukken gaat over schapen die verslonden zijn of dat de wolf te dicht bij mensen komt.’
‘Ik vind dat de media een verantwoordelijkheid hebben om niet alleen het gezeik te laten zien, maar ook hoe het wel moet of kan’
Want mensen blijven klikken op nieuws met wolven, ziet Lelieveld.
‘Ik hoor ook van redacteuren dat wolvennieuws heel goed scoort in de statistieken. Zeker als er een beetje een pittige kop boven staat. Iedereen heeft er ook gelijk een mening over. Het scoort toch echt beter dan nieuws over een gemiddelde dagvlinder. Maar ik vraag me dan wel af: wat is jouw persoonlijke drijfveer als journalist om het nieuws zo ongenuanceerd te brengen?
Zijn dat inderdaad de kliks? Ik hoop altijd dat journalisten toch iets meer willen; iets willen toevoegen aan de wereld met echte verslaglegging. Ik denk dat het belangrijk is dat media één keer in de zoveel tijd een stapje terug doen om te kijken naar het onderwerp en te onderzoeken of alle invalshoeken goed zijn belicht.
Om zichzelf een spiegel voor te houden en te kijken of het maatschappelijk debat over de juiste dingen gaat en wat hun rol daarin is. Wat mij als ecoloog erg fascineert is dat uit Duitse studies naar het voedselpatroon van de wolf – waarbij 11.000 wolvendrollen haar voor haar onder de microscoop zijn gelegd – gebleken is dat het aandeel vee in het wolvendieet onder de 2 procent blijft.
De overige 98 procent van wat de wolf eet bestaat uit wilde zwijnen, reeën en ander wild. Dat is in feite een maatschappelijke dienst.
Maar als je deze cijfers afzet tegen de aandacht in de media zie je het omgekeerde: 2 procent van de berichtgeving gaat erover dat wolven wild eten terwijl 98 procent van het nieuws gaat over de schapen die aangevallen worden door wolven. En natuurlijk is die maatschappelijke kant belangrijk.
Maar er zit op dit dossier aan alle kanten een bak emotie. Dat schrijft lekker, dat snap ik, en je moet het ook weergeven, een stem geven en erkennen. Maar de proportionaliteit is wel een beetje zoek. Journalisten zouden zich kunnen afvragen of de hoeveelheid berichtgeving weerspiegelt wat er daadwerkelijk gebeurt.’

© Tjitske Sluis
‘We zijn zo’n klein kikkerlandje’
Lelieveld vindt de berichtgeving van The Guardian het ‘fijnst’ omdat die niet naar Nederland als een eiland kijkt. ‘De Nederlandse media doen dat wel en dat is zo’n beperkt beeld, we zijn zo’n klein kikkerlandje.’
Wat hij bij talkshows vaak lastig vindt is als drie mensen met een mening naast één wetenschapper aan een tafel worden neergezet en hun uiteenzettingen evenveel tijd en ruimte krijgen. ‘Terwijl het me ook voor journalisten duidelijk lijkt dat de argumenten van een wetenschapper een iets andere waarde hebben dan drie mensen met een mening. Je gaat ook niet aan een voetballer vragen of een tennisser goed heeft gespeeld.’
Inmiddels bemerkt hij ook wel een beetje moeheid bij journalisten.
‘Dat ze weer naar een emotionele boer worden gestuurd wiens schapen zijn verscheurd. Die emoties begrijp ik overigens heel goed. Ik heb zelf schadebeoordelingen gedaan voor de overheid en ben bij boeren op het erf geweest in de nasleep van zo’n slagveld – waarbij een wolf dertig uiteengereten schapen achterlaat in een wei. Dat ziet er gruwelijk uit. En natuurlijk begrijp ik dat die boer naar de media loopt.
Maar uiteindelijk gaat het om incidenten met twee wolven, terwijl je in de media het beeld krijgt dat alle honderd wolven die er nu in Nederland rondlopen gevaarlijk en eng zijn. En ook als Wolvenmeldpunt vinden wij dat als een wolf iets fout doet, je daarop moet ingrijpen. Maar aan het feit dat die andere 98, die zich op wat kleine incidenten na voorbeeldig gedragen, wordt nauwelijks aandacht besteed.’
Soms gaan media volgens Lelieveld echt te ver: ‘Als Zoogdiervereniging hebben we De Stentor een tijdje op de zwarte lijst gezet vanwege haar tendentieuze berichtgeving. We zeiden: “We doen geen woordvoering meer naar jullie zolang de krant niet genuanceerder en feitelijker onze quotes gebruikt”.
Er werd in geknipt, ze werden misvormd en in een frame geplaatst waar we ons niet in konden vinden. Ik kreeg er zelfs doodsbedreigingen door - het is wel de belangrijkste regionale krant voor de Veluwe. We hebben een paar keer met de hoofdredactie en de eindredactie overleg hierover gehad. Toen dat niet hielp hebben we ze op die zwarte lijst gezet.
