website over journalistiek

x

Villamedia heeft een app

 

Exclusieve inhoud Sluiten

Een NVJ-lid heeft dit artikel met je gedeeld. Gratis een maand alles lezen? Klik hier.

Een NVJ-lidmaatschap geeft je recht op:

  • Persoonlijk advies
  • Juridisch advies & rechtsbijstand
  • Perskaart
  • Korting op cursussen
  • Villamedia magazine

Word lid Verder lezen

Opiniëren

Raymond Krul — Geplaatst in Journalistiek op vrijdag 14 december 2012, 10:00

© Maaike Putman

Denken & doen In de serie Denken & Doen pogen we door te dringen tot de theoretische (denken) en praktische (doen) kern van een journalistieke discipline. Van interview en kop tot researchen en het schrijven van een boek. In de tiende aflevering gaat het over opiniërende journalistiek.

DENKEN

Marc Chavannes is aanhanger van de zogeheten reported column. ‘Het doel van mijn rubriek in NRC Handelsblad is om de lezers inzicht te geven in de manier waarop Nederlanders zichzelf besturen. Dat doe ik niet door op mijn zolderkamer een bron van onmetelijke wijsheid te openen, ik doe dat door erop uit te gaan, mensen te spreken die ertoe doen, te weten wat er gebeurt. Daarbij neem ik ook de ervaring mee die ik heb opgedaan als correspondent in Engeland, Frankrijk en de Verenigde Staten. De kennis die ik op die manier vergaar, giet ik in de vorm van een column.’

Ko Colijn beschouwt het feit dat hij twee petten draagt - die van wetenschapper en journalist - als een groot voordeel. ‘In mijn wetenschappelijke werk bij Clingendael kom ik zaken tegen die de gemiddelde journalist niet zo snel tegenkomt. Mijn journalistieke werk begint met de signalering van bepaalde zaken in de wetenschap. Inhoudelijk zijn dat betrekkelijke saaie dingen. Trends die voorzichtig voorspeld worden. Voor de journalistiek werd terrorisme bijvoorbeeld pas interessant op 11 september, maar de wetenschap had er al veel eerder zicht op. Met die kennis probeer ik dan iets te doen.’

Voor Syp Wynia is een betoog met argumenten onmiskenbaar onderdeel van goede opiniërende journalistiek. ‘In Nederland staan we altijd vrij snel klaar met een moreel oordeel. Nu vind ik dat op zichzelf geen probleem, maar wel als de onderbouwing ontbreekt. Dat gebeurt bijvoorbeeld als een columnist een beroep doet op de zogenaamde goede smaak en het daar verder bij laat. Soms worden mensen ook weggezet zonder onderbouwing. Als je iets vindt, dan moet je dat goed onderbouwen, vind ik. Maar ik wil mijn mening ook weer niet te veel opdringen. Soms eindig ik een column met een dominee-uitsmijter, maar die sloop ik er dan toch weer uit.’

Ook Colijn is er niet op uit om zijn mening op te dringen aan de lezers. ‘Ik vind het juist wel aardig om mijn mening er terloops bij te leveren. Wat ik probeer, is een aantal onweerlegbare feiten te presenteren, waarmee de lezers dan kunnen doen wat ze willen. Ik leg de bal op de stip en de lezer mag hem erin schieten of niet.’

Chavannes kan genieten van mensen als Youp van ’t Hek, die een andere vorm van opini­erende journalistiek bedrijven dan hijzelf. ‘Je kunt analytisch goed zijn, zoals Heldring, en verbaal goed. Youp is verbaal briljant, heeft acht prachtvondsten per column. Maar het gaat meer over gevoel en moraal, zijn brille is om dingen te zien.’

‘Twintig jaar geleden had ik dit genre niet kunnen beoefenen’, zegt Wynia. ‘Bepaalde verbanden zie je pas in de loop van de tijd, doordat je dingen meemaakt en kennis opdoet. Ik heb bijvoorbeeld een tijdje als correspondent in Brussel rondgelopen, waardoor ik het gevoel heb Europese zaken beter te kunnen begrijpen dan een journalist die daar niet heeft gewerkt.’

DOEN

Ko Colijn, Syp Wynia en Marc Chavannes hebben één ding gemeen: ze zijn fanatiek bezig met het vergaren van kennis die ze kunnen gebruiken voor hun journalistieke werk. Colijn: ‘Ik ben een man van de schaar en de lijmpot, mijn archief gaat terug tot 1974. De laatste tijd bewaar ik natuurlijk ook veel digitaal. Ik vind het leuk om feiten uit mijn archief op te diepen en die te koppelen aan het onderwerp van mijn stukje. Dat het precies vijftig jaar geleden is dat de Cuba-crisis uitbrak, bijvoorbeeld. En wat dan de parallellen zijn met nu.’

Chavannes: ‘Ik knip impressionistisch, tegen de klippen op. Soms weet je vooraf niet of je iets aan een knipsel hebt en blijkt het later geweldig van pas te komen. Verder probeer ik zoveel mogelijk informatie digitaal te bewaren, in mapjes per onderwerp. Ik houd contact met experts op allerlei gebieden. Doordat ik de politieman spreek, heb ik het gevoel dat ik beter weet waarover ik het heb als ik over justitiële zaken schrijf.

