website over journalistiek

x

Villamedia heeft een app

 

Exclusieve inhoud Sluiten

Een NVJ-lid heeft dit artikel met je gedeeld. Gratis een maand alles lezen? Klik hier.

Een NVJ-lidmaatschap geeft je recht op:

  • Persoonlijk advies
  • Juridisch advies & rechtsbijstand
  • Perskaart
  • Korting op cursussen
  • Villamedia magazine

Word lid Verder lezen

Werry Crone: Waarnemer. Deelnemer. Fotograaf.

Frits Baarda — Geplaatst op maandag 24 december 2018, 12:00

Ballonfiësta in Barneveld, augustus 2018

Ballonfiësta in Barneveld, augustus 2018 - © Werry Crone

Portfolio Veertig jaar zit Werry Crone in het vak. Eerst als ‘fotografisch gezicht’ van dagblad Trouw, nu als freelancer. Het ontslag viel hem zwaar, maar hij pakte de draad weer op. De fotojournalist zag Nederlanders feestvieren en besloot erop af te gaan.

De laatste honderden meters naar de woning van Werry Crone (63) zijn feestelijk en in stijl. Tussen de bomen van landgoed De Haar schitteren witte kleuren onder de late middagzon. Partytenten hebben het grootste kasteel van Nederland ingesloten. Het is de tijd van de jaarlijkse Country and Christmas Fair. Om de hoek, langs de weg naar Vleuten, woont de fotograaf met zijn gezin. Hij heeft een nieuw boek gemaakt. Onderwerp is een Nederlands cultuurfenomeen: de partytent. Maar het gesprek zal niet in een feestje blijven hangen.

‘Pappa is achter’, zegt dochter Renske na het aanbellen bij het woonhuis, horend bij de vroegere dierenartsenpraktijk van zijn vrouw Tineke. Eind jaren 80 zochten ze een geschikte locatie voor een dierenarts en een landelijk werkende fotojournalist. Ze beklommen de Dom van Utrecht en keken naar beneden. Net achter Vleuten lag een kwekersbedrijf, daarachter weilanden met koeien en ander vee. Dieren die soms een dierenarts nodig hebben. Het besluit viel snel. De komkommersorteerderij achter het woonhuis werd verbouwd tot dierenkliniek, met een aparte werkkamer voor de fotograaf. In dit koninkrijk verwerkt en verstuurd Crone nu al dertig jaar zijn foto’s, tot 2010 vrijwel uitsluitend voor dagblad Trouw. Hij was de vaste, gezichtsbepalende fotograaf. Na zijn ontslag moest hij op zoek naar andere opdrachtgevers. Het lukte. (Maar het werd nooit meer zo leuk als toen.)

Daar wil hij over vertellen, maar niet na eerst een lunch te hebben aangeboden. ‘Hoort bij de bekende Vleutense gastvrijheid’, zegt hij met een ironie, waarmee hij veel van zijn woorden omkleed. Dan gaan we naar ‘achter’ en volgt een korte rondleiding door de vroegere dierenpraktijk. Konijnen en parkieten draaien zich nieuwsgierig om. Schildpadden duiken schielijk onder water. De toer eindigt in de werkkamer, waar een zwerfkat, genaamd Poes, zich behaaglijk heeft genesteld in een georkestreerde chaos van boeken, dagbladen, affiches en oude fotodozen.

We nemen plaats aan wat Crone ‘de verhoortafel’ noemt. Twee stoelen aan weerszijden van een houten inklap­tafel. Tweeëneenhalf uur genoeglijk praten, over veertig jaar beroepsmatig werken in de fotojournalistiek.

‘Jubuleuuum, reden voor een feestje!’, klinkt het opgetogen vanaf de andere kant. Poes weet van geluk geen schoot te kiezen om er te blijven.

Crone is fotograaf geworden, maar het had anders kunnen lopen. Van vader kreeg hij de Voigtländer te leen, toen hij 12 jaar oud was. Een zwager leerde hem de beginselen van de dokakunst, op school won hij zijn eerste fotoprijs. Maar de jonge Werry wilde meer, hij wilde studeren. Voor fotografie bestond geen opleiding. Wel voor diergeneeskunde, maar hij werd uitgeloot. Dan maar filosofie, biologie en ethologie proberen, de studie naar diergedrag. Het werd uiteindelijk sociale geografie, ‘ook vanwege de sociale en maatschappelijke aspecten, die later een rol in mijn fotografie gingen spelen’. De eeuwige student verdiepte zich twaalf jaar lang in veel. Hij rondde zoveel mogelijk af met een scriptie, zoals over gevangenisarchitectuur. ‘Het tentenboek beschouw ik als mijn dissertatie’, zegt hij. De stoel gaat iets naar achteren, de stem krijgt een quasi-gewichtige toon: ‘Doctorandus Crone promoveert succesvol op het gebruik van de partytent.’ Een harde lach volgt. Poes springt verschrikt van zijn schoot.

