foj 2019

— vrijdag 11 oktober 2013, 08:14 | 0 reacties, praat mee

Werken fietsen slapen

© TRIK

Bart Brouwers, hoofdredacteur van Dichtbij.nl, is een bevlogen journalist. Hij publiceert over het vak op zijn site dodebomen.nl en mengt zich vol overgave in het journalistieke debat op Twitter, Facebook en Google+. Onlangs verscheen van zijn hand het boek
‘Na de deadline, journalistiek voorbij de crisis’.

Aan het begin van het interview pakt Bart Brouwers (53), hoofd­redacteur van Dichtbij.nl, zijn telefoon, zet hem op stil en legt het apparaat met het scherm naar beneden op het bureau. Om het ding tijdens het gesprek niet meer aan te raken. Na afloop is het resultaat zeven Facebook-berichten gericht aan hem, negen zakelijke mails, zeven Google+ meldingen, Twitter is goed voor vijf directe berichten, zes antwoorden en vier nieuwe volgers, verder twee reacties op een check in op Foursquare, zowaar nog twee sms’jes en nul gemiste oproepen.

Brouwers: ‘De smartphone is een leidend element in mijn leven. Dat is wel bij gebrek aan iets beters. Want het blijft een onhandig ding. Tegelijk besef ik mij terdege dat mijn leven door internet de vorm heeft gekregen die het nu heeft. Ik ben een optimist. De voordelen zie ik veel helderder dan de nadelen. Een apparaat kan tot sociaal wangedrag leiden. Iedereen die mij kent, zal aangeven dat dat ding dominant is voor mij. Maar ik doe mijn best de persoonlijke aandacht voor eenieder daardoor niet in de knel te laten komen.’

Brouwers houdt van het debat en is bevlogen van de journalistiek. Naast zijn werk als hoofdredacteur van Dichtbij.nl, het platform van de Telegraaf Media Groep met honderden hyperlokale websites, publiceert hij graag over de journalistiek op zijn site dodebomen.nl en mengt hij zich vol overgave in menig debatje op Twitter, Google+ of Facebook. Van zijn hand verscheen recent het boek ‘Na de deadline, journalistiek voorbij de crisis’.

Brouwers: ‘Mijn leven bestaat uit werken, fietsen en slapen. Ik heb het enorme geluk dat ik de journalistiek leuk vind. Ik baal er gewoon van dat ik niet meer tijd heb. Dat ik ergens, op een gegeven moment, ook naar bed moet. Hoe onzekerder het medialandschap, des te meer plezier ik heb. Nu lijkt de crisis op een hoogtepunt te zijn, maar kijk eens om je heen wat er allemaal mogelijk is door de nieuwe media.’

Heb je nog een privéleven?

‘Dat fietst er tussendoor. Ik heb een gezin en vrienden waarmee ik naar de kroeg ga. Maar wel na het werken, fietsen en slapen, vrees ik. Dat is wel confronterend in zeker opzicht, nu ik dat zo zeg. Maar het klopt wel. Een geluk is dat ik redelijk weinig slaap nodig heb. Zes uur is meer dan genoeg. Op een doorsnee dag gaat om half zes mijn wekker en dan zorg ik dat ik rond half acht in de Randstad ergens aan het werk ben. En rond een uur of elf, half twaalf lig ik er weer in. Als ik thuis ben, werk ik in de huiskamer. Ik ga niet in een aparte kamer zitten. Ik kan mij redelijk makkelijk concentreren als mijn partner Heddy leest, tv kijkt of zelf aan het werk is. We zetten dan thee voor elkaar en wisselen af en toe een woord uit, maar doen wel ons eigen ding. We kijken niet ’s avonds op de bank samen naar de tv. Ik kijk sowieso bijna niet.

Heddy vroeg laatst wel, zou je niet een paar van de discussies op Twitter kunnen laten schieten, want je hoeft niet iedereen te antwoorden. Ze hoort mij dan de hele avond tikken. Zij vindt er helemaal niets aan en volgt Twitter niet. En ja, dat kan. Daar heeft ze op zich gelijk in. Het is geen verplichting overal op te reageren en niet alles is even inhoudelijk. Dat geef ik ook toe.’

Waarom dan toch ook dat laatste gesprekje via Twitter?

