— maandag 17 augustus 2015, 16:38 | 0 reacties, praat mee

‘We werden neergezet als een school die niets doet tegen pesten’

© Duco de Vries

Anthony D. stak op 10 oktober 2014 zijn medeleerling Wesley Hoek dood op het schoolplein van het Corbulo College in Voorburg. Directeur Kees van der Zweep ondervond in de nasleep van dat incident dat journalisten vooral op zoek zijn naar duidelijke antwoorden. Maar die zijn lang niet altijd voorhanden.

Wie in het onderwijs werkt, staat op een bepaalde manier in het leven, zegt Kees van der Zweep aan het einde van het gesprek. ‘Je wilt kennis overbrengen, de leerlingen verder helpen, je staat open voor andermans verhalen en meningen. Dienstbaarheid zit bij onderwijsmensen in de genen.’

Die open houding komt volgens Van der Zweep minder goed van pas bij het contact met de pers. ‘Als een journalist mij een tijdje geleden belde, dan had ik de neiging om hem of haar zo goed mogelijk te helpen, want zo doen we dat in het onderwijs. Inmiddels ben ik door schade en schande wijs geworden en denk ik ook aan mijn eigen belang. Journalisten moeten iets van mij, ik hoef niets van hun, dat is een van de belangrijkste lessen die ik in de nasleep van het incident heb geleerd.’

Grijstinten
Met ‘het incident’ doelt Van der Zweep op de steekpartij die op 10 oktober 2014 plaatsvond bij hem op school. De 16-jarige VMBO-scholier Anthony D. stak zijn medescholier Wesley Hoek neer op het schoolplein. Wesley overleefde het niet. De media rukten in groten getale uit om verslag te doen. Van der Zweep: ‘Het is overdreven om te stellen dat de media hier eerder waren dan de hulpdiensten, maar het scheelde niet veel. Binnen een mum van tijd stonden van die busjes met een schotel op het dak voor de deur. Ik schat dat er uiteindelijk tussen de vijftien en twintig journalisten rondliepen. Ze schoten voorbijgangers en leerlingen aan, maar kwamen niet op het schoolplein of in het gebouw, dat viel me eerlijk gezegd best mee.’

Van der Zweep deed de woord­voering namens de school. Hij kreeg daarbij hulp van een externe communicatieadviseur. ‘Daar heb ik ont­zettend veel aan gehad. Het waren emotionele uren, maar zij hielp mij verstandig en zakelijk te blijven. Samen bedachten we welke vragen we zouden kunnen verwachten.’

Al vrij snel na de moord doken in de media geruchten op dat Anthony gepest werd door het slachtoffer. ‘Ik vond het moeilijk om daarmee om te gaan’, zegt Van der Zweep. ‘Er waren problemen met Anthony, dat wisten we. Maar of hij daadwerkelijk gepest werd? Voor zover ik wist, was dat op school niet het geval. Maar als directeur weet je natuurlijk niet alles. Jongens van deze leeftijd zijn doorgaans niet al te open over hun gevoelens. Inmiddels weten we uit onderzoek van onder andere de onderwijsinspectie dat pesten niet de directe aanleiding was voor zijn vreselijke daad.’

Van der Zweep wil maar aangeven dat de vraag of Anthony gepest werd, niet makkelijk te beantwoorden is, zeker niet in de eerste uren en dagen na het fatale incident. ‘Wat me toen is opgevallen, is dat de meeste journalisten wél een duidelijk antwoord willen, ze nemen geen genoegen met een verhaal dat allerlei grijstinten bevat. Ze maken het liefst een verhaal dat óf zwart óf wit is. Een journalist van het AD maakte het wel heel bont, tijdens een telefonisch interview eiste hij dat ik ‘ja’ of ‘nee’ zou antwoorden op de vraag of Anthony werd gepest. Toen ik antwoordde dat die vraag in onderzoek was bij de inspectie en de politie, werd hij laaiend en zei: “Ik moet ook mijn werk doen, dus ik eis een antwoord”.’

Bananenschil
In de weken en maanden na de steekpartij las Van der Zweep verschillende verhalen die in zijn ogen tendentieus waren. De directeur was met name ontstemd over een artikel dat Maud Efting en Ana van Es voor de Volkskrant maakten. ‘School weigerde op te treden tegen pesten Anthony D.’, stond boven het verhaal. Van der Zweep: ‘Die kop vond ik nog het ergste. Los daarvan stond het verhaal vol feitelijke onjuistheden en de journalisten hadden de volgorde van de gebeurtenissen door elkaar gehaald. Het vervelende is dat veel andere media zich weer baseerden op dat verhaal. Aleid Truijens nam in haar Volkskrant-column het artikel als uitgangspunt, waardoor we er nogmaals van langs kregen. Zo ontstond een beeld van het Corbulo College als een slechte school die niets doet tegen pesten.’

Het stoort Van der Zweep sowieso dat journalisten vaak teruggrijpen op het werk van collega’s. ‘Dan vroegen ze me tijdens een interview: “Wat vond u van de advocaat van Anthony bij Pauw?” Zo proberen journalisten met de ene reactie de volgende uit te lokken.’