Het e-mailadres onder mijn column is ook een mooie bron en levert regelmatig reacties op waar ik iets aan heb. Op die manier rollen er allemaal beukennootjes mijn nest in, dat gaat door tot vrijdag, want dan moet ik mijn stukje schrijven. Dan spreid ik al die knipsels uit over mijn bureau en ga ik heel hard tikken. Ik doe er ongeveer twee uur over. Soms krijg ik de kritiek dat ik te veel in een stuk stop, maar ik voel ook de verplichting om aannemelijk te maken dat wat ik zeg ergens op slaat. Ik probeer de lezer altijd in het begin te verleiden met één of twee verrassende formuleringen. Soms neem ik me voor op donderdag te gaan schrijven, zodat ik het vrijdag beter kan maken. Maar zonder dwingende deadline is dat heel lastig.’

Zonder diezelfde deadline zou Syp Wynia waarschijnlijk blijven knippen en lezen. ‘Het hebben van een deadline is gezond, maar ook onbevredigend. Want je weet natuurlijk nooit genoeg. Onzekerheid of je alles wel weet hoort er een beetje bij. Daardoor blijf je nieuwsgierig en fanatiek. Veel researchen hoort bij het type stukken dat ik schrijf, ik maak geen column waarvoor je ‘s ochtends de deur uitgaat om te zien hoe de herfstbladeren erbij hangen. Soms ben ik de hele week bezig met één onderwerp en besluit ik een dag voor de deadline alsnog van onderwerp te veranderen. Ik heb ook televisie gedaan bij Buitenhof en voor Elsevier maak ik filmpjes onder de titel Wynia’s Week. Ik vind het wel aardig om nieuwe genres te verkennen. Ik twitter ook, gebruik het als ankeiler voor mijn stukken.’

Tien, twintig jaar geleden schreef Colijn veel lange stukken voor Vrij Nederland, nu dient hij zich doorgaans te beperken tot 650 woorden. ‘Gek genoeg stopt de teller vanzelf op 649, het gaat automatisch. Als die lengte eenmaal in mijn systeem zit, kom ik altijd op dat aantal woorden uit. Enige tijd geleden was het nog 700 woorden, toen het teruggebracht werd naar 650, had ik maanden lang 50 woorden te veel.

Vroeger onderscheidde een blad als Vrij Nederland zich met lange analyses, mijn stukken waren bijna academisch van aard. Tegenwoordig publiceren kranten ook langere analyses en proberen wij juist weer om kort en puntig te zijn en inhoudelijk verrassende niches te zoeken. Een lang stuk maken gaat me niet meer zo makkelijk af. De Gids vroeg me laatst om een stuk van drieduizend woorden te maken over het thema ‘oorlog en vrede’, dat is een flinke opgave voor me. Ik kan fatsoenlijk schrijven, maar ben geen natuurtalent; anderen doen dat veel beter. Ik schrijf wel betrekkelijk snel, in een uur of twee is het af. Dan kijkt mijn vrouw, die neerlandica is, het nog even na en daarna stuur ik het door.’


Met dank aan
Marc Chavannes journalist bij NRC Handelsblad en tot voor kort hoogleraar journalistiek aan de Rijksuniversiteit Groningen. Auteur van de wekelijkse rubriek ‘Opklaringen’. Syp Wynia schrijft columns, commentaren en analyses bij Elsevier. Ko Colijn sinds 1978 verbonden aan Vrij Nederland als specialist op het gebied van defensie en internationale betrekkingen. Ook directeur van instituut Clingendael.

Verder lezen
Voor Ko Colijn zijn Walter Pincus (Washington Post)  en Lothar Rühl (Die Welt) ‘inspiratiebronnen uit de grijze oudheid. Zij schreven prachtig over de geheimen van de Koude Oorlog.’ Verder bewondert Colijn David Ignatius (‘schrijft veel over het fenomeen “goede oorlog”, dus wanneer mag je wel en wanneer niet ingrijpen, voor mijzelf ook een boeiend thema’).

Marc Chavannes bewondert Alain Duhamel van Libération. ‘Hij bezit een enorme hoeveelheid kennis en schrijft het ook nog eens vrolijk op.’ Andere journalisten die Chavannes in het genre reported column graag leest, zijn Philip Stephens van The Financial Times en Albert R. Hunt van Bloomberg News (‘volstrekt onafhankelijke columns’).

‘Ik ben niet zo’n idolenman’, zegt Syp Wynia. Als hij toch iemand moet noemen die hij bewondert, dan is het Flip de Kam. ‘Die schreef heel aardig over economie. En van Heldring was ik natuurlijk een bewonderaar, bij hem had je het idee dat hij de negentiende eeuw zelf nog had meegemaakt en dat gaf hem enorm veel gezag.’

Nog geen reacties

Om te reageren moet je een Villamedia Account hebben en moet je eerst ingelogd zijn.

Villamedia Sluiten

Inloggen

Registreren

Vul onderstaande gegevens in voor exclusieve toegang voor NVJ-leden.