Wij zijn immers geen overheid en hoeven niet iedereen te woord te staan. Dat was wel een noodgreep. Wij willen dat ook niet; we willen gewoon ons genuanceerde verhaal vertellen. Daarna werden dingen opeens vloeibaar en gingen we opnieuw in gesprek. Toen werd er wél naar ons geluisterd. De journalist die voor deze berichtgeving verantwoordelijk was vertrok naar een andere regio en de berichtgeving werd een stuk genuanceerder.’
NB: In een reactie zegt hoofdredacteur Sylvia Cools van De Stentor op punten een andere lezing te hebben dan het door Glenns Lelieveld geschetste feitenrelaas rond de berichtgeving over wolven. Ze betwist dat de krant genuanceerder is gaan berichten na van de zwarte lijst van de Zoogdiervereniging te zijn gehaald. Zie hieronder haar hele reactie.
‘Ik herken het deel specifiek over de Stentor niet. Navraag op onze redactie leert dat geen van onze (oud-)leidinggevenden zich een dergelijk gesprek met dhr Lelieveld of zijn organisatie kan herinneren. Ik hoor graag met wie en wanneer er gesproken is over onze berichtgeving.
Onze verslaggevers hebben juist vaak contact gezocht met deskundigen zoals dhr Lelieveld om zo veel mogelijk een compleet beeld te schetsen en voor de nuance. Daarin konden verslaggever en de instantie soms van mening verschillen over het belang van het wel of niet publiceren van informatie, en daarin hebben we als Stentor altijd onze eigen afwegingen gemaakt.
Als redactie staan wij open voor het gesprek over of kritiek op onze berichtgeving. Ik ben dan ook zeer verbaasd over de opmerkingen van dhr Lelieveld.
De komst van de wolf in Nederland heeft vanaf het prille begin onze journalistieke aandacht. En nog steeds. We maken daarbij afwegingen wat we wel en niet publiceren en kijken daarbij zowel naar het maatschappelijke belang als onze rol om te informeren en te duiden. Het draait hierin niet om kliks, maar wel om wat leeft in de maatschappij. De wolf in Nederland heeft impact op de leefomgeving van de mens, daar schrijven we over. Dat doen we met open blik, vanuit verschillende perspectieven en we proberen ook perspectief te bieden.
Als de Stentor hebben we verhalen gemaakt vanuit verschillende perspectieven; verhalen over de eerste wolf, de eerste welpjes die geboren werden, maar ook over schapen die gedood zijn, onrust bij mensen die dieren buiten hebben staan, en de vreugde als iemand een wolf in het echt heeft gezien of had vastgelegd op camera. En meer recent over incidenten tussen wolven, honden en mensen.
De afgelopen jaren hebben we meerdere kanten van de komst van de wolf in Nederland belicht. Met boswachters en jagers zijn we op pad geweest over wat de komst van de wolf doet met de rest van het wild in onze natuurgebieden. Onze verslaggever is naar Zweden afgereisd om te zien hoe mensen daar samenleven met de wolf. We hebben verhalen geschreven over de wolf-werende rasters en schapenhouders die daar geen gebruik van maken.
Dat de wolf veel losmaakt blijkt ook uit de reacties onder onze artikelen. Zowel voor- als tegenstanders laten zich daar horen. En zo is dat ook met instanties die betrokken zijn bij de wolf, niet iedereen kan onze berichtgeving vanuit zijn of haar rol waarderen.
De lessen van Glenn Lelieveld
• Verbreed je kennis over de wolf en ga kijken in Europese landen waar de wolf nooit is weggeweest, of duik in de EU-wetgeving waar subsidiepotten klaarstaan voor het samenleven met grote roofdieren.
• Overweeg je drijfveer om nieuws sensationeel te brengen; wil je iets toevoegen aan de wereld door echte verslaglegging of gaat het om de kliks?
• Vraag je af of de hoeveelheid berichtgeving over een onderwerp daadwerkelijk weerspiegelt wat er in de maatschappij gebeurt.
Mediagebruik
‘Ik kijk heel veel naar NOS Nieuws op de app. En daarnaast probeer ik altijd het NOS Achtuurjournaal te kijken.
En NU.nl, voor wat meer binnenlands nieuws. Als ik meer tijd heb ga ik naar The Guardian voor het internationale nieuws. En ik bekijk veel via Google. Met een paar zoektermen weet ik al snel waar ik word geciteerd en kan ik even checken of het wel klopt.’


Praat mee
1 reactie
Pål Jansen, 30 oktober 2024, 22:23
https://www.destentor.nl/home/dit-zijn-de-5-lessen-over-de-wolf-die-nederland-kan-leren-van-zweden-de-boeren-hoor-je-hier-nauwelijks~a7d9f0da/?cb=78e4c589-e26a-4c80-8843-621f3ab09e7e&auth_rd=1
Dit staat inderdaad wel wat haaks op wat mr Lelieveld beweert. Ik zou ook wel eens een rubriek lessen voor de lezer interessant vinden