foj 2019

— vrijdag 21 juni 2013, 09:15 | 0 reacties, praat mee

De schaamte voorbij

Pieter Klein, adjunct-hoofdredacteur van RTL Nieuws, is volgens zijn collega’s een ‘monomane work­aholic’ die liefst ’s nachts nog wat dossiers na­pluist. ‘Loslaten is inderdaad niet mijn sterkste kant.’

Pieter Klein (47) is ‘het mannetje van de vloer’. De adjunct is meer dan de anderen in de hoofdredactie (Harm Taselaar en adjunct Marc Schreuder) aanwezig op de 150 koppen tellende redactie van RTL Nieuws. Vijf dagen per week, en anders altijd te bereiken.

Klopt het beeld van workaholic?

‘Ik ga gebukt onder een gebrek aan tijd. Voor mijn kinderen (van 9 en 11, red.) probeer ik wel tijd te vinden. Maar voor vrienden, of om rustig na te denken, lukt dat veel minder goed. Ik ben niet snel overwerkt. Wel ontplof ik af en toe op de redactie. Maar mijn collega’s kennen dat een beetje van me: irritaties, emoties en onprofessioneel gedrag. De betrokkenheid is er gewoon altijd. Het is mijn zwakte, maar ook mijn kracht. Ik heb een fantastisch baantje, dat ik moeilijk kan loslaten. Op iedere cursus zullen ze je leren dat je moet delegeren. Maar loslaten is niet mijn sterkste kant.’

Je bent begonnen bij De Groene Amsterdammer

‘Ik begon na de School voor Journalistiek in Kampen als freelancer. Als veredelde nachtportier bij Avro’s ­Radiojournaal en tegelijk bij De Groene. Toenmalig hoofd­redacteur Martin van Amerongen hield ooit een keer een inleiding bij ons op school en ik vond dat hij alle­maal onzin uitkraamde. Ik schreef hem een briefje dat hij een prutjournalist was. Toen ik later werk zocht schreef ik hem opnieuw: “Weet u nog, ik was die vervelende jongen die vond dat u een prutjournalist was. Ik zou graag bij De Groene Amsterdammer een tweede stage komen lopen.” Dat kon hij wel waarderen.

Ik vond het intellectuele debat bij De Groene interessant. Er was een soort ongedwongenheid en nieuwsgierigheid. Er zat iets libertairs in. Dat vond ik leuk.

Het was ook mazzel. Ik was een jong jochie en zocht na de School voor Journalistiek werk. Ik las alles wat los en vast zat, ook De Groene. Ik had eerder stage gelopen bij HN Magazine (Hervormd Nederland), ook al zoiets idioots, waar ik een wonderlijke affiniteit mee had omdat ik uit een religieus nest kwam, maar dat ook allang achter me had gelaten. Ik voelde me ook daar prettig bij de debatten. Ik zit nu meer op het dagelijkse nieuws. Maar de kritische manier van kijken van De Groene, dat dwarse en contraire, vind ik interessant. Dat hoort bij de journalistiek en is ook een functie van de journalistiek. Ik ben primair geïnteresseerd in feiten. Maar zonder context hebben die geen betekenis. In de context zit, denk ik, vaak ook een mening.’

RTL Nieuws heeft een naam opgebouwd met ‘Wobben’. Wat vind je van het pleidooi van de Nationale Ombudsman de Wet Openbaarheid van Bestuur af te schaffen?

‘Een heel slecht en ondoordacht plan. Ik vind het erg om te zeggen, want de Ombudsman is vaak ook een bondgenoot van burgers en journalistiek. Maar ik vond het geen handige uitspraak. Volgens mij is het fictie dat je met “actieve openbaarmaking” de informatie krijgt die de overheid nu niet wil geven of pas na ellenlange procedures. Ik kan me niet de ideale situatie voorstellen waarbij de overheid zegt: kom op onze site, hier staat alles wat u wilt weten. Dat gaat niet gebeuren. Een utopie. Neem een simpel iets als declaraties van bestuurders; hoe lang heeft dat niet geduurd, en hoeveel bestuurlijk verzet was er tegen?’