‘Het is zo ontzettend leuk. Het is ook een beetje een verslaving om bij te blijven, om het moment niet te missen. Dat is iets journalistieks. Ik wil niet achter de feiten aanlopen. En ik wil alle kansen open houden en daarom is het ook goed. Ik heb er ook lol in om de gesprekken buiten de pure inhoud om te voeren.

Als ik wakker word, is de telefoon het eerste dat ik pak om te checken wat er is gebeurd. Eerst kijk ik naar persoonlijke berichten. Wat is er op de mail, Facebook en Twitter direct aan mij gericht. Groot nieuws komt via alerts vanzelf wel mee. Als het gaat om het hete, en snel weer koud wordende nieuws, heb ik meer afstand dan in het verleden. Zeker als het meer richting entertainment gaat. Dan raak je mij niet. Ergens ben ik de draad kwijt geraakt en daar voel ik mij goed bij.

Aan de andere kant word ik bij Dichtbij.nl heel erg blij als wij iets relevants uit de lokale gemeenschap kunnen melden. Zelfs als dat voor mij persoonlijk totaal niet relevant is, omdat ik bijvoorbeeld niet in Leiden woon. Ik kan daar wel heel gelukkig van worden. Dat raakt mij veel meer dan iets waar het hele land mee bezig is.’

‘Een dubbele drang. Aan de ene kant is het verwondering over hoe de journalistiek met zichzelf bezig is. Je ziet de twijfels. Er zijn veel nieuwe, digitale mogelijkheden en tegelijk is er de twijfel of, en hoe daar gebruik van te maken. De verwarring in dat speelveld, daar verwonder ik mij over en daar heb ik een visie op.

En ten tweede is er de verwachting van de nabije toekomst. Wat ik probeer is iets van die verwachting op te schrijven. Het boek is aan de ene kant een momentopname van waar we nu staan en ik trek daaruit de conclusie dat als het zo blijft, het echt mis gaat. Omdat het organisatiemodel hapert en omdat de technische mogelijkheden niet volledig worden benut. En aan de andere kant geef ik, of het nu gaat om de journalistiek, verdienmodellen, opleidingen of overheidsinvloed, suggesties voor de doorontwikkeling. Ik zie kansen die wellicht voor jou als lezer van mijn boek nuttig kunnen zijn, afhankelijk van het platform dat jij wilt bouwen. En dan moet ik ook constateren dat uitgeverijen zoals we die nu kennen over een paar jaar misschien niet meer bestaan omdat ze toch worden ingehaald door nieuwe werkelijkheid.’

Wat zijn de belangrijkste lessen uit je boek?

‘Doorslaggevend bij het succes van elk journalistiek project is dat je afstapt van traditionele organisatievormen. Ik onderscheid vier factoren: redactie, interactie, commercie en innovatie. Die vier moet je bij elkaar brengen. De nerds moeten op de redactie komen. En ook commercie. Anders doe je jezelf tekort. Die vier elementen moeten aan elkaar gekoppeld zijn. Los van elkaar kan niet meer. Daar slagen we bij Dichtbij.nl nog niet helemaal in. Innovatie staat nog te los van de rest.

Een andere les is “de nieuwe attitude”. De journalist van dertig jaar geleden was een zender van informatie. Nu is een internetjournalist volledig op de interactie gericht. Jij hebt niet meer het monopolie op de distributie van kennis en informatie. De kraan staat niet meer in een woestijn, maar in de oceaan. Je kunt niet méér water in de oceaan blijven gooien. Het is onzichtbaar. Dus moet de journalist een andere houding aannemen. Hij moet respect hebben voor de kennis die buiten de organisatie zit en die koppelen aan de vaardigheden die binnen zitten. De kennis moet je losmaken. En vervolgens heb je journalistieke vaardigheden nodig om dat verder te brengen via bijvoorbeeld een goed videoverslag of een goede tekst. Je moet de relevante zaken kunnen laten zien en de duiding en de nuance kunnen geven. Daarmee is ook de deadline weg, journalistiek is een proces geworden. En ik ben positief over de toekomst van dat proces, de nieuwe journalistiek.’

En niet over de toekomst van grote uitgevers, zoals je werkgever de Telegraaf Media Groep?