Af en toe jeukten de handen van Van der Zweep om het, in zijn ogen, onterechte beeld van zijn school recht te zetten. Maar de school­directeur sloeg de meeste interviewverzoeken af. ‘Ik had overal kunnen zitten, bij Pauw en Humberto Tan bijvoorbeeld, maar ik heb het niet gedaan. De reden is dat ons verdriet in de verste verte niet opweegt tegen het verdriet van een moeder die haar zoon is verloren. Het zou wat potsierlijk zijn als ik dan mijn school fel zou gaan verdedigen. Een andere reden dat ik niet op uitnodigingen inging, was het interview dat Frans Timmermans vorige zomer bij Pauw gaf naar aanleiding van de crash van de MH17-vlucht. Ik vond dat een prachtig interview, was diep onder de indruk. Maar de volgende dag ging het alleen maar over zijn uitspraak over het mondkapje. Toen besefte ik pas goed dat één verkeerde zin je al fataal kan worden – ook al geef je nog zo’n goed interview. Ik wilde geen Timmermans-momentje, had geen zin mijn eigen bananenschil neer te leggen.’

Eindredactie
Journalisten die ‘de eindredactie’ de schuld geven, ook dat maakte Van der Zweep mee. Met Anouk Mentink van het AD had de directeur een gesprek dat ruim anderhalf uur duurde. Tot zijn stomme verbazing was het eindresultaat een twee­kolommer, mét een grote foto van Van der Zweep. ‘Terwijl we vooraf duidelijk de gespreksonderwerpen hadden doorgenomen, maar daarvan is bijna niets in de uiteindelijke versie terechtgekomen. Ik had liever minder foto en meer tekst gehad, want alle nuance was uit het artikel verdwenen. De krant weigerde mij ook vooraf de tekst nog even te mailen, wat ik vreemd vind. Toen ik na het verschijnen de journalist belde, vertelde ze dat ze er niets aan kon doen, want de eindredactie had het stuk ingekort. Ik begrijp niet dat je je verschuilt achter iemand anders.’

Van der Zweep heeft ook goede ervaringen met journalisten achter de rug. ‘Het NRC belde me dat ze een uitgebreid interview met me wilde waarin alle nuances aan bod zouden komen. Vooraf kreeg ik de gespreksonderwerpen toegestuurd en achteraf mocht ik het verhaal nog lezen. Uiteindelijk werd dat een goed verhaal waarin mijn twijfels en dilemma’s goed naar voren kwamen en waar ik veel positieve reacties op kreeg. Alleen is het ergens wel jammer dat het in NRC staat, de lezers van die krant zijn van zichzelf al nieuwsgierig en staan genuanceerd in het leven. Wat dat betreft had ik zo’n verhaal liever in het AD gehad.’

Ook met de regionale Omroep West heeft Van der Zweep een prima verstandhouding, al ging daar wel een valse start aan vooraf. ‘In het begin waren ze nogal opdringerig en sensatiebelust, ze spraken voortdurend leerlingen aan. Uiteindelijk kreeg ik een vast aanspreekpunt bij de omroep en dat heeft enorm geholpen om een betere verstandhouding te krijgen. Inmiddels werk ik goed met ze samen.’

Van der Zweep heeft de afgelopen anderhalf jaar veel met journalisten te maken gehad. Het heeft een andere mediaconsument van hem gemaakt, merkt hij. ‘Als ik een artikel in de krant las, dan ging ik er altijd van uit dat de inhoud klopte. Ik gebruikte het artikel als basis om mijn eigen mening te vormen over een onderwerp. Als ik nu een stuk in de krant lees, dan denk ik: wacht eens even, zou dit wel het hele verhaal zijn? Kloppen de feiten? Zit er niet meer achter? Wat dat betreft ben ik best wel wat kritischer geworden als ik de krant lees. Niet cynischer, wél kritischer.’

Kees van der Zweeps lessen voor de pers
• Tussen zwart en wit bevinden zich tal van grijstinten; journalisten zouden moeten accepteren dat moeilijke vragen zich lang niet altijd laten beantwoorden met een simpel ‘ja’ of ‘nee’.
• Baseer je niet op het werk van collega’s en doe eigen onderzoek.
• Als een artikel wordt ingekort of aangepast, verschuil je dan niet achter ‘de eindredactie’.
• Geef voor publicatie inzage in de tekst, een artikel wordt daar doorgaans alleen maar beter van.
• Als je als medium vaker met iemand te maken denkt te krijgen, zorg dan voor een vast aanspreekpunt; het komt de verstandhouding ten goede.

Praat mee

Colofon

Villamedia is een uitgave van Villamedia Uitgeverij BV

Postadres

Villamedia Uitgeverij BV
Postbus 75997
1070 AZ Amsterdam

Bezoekadres

Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Contact

redactie@villamedia.nl
020-30 39 750

Redactie (tips?)

Dolf Rogmans
Hoofdredacteur, 020-30 39 751

Marjolein Slats
Adjunct-hoofdredacteur, 020-30 39 752

Linda Nab
Redacteur, 020-30 39 758

Lars Pasveer
Redacteur, 020-30 39 755

Trudy Brandenburg-Van de Ven
Redacteur, 020-30 39 757

Anneke de Bruin
Vormgever, 020-30 39 753

Marc Willemsen
Webontwikkelaar, 020-30 39 754

Vacatures & advertenties

Karen Bais
020-30 39 756

Sofia van Wijk
020-30 39 711

Bereik

Villamedia trekt maandelijks gemiddeld 120.000 unieke bezoekers. De bezoekers genereren momenteel zo’n 800.000 pageviews.

Rechten

Villamedia heeft zich ingespannen om alle rechthebbenden van beelden en teksten te achterhalen. Meen je rechten te kunnen doen gelden, dan kun je je bij ons melden.