Een slordigheidje van de Ombudsman?

‘Hij nuanceerde het later dat er nog wel een wet nodig blijft. Maar ik geloof niet dat we in de ideale wereld terecht komen. Hoe imperfect en onvolmaakt die gekke WOB ook is; ik denk dat je hem gewoon nodig hebt. De timing is ook niet handig want juist nu wordt er gesproken over een wetsvoorstel van GroenLinks, waarbij eindelijk ook met minister Plasterk wordt gesproken over verbeteringen aan de WOB. We moeten de WOB niet weggooien.’

RTL Nieuws wordt wel verweten dat er erg in de breedte wordt geschoten; veel WOB-procedures uitzetten en dan maar hopen dat het nieuws oplevert. Wordt het middel daarmee niet inflatoir?

‘Ik zie het punt, maar ik weet het niet zeker. Neem die declaraties. Dat hebben we op alle niveaus doorgezet. Bewindslieden, de Autoriteit Financiële Markten, de Nederlandse Bank, Commissarissen van de Koningin en recent nog de declaraties van commissarissen van politie. Als je doorzet zie je toch dat er allerlei gekkigheid in die regelingen zat met exorbitante pikettoeslagen en dergelijke. Er was een opmerkelijke declaratiecultuur. Na de publiciteit is er een breed onderzoek gekomen naar de regelgeving. Dan vind ik wel dat het een doel had. Het gaat over de besteding van publieke middelen.

We voeren rond de honderd WOB-procedures per jaar. Sommige lopen twee of drie jaar door. Het heeft ons vaak succes gebracht. Denk aan de Olympische Spelen, de burgerslachtoffers in Afghanistan, de prijs van het griepvaccin die we niet mochten weten, de verbouwing van het Catshuis en de kosten van het Koninklijk Huis. Niet alles levert gegevens op waar wij iets mee kunnen. Maar ze zijn dan in ieder geval in het publieke domein gebracht.

We vragen ons op de redactie vaak af hoe proportioneel het is en proberen ons te realiseren wat we aanrichten. Ik snap ook dat het geld kost. Maar het kost ook geld omdat er zo weinig actieve openbaarmaking is; een beetje kip-of-ei-discussie. Mijn persoonlijke voorkeur gaat uit naar gericht “wobben” en doorgaan tot je er bij neervalt. Maar soms ontkom je er niet aan de breedte op te zoeken.’

Doen jullie alleen wat met sexy uitkomsten?

‘Nee, we hebben ook onderwerpen die niet sexy zijn. Zoals de commissie-Scheltema (die de financiële crisis onderzocht, red.). Daar zijn nog steeds collega’s mee bezig. Of de gezondheidsklachten van militairen die in Afghanistan zijn geweest, waar we bij rechtbank nul op het rekest hebben gekregen, en nu weer kijken hoe we verder gaan. En DSB; hoe sexy is dat? Soms moet je je vastbijten en geduld hebben, gewoon omdat je een onderwerp belangrijk vindt.’

Dat is minder snel scoren dan met de Miljoenennota die jullie – toevallig steeds toen jij in Den Haag rondliep – een aantal keren eerder naar buiten konden brengen. Wat is de waarde ervan om de begroting drie of vier dagen eerder te hebben dan de concurrent?

‘Niks.’

Maar het kost wel tijd en energie.

‘Het gekke is: voor ons zelf is het ook lastig. Je hebt veel te weinig tijd om er mooie filmpjes bij te maken. De paniek die op de redactie uitbreekt als je om zeven uur ’s avonds de Miljoenennota in handen hebt; in godsnaam, hoe ga ik dat om half acht vertellen!? Belachelijke toestanden hebben we meegemaakt. Het was een spel, en ik vond het een buitengewoon vermakelijk spelletje. De eerste keer dat we het deden begon NOS Journaal halverwege het halve RTL Nieuws uit te zenden. We hadden zoiets van: wat gebeurt hier!? Huilen van het lachen. En gaat het ergens over? Nee. Is het belangrijk? Nee. Doet het iets met je uitstraling? Ja, want ik word er nog steeds op aangesproken. Het doet iets met je naam. Dat straalt op je club af.’

