— woensdag 12 september 2012, 15:46 | 0 reacties, praat mee

Autoriseren

© Maaike Putman

In de serie Denken & Doen pogen we door te dringen tot de theoretische (denken) en praktische (doen) kern van een journalistieke discipline. Van interview en kop tot researchen en restyling. In de zesde aflevering gaan we in op een voor veel journalisten netelige kwestie: autoriseren.

DENKEN
Hilmar Mulder wil best meewerken aan een interview, ‘maar ik wil de tekst vooraf wel graag lezen’, zegt ze aan de telefoon. ‘Dus dat geeft al een beetje aan hoe ik over dit onderwerp denk.’ Mulder snapt heel goed dat de meeste bekende Nederlanders de tekst van een interview nog even willen zien voordat het blad naar de drukker gaat. ‘Er is altijd een verschil tussen het gesproken en het geschreven woord. Tijdens een interview worden zinnen niet afgemaakt, aarzelen mensen, zijn ze wollig. Allemaal zaken die je uiteindelijk niet terugziet op papier. Wat op papier komt, is per definitie een interpretatie van de journalist. En dus doen wij niet lullig als een geïnterviewde terug wil komen op iets wat hij of zij heeft gezegd. Dat gaat inderdaad wat verder dan een check op feitelijke onjuistheden, maar dat is ook niet zo gek: BN’ers worden altijd maar geacht om emotioneel leeg te lopen in een interview, dan is het niet raar als ze nog even goed naar de tekst willen kijken. Via sociale media wordt een uitspraak tegenwoordig zo op Twitter gegooid en uit z’n verband getrokken.’

Rogier van ’t Hek begrijpt best dat sporters interviews nog even willen inzien, want ‘er kan altijd wat ruis op de lijn zitten’. Los daarvan vindt Van ’t Hek dat sporters, en dan met name voetballers, te weinig vertrouwen hebben in zijn verslaggevers. ‘Mijn mensen zijn vakmensen. Voetballers weten dat ze zich geen buil aan hen kunnen vallen en toch willen ze de tekst inzien. Dat komt vooral door de persvoorlichters, dat zijn in de regel geen mensen met ballen, ze durven niet achter een verhaal te gaan staan. Als je ballen hebt en je kent een journalist al jaren, dan zeg je: “Succes ermee, ik hoef het niet meer te zien.” Maar zo zijn ze niet, er is altijd de angst dat uitspraken te pittig zijn of verkeerd zullen vallen? Meestal als wij onze rug recht houden, kraait er na publicatie geen haan naar.’

In de politiek heeft het autoriseren een hoge vlucht genomen, zegt Max van Weezel. ‘Journalisten hebben er een hekel aan, maar veel politici ook. We zijn gevangenen geworden van een systeem dat is ontstaan door de moordende concurrentie op het Binnenhof. Als wij niet naar de pijpen van de voorlichters dansen, zijn er voor ons tien anderen. Dan gaat een minister wel naar de Volkskrant in plaats van naar VN. Ik loop al dertig jaar rond in de politiek en zelfs voor mij is het lastig om door dat cordon van voorlichters en spindoctors heen te breken. De onderhandelingen beginnen al bij de interviewaanvraag. Dan moet ik een kopje koffie drinken met een voorlichter en zegt hij: “Als je die onderwerpen niet wil bespreken, dan kan ik wel een goed woordje voor je doen.” Vervolgens heb je het interview zelf, waar standaard een voorlichter aanschuift. Soms twee, soms meer. Ik heb wel eens meegemaakt dat er vijf communicatiedeskundigen aanschoven bij een off the record-gesprek met een minister – allemaal met een bandrecordertje.’

Er zijn voorzichtige pogingen geweest om het autoriseren terug te dringen, soms met tijdelijk succes. Van Weezel: “Financiën heeft het een tijdje afgeschaft. Logisch, want sommige journalisten werden er ook lui van. Die schreven ‘puntje puntje euro’ in hun tekst en dan mocht Financiën het bedrag invullen. Maar toen Wouter Bos minister werd, keerde het autoriseren ook weer terug. VN probeert zich eraan te onttrekken. Dan maar een profiel van een minister in plaats van een interview. Of investeren in dossierjournalistiek. We nemen steeds meer afscheid van het nieuws van de dag.’

Van ’t Hek: ‘Het zou goed zijn als we als journalisten eens wat meer stennis zouden schoppen, maar dan moeten we het wel met z’n allen doen. Anders is er toch weer een concurrent die wél die voetballer gaat interviewen.’
Mulder zou het prettig vinden als er niet meer geautoriseerd hoeft te worden. ‘Dat scheelt een hoop werk. En de interviews worden misschien een tikje meer spicy. Aan de andere kant snap ik het heel goed. Ik stond zelf eens paginagroot in de krant zonder dat ik de foto vooraf had gezien, nou, die krant kon linea recta de kattenbak in.’

DOEN
Natuurlijk zijn er grenzen, zegt Max van Weezel. ‘Koppen en bijschriften zijn wat mij betreft heilig. Dat is het domein van de eindredactie en daar wordt niet aan getornd. Maar voor het overige moet ik eerlijk bekennen dat we als journalisten toch soms opportunistisch zijn. Als je een exclusief interview hebt, of nieuws kan maken, ben je wat soepeler. Soms stellen we voorlichters van tevoren op de hoogte van de strekking van het persbericht dat we uitsturen naar aanleiding van een interview, maar dat is eerder uitzondering dan regel.

Waar ik verder vooral op let, is dat ik hard en duidelijk ben in de voorfase. Als je dat niet bent, ga je later onderuit. Ook moet je zorgen dat de geïnterviewde op de hoogte is. Dus als ik afspraken heb gemaakt met een persvoorlichter en het interview begint, dan noem ik die afspraken altijd nog even expliciet. Verder heb ik geen trucjes, het is niet zo dat ik heel lang wacht met het sturen van de tekst en dan zeg: “O sorry, ik wist niet dat het blad al naar de drukker was.” Ik strijd met open vizier.’

Rogier van ’t Hek vindt het belangrijk dat de intenties van de journalist duidelijk zijn. ‘Je kunt een uiterst vriendelijk gesprek hebben met een sporter om daarna een heel vilein interview te tikken. Ja, dan moet je niet raar opkijken als je achteraf gezeur krijgt. Dus als je een stevige tekst wil maken, moet je ook een stevig gesprek voeren. Een check op feitelijke onjuistheden vind ik prima, maar de manier waarop je het formuleert, maakt wel degelijk verschil. Ik schrijf bijvoorbeeld nooit “Hierbij het artikel ter inzage”, daarmee geeft je te veel ruimte. Soms vragen voetbalclubs ook om de pdf, maar dat doen we meestal niet. Verder blijf ik vooral nuchter. Laatst had Marcel van Roosmalen in NUsport een verhaal over Vitesse geschreven waar de club niet blij mee was. Ze waren gevallen over een passage waarin stond dat trainer Fred Rutten over een kratje struikelde. Dan is de wereld even te klein en worden we van het complex van Vitesse geweerd, maar inmiddels lopen we er gewoon weer rond.’

Als je met goede, professionele journalisten en fotografen werkt, heb je ook niet veel gezeur bij het autoriseren, vindt Hilmar Mulder. ‘Als wij een celebrity fotograferen, maken we honderden foto’s, die allemaal goed zijn. Dus als een BN’er niet tevreden is over een bepaalde foto, hebben we altijd een andere achter de hand. Wat we echter niet doen, is de foto’s vooraf mailen, want voor je het weet worden ze naar familie doorgestuurd of staan ze op Twitter. Dus als de geïnterviewde mee wil kijken, vragen we om even langs te komen op de redactie. Het voordeel daarvan is dat je ze laat meekijken in de keuken en ze kunt uitleggen waarom je bepaalde keuzes maakt. Als je dat doet, heb je in de regel ook minder gedoe.’

Verder lezen
Toen hij nog voor Vrij Nederland werkte, schreef NRC-journalist Thijs Niemantsverdriet het prikkelende ‘Weg met de autorisatie’ in De Journalist (nummer 1, 16.01.2009), een vurig pleidooi om een einde te maken aan het autoriseren van interviews.

Met dank aan
Hilmar Mulder, hoofdredacteur van Grazia, de glossy die dit jaar haar eerste lustrum viert.
Rogier van ’t Hek, oud-hockey­international en hoofdredacteur van NUsport.
Max van Weezel, sinds 1976 politiek journalist bij Vrij Nederland. Presenteert ook de radioprogramma’s Argos en Met ’t Oog op Morgen. Won twee keer de Anne Vondelingprijs.

cop 2019

Praat mee

Colofon

Villamedia is een uitgave van Villamedia Uitgeverij BV

Postadres

Villamedia Uitgeverij BV
Postbus 75997
1070 AZ Amsterdam

Bezoekadres

Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Contact

redactie@villamedia.nl
020-30 39 750

Redactie (tips?)

Dolf Rogmans
Hoofdredacteur, 020-30 39 751

Marjolein Slats
Adjunct-hoofdredacteur, 020-30 39 752

Linda Nab
Redacteur, 020-30 39 758

Lars Pasveer
Redacteur, 020-30 39 755

Trudy Brandenburg-Van de Ven
Redacteur, 020-30 39 757

Anneke de Bruin
Vormgever, 020-30 39 753

Marc Willemsen
Webontwikkelaar, 020-30 39 754

Vacatures & advertenties

Karen Bais
020-30 39 756

Sofia van Wijk
020-30 39 711

Bereik

Villamedia trekt maandelijks gemiddeld 120.000 unieke bezoekers. De bezoekers genereren momenteel zo’n 800.000 pageviews.

Rechten

Villamedia heeft zich ingespannen om alle rechthebbenden van beelden en teksten te achterhalen. Meen je rechten te kunnen doen gelden, dan kun je je bij ons melden.