‘Intern zeg ik al jaren hetzelfde. Uitgevers moeten hun rol opnieuw uitvinden. Sommige mensen binnen TMG vinden dat niet leuk. Maar zo lang ik door TMG word betaald, zal ik proberen binnen het bedrijf bewegingen op gang te krijgen waarvan ik denk dat het slim is om het te doen. Ook voor de grote uitgevers geldt dat als ze de vier factoren bij elkaar brengen, dat ze kunnen overleven en groeien. Dus dit boek is ook voor hen. Maar grote bedrijven zijn wel moeilijker om te veranderen. Want groot is hoe dan ook stroperig, dat zie ik ook bij TMG. Maar het heeft ook veel voordelen. Bijna 40 procent van ons bezoek op Dichtbij.nl komt bijvoorbeeld van de widget op de website van De Telegraaf. En zonder een TMG was Dichtbij.nl er niet geweest, was er geen partij geweest die bereid was er zoveel in te investeren.

Aan de andere kant vertraagt de verdere ontwikkeling van Dichtbij.nl momenteel. TMG wil ook wat geld terug zien. Dat begrijp ik en het ergert mij tegelijk. Geografisch is Dichtbij.nl­ ­nu in de helft van het land uitgerold. We zijn in de Randstad begonnen, dus qua inwoners zijn we over de helft. Omdat we beursgenoteerd zijn, kan ik over winst of verlies niets zeggen. Wel kan ik zeggen dat onze omzet 50 procent hoger is dan vorig jaar. Wij groeien op een manier die anderen niet is gelukt en op een manier waarvan TMG zegt dat ze doorgaan met Dichtbij.nl.’

Je wil dat de overheid de pure journalistiek betaalt zonder dat je kunt definiëren wat journalistiek is. Kun je iets beschermen wat niet te omschrijven valt?

‘Je moet niet vastleggen wie wel of niet journalist is. Je kunt wel elementen benoemen waaraan het werk moet voldoen. Ik heb daarom twee lijstjes gemaakt met kenmerken waaraan een journalistieke productie moet voldoen. Niet alleen het eindproduct, maar het geheel van factoren dat journalistieke kernwaarden dient. Hoe meer vinkjes je kunt zetten op mijn lijstjes, hoe dichter je komt bij wat pure journalistiek is. Tegelijkertijd moet je vaststellen dat in de praktijk niemand daarbij in de buurt komt; bij 100 procent pure journalistiek, die de burger onafhankelijk informeert.

Dat er geen sluitende definitie van journalistiek te geven is, ontslaat ons niet van de plicht het te proberen. Je hebt aan de ene kant de plicht journalistiek te toetsen op kwaliteit. Dan heb je elementen nodig om te toetsen of het kwaliteit is of niet. Helemaal aan de andere kant van het spectrum zit het grondrecht van vrijheid van meningsuiting. Dat kun je nooit wegcijferen en je kunt dus nooit bepalen “jij mag iets opschrijven en jij niet”.

Het is een knel. Ik weet dat ik mij in een moeras begeef als ik ordening aan wil brengen in wat journalistiek is en wat niet. En toch vind ik, dat ik dat moet doen om dat vervolgens onderdeel te laten zijn van de vraag of de overheid op dat gebied een taak heeft. Mijn antwoord is dat de overheid pure journalistiek mogelijk moet maken. Want je hebt krachten nodig die in staat zijn de overheid kritisch te volgen. Mij als burger te begeleiden met informatie, mij duiding te geven. Dat noemen we journalistiek. Dat vind ik van wezenlijk belang voor een democratie.

En een overheid moet de vraag voor zijn of de markt dat voor elkaar krijgt om die rol te vervullen. Daar moet de discussie over gaan in Nederland. Die discussie wordt nu vertroebeld door de crisis. Uitgeverijen hebben het lastig, dus je moet de journalistiek redden hoor je dan. Nee, uitgeverijen hebben hun eigen problemen en moeten dat zelf oplossen of niet. De overheid is er niet om uitgeverijen te redden. Wel om journalistiek mogelijk te maken, omdat wij het grondrecht hebben goed geïnformeerd te worden, net als het recht op schoon drinkwater en goed onderwijs. Over hoe je dat als overheid doet, kun je daarna allerlei discussies voeren.’

Wat voor journalist ben je zelf?

‘Ik zie mijzelf primair als journalist. Ik geef leiding aan een journalistieke organisatie. Ik blog en schrijf dit boek. Ik heb een journalistieke drive. Ik wil wat vertellen.’