In 2009 verraadden jullie per ongeluk je bron, Kamerlid Paul Tang.

Diepe zucht. ‘Rampzalig. Het zat me zo hoog. Mijn leven lang was bronbescherming heilig, en wij maakten ineens een dramatische fout. Ik heb Harm Taselaar gebeld en zei: “Dit kan toch niet zonder gevolgen blijven; misschien moet ik gewoon maar kappen?” Harm zei: “Ben je helemaal besodemieterd. Weggaan verandert er niets aan.” Ik ben gebleven, maar ik ervaar het als een smet.

Naast een interne fout was het ook een afrekening uit het politieke circuit met RTL Nieuws. Bepaalde mensen wisten hoe het zat en die hebben tegen GeenStijl gezegd: “Kijk eens naar die letters die daar staan.” (waardoor de herkomst kon worden getraceerd, red.).’

Wie hebben dat gedaan?

‘Ga ik niet uitspreken, maar I know it.’

Je was tusendoor korte tijd hoofd persvoorlichting bij het ministerie van Financiën. Het leek alsof je was opgelucht toen je daar weg ging.

‘Het was een foute keus. Maar ik wilde het zelf. Ik wilde altijd al de binnenkamers van de macht zien, en die heb ik negen maanden gezien. Maar het was toch een leuk avontuur. Mijn voorganger op het ministerie, Raymond Salet, vroeg het me tijdens een lunch: “Joh, dat moet jij doen. Dat wilde je toch nog een keertje?” Ik dacht: ja, het ministerie van Financiën, dat is leuk – het centrum van de macht. Follow the money.

Het wás ook hartstikke leuk. We gingen van de ene crisis naar de andere. Als journalist fantastisch om mee te maken. Ook het werken met Gerrit Zalm was bijzonder en op het ministerie werkten leuke en scherpe mensen. Maar ik ontdekte ook dat ik geen ambtenaar ben en ik verlangde wel eens terug naar de journalistiek. Toen belde Harm Taselaar en zei: “Mensen zeggen dat ik met je moet praten.” Ik zei: “Als je met me wil praten, dan hoor ik het wel. Hij zei: “Ik wil met je praten.” En toen dacht ik: hartstikke leuk. Ik word het mannetje op de vloer en zit ook nog in de hoofdredactie. Ik dank God op mijn blote knietjes dat ik hier adjunct kon worden. Ik word blij van journalistiek. Ik adem journalistiek. Een ambtenaar zit meer in een keurslijf. Als hoofd persvoorlichting kun je overal doorheen banjeren, en dat heb ik naar hartelust gedaan. Maar ik werd blij als de pleuris uitbrak. Dat is een tamelijk abnormale reactie voor een ambtenaar.’

Heeft het kijkje in de keuken je in journalistiek opzicht wat gebracht?

‘Ja, dat denk ik wel. Ik weet scherper hoe processen lopen, hoe beleidsvoorbereiding gaat. Hoe informatiestromen lopen. Wie wat wanneer weet, en waarom.

Omgekeerd denk ik dat het goed is voor de overheid als ze een paar journalisten in dienst hebben. Van die lastpakken als ik, of mensen als Job Frieszo (ex-NOS), Stefan Koole (ex-AD) en Cees Gravendaal (ex-NOS). Die zeggen: “Hallo, wakker worden. Kijk wat er in de buitenwereld gebeurt.” Mensen die de rol van horzel vervullen binnen de eigen organisatie. Je kunt ook zeggen dat het verkeerd is om politici te leren hoe journalisten denken.

Maar ja, als ze slim zijn kunnen ze dat toch, want het resultaat zie je iedere dag.’

Je hebt twee politieke biografieën geschreven. Van Jan Pronk en Wim Kok - allebei PvdA’ers. Waar ligt je stemvoorkeur?