Tekst loopt door onder de foto’s.

Veel van zijn fotografie is naar vroeger te herleiden. Zijn studies waren ingebed in de jaren 70 en 80, een tijd van demonstraties en maatschappelijke ­veranderingen. Crone werd actief in de studentenvakbond USV en begon voor het Utrechts Universiteitsblad te werken. Hij hielp met het organiseren van acties, maar liep in ­demonstraties liever niet voorop. Met een camera koos hij voor de zijlijn. Zijn foto’s kwamen in het blad, betaald nog wel. Hij leerde zichzelf het vak door goed naar de dag- en weekbladen te kijken. Mannen als ­Willem Diepraam, staffotograaf van Vrij Nederland, wisten inhoud aan een sterke vorm te koppelen. ‘Mijn stijl heeft zich toen ontwikkeld’, zegt hij. ‘De vorm draagt bij aan het moment. Plop, daar is het moment, er gebeurt iets. Maar het vangen van het moment is niet genoeg. De vreugde is er alleen als ze samenvallen: het moment en de vorm. Het is ja… het is’, en zijn vinger wijst naar een groot gebied rond zijn hart. ‘Je voelt het hier. Je bent betrokken. Een goede foto is geen toevalligheid, het is concentratie, zoeken en ervaring tegelijk. Het gebeurt in je.’

Het is een manier van kijken, waardoor dagblad Trouw zich jarenlang kon onderscheiden. Crone bepaalde het gezicht van de krant. Toen fotoredacteur Arjen Ribbens zijn universiteitsfoto’s zag en hem als fotograaf benaderde, had hij nog nooit van Trouw gehoord. ‘Het werd me in de schoot geworpen’, zegt hij. ‘Ze begonnen er fotografie heel serieus te nemen. Ik mocht mijn stempel drukken. Er was weinig budget en minder personeel dan bij andere kranten, maar we vormden wel een cluppie. We bleven knokken volgens de wet van de stimulerende achterstand. Ja, het Trouw-volk is rustig, maar ook enthousiast en fanatiek, daar wilde ik bij horen.’

Crone kreeg alle vrijheid. Als de vaste Trouw-fotograaf zat hij veel op het Binnenhof, maakte portretten, nieuwsfoto’s en zomerseries. Trouw herkende je aan een bepaalde fotostijl. Verhalend, met een sterke vorm, dienstbaar aan de inhoud. Altijd vanuit een ander standpunt, betrokken en sociaal. De relatie met Trouw leek bestand tegen alle golfbewegingen in de journalistiek.

Toen hield het ineens op. Het gebeurde in 2010. ‘Mijn ontslag sloeg nergens op. Het greep me erg aan.’ De woorden komen snel en hard. Crone: ‘Het voldeed niet aan de logica. Ik zat in de dagblad-CAO, ingedeeld naar aantal dienstjaren. Ik was niet aan de beurt. En toch werd ik uit mijn clubje gezet, omdat ik fotograaf was. “Het moet anders, we hebben je niet meer nodig.” Dat went niet, ook niet na jaren.’ Je ziet het aan de ­kranten, vindt hij, waar de vaste fotografen verdwenen. De bladen zijn gestroomlijnder geworden, voorgekookt en dus vlakker. Het eigen gezicht verdwijnt. ‘Er wordt op redacties minder uitgevochten, waardoor diepgang en originaliteit verdwijnen.’

Het ontslag deed hem zoveel, dat hij steun moest zoeken bij een mentale coach, die bekend was in de wereld van het ondernemen. Ze leerde hem om te gaan met oude boosheid en tegenslagen in zijn nieuwe freelance bestaan. Timide zegt hij: ‘Ik moest mijn oude Werry terugvinden. Het lukte. Ik ben niet in bitterheid blijven hangen. Na acht jaar ben ik onderhand een volwassen ondernemer, die veel plezier beleeft aan nieuwe projecten.’

Crone bleef foto’s aan Trouw leveren, nu als freelancer. ‘Ik kon toch niet anders? Wat had ik? Niets. Ik moest zorgen dat ik werk kreeg. Het viel niet mee. Alles wat na mijn ontslag kwam, was onzekerheid. Projecten werden van de ene op de andere dag beëindigd, zoals bij de Nederlandse Orthopaedische Vereniging. Als freelancer weet je niet wat het volgende jaar gaat brengen. Met die onzekerheid kan ik nog moeilijk leven.’

In de verhouding tussen freelancer en opdrachtgever is een ‘soort onbeleefdheid’ gekomen, constateert hij. Dat vindt hij het ergste aan het freelancerschap. Tussen een chef en een redacteur in vaste dienst speelt het niet. ‘Het is ongelijkwaardigheid die ik voel. Als freelancer ben je ineens een lastige kostenpost.’

Crone blaast uit. Acht jaar na de pijnlijke breuk heeft hij zijn draai uiteindelijk gevonden. In opdracht van het Rijksmuseum fotografeert hij bijvoorbeeld de bouw en inrichting van het nieuwe CollectieCentrum Nederland (CCNL) in Amersfoort, een schatkamer waar 675.000 voorwerpen van grote culturele waarde worden ondergebracht. ‘Ik wil de concentratie laten zien die het vraagt om bijvoorbeeld een pagode in elkaar te zetten’, vertelt hij. ‘Spietjes, waterpasjes, het is monnikenwerk. Diezelfde concentratie wil ik opbrengen in mijn fotografie. Ik wil een van hen zijn, onderdeel van het proces.’

Zeker is het niet, maar een boek ligt voor de hand. Crone mag ze graag maken. Over de universiteit kwam er een, over bushaltes en bomen ook. De laatste twee maakte hij met Martin Bril, met wie hij het talent deelde om ‘anders te kijken’. Postuum wil hij Martin (‘Nu is hij dood. Dat was niet de afspraak’) voor die momenten bedanken. Er kwamen nieuwe ideeën, zoals nu dan over de party­tent, een verschijnsel dat plotseling opdook en niet meer valt weg te denken. Geen bruiloft of bedrijfsfeestje zonder de ‘fuifplastiek’, zoals Belgen de Hollandse tent plegen te noemen.

Tekst loopt verder onder de foto.

De partytent raakt volgens hem aan de identiteit van de Nederlander. ‘We hebben veel vrije tijd, alles is beleving. Geen event zonder tent. Geld speelt geen rol.’ De fotograaf heeft zich er de afgelopen twee jaar in verdiept en is bij tientallen feestjes opgedoken. De kerstmarkt bij ‘zijn’ kasteel heeft hij wel vijf keer bezocht, voordat hij de juiste foto had. Hij zag de koning en Olympische kampioenen langs partytenten paraderen. Ook het verjaarsfeestje bij zijn naaste buurman liet hij niet lopen. Crone was deelnemer en waarnemer op hetzelfde moment. Zo is hij altijd geweest. Als fotograaf nooit de ‘vlieg op de muur’, maar bewust onderdeel van een feest, bijeenkomst of de samenleving. En toch is er altijd die beroepsmatige distantie, die ook in zijn karakter besloten ligt. Waar dat vandaan komt, is de vraag. Crone buigt zich voorover, Poes raakt in de verdrukking en neemt de benen. Op fluistertoon: ‘Zal ik je iets onthullen? Sst…ik ben de jongste uit een gezin van acht. Wat zegt de psycholoog dan? Dat je de laatste in de rij bent, je beziet op afstand het gedoe van ouderen. Waar maken ze zich druk om?’

Dan volgt nog een onthulling. Crone is zelf bezitter van een witte partytent, ‘twee zelfs, meneer’. Nu zijn ze ingeklapt, maar in de zomer wil hij ze soms in de achtertuin plaatsen. ‘Ik ben ook een Nederlander. Gelukkig ben ik ook een journalist, die het allemaal gadeslaat. Ja, ik bezoek wel eens vrijwillig een foodtruckfestival. Ik voel me niet verheven boven mensen die naar feestjes in partytenten gaan.’

In de werkkamer is het bijna donker geworden. Tijd om op te stappen. Buiten gakken de ganzen opgewonden achter het hek, als de fotograaf me tot aan de straatkant uitgeleide doet. Achter de bomen doemt het kasteel op, gehuld in het vage licht dat de witte partytenten verspreiden.

Werry Crone (Dordrecht, 1955)

-Opleiding: Studie biologie, sociale geografie. Als fotograaf autodidact.
-Opdrachtgevers: 1988 -2010 vaste fotograaf Trouw, 2010-heden freelance Trouw, Nederlandse Orthopaedische Vereniging, Rijkswaterstaat, Edukans, Wiardi Beckman­stichting, Rijksmuseum.
-Publicaties: ‘Lijn 11 naar de Uithof’, ‘In dienst van het Koninkrijk’,
‘’t Barre land’, toneelgezelschap, ‘De voorzitter’, ‘Utrecht 1906 – 2006’, ‘Dordrecht een eeuw verstreken’, ‘Haarlem een eeuw verstreken’, ‘Hollandse haltes’, ‘Bomen in het voorbijgaan’, ‘O en voorgoed voorbij’ en ‘Rome, door de ogen van ­Antoine Bodar’, ‘Franciscus’, langs het levenspad van de Heilige Franciscus van Assisi’, ‘Hier is het feestje’.
-Prijs: Fotojournalist van het Jaar (1995).

Nog geen reacties

Om te reageren moet je een Villamedia Account hebben en moet je eerst ingelogd zijn.

Journalist van het jaar 2018

Villamedia Sluiten

Inloggen

Registreren

Vul onderstaande gegevens in voor exclusieve toegang voor NVJ-leden.