De websites van Dichtbij.nl worden vaak via aggregatie gevuld. Hoe journalistiek is het platform?

‘We hebben nu 35 redacteuren daarmee coveren we de helft van het land. Daar kun je niet de wereld mee in beweging krijgen. En we kunnen niet mensen bijschakelen, helaas. Dichtbij.nl is wel journalistieker geworden dan ik drie jaar geleden bij de aanvang dacht. Ik begon met het idee dat community-managers niet per se journalist hoefden te zijn. Daar ben ik echt van terug gekomen. We hebben een paar grote mislukkingen gehad met mensen die van buiten de journalistiek kwamen. In je functieprofiel staat dat je de helft van je tijd klassieke journalistieke werkzaamheden verricht, dus zelf nieuws vergaart, en de andere helft besteedt aan het activeren van de community. Niemand kan beide taken even goed, maar in de basis heb je een journalist nodig om het werk te kunnen doen.

Ook hebben we gezien dat aggregatie niet meer is dan een grondstof. De websites van Dichtbij.nl waar nog geen redactie op zit en dus alleen automatische berichtgeving, zijn goed voor maar 2 procent van ons verkeer. Het verkeer naar die websites is ook niet aan te jagen. Dat geeft al aan dat ook Dichtbij.nl mensenwerk is. We hebben misschien ooit ook wel gedacht dat als we de sluizen openzetten de berichten vanuit de community vanzelf binnenkomen. Dat is dus niet zo. Berichten vanuit de community zijn signalen om met iets aan de slag te gaan. En omgekeerd, als een community manager wat meldt, is dat een mogelijkheid voor het publiek om aan te haken. Je wilt een wisselwerking. Dat lukt niet altijd. Maar is wel het doel.

In de praktijk zie je dat een lokale site van Dichtbij.nl óf goed scoort op het community deel, zoals in het Gooi en Amstelland, óf goed op de journalistieke kant, bijvoorbeeld in Maastricht. In Maastricht zetten we de agenda met Dichtbij.nl. Maar het lukt niet om het publiek daarbij te betrekken. Dat komt omdat de ene medewerker beter is in het stimuleren van de community en de ander in journalistiek. We zijn een kleine club en dus accepteren we dat. Ik wil bijvoorbeeld in Maastricht niets stuk maken.’

Alles wordt digitaal en toch kom je zelf met een boek?

‘Het boek is er ook digitaal. De papieren versie is een wens van de uitgever. Ik was niet op het idee gekomen. De eerste twee weken was 90 procent van de verkoop een papieren versie. Ik vind dat onbegrijpelijk. Overigens gaan we ook debatten en lezingen organiseren rondom het boek en die lessen weer in het boek verwerken. Daarmee is het boek geen eindpunt, maar een begin van het proces, het beste wat ik nu kan opschrijven. Ik pas het boek ook steeds aan. Elk exemplaar wordt apart geprint, dus er is niet één versie. Daarmee is dit project ook een journalistiek experiment voor mij. Dit is een boek zonder deadline.’

Bekijk meer van

De Dag

Praat mee

Colofon

Villamedia is een uitgave van Villamedia Uitgeverij BV

Postadres

Villamedia Uitgeverij BV
Postbus 75997
1070 AZ Amsterdam

Bezoekadres

Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Contact

redactie@villamedia.nl
020-30 39 750

Redactie (tips?)

Dolf Rogmans
Hoofdredacteur, 020-30 39 751

Marjolein Slats
Adjunct-hoofdredacteur, 020-30 39 752

Linda Nab
Redacteur, 020-30 39 758

Lars Pasveer
Redacteur, 020-30 39 755

Trudy Brandenburg-Van de Ven
Redacteur, 020-30 39 757

Anneke de Bruin
Vormgever, 020-30 39 753

Marc Willemsen
Webontwikkelaar, 020-30 39 754

Vacatures & advertenties

Karen Bais
020-30 39 756

Sofia van Wijk
020-30 39 711

Bereik

Villamedia trekt maandelijks gemiddeld 120.000 unieke bezoekers. De bezoekers genereren momenteel zo’n 800.000 pageviews.

Rechten

Villamedia heeft zich ingespannen om alle rechthebbenden van beelden en teksten te achterhalen. Meen je rechten te kunnen doen gelden, dan kun je je bij ons melden.