‘Ha, ik heb ook negen maanden voor een VVD-minister gewerkt (Gerrit Zalm, red.). Hij heeft nooit gevraagd naar mijn politieke kleur. Niet zo relevant. En sterker, ik ben door een heleboel partijen benaderd om iets in de woordvoering te doen. Kennelijk dachten ze dat ik bij hun partij hoorde. Ik heb nooit gezegd wat ik stem. In Den Haag had ik professionele en open relaties. En af en toe snoeihard en kritisch als er veel druk op stond. Ik maakte geen onderscheid tussen partijen.’

Op je blog (RTL.nl) schrijf je wel hoe je je 9-jarige zoontje uitleg geeft over de gruwelmoorden in Spanje; waarom mogen we dan je stemvoorkeur niet weten?

‘Als ik nu zeg dat het PvdA is, gaat iedereen me daar op afrekenen. Dus dat ga ik niet vertellen. Dat wordt anders ook mijn organisatie aangerekend.

Die columns zijn soms heel zakelijk, maar altijd probeer ik te communiceren met ons publiek. Het werkt beter als je dan wat persoonlijker bent en je kwetsbaar opstelt. Ik doe dat vooral om inzichtelijk te maken hoe onze organisatie worstelt bij de dagelijkse afwegingen. De meeste columns behoren tot de best gelezen stukken van de dag. Een goede column krijgt soms tienduizenden lezers.

Het is wel koorddansen. Eelco Bosch van Rosenthal (verslaggever NOS Nieuws) suggereerde laatst dat het een hoofdredactioneel commentaar is. Dat is het dus niet. Ik snap dat het onderscheid moeilijk is. Iemand zei laatst: “Ik ken niemand in de journalistiek die het doet zoals jij; een leidinggevende functie en dan ook nog als een idioot gaan bloggen”. Maar ja, ik ben 47 en de schaamte voorbij. Ik vind dat we als journalistieke organisatie ook kwetsbaar moeten durven zijn en niet alleen vanuit een ivoren toren moeten doen alsof alles hier geweldig is. Dat is lastig. Ook in mijn eigen club. Soms wordt wat ik schrijf ervaren als kritiek. De redactie reageert dan van: “Hallo, leuk zo’n adjunct die in het openbaar zijn eigen collega’s loopt af te fikken.” We werden – indirect door mijn blog – afgebrand door Jean-Pierre Geelen (tv-recensent de Volkskrant, red.) omdat we beelden lieten zien van de sloot waarin de twee door hun vader vermoorde jongetjes uit Baarn waren verborgen. Daar wordt hier op de redactie ook verschillend over gedacht. Ik heb niet de behoefte iedere dag breeduit onze fouten uit te meten. Maar we zijn niet onfeilbaar. Ik vind dat wij hier intern het debat moeten voeren maar er ook extern niet bang voor moeten zijn. Maar kwetsbaar is het wel.’

Bekijk meer van

De Dag
platform makers

Praat mee

Colofon

Villamedia is een uitgave van Villamedia Uitgeverij BV

Postadres

Villamedia Uitgeverij BV
Postbus 75997
1070 AZ Amsterdam

Bezoekadres

Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Contact

redactie@villamedia.nl
020-30 39 750

Redactie (tips?)

Dolf Rogmans
Hoofdredacteur, 020-30 39 751

Marjolein Slats
Adjunct-hoofdredacteur, 020-30 39 752

Linda Nab
Redacteur, 020-30 39 758

Lars Pasveer
Redacteur, 020-30 39 755

Trudy Brandenburg-Van de Ven
Redacteur, 020-30 39 757

Anneke de Bruin
Vormgever, 020-30 39 753

Marc Willemsen
Webontwikkelaar, 020-30 39 754

Vacatures & advertenties

Karen Bais
020-30 39 756

Sofia van Wijk
020-30 39 711

Bereik

Villamedia trekt maandelijks gemiddeld 120.000 unieke bezoekers. De bezoekers genereren momenteel zo’n 800.000 pageviews.

Rechten

Villamedia heeft zich ingespannen om alle rechthebbenden van beelden en teksten te achterhalen. Meen je rechten te kunnen doen gelden, dan kun je je bij